I Opening
IV Technisch jaarverslag
V Natuurontwikkeling gebied Lentevreugd
VI Bijdrage ecologische verbinding Haarlemmer Trekvaart
VII Krediet legger en beheerregister
VIII Aanpassing doorvaartgelden Grote Sluis Spaarndam
X Notulen vergadering 13 juni 2001
XI Mededelingen
Overige punten
Rondvraag
Aanwezig:
J.L. van Klaveren (voorzitter),
J.P.R.M. Steegh (plv. voorzitter)
Mevrouw E.I. Binnendijk-van der Heijden, mevrouw A. Louwe Kooijmans-Bouhuijs, Mevrouw M.A. Topper-van der Salm, mevrouw G.C. Verboom-van den Akker, W.M.N. van Warmerdam, H.G. van der Weijden en M.C.J. Zandwijk (leden)
mr. T. Stoffelsma (secretaris)
drs. J. van der Does (adviseur)
Afwezig:
mevrouw Th.C. van der Kooi-van den Kolk
De voorzitter opent de vergadering en doet mededeling van het bericht van verhindering. Spreker deelt voorts mee dat de voor vandaag geplande presentatie over de kustvisie 2050, op verzoek van de projectgroep, naar een volgende vergadering zal worden verplaatst.
De voorzitter wijst op een fout in de laatst alinea op pag. 1-1. De totale afvoer bedraagt 760 mln./ m³.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs vraagt aandacht voor de figuren op pag. 2-11, waaruit een aanmerkelijk verschil blijkt tussen de stikstofbelasting van boezemwateren door het effluent van de awzis van Rijnland in de zomer- en winterperiode. De heer Van der Does licht toe dat het verschil wordt veroorzaakt doordat de polders in de winter meer water uitslaan op de boezem dan in de zomer. Het aangeven van het totaal in vrachten ware duidelijker geweest.
De heer Steegh wijst er op dat het college naar aanleiding hiervan de mogelijkheden tot stikstofreductie in het effluent ten behoeve van verbetering van de lokale waterkwaliteit nader gaat bezien.
De heer Van Warmerdam wijst op de zorgelijke ontwikkeling met betrekking tot de hoeveelheid neerslag. Spreker constateert aan de hand van de grafieken op pag. 1-3 dat het gemiddelde boezempeil de laatste jaren gedaald is.
De voorzitter merkt op dat de grenzen van de boezembemalingcapaciteit in zicht komen. Spreker licht toe dat er eerder wordt geanticipeerd op basis van de verwachte neerslag. De heer Van der Does geeft aan dat het toenemen van de bemaling in de nachtelijke uren een verschuiving betekent van de bemalingsactiviteiten ten opzichte van het laatste meettijdstip (07.00). Dit betekent een lichte vertekening van de gegevens.
De heer Van der Weijden vraagt zich af of de geconstateerde verlaging van het peil het gevolg is van de automatisering van het boezembeheer. De verlaging van het peil acht spreker verontrustend. De heer Zandwijk merkt op dat hem meerder malen klachten bereiken over een te hoog peil.
Mevrouw Binnendijk-van der Heijden wijst op de op pag. 1-5 weergegeven waterbalans. Spreekster bepleit opname van een voortschrijden overzicht. De voorzitter zegt aandacht toe. De heer Van der Weijden is verheugd dat dit technisch jaarverslag ook op de website van Rijnland te raadplegen zal zijn.
Spreker vraagt aandacht voor de in figuur 2.6 op pag. 2-6 aangegeven hoeveelheid fosfor in zandpolders. Na een gedachtewisseling over fosfaatverzadigde gronden en de daardoor veroorzaakte uitspoeling van nutriënten onderkend de commissie de ernst van de situatie in de zandpolders.
V Natuurontwikkeling gebied Lentevreugd
De voorzitter geeft een nadere toelichting. Er is sprake van een pilotproject, om de verdroging en vernatting in het boezemland met elkaar in balans te brengen. Het heeft de nadrukkelijke voorkeur van de provincie dat Rijnland het beheer en onderhoud van de aan te leggen randsloot uitvoert.
Mevrouw Binnendijk-van der Heijden trekt de parallel met een in te richten woonwijk, waarvoor geldt dat de inrichter de aanleg van de natte infrastructuur betaalt en de waterbeheerder deze vervolgens beheert en onderhoudt. De kosten van het graven van de randsloot dienen dus niet ten laste van Rijnland te komen. De voorzitter benadrukt dat het hier gaat om een proefproject dat door Rijnland wordt benut om kennis en ervaring op te doen, zonder dat daarmee een precedent wordt geschapen. De heer Steegh merkt op dat de herinrichting van het gebied niet is te vergelijken met een nieuw aan te leggen woonwijk. Dit proefproject heeft geen precedentwerking zodat niemand daaraan rechten kan ontlenen.
