0 Waterkansenkaarten en communicatie
I Opening
II Verslag vergadering d.d. 4 april 2001
IIIa Conceptjaarrekening
III Af te sluiten investeringskredieten
IV Subsidie Oeverherstel; Meerjarenraming 2001-2006 en vaststellen tarieven vaargelden
V Vergoeding kadeverbeteringswerken 2000; meerjarenraming
2001-2006
VI Pilot overname rioolbeheer gemeente Noordwijkerhout
VII Krediet meetprogramma boezemwateren
VIII Krediet inrichting peilvakken Bollenstreek, regio de Zilk
XII Nota van uitgangspunten renovatie boezemgemaal Gouda
Mededelingen
Overige punten
Rondvraag
Aanwezig:
J.P.R.M. Steegh (voorzitter),
J.L. van Klaveren (plv. voorzitter)
Mevrouw E.I. Binnendijk-van der Heijden, mevrouw Th.C. van der Kooi-van den Kolk, mevrouw A. Louwe Kooijmans-Bouhuijs, , Mevrouw M.A. Topper-van der Salm, mevrouw G.C. Verboom-van den Akker, W.M.N. van Warmerdam, H.G. van der Weijden en M.C.J. Zandwijk (leden).
mr. T. Stoffelsma (secretaris)
Mede aanwezig:
J. van Wijk, directeur financiën bij de behandeling van punt III, jaarrekening
Afwezig:
drs. J. van der Does (adviseur)
0 Waterkansenkaarten en communicatie
Voorafgaande aan de vergadering geeft de heer Schepers, communicatieadviseur, aan de hand van sheets (bijgevoegd bij het verslag van de cie. Bestuurszaken) een inleiding over de communicatieve aspecten van de waterkansenkaarten. De heer Schepers ziet de waterkansenkaarten als een kennisproduct dat een belangrijke rol dient te spelen bij de dialoog over het anders omgaan met en denken over water. Daarbij zijn de uitgangspunten van WB21 bepalend.
De heer Zandwijk vindt dat het water al voldoende aandacht krijgt en beoordeelt de huidige benadering als onevenwichtig. De voorzitter acht het van essentieel belang dat zowel intern, binnen de Rijnlandse organisatie, als extern naar provincies en gemeenten, eenduidig is wat de waterkansenkaarten zijn en wat er mee wordt beoogd. Daarvoor is een omdenken nodig. Spreker erkent dat sprake is van een kennisproduct, maar daarmee is reeds nu inzet richting andere overheden nodig. Dit maakt dat aan de communicatie bepaalde risicos zijn verbonden.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs, refererend aan de recente wateroverlast van november 2000, benadrukt het belang van publiciteit over wateraangelegenheden. Rijnland is het niet gewend om naar buiten te treden. De voorzitter deelt mee dat dit onderwerp weer aan de orde zal komen in de VV van september.
De voorzitter opent de vergadering en doet mededeling van het bericht van verhindering.
Op verzoek van mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs wordt punt VI (Pilot rioolbeheer Noordwijkerhout) aan de agenda toegevoegd. Dit gebeurt ook met de punten IIIb (Af te sluiten investeringskredieten) en XI (Planvormingstudie Zandvoort) op verzoek van de heer Van Warmerdam.
II Verslag vergadering d.d. 4 april 2001
Op verzoek van mevrouw Binnendijk-van der Heijden worden vóór het woord bergingslocaties (pag. 2, één na laatste alinea) toegevoegd de woorden "het merendeel van". Overigens vastgesteld.
Naar aanleiding van: Mevrouw Binnendijk-van der Heijden zal alsnog de informatie ontvangen die is toegezegd in de laatste alinea op pagina 2, vóór de VV van 20 juni a.s.
De voorzitter deelt mee dat in de Stuurgroep Rijnl@ndnet is afgesproken nader te bezien hoe een klachtenloket op de website vorm kan krijgen. Voorts is besloten om via koppeling met andere sites aandacht aan energiebesparing te besteden (pag. 5, eerste alinea).
