I Opening
II Verslag vergadering d.d. 29 november 2000
III Uitgangspunten begroting 2002
V Beleidsnotitie criteria watergangen
VI Beleidskader Overname Stedelijk Water
VII Krediet structurele maatregelen Bollenstreek
VIII Krediet opstellen beheerregister primaire waterkering
IX Waterkansenkaart 1e fase
XVI Mededelingen
XVII Rondvraag
J.P.R.M. Steegh (voorzitter),
J.L. van Klaveren (plv. voorzitter)
Mw. E.I. Binnendijk-van der Heijden, mew. Th.C. van der Kooi-van den Kolk, mw. A. Louwe Kooijmans-Bouhuijs, mw. G.C. Verboom-van den Akker, W.M.N. van Warmerdam en M.C.J. Zandwijk (leden).
mr. T. Stoffelsma (secretaris)
drs. J. van der Does (adviseur)
Mw. M.A. Topper-van der Salm, H.G. van der Weijden
Mw. R. Begeer te Voorschoten
De voorzitter opent de vergadering en doet mededeling van de berichten van verhindering. De voorzitter geeft mevrouw Begeer de gelegenheid in te spreken.
Mevrouw Begeer is eigenares en beheerder van de 17de eeuwse buitenplaats Berbice te Voorschoten dat is aangewezen als rijksmonument en is gelegen in de strandwallenzone. Spreekster geeft aan dat er sinds 1996/1997 ter plaatse sprake is van een aanmerkelijk verhoogde grondwaterstand. Dit blijkt o.a. uit de aanwezigheid van water in de kelder. Voorts zijn in enkele jaren tijd 7 zware eiken dood gegaan, ten gevolge van het rotten van de wortels door de hoge grondwaterstand. Mevrouw Begeer merkt op dat rondom het landgoed boezemwateren zijn gelegen, die naar haar oordeel te ondiep zijn en daardoor de grondwaterstand negatief beïnvloeden.
De heer Van Klaveren geeft aan dat het waterpeil enige invloed heeft op de grondwaterstand; er is echter niet sprake van een één op één relatie. De voorzitter merkt op dat de watersysteemanalyse in het project Den Haag Katwijk mogelijk nadere gegevens kan opleveren over de door mevrouw Begeer geschetste situatie. De heer van Klaveren deelt mee dat er nog niet een eenduidige relatie is aangetoond tussen de verminderde grondwateronttrekking in de duinen en verhoging van de grondwaterstand. Mevrouw Begeer overhandigd een afschrift van haar brief aan GS van Zuid-Holland inzake het grondwaterbeheersplan Zuid-Holland. De voorzitter zegt mevrouw Begeer een reactie toe op de door haar geschetste problematiek.
Op verzoek van de heer Van Warmerdam wordt het woord plaatsen (pag. 6, derde regel van de Evaluatie Boezembeheer in Bijzondere Omstandigheden) vervangen door de woorden laten draaien. Overigens vastgesteld.
Naar aanleiding van: de heer Van Warmerdam attendeert op de toezegging dat de leden van de commissie de notitie over de toename van het glasareaal in Boskoop zullen ontvangen (pag. 2, tweede alinea). De heer Van Klaveren meldt dat voor de april-VV een interimbagger-programma zal worden geagendeerd (pag. 3, derde alinea). De secretaris deelt de heer Van Warmerdam mee dat voor de zomer van 2001 de buitenste deuren van de sluis te Spaarndam zullen worden verlengd, zodat de vervuiling door algen zal worden teruggedrongen. Mocht dat niet afdoende zijn dan zullen de deuren moeten worden vernieuwd (pag. 7, tweede alinea).
Mevrouw Binnendijk-van der Heijden dringt er op aan terughoudend te zijn met formatie-uitbreidingen, om gevaar van overcapaciteit te voorkomen ten gevolge van de reorganisatie van het Waterbeheer in het Rijnlandse gebied. De voorzitter is minder beducht voor overcapaciteit, gelet op de huidige arbeidsmarkt. Het is moeilijk op de reorganisatie te anticiperen.