Mevrouw Binnendijk-van der Heijden deelt mee ter zake een voorbehoud te maken. De heer Van der Weijden refereert in dit verband aan de kosten die Rijnland zal moeten maken voor de compensatie voor de inrichting van peilvakken in de bollenstreek.
De heer Van Warmerdam vraagt om een situatiekaart van het betrokken gebied. De voorzitter zegt deze toe. Spreker deelt de heer Van Warmerdam desgevraagd mee dat de Dienst Landelijk Gebied de werken uitvoert. Rijnland betaalt daar een deel van.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs bepleit dat de stuwen milieuvriendelijk worden aangelegd. De voorzitter zegt toe dat daar aandacht aan wordt besteed. Mevrouw Topper-van der Salm wijst op het grote hoogteverschil in sommige watergangen.
De commissie adviseert positief, met dien verstande dat mevrouw Binnendijk-van der Heijden een voorbehoud maakt.
VI Bijdrage ecologische verbinding Haarlemmer Trekvaart
De voorzitter geeft een nadere toelichting. Aanleg van natuurvriendelijke oevers is een speerpunt in het WBP-2000. De bijdrage van Rijnland aan dit project van 4100 m natuurvriendelijke oever is beperkt. Daarnaast wordt hierdoor extra boezemwater gerealiseerd. Op verzoek van de heer Van Warmerdam zal een situatiekaart worden bijgevoegd en zal worden nagegaan wat de status en de datum is van de bijgevoegde notitie Inrichting en beheer watergangen.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs vraagt er aandacht voor dat het o.a. voor de waterspitsmuis van belang is dat de juiste grondsoort wordt gebruikt en waarop de natuurvriendelijke oevers worden aangelegd.
De heer Van der Weijden bepleit ook na het realiseren van dit voorstel bijzonder aandacht voor de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Spreker is voorstander, indien er een keuzemogelijkheid bestaat, van aanleg van de natuurvriendelijke oevers op boezemniveau. De voorzitter deelt mee dat de provincie deze voorkeur deelt.
De commissie adviseert met instemming positief.
VII Krediet legger en beheerregister
De voorzitter geeft een nadere toelichting.
Mevrouw Binnendijk-van der Heijden ondersteunt het voorstel van harte, aangezien het de vereiste gegevens oplevert om de waterkwantiteitstaak goed te kunnen uitoefenen. De voorzitter deelt de heer Van der Weijden mee dat de legger het theoretisch profiel van de boezemwateren beschrijft.
De heer Van der Weijden vraagt aandacht voor de benodigde extra diepte, om op grond van waterkwaliteitsoverwegingen opwervelingen veroorzaakt door de scheepvaart te voorkomen.
Er vindt een nadere gedachtewisseling plaats over de verantwoordelijkheden van vaarweg- en waterbeheerder met betrekking tot de extra diepte van de watergangen. De voorzitter concludeert dat de dieptemaat nader zal moeten worden afgestemd met de vaarwegbeheerder. Dit onderwerp zal bij de beoordeling van het baggerprogramma nader aan de orde worden gesteld.
De commissie adviseert positief.
VIII Aanpassing doorvaartgelden Grote Sluis Spaarndam
Mevrouw Verboom-van den Akker bepleit meer differentiatie in de tarieven voor pleziervaartuigen, gebaseerd op scheepslengte.
Mevrouw Binnendijk-van der Heijden is ook voorstander van tariefdifferentiatie en bepleit een kostendekkend tarief.
De heer Van Warmerdam is tegen het voorstel. Spreker heeft de indruk dat de euroaanpassing aanleiding is voor het voorstel. Dit zal zich publicitair tegen Rijnland keren. Spreker is voorts van mening dat voor de beroepsvaart ten opzichte van de recreatievaart te lage tarieven worden berekend.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs acht meer tariefdifferentiatie voor de recreatievaart en een tarief op basis van tonnage voor de beroepsvaart gewenst.
De heer Steegh deelt de heer Zandwijk mee dat de tariefsaanpassing kan worden bekend gemaakt door middel van een advertentie in het blad Schuttevaer.
De commissie adviseert, met inachtneming van het bovenstaande positief, met dien verstande dat de heer van Warmerdam zich tegen het voorstel uitspreekt.
X Notulen vergadering 13 juni 2001
Vastgesteld. Naar aanleiding van:
De heer Van Warmerdam attendeert op de beleidsregel dempingen. Deze zal worden geagendeerd voor de vergadering van de commissie van 10 oktober.
d. Stand van zaken overdracht primaire waterkering Velsen
De voorzitter geeft een toelichting. Door het KB van 20 januari 2001 is een gedeelte van de gemeente Velsen toegevoegd aan het taakgebied waterkering van Rijnland.
e. Beleidsvisie GS van Zuid-Holland inzake de organisatie van het waterbeheer in Zuid-Holland.