Mevrouw Binnendijk-van der Heijden wijst op het achterblijven van de gerealiseerde investeringen ten opzichte van de investeringen die zijn begroot (pag. 18). Spreekster vraagt zich af of er sprake is van een toename van de openstaande posten ingezetenenomslag (pag. 20) en vraagt aandacht voor de lasten van de waterkeringszorg, waarvan de heffing en invordering onevenredig hoog zijn (pag. 30).
De heer Van Warmerdam wijst op het achterblijven van de kosten van baggeren ten opzichte van de planning (tabel pag. 17). Spreker constateert dat het totale bedrag aan kwijtschelding achterwege blijft bij de raming. De heer Van Warmerdam vraagt er aandacht voor dat de opwaardering van woningen ingevolge van de recente WOZ beschikkingen mogelijk tot een vermindering van het aantal kwijtscheldingen zal leiden. Spreker vraagt in verband daarmee naar de mogelijkheden tot verruiming van de kwijtscheldingsregeling. De voorzitter deelt de heer Van Warmerdam desgevraagd mee dat in het jaar 2000 geen groene stroom is ingekocht. De heer Van Klaveren schets de oorzaken die er toe hebben geleid dat er nog geen (interim) baggerprogramma is vastgesteld. Uiterlijk in december van dit jaar zal aan de VV een interim baggerprogramma worden voorgelegd. Mevrouw Topper-Van der Salm, verwijzend naar de Raamagenda waarin behandeling in september/oktober is voorzien, benadrukt de urgentie van de baggerproblematiek. Spreekster gaat er vanuit dat in januari 2002 met de uitwerking van het interim baggerprogramma zal worden begonnen. De heer Van Klaveren bevestigt dit.
De heer Van Wijk deelt mevrouw Binnendijk-Van der Heijden mee dat het ontbreken van een baggerprogramma de belangrijkste oorzaak is van het achterblijven van de investeringen. Met betrekking tot de kwaliteitswerken is wel alles gerealiseerd. Met betrekking tot de openstaande posten ingezetenenomslag geldt dat sprake is van een marginaal percentage in verhouding tot het totale bedrag. De voorzitter wijst er in dat verband op dat Rijnland op dit punt in vergelijking met andere overheden een uitstekend figuur slaat.
Met betrekking tot de kwijtschelding merkt de heer Van Wijk op dat Rijnland, binnen de wettelijke mogelijkheden, de meest ruime regeling hanteert. Vermogensbezit kan daarbij niet worden uitgesloten.
Het percentage kwijtscheldingen komt overeen met die van de sociale diensten van Amsterdam en Rotterdam. De heer Van Warmerdam vraagt of kan worden aangegeven welk gedeelte van verzoeken om kwijtschelding wordt afgewezen in verband met vermogensbezit.
(Noot: Jaarlijks worden ± 10 verzoeken om kwijtschelding i.v.m. eigen woningbezit afgewezen. Het totale aantal verzoeken bedraagt 18 á 20.000)
De heer Van Wijk wijst er op dat het hoge kostenpercentage van heffen en invorderen als last waterkeringszorg met name wordt veroorzaakt door de taxatiekosten WOZ. Daarvan draagt Rijnland 50%. Dit percentage zal in 2003 zijn gedaald tot 15%
De heer Van Klaveren deelt de heer Van Warmerdam mee dat niet ieder jaar het begrote bedrag voor de aanleg van natuurvriendelijke oevers wordt besteed. Op dit moment wordt wel onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om natuurvriendelijke oevers aan te leggen langs de Westelijke Ringvaart en de Haarlemmertrekvaart.
De commissie adviseert positief.