De heer Zandwijk benadrukt de hoge prioriteit van budgetbewaking. De voorzitter wijst er op dat de thans voorliggende uitgangspunten voor de begroting 2002 een budgetbewaking inhouden. Overigens wijst de voorzitter er op dat de afgelopen acht jaar het tarief van de verontreinigingsheffing gelijk is gebleven. De voorzitter deelt mevrouw Van der Kooi- van den Kolk mee dat de kosten van de overgang naar de euro zijn opgenomen in de begroting 2001.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs is van mening dat de geformuleerde uitgangspunten iets te veel zijn geënt op het verleden. Gelet op de ingrijpende gevolgen van de voorspelde klimaatwijziging is inventiviteit, creativiteit en meer financiële speelruimte nodig. De uitgangspunten voor de begroting dienen meer naar de geest dan naar de letter te worden verstaan.
De commissie adviseert positief.
Mevrouw Verboon-van den Akker benadrukt de noodzaak van het hebben van stortlocaties. De ondiepte van de watergangen leidt tot forse belemmeringen voor de recreatievaart. Voorts slibben jachthavens dicht. Spreekster vraagt na te gaan of kleine baggerstortlocaties beschikbaar zijn, zoals bijv. de Plaspolder die in beheer is bij Staatsbosbeheer. De heer Van Klaveren merkt op dat veel baggerslib zodanig is vervuild dat dit gecontroleerd moet worden gestort. De onderzoeken naar verwerkingstechnieken voor baggerspecie leveren tot nu toe geen bemoedigende resultaten op. Spreker geeft aan dat de recreatievaart tot nu toe heeft kunnen profiteren van de voor de beroepsvaart benodigde vaardiepte. Echter ook de recreatievaart gebruikt steeds diepere schepen. Het college zal een standpunt bepalen over de vraag in hoeverre daarmee bij het opstellen van de legger rekening moet worden gehouden.
De heer Van Klaveren geeft de heer Van Warmerdam een toelichting op het hanteren van de leggermaat als minimale diepte. Bij het baggeren zal een bepaalde overdiepte worden aangebracht. De mate waarin dat gebeurt is afhankelijk van het soort watergang en zal worden aangegeven in het baggerprogramma. Daarbij zal ook rekening worden gehouden met de invloed die de watergangen onderling op elkaar hebben.
De heer Van der Does wijst de heer Van Warmerdam er desgevraagd op dat in de legger rekening wordt gehouden met het doorstroomprofiel, waarbij de feitelijke situatie, bijv. de aanwezigheid van woonboten in de watergangen, wordt meegewogen. Er vindt een nadere gedachtewisseling plaats over peilafwijkingen ten gevolge van op- en afwaaing. Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs wijst erop dat op pagina 6, derde aandachtspunt, het woord stabiliteit dient te worden gewijzigd in instabiliteit. Spreekster vraagt voorts aandacht voor de mogelijkheid om in de thans meestal strakke rechtlijnige oevers, inhammen aan te brengen ten behoeve van de groei van waterplanten en om te dienen als uitwijkplaats voor vissen. Spreekster acht het zinvol om, gelet op het aantal woonboten in de singels een uitsterfbeleid ter zake te overwegen.
De voorzitter deelt de heer Zandwijk desgevraagd mee dat in het huidige peilbesluit van de boezem peilafwijkingen niet formeel zijn vastgelegd. In het nieuwe peilbesluit zullen het streefpeil, minimum en maximum peil, worden vastgelegd.
De commissie adviseert positief.
De heer Van Klaveren deelt mevrouw Binnendijk- van der Heijden mee dat ook eventueel gecreosoteerde beschoeiingen worden overgenomen. Het is niet mogelijk om de aangeland te verplichten deze te verwijderen. Mevrouw Binnendijk- van der Heijden is het oneens met het onder 4.3.5 op pagina 6 gestelde dat het verwijderen van omgewaaide bomen een taak is van de onderhoudsplichtige van het profiel. Spreekster acht het voorts ongewenst dat Rijnland het achterstallige onderhoud van particuliere onderhoudsplichtigen overneemt. Zo wordt slecht gedrag beloond.