De voorzitter is verheugd dat er nu door GS van Zuid-Holland een duidelijke uitspraak over de organisatie van het waterbeheer ligt. Het besluit is de minimum variant van hetgeen de VV van Rijnland als wenselijk heeft uitgesproken. Het op afstand plaatsen van het zuiveringsbeheer zal na de fusie worden beoordeeld. Het is thans aan provinciale staten van Zuid-Holland om zich over het besluit van GS uit te spreken. De voorzitter deelt mevrouw Binnendijk-van der Heijden mee dat het college het beleidsvoornemen van GS nog niet heeft besproken. De heer Steegh wijst op het belang van de besluitvorming door de statencommissie en provinciale staten ter zake. Het besluit van GS sluit aan bij de door de VV gewenste organisatie van het waterbeheer. Spreker acht het in verband daarmee opportuun dat de VV zich thans enigszins terughoudend opstelt.
De heer Van Warmerdam toont zich tevreden met het besluit van GS. De voorzitter deelt mee dat in de commissie Bestuurszaken de suggestie is gedaan om aan dit onderwerp een aparte commissievergadering dan wel een informele VV te wijden.
Overigens kennisgenomen.
f. Planning vergaderingen 2002
Kennisgenomen.
g. Wisseling voorzitterschap commissies
Kennisgenomen.
1. Besluitenlijst vergaderingen D&H
a. Rapportage Evaluatie Pact van Teylingen (D&H 14 augustus)
Mevrouw Binnendijk-van der Heijden toont zich verbaasd over het standpunt van het college. Daaruit blijkt een voorkeur voor bebouwing van de streek, boven bebouwing van het veenweidegebied. Mevrouw Binnendijk-van der Heijden en mevrouw Topper-van der Salm achten dit strijdig met het, ook door Rijnland ondertekende, Pact van Teylingen. De loyaliteit van Rijnland jegens de medeondertekenaars van het Pact is daardoor in het geding. De heer Steegh wijst er op dat het Pact is gebaseerd op gegevens uit 1996. Spreker licht toe dat er thans een evaluatie van het Pact van Teylingen plaats vindt. Het college heeft daarin en in het feit dat er op basis van de waterkansenkaarten nieuwe informatie beschikbaar is, aanleiding gevonden om aan te geven dat, indien Rijnland voor de keuze wordt gesteld om te bouwen in het veenweidegebied of op hoger gelegen zandgronden, de voorkeur naar de laatste optie uitgaat.
b. Groene energie ( D&H 14 augustus)
De voorzitter deelt de heer Van Warmerdam mee dat dit onderwerp is geagendeerd voor de VV van 19 september a.s.
c. Stand van zaken grensoverschrijdend afvalwater (D&H 14 augustus)
De heer Steegh geeft de heer Van Warmerdam desgevraagd een nadere toelichting. Delfland gaat er vanuit dat ook het afvalwater afkomstig uit Zoetermeer, Leidschendam en Wassenaar in de nieuw te bouwen awzi Harnaschpolder zal worden gezuiverd. Daaromtrent vindt door Rijnland nog nader onderzoek plaats. Er zullen overigens voor de Rijnlandse heffing geen majeure gevolgen zijn.
d. Aanpassing Kostentoedelingsverordening (D&H 4 september)
Mevrouw Binnendijk-van der Heijden vraagt naar het tijdstip van aanpassing van de Kostentoedelingsverordening. De voorzitter geeft aan dat daarover nog geen besluit is genomen, mede gelet op de daarvoor benodigde wetswijziging. Het onderwerp zal op 18 september opnieuw in het college worden besproken.
2. Begrotingsvergelijking
De voorzitter deelt mee dat in de grafiek op pagina 39 onjuiste informatie is opgenomen over de door Rijnland gemaakt kosten per gemaaide km. Deze kosten zijn in werkelijkheid veel lager. Mevrouw Binnendijk-van der Heijden wijst er op dat de tarieven ongebouwd van Rijnland en van de inliggende waterschappen landelijk gezien de hoogste zijn. De heer Van Warmerdam wijst op onjuistheden in de overzichtskaarten (opgenomen na pag. 16).
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs is verheugd over de stageplaats ten behoeve van het onderzoek naar driehoeksmosselen.
De voorzitter wijst er op dat deze veel in de Westeinderplassen voorkomen. Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs attendeert op hechtmogelijkheden van driehoeksmosselen zoals aangebracht in het Volkerak.
De heer Van Warmerdam attendeert op het grote verschil tussen het krediet voor, en de investeringskosten van het gemaal en de persleiding (VV agendapunt IX). De voorzitter deelt mee dat dit verschil is te verklaren vanwege het gunstige moment van aanbesteden met een zeer gunstig resultaat.