III Af te sluiten investeringskredieten
De heer Van Warmerdam wijst op de post calamiteitenkrediet t.b.v. waterstaatkundige algemene werken van f 250.000,- (bijlage 1) die niet is gebruikt in 2000. Spreker bepleit dit bedrag op te nemen in een fonds. De voorzitter en de heer Van Klaveren wijzen er op dat deze post ziet op eventuele noodreparaties. In de planstudie naar het gemaal Katwijk en haar piekbergingslocaties zullen reserveringen aandacht krijgen.
IV Subsidie Oeverherstel; Meerjarenraming 2001-2006 en vaststellen tarieven vaargelden
De heer Van Klaveren geeft een nadere toelichting. Onderdeel van de subsidieregeling vormt ook het bevorderen en stimuleren van herstel van de oevers op natuurvriendelijke wijze. De heer Van Klaveren deelt de heer Van der Weijden mee dat Rijnland de aanvragen om subsidie voor oeverherstel nauwkeurig beoordeelt, zonder overigens de aanleg van natuurvriendelijke oevers te verplichten.
Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden vindt dat niet meer moet worden geheven dan nodig is voor het oeverherstel. De heer Van Klaveren deelt mevrouw Binnendijk-Van der Heijden desgevraagd mee, dat omtrent de hoogte van vaartarieven geen afstemming met naburige waterschappen plaats vindt.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs stemt in met het voorstel voor verlaging van het tarief. Spreekster vraagt zich af of dat in de toekomst ook moet gebeuren, gelet op het bijzondere karakter van de sloten en de toenemende drukte van motorboten aldaar.
Mevrouw Verboom-Van den Akker bepleit geen verdere tariefsverlaging.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs wijst op de nuttige functie van driehoekmosselen op aanwezige beschoeiing, zoals het zuiveren van het water. Spreekster bepleit in voorkomende gevallen vervanging van beschoeiingen in de winterperiode, zodat er minder schadelijke effecten voor deze driehoeksmosselen optreden. De heer Van Klaveren deelt de heer Van der Weijden mee dat vaarsnelheden worden gecontroleerd.
De commissie adviseert positief, met de aantekening dat geen verdere verlaging van de tarieven wordt voorgestaan.
V Vergoeding kadeverbeteringswerken 2000; meerjarenraming 2001-2006
De heer Van Klaveren geeft een nadere toelichting. Gelet op het meerjarenprogramma kadeverbeteringswerken van de inliggende waterschappen wordt voorgesteld de egalisatievoorziening van f 600.000,- naar f 750.000,- te verhogen. De inliggende waterschappen zijn verantwoordelijk voor het beheer van de boezemkaden en Rijnland heeft als boezembeheerder een evenredig belang bij deze verbeteringskosten. De heer Van Klaveren geeft de heer Van der Weijden een toelichting op de wijze waarop Rijnland de aanvragen om vergoedingen beoordeelt. Bestaande natuurvriendelijke oevers worden gehandhaafd, aanleg daarvan in dit kader is niet altijd mogelijk.
De heer Van Klaveren deelt de heer Zandwijk mee dat de voorgestelde verhoging van de egalisatievoorziening zal worden begroot voor 2002.
De commissie adviseert positief.
VI Pilot overname rioolbeheer gemeente Noordwijkerhout
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs wijst op punt 2.8 van de door de Duinwaterbedrijf Zuid-Holland en Rijnland ondertekende intentieverklaring, waarin aandacht wordt gegeven aan mogelijk invoering van het financiële waterspoor. Gelet op reeds bestaande mogelijkheden tot opvang van regenwater door particulieren, dient ook vanuit kwantititeitsoverwegingen het waterspoor te worden bepleit.
VII Krediet meetprogramma boezemwateren
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs spreekt haar teleurstelling uit over het rapport waarin meerdere spel- en stijlfouten voorkomen.
Spreekster vraagt zich af of dit meetprogramma het interim baggerprogramma vertraagt en voorst of de kunstwerken moeten worden ingemeten. Voor dit laatste onderdeel zou de Topografische Dienst of het Kadaster kunnen worden geraadpleegd. Spreekster is akkoord met de voorgestelde meetafstand van 250 m.
