I Opening
II Verslag vergadering d.d. 14 februari 2001
IV Waterbezwaar 21e eeuw Rijnland en toekomstig Waterbezwaar fase I en water aan- en afvoer
V Vervolgtraject bestuurlijke besluitvorming Waterkansenkaarten
VI Beleidsvisie naar een Blauwgroene Deltametropool; water in het Westen
VII Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening
VIII Aanvullende krediet inventarisatie toekomstige R.O.-ontwikkelingen
XI Krediet 1e fase beleidsontwikkeling verziltingbestrijding
XII Biomonitoring waterbodemsanering Sassenheimervaart
XIV Beheersovereenkomst dynamisch kustbeheer Meijendel
XV Mededelingen
XVI Rondvraag
J.P.R.M. Steegh (voorzitter),
Mw. E.I. Binnendijk-van der Heijden, mw. Th.C. van der Kooi-van den Kolk, mw. A. Louwe Kooijmans-Bouhuijs, mw. M.A. Topper-van der Salm, W.M.N. van Warmerdam en M.C.J. Zandwijk (leden).
mr. T. Stoffelsma (secretaris)
drs. J. van der Does (adviseur)
Mw. G.C. Verboom-van den Akker, J.L. van Klaveren, H.G. van der Weijden
De voorzitter opent de vergadering en doet mededeling van de berichten van verhindering.
Punt X (krediet meetprogramma watergangen) is verschoven naar de VV van juni a.s. Aan de agenda wordt toegevoegd de punten XI (krediet 1e fase beleidsontwikkeling verziltingbestrijding) en XII (krediet biomonitoring waterbodemsanering Sassenheimervaart).
Op pagina 3 (VI, Beleidskader Overname Stedelijk Water, vijfde regel) wordt achter het woord profiel toegevoegd: "mevrouw Verboom-van den Akker ondersteunt haar daarin". In de laatste alinea van dit punt worden de woorden die een voorbehoud maakt gewijzigd in "en mevrouw Verboom-van den Akker die een voorbehoud maken".
Op pagina 4 (IX Waterkansenkaart 1e fase, derde regel) wordt achter het woord gecreëerd toegevoegd "mede door het bieden van inspraak".
Overigens vastgesteld.
Naar aanleiding van:
(pag. 2; eerste alinea) De voorzitter deelt de heer Van Warmerdam mede dat er in het college nog een nadere gedachtewisseling zal plaatsvinden over het interim baggerprogramma. Gelet op de complexiteit van de materie is het nog onzeker of dit onderwerp in de juni VV kan worden behandeld.
(pag. 2; eerste alinea) De heer Van Warmerdam vraagt zich af of de wijze waarop de sluisdeuren worden aangepast, het algenprobleem zal oplossen. Dit zal worden nagegaan.
(pag. 3; voorlaatste alinea) Mevrouw Topper-van der Salm benadrukt er geen zand met de bollen wordt afgevoerd.
(pag. 4, punt VIII) De heer Van Warmerdam vraagt wanneer de resultaten van het onderzoek naar de Spaarndammerdijk bekend zijn.
(Noot: Het college zal op 24 april a.s. ter zake worden geïnformeerd daarna zal ook de VV over verder te ondernemen acties worden geïnformeerd)
(pag. 5; rondvraag) De voorzitter deelt mevrouw Binnendijk-van der Heijden mede dat het tijdelijke probleem van de bereikbaarheid van Rijnland is opgelost. In de toekomst zal het mogelijk zijn om ook via internet over klachten te communiceren.