De secretaris wijst er in dat verband op dat dit uitgangspunt reeds is geaccepteerd door de VV bij de vaststelling van de notitie over de onderhoudsplicht.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs vindt dat er duidelijke afspraken met de gemeente moeten worden gemaakt over het verwijderen van drijfvuil. Spreekster adviseert om de overname van het stedelijk water duidelijk onder de aandacht van de burgers te brengen, bijv. door een spotje op TV-West. Daarbij kan ook worden geattendeerd op het nut van de aanleg van tuinvijvers en de aanschaf van regentonnen. Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs is van mening dat uit een oogpunt van duurzaam (bos) beheer de aanwezige gecreosoteerde beschoeiingen dienen te blijven staan. De heer Van Klaveren vraagt er aandacht voor dat verwijderen van bestaande gecreosoteerde beschoeiingen meer schade aan het watermilieu zal toebrengen. De uitloging van creosoot naar het oppervlaktewater vindt namelijk in de eerste fase plaats. De heer Van der Does deelt de heer Van Warmerdam mede dat onder bestuurlijke vaststelling (pag. 9) wordt verstaan vaststelling door de VV.
De heer Van Klaveren deelt mee dat uitgangspunt is dat het onderhoud vanaf het water wordt uitgevoerd. Daarover zullen nadere afspraken met de gemeente kunnen worden gemaakt op basis van praktijkervaringen. Omtrent de wens van de VV dat de burger niet twee maal betalen voor een zelfde activiteit zullen concrete afspraken met de gemeente worden gemaakt. De heer Van der Does deelt de heer Van Warmerdam mede dat een evaluatie van de voortgang van de overname van stedelijk water is voorzien door de op pagina 14 aangegeven procedure.
De commissie adviseert positief, met uitzondering van mevrouw Binnendijk-van der Heijden die een voorbehoud maakt ten aanzien van het verwijderen van omgewaaide bomen door de onderhoudsplichtige van het profiel.
Mevrouw Van der Kooi-van den Kolk vraagt zich af waarom in dit geval wel bijdragen van derden (provincie en Rijk) worden gevraagd. Bij de behandeling van het rapport van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw in de VV van 13 december jl. is gesteld dat Rijnland zelf de kosten van de aangegeven maatregelen dient te dragen.
De heer Van Klaveren geeft aan dat hier ook belangen van provincie en van het Rijk spelen en dat ook dien hoofde een bijdrage is gerechtvaardigd.
De heer Zandwijk deelt de heer Van Warmerdam mee dat de maaivelddaling niet is veroorzaakt door de verwijdering van zand dat aan de bollen kleeft. Dit zand wordt altijd teruggebracht. Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs en de heer Van Warmerdam vinden dat ook de sector in de kosten dient bij te dragen.
De heer Van Klaveren zet uiteen dat uit het onderzoek zal moeten blijken hoe lang de te geringe drooglegging van een aantal percelen al bestaat. Het is bekend dat percelen bij de duinen zijn afgegraven. Die hebben dan ook de meeste wateroverlast. Uit het onderzoek zal moeten blijken welk gedeelte van de kosten van maatregelen voor rekening van de sector dient te komen.
De heer Zandwijk zegt dat in het verleden zand is afgegraven ten behoeve van een steenfabriek. Sommige percelen waren te hoog. Later is een omgekeerde situatie ontstaan. Het onderhavige stuk heeft betrekking op onderzoek naar een goed peilbeheer. De sector draagt bij in de kosten van andere onderzoeken. Mevrouw Binnendijk-van der Heijden en de heer Zandwijk zijn blij met het onderhavige voorstel dat in overleg met alle betrokkenen is opgesteld.
Oranjewoud zal als adviesbureau ondersteuning verlenen.
De commissie adviseert positief.
Mevrouw Binnendijk-van der Heijden en mevrouw Verboom-van den Akker vragen zich af waarom niet met andere kustbeherende waterschappen wordt samengewerkt bij het opstellen van het beheerregister. De heer Van Klaveren zal dit punt in het college aan de orde stellen. Spreker deelt de heer Zandwijk mee dat het bedrag niet in de begroting 2001 is opgenomen.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs wijst op de steeds meer alarmerende berichten over klimaatverandering en zeespiegelrijzing en de gevaarlijke situatie van de Zuidpoolgletsjer. Bedacht moet worden dat er mogelijk meer ingrijpende maatregelen nodig zijn. De heer Van Klaveren wijst er in dat verband op dat in het beheerregister de feitelijke toestand van de primaire waterkering wordt beschreven. De kustvisie als zodanig vormt hier geen onderdeel van.