De heer Van Klaveren geeft aan dat niet alle kunstwerken bij Rijnland bekend zijn. Als de gegevens in het GIS zijn ingebracht, dan is het bijhouden van dat systeem noodzakelijk. Het systeem is essentieel voor het baggerprogramma, en de leggers, en voor het beheerregister. Het meetprogramma zal geen vertraging opleveren voor het interim baggerprogramma. De inliggende waterschappen zullen ook bijdragen in de kosten van uitvoering van het meetprogramma.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs adviseert om na te gaan of het GIS van Natuurmonumenten kan worden gebruikt.
De heer Steegh deelt mevrouw Van der Kooi-van der Kolk mee dat projecten boven de f 300.000,- Europees dienen te worden aanbesteed. Spreker deelt de heer Zandwijk mee dat sprake is van een inhaalslag en dat de omslag na vijf jaar niet snel zal dalen, mede gelet op de kosten die zijn verbonden aan het onderhoud van het GIS.
De heer Van Warmerdam vraagt om een verduidelijking van de kosten, die staan vermeld op pagina 4 van de aanbiedingsbrief.
(noot: De kosten bedragen f 6.195.000,-, daarvan is reeds f 339.000,- in de exploitatiebegroting 2001 opgenomen, zodat een krediet resteert van f 5.860.000,-)
De commissie adviseert positief.
VIII Krediet inrichting peilvakken Bollenstreek, regio de Zilk
De heer Van Klaveren geeft een nadere toelichting. Er is sprake van een combinatie van maatregelen waarvan de kosten door meerdere partijen zullen worden gedragen. Het voorstel heeft niet alleen betrekking op de bollentelers. Onderzoeken naar de oorzaken van de geconstateerde vernatting hebben niet een éénduidig resultaat opgeleverd. Gelet op de situatie is het van groot belang dat de voorgestelde maatregelen zo spoedig mogelijk worden uitgevoerd.
De heer Van der Weijden voelt zich overvallen door het plan, dat vergelijkbaar is met een landinrichtingsplan. Spreker acht het niet waarschijnlijk dat de particulieren een financiële bijdrage zullen leveren. De geringe drooglegging is er altijd geweest en ook het boezempeil is niet veranderd. Een grotere drooglegging voor het bollengebied is niet opgenomen in het WBP-2000. Problemen kunnen ook door middel van vruchtwisseling worden opgelost.
Spreker wijst er op dat er thans nog slecht sprake is van onderzoek. De uitvoering van de plannen zal zeer kostbaar blijken.
Mevrouw Binnendijk-van der Heijden is verheugd dat er thans een oplossing wordt geboden voor een reeds jaren bestaand probleem. De benodigde compensatie van 50 ha zal ter plaatse moeilijk voor f 2 miljoen zijn te realiseren.
De heer Van Warmerdam onderschrijft de bezwaren van de heer Van der Weijden. Spreker vindt het overigens moeilijk om een eindoordeel te geven, aangezien hij het onderzoeksrapport niet kent. Historisch gezien is er niets veranderd. De oplossing van bestaande problemen wordt door de provincie naar het oordeel van spreker te gemakkelijk bij de waterschappen gelegd. De heer Van Warmerdam acht het speculatief om de benodigde compensatie te zoeken in de aanlegen van een woonschepenhaven. De voorgestelde omslagclassificatie acht spreker een heilloze weg, aangezien het rapport Togtema afschaffing daarvan bepleit.
De heer Zandwijk toont zich verheugd over de voorstellen, hoewel een implementatie van de plannen vóór het teeltseizoen 2001 de voorkeur zou hebben gehad.