De heer Van Warmerdam merkt op dat het belangrijk is dat aan de toekomst wordt gewerkt, maar dat er ook aandacht dient te zijn voor eventuele bestaande risicos. Spreker stelt het op prijs om te beschikken over de studie Toekomstig Waterbezwaar. De voorzitter geeft aan dat bekend is welke gedeelten van het beheersgebied bij zware regen en harde wind risicos lopen. Dit zijn met name gebieden in het zuidelijk gedeelte. De inliggende waterschappen en de betrokken bewoners zijn daarvan perfect op de hoogte. De heer Van der Does geeft aan dat veiligheid een speerpunt vormde in het eerste waterbeheersplan. De ter zake opgestelde calamiteitenbestrijdingsplannen worden periodiek geactualiseerd en er wordt mee geoefend. De voorzitter zegt toe dat de Studie Toekomstig Waterbezwaar aan de leden van de commissie zal worden verstrekt. De voorzitter deelt de heer Van Warmerdam mee dat een begin is gemaakt met de planstudies naar uitbreiding van het gemaal Katwijk en naar de inrichtingsmogelijkheden van waterbergingslocaties.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs vraagt aandacht voor de mogelijkheid om de resultaten van de planstudies te combineren. Spreekster accentueert het belang van een hoger lozingspunt bij uitbreiding van de bemalingcapaciteit in verband met de zeespiegelrijzing. De voorzitter bevestigt dat met genoemde opties rekening wordt gehouden.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs wijst op de natuurvriendelijk oever langs het Oegstgeesterkanaal die bij de verbreding van het kanaal zal moeten verdwijnen Spreekster wijst op de mogelijkheid om tot verdieping van het Oegstgeesterkanaal over te gaan en de noodzaak de monding te verbreden. De voorzitter merkt op dat de strook grond die nodig is voor de verbreding, eigendom is van Rijnland en voor een bepaalde periode in erfpacht is uitgegeven. De op het Oegstgeesterkanaal aansluitende Warmonder Lee is al uitgebaggerd. Spreker wijst er op dat het belang van een functionerend waterstaatkundige systeem de verwijdering van de betreffende natuurvriendelijke over rechtvaardigt.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs wijst op de tabel op pagina 7 van de vervolgnotitie. Daarin is de piekafvoer van de rivieren in voor- en najaar niet opgenomen. De voorzitter en de heer Van der Does wijzen erop dat deze niet relevant is voor het Rijnlandse gebied. De voorzitter geeft mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs een toelichting op de noodzaak van grondverwerving door waterschappen ten behoeve van monofunctionele waterberging. Spreker deelt mee dat de suggestie van mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs om het bollengebied te compartimenteren nadrukkelijk onderwerp van studie is in het kader van de herziening van het peilbesluit.
De heer Van der Does deelt mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs mee dat de peilfluctuaties in bergingsgebieden, niet kunnen worden vergeleken met peilfluctuaties van rivieren, omdat daar sprake is van stromend water en in bergingsgebieden niet. Spreker wijst mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs er op dat er in het kader van de drooglegging verschillende studies plaatsvinden.
Mevrouw Binnendijk-van der Heijden wijst er op dat bergingslocaties moeten worden gevonden in het gebied van de inliggende waterschappen en vraagt naar de samenwerking binnen de inliggende waterschappen en Rijnland op dit punt. De voorzitter deelt mee dat er in samenwerking met Wilck en Wiericke een locatiestudie wordt uitgevoerd in de Driemanspolder en met Groot-Haarlemmermeer in Zwaanshoek.
Mevrouw Binnendijk-van der Heijden wijst er op dat er thans een maalstop geldt voor 0,35 m. Dit komt niet overeen met de getallen genoemd in de tabel op pagina 3. De heer Van der Does zal nader kijken naar de in de tabel gebruikte formulering op dit punt. Mevrouw Binnendijk-van der Heijden stelt voor de mogelijkheid van waterberging te bezien vanuit de functie van het gebied. De voorzitter wijst er op dat er voor het gehele gebied bepaalde maatregelen genomen moeten worden die soms ruimtelijke consequenties zullen hebben. Deze laatste leiden dan tot wijziging van de functie van het betreffende gebied. Daarbij is van belang dat een bepaald schaalniveau in acht wordt genomen en de maatregelen zo te implementeren dat de problemen voor het gehele gebied worden opgelost.
Spreker deel mevrouw Binnendijk-van der Heijden mee dat de samenwerking met de overige waterbeheerders gestalte zal krijgen in de deelstroomgebiedsplannen waarvan de provincies de trekker zijn. Vooralsnog wordt voor Rijnland het niveau van dijkring 14 aangehouden. De heer Van der Does geeft mevrouw Topper-van der Salm een nadere toelichting op de verschillende mogelijkheden van vasthouden, bergen en afvoeren in de hogere en lagere delen van Nederland. De voorzitter wijst de heer Van Warmerdam erop dat het hanteren van het middenscenario voor het jaar 2050 is overgenomen uit het rapport waterbeheer 21e eeuw. Rijnland is overigens zelf verantwoordelijk voor een op het beheersgebied toegespitst specifiek scenario. De heer Zandwijk constateert dat de pieken van de vernatting en de verdroging extremer worden.
De commissie adviseert de voorgestelde besluiten positief.