De voorzitter deelt mevrouw van der Kooi-van den Kolk mee dat de Derde Kustnota in de inspraakronde verkeert. De heer Van der Does vraagt aandacht voor de aangetoonde instabiliteit van de westelijke ijskap van de Zuidpool. Het loslaten daarvan kan leiden tot een zeespiegelrijzing van vijf meter. Het risico wordt overigens laag geacht. De heer Van Klaveren deelt mee dat onderzoek is gedaan naar de Spaarndammerdijk. Uit dit onderzoek blijkt dat sommige gedeelten minder stabiel zijn dan gedacht.
De commissie adviseert positief.
De leden van de commissie vinden dat sprake is van een goede opzet. De voorzitter deelt de heer Zandwijk mee dat er geen kaart is van de bollenstreek. De heer Van Warmerdam vindt het belangrijk dat ook naar de burgers toe een draagvlak wordt gecreëerd
Mevrouw Verboom-van den Akker vindt dat bij het benoemen van randvoorwaarde gebieden ook moet worden gekeken naar natuurgebieden.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs acht de waterkansenkaart een goed communicatiemiddel. Spreekster acht overigens op sommige onderdelen een iets meer agressieve benadering van Rijnland op zijn plaats. De voorzitter licht toe dat een plan zal worden ontwikkeld om Rijk, provincies en gemeenten en ook de burgers op de hoogte brengen en te houden van de ontwikkelingen. Rijnland is weliswaar niet gewend om de burger op te zoeken, maar het zal wel worden geprobeerd. Het is van belang dat bij de besluitvorming door de algemene democratie informatie als thans aanwezig- wordt gegeven. Met natuurbeheerders vindt overleg plaats over gebruik van natuurterreinen als randvoorwaarde gebieden.
Omdat de natuurbeheerders dikwijls het beheer van de bepaalde natuurdoeltypen krijgen opgedragen, zijn daar beperkte mogelijkheden. Er bestaat overigens bereidheid bij de natuurbeheerder om mee te doen.
De voorzitter deelt mee dat gepoogd zal worden om op korte termijn aan de hand van de waterkansenkaarten een reactie te geven op deel één van de 5e Nota Ruimtelijke Ordening (regeringsvoornemen). Deel twee bevat de reactie op het voornemen en deel drie vormt het definitieve regeringsstandpunt.
Ook zal via de Waterkansenkaarten worden gereageerd op de streekplannen.
De voorzitter deelt mevrouw Van der Kooi-van den Kolk mee dat de Geerpolder één van de vele gebieden is die als potentiële locatie is aangewezen.
De voorzitter wijst erop dat de VV-leden tot 21 februari a.s. de gelegenheid hebben om schriftelijke vragen over de waterkansenkaarten in te dienen bij het college.
Alle waterkansenkaarten zullen in de april VV aan de orde komen.
De heer Van Warmerdam acht de waterkansenkaart een belangrijk beleidsinstrument.
De voorzitter wijst er op dat het plan van communicatie hierover in de VV zal worden besproken.
a. Aanwijzing waarnemend dijkgraaf
Kennis genomen.
Mevrouw Binnendijk-van der Heijden hoopt dat in de toekomst kan worden voorkomen dat geschillen als tussen Rijnland en De Oude Rijnstromen negatief in de publiciteit komen.
Mevrouw Binnendijk-van der Heijden zegt te zijn benaderd door meerdere mensen in de gemeente Wassenaar over wateroverlast. Haar is gebleken dat in meerdere gevallen Rijnland ter zake niet bereikbaar was.
De heer Zandwijk heeft vergelijkbare ervaringen met inwoners van Sassenheim. De voorzitter zal hiervoor aandacht vragen van het college.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs heeft geconstateerd dat in de Groene Maredijk bij de kleine molen een verlaging in de boezemkade aanwezig is. Dit zal worden nagegaan.
De heer Van Warmerdam stelt voor het aanvangsuur van de vergadering van de commissie Waterstaat naar 15.00 uur te verschuiven, zodat een beter aansluiting is met het sectieoverleg dat om 20.00 begint. De leden van de commissie zijn in meerderheid tegen een later aanvangsuur.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Waterstaat d.d. 4 april 2001.