Spreker wijst er op dat in het gebied duidelijke veranderingen ten opzichte van vroeger hebben voorgedaan. Het gaat niet alleen om de bollentelers, ook anderen hebben last van de situatie. De bollentelers hebben al aanzienlijke extra investeringen gedaan.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs vraagt de mogelijkheden te onderzoeken om het uit de bufferzone vrijkomende zand te gebruiken om de bollenvelden op te hogen. Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs is tegen de voorgestelde woonschepenhaven als compensatie. Deze compensatie dient naar haar oordeel binnen het betreffende gebied te worden gevonden.
Mevrouw Topper-van der Salm onderschrijft de opmerkingen van de heer Zandwijk. Spreekster benadrukt dat vruchtwisseling al lang plaatsvindt. Er is geen sprake van dat het plan thans wordt doorgedrukt, gelet op het bestuurlijk overleg dat verschillende malen heeft plaatsgevonden. Spreekster wijst er op dat de voorgestelde maatregelen al waren voorzien vóór het teeltseizoen 2001. De verminderde waterontrekking uit de duinen heeft geleid tot een verhoging van de grondwaterstand.
Mevrouw Topper-van der Salm wijst er op dat Rijnland mede-ondertekenaar is van het Pact van Teijlingen.
De heer Van Klaveren benadrukt dat gelet op de situatie, structurele maatregelen nodig zijn. In het kader van het opstellen van het nieuwe peilbesluit voor de boezem van Rijnland vindt onderzoek naar het grondgebruik plaats. Vaststaat dat een droogleggen van 65-70 cm noodzakelijk is voor de bollenteelt. Uit onderzoek blijkt dat deze thans te gering is. Spreker wijst er op dat er in het gebied veel legale en ook illegale onderbemalingen voorkomen. Een speerpunt uit het WBP-2000 is de opheffing van die onderbemalingen, hetgeen door de thans voorgestelde maatregelen wordt gerealiseerd. De provincie heeft duidelijk aangegeven zich betrokken te voelen bij de oplossing van de onderhavige problematiek zoals o.m. blijkt uit de bereidheid de te treffen maatregelen mee te financieren.
De heer Van Klaveren wijst er op dat compensatie door de aanleg van een woonschepenhaven een relatief goedkope mogelijkheid is.
De heer Van Warmerdam vraagt aandacht voor de mogelijke opties die in het verleden aan de orde zijn geweest, zoals ophogen van de percelen, gesloten drainage en onderbemaling.
De heer Van Klaveren geeft nogmaals aan dat er hoogtemetingen zijn gedaan voor een deel van het gebied. Daaruit blijkt een te geringe drooglegging. De heren Van Warmerdam en Van der Weijden zal het onderzoeksrapport van Oranjewoud worden toegezonden.
Spreker wijst er op dat in plaats van het aanbrengen van een omslagclassificatie ook aan fondsvorming zou kunnen worden gedacht, terwijl in het verdere traject aan een bijdrage van de bollentelers zou kunnen worden gedacht. De heer Zandwijk is daar tegen, gelet op de verantwoordelijkheid van de provincie in verband met het stoppen van de waterwinning uit de duinen.
De suggestie van mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs om het van de bufferzone afkomstige zand te gebruiken voor de bollenvelden zal nader worden bezien.
De heer Van Klaveren benadrukt dat Rijnland met de voorgestelde maatregelen een inspanningsverplichting op zich wil nemen.
Er vindt een nadere gedachtewisseling plaats over de mate waarin mogelijke verstuiving van het zand tot verlaging van drooglegging heeft geleid en op welke wijze dat zou kunnen worden gemeten.
Er zal op 3 juli a.s. een informatie avond voor de betrokkenen worden georganiseerd. Mevrouw Topper-van der Salm bekritiseert die datum, gelet op de piekdrukte van de bollentelers.
De heer Van der Weijden is van mening dat detailontwatering de verantwoordelijkheid is van de telers zelf. De provincie is in hoge mate verantwoordelijk voor het ontstaan van de situatie, terwijl Rijnland zeker in het vervolgtraject voor zeer hoge uitgaven zal komen te staan.