De heer Van Warmerdam vraagt waarom het communicatieplan genoemd op pagina 9 niet mede kan worden beoordeeld door de VV. De voorzitter licht toe dat sprake is van een projectmatige aanpak, waarbinnen vijf concrete projecten zijn aangegeven. Beoordeling door de VV in juni van het communicatieplan is te laat. Er is inmiddels ter zake contact met een communicatieadviseur. Mogelijk zal daarover in de april VV informatie worden gegeven. Daarbij moet worden bedacht dat de waterkansenkaarten geen formele status hebben, hetgeen aan de inspraak een bijzondere betekenis geeft. Er vindt thans een intensieve afstemming plaats over de wijze waarop dit moet worden aangepakt.
De heer Van Warmerdam schets de wijze waarop in Groot-Haarlemmermeer gebruik is gemaakt van de inspraak over de waterkansenkaart.
De commissie adviseert positief.
De voorzitter verwijst naar de conclusie dat steeds meer water in stedelijk gebied nodig is. Er vindt een nadere gedachtewisseling plaats over de betekenis van het begrip verbrede landbouw op pagina 14 van "Water in het Westen". De heer Van Warmerdam heeft moeite met de geformuleerde bestuurlijke hoofdlijnen. Spreker is van mening dat het Groene Hart onder druk staat en dat van de kant van de waterbeheerders alertheid geboden blijft.
De heer Zandwijk plaatst nadrukkelijk vraagtekens bij het uitgangspunt dat de Randstad de eigen behoefte aan woningen en bedrijfsruimte wil opvangen. De voorzitter benadrukt dat de bestuurlijke hoofdlijnen vanuit het waterbelang moeten worden beoordeeld.
De commissie adviseert, zij het met enige schroom en terughoudendheid, positief.
De heer Van Warmerdam vindt de opmerking op pagina 1 dat de beleidsvisie "Naar een Blauwgroene Deltametropool" het belang van de waterlaag goed weergeeft, te stellig. De commissie is in meerderheid van mening dat de aandacht voor een mogelijke recreatieve zeehaven bij Katwijk te detaillistisch is en in de brief niet thuishoort. Mevrouw Topper-van der Salm en de heer Zandwijk plaatsen vraagtekens bij het noemen van 21.000 ha als de ruimtebehoefte voor water. De heer Zandwijk wijst er op dat verbreding van het "nee, tenzij beleid" in het duingebied forse beperkingen voor de bollensector kan betekenen. Op voorstel van mevrouw Topper-van der Salm wordt "vermesting van het water" gewijzigd in "eutrofiering van het water".
De voorzitter wijst er op dat de aandacht die thans het water krijgt, vier jaar geleden nog ondenkbaar zou zijn geweest.
De commissie adviseert met inachtneming van de gemaakte opmerkingen positief.
De commissie adviseert positief.
Geconstateerd wordt dat de tekst van het voorstel en van het besluit niet met elkaar overeenstemmen. De commissie Waterstaat dient ter zake te adviseren en niet de commissie Waterkwaliteit. Dit zal worden aangepast.
Op verzoek van mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs zal nadere informatie worden verstrekt over op pagina 2 genoemde kostenspecificatie.
De commissie adviseert vooralsnog positief.
De voorzitter deelt mevrouw Binnendijk-van der Heijden mee dat nog niet bekend is wat de gevolgen van het onderzoek zijn. Spreker wijst er op dat sprake is van een gecompliceerde zaak.
De commissie adviseert vooralsnog positief.
De commissie adviseert positief.
a. Afspraken wateroverlast Rijnland-Delfland
De voorzitter geeft mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs een toelichting op de verschillende peilen van Rijnland en Delfland.
Kennis genomen.
b. Stand van zaken peilbesluit boezem
Kennis genomen.
d. Stand van zaken kustvisie
Kennis genomen.
e. Beleid afschuiven duin bij boulevards.
De heer Van Warmerdam constateert dat niet duidelijk is welke minimum hoogtemaat in relatie tot de hoogte van de boulevard wordt gehandhaafd. Dit zal worden nagegaan.
Overigens kennis genomen.
De voorzitter vraagt aandacht voor de presentatie van het Landschapsbeleidsplan Leidse regio, op 10 april a.s.
De voorzitter geeft de heer Van Warmerdam een nadere toelichting op de subsidie van het ministerie van Verkeer & Waterstaat voor de verwerking van baggerspecie tot grondstof.
De heer Van Warmerdam acht het zinvol dat Rijnland op zijn website tips over energiebesparing opneemt. De voorzitter zal dit punt, alsmede het via internet behandelen van klachten, bespreken in de Stuurgroep Rijnl@ndnet.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Waterstaat op 13 juni 2001.