De heer Van Warmerdam stemt in met het gevraagde krediet, maar heeft aarzeling over de nog te nemen definitieve maatregelen.
Mevrouw Binnendijk-van der Heijden stemt eveneens in met het gevraagde krediet, maar heeft moeite met de voorgestelde wijze van compenseren, gelet op de precedentwerking die daar vanuit gaat.
Met inachtneming van bovenstaande adviseert de commissie positief, met uitzondering van de heer Van der Weijden die een voorbehoud maakt. Voorts verbindt mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs aan haar instemming de nadrukkelijke voorwaarde dat compensatie binnen het gebied moet plaatsvinden.
XII Nota van uitgangspunten renovatie boezemgemaal Gouda
De heer Van der Weijden bepleit aandacht voor de mogelijkheid van de aanleg van een zuivering voor de inlaat vanuit de Hollansche Ijssel. De voorzitter zegt toe dat dit aspect zal worden meegenomen in het nadere onderzoek. De heer Van Klaveren deelt de heer Van Warmerdam mee dat het peilbeheer van de stadsboezem van Gouda door Rijnland wordt uitgevoerd en dat de resultaten van de studie naar de voor het gemaal Katwijk na te streven bedrijfszekerheid ook zullen worden gebruikt voor de aanpassing van het boezemgemaal Gouda.
De voorzitter deelt mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs mee dat de ervaringen die zijn opgedaan met het gemaal Halfweg, dat onbemand is, positief zijn. Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs vraagt aandacht voor stroomvoorziening van het gebouw door zonnecollectoren. Dit zal eveneens worden meegenomen in het nadere onderzoek.
De commissie adviseert positief.
a. Jaarverslag 2000
De heer Van der Weijden constateert op basis van de tabellen op pagina 13 dat sprake is van een verslechtering van de waterkwaliteit. Spreker acht dit zeer zorgelijk, vooral gelet op het feit dat de Rijn steeds schoner wordt. De verontreiniging van het oppervlaktewater komt dus vanuit het beheergebied van Rijnland.
Overigens kennisgenomen.
b. Raamagenda
Kennisgenomen.
c. Resultaten grondmechanisch onderzoek Spaarndammerdijk
De heer Van Warmerdam vraagt zich af of er voldoen is gekeken naar de toestand van de binnendijk. Spreker zal hierover contact opnemen met de projectleider ir. P. van den Berg.
d. Convenant Pilot jaarrondexploitatie strand Zandvoort.
Kennis genomen.
e. Strategienota Streekplan Noord-Holland Zuid
Er vindt een gedachtewisseling plaats over de wijze waarop de totale behoefte aan waterberging moet worden aangegeven qua inhoud of oppervlakte.
Overigens kennis genomen.
f. Legger van de primaire waterkering
Kennis genomen.
g. Procedure Waterkeringsbeheerplan
De secretaris wijst op de procedure die voor de behandeling van concept beleidsregel door het college is vastgesteld. Deze procedure geldt ook voor het Waterkeringsbeheerplan.
Overigens kennis genomen.
1. Concept beleidsregel dempingen
Wegens tijdgebrek aangehouden tot september a.s.
2. Besluiten vergadering D&H
De voorzitter deelt de heer Van Warmerdam mee dat de helft van de kosten t.g.v. de brandschade awzi Katwijk door de verzekering zal worden vergoed (D&H 22/5).
De voorzitter deelt de heer Van der Weijden mee dat de dieptemaat van het baggeren nader zal worden afgestemd met de vaarwegbeheerders. Dit onderwerp zal bij het baggerprogramma wederom aan de orde komen.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs vraagt aandacht voor een pilot project voor de Oude Rijn in Gelderland. Het betreft een proef van peilaanpassing t.b.v. rietoevers. De voorzitter zegt aandacht toe.
Spreekster adviseert een bezoekje te brengen aan de vlakbij het kantoor gelegen Trambaan, waar binnenkort de rietorchidee in bloei staat.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Waterstaat van 12 september 2001.
