Verslag commissie waterstaat 28 november 2001

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Verslag commissie waterstaat 28 november 2001

Agenda

I Opening

III Meerjarenraming 2002 - 2006 IV Begroting 2002 a. Concept begroting

XI Krediet stabiliteitstoets Goejanverwelledijk

XVII Notulen vergadering 10 oktober 2001

XVIII Mededelingen

a. Interim baggerprogramma

b. Energienota

c. Evaluatie besturingsmodel

d. Nadere financiële onderbouwing krediet Veenweideproject

XIX Rondvraag

Overige punten

Besluitenlijsten vergaderingen DenH

Verslag

Aanwezig
J. L. van Klaveren (voorzitter), J.P.R.M. Steegh (plv. voorzitter)

Mevrouw E.I. Binnendijk-van der Heijden, mevrouw Th. C. van der Kooi- van den Kolk mevrouw A. Louwe Kooijmans-Bouhuijs, mevrouw M.A. Topper-van der Salm, mevrouw G.C. Verboom- van den Akker, H.G. van der Weijden (leden)

mr. T. Stoffelsma (secretaris)

ir. B. van der Veer (adviseur)

J. van Wijk, Directeur Financiën bij de behandeling de punten III Begroting 2002 en IV Meerjarenraming 2002-2006.

ir. J.D. Heijnis, Directeur Sector werken

Afwezig
M.J.C. Zandwijk, W.M.N. van Warmerdam

I Opening

De voorzitter opent de vergadering en doet mededeling van de berichten van verhindering.

De heer Steegh geeft vervolgens een presentatie over de Gebiedsaanpak Gouwe-Wiericke west (GWW).

De provincie Zuid-Holland, Rijnland en Wilck en Wiericke onderzoeken, ter voorbereiding op de herinrichting Reeuwijk, de mogelijkheden voor duurzaam waterbeheer in het landelijk gebied tussen Boskoop en Reeuwijk. Hierbij spelen het rapport over het Waterbeheer in de 21e eeuw, de Waterkansenkaart Groene Hart en het rapport Bruisend Water van de provincie Zuid-Holland een rol. Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn de beperking van de inlaat van gebiedsvreemd water en het tegengaan van de verzilting door onder meer waterconservering.

De commissie ondersteunt in beginsel de doelstellingen en de aangegeven uitwerking van de gebiedsaanpak. Daarbij wordt met name aangegeven dat verkrijgen van een draagvlak van betrokkenen in het gebied essentieel is voor succes. Voorts wordt aangegeven dat uitwerking in fasen te koppelen aan het draagvlak, van belang is.

De planvorming voorziet in een overbruggingsplan, gelet op de onzekerheden van de agrarische grondgebruikers voor de komende jaren. De commissie ondersteunt in het algemeen het opstellen van een overbruggingsplan en een financiële bijdrage van Rijnland daarin.

Tenslotte geeft de commissie aan in principe in te stemmen met de intentie tot waterconservering in de Middelburg en Tempelpolder. De effecten daarvan zullen overigens nog wel beter in kaart moeten worden gebracht.

De door de heer Steegh bij zijn presentatie gebruikte sheets, zijn als bijlage gevoegd bij het verslag van de commissie Bestuurszaken van 26 november.

II Meerjarenraming 2002-2006

Na toelichting door de voorzitter adviseert de commissie posititief.

III Begroting 2002

a. Concept-begroting

De heer van Wijk merkt op dat er enige afrondingsverschillen in het stuk voorkomen ten gevolge van de overgang van gulden naar euro. De heer van Wijk geeft mevrouw Binnendijk van der Heijden een toelichting op de fluctuatie van het aantal vervuilingseenheden. (Rijnland in cijfers; pag.5) Bij bedrijven is sprake van jaarlijkse lichte daling ten gevolge van schonere productie processen. Voor woningen geldt een jaarlijkse stijging van ± 1 procent.

Het aantal waarde-eenheden gebouwd is met ongeveer 60% gestegen. De voorzitter en de heer van Wijk delen de heer van der Weijden desgevraagd mee dat met betrekking tot de kosten van de structurele maatregelen in de bollenstreek (pag. 18) in het jaar 2001 f. 300.000 is uitgegeven. De overige genoemde bedragen worden pas uitgegeven als daarover concrete besluiten zijn genomen.

De kosten van oppervlaktewaterkwaliteit (pag.18) betreffen investeringsonderzoeken. De heer van der Weijden vraagt zich af waarom het baggeren van de stadswateren in Gouda niet een hogere prioriteit heeft gekregen. Met name met het oog op verbetering van de waterkwaliteit. De voorzitter geeft aan dat eerst wordt begonnen met het baggeren van primaire boezemwateren. Er is nu nog sprake van een interim-baggerprogramma. Het college hoopt in 2004 een integraal baggerprogramma te kunnen vaststellen. De gemeente Gouda heeft aangegeven via het gemeentelijke waterplan daarvoor belangstelling te hebben.

De heer van Wijk geeft mevrouw Binnendijk-van der Heijden een toelichting op de storting egalisatievoorziening gebouwd (pag.40/42)

De heer van Wijk merkt nog op dat in het rapport Togtema geen omslagclassificatie is voorzien, tenzij in zeer bijzondere omstandigheden. Mogelijk zouden de kosten van de structurele maatregelen in de Zilk aanleiding kunnen zijn om deze bijzondere omstandigheden aan te nemen. Voorts deelt spreker de heer van der Weijden mee dat in het rapport Togtema wordt voorgesteld om tot wetswijziging te komen voor classificatie naar analogie van die in WOZ voor kerken en monumenten. Het is niet ondenkbaar dat daar ook natuurgebieden onder zouden kunnen vallen. De heer van Wijk deelt mee dat een notitie in voorbereiding is waarin inzicht wordt gegeven in de tarieven na de fusie van Rijnland met de inliggende waterschappen. Naar verwachting zal 1/3 van het gebied met hogere en 2/3 van het gebied met lagere tarieven te maken krijgen.

De commissie adviseert positief.

X Financiële bijdrage aanleg natuurvriendelijke oevers in Wassenaar

De heer Steegh deelt mevrouw Binnendijk-van der Heijden desgevraagd mee dat voor dit soort projecten geen geld is gereserveerd. Er was sprake van een stelpost. Per project dient dus een krediet te worden gevraagd. De heer van der Veer deelt mevrouw Binnendijk van der Heijden mee dat het percentage dat Rijnland bijdraagt in de kosten afhankelijk is van de plaatselijke situatie.

XI Krediet stabiliteitsonderzoek Goejanverwelledijk

De voorzitteren de heer van der Veer geven een nadere toelichting. Het krediet voor de kunstwerken zal apart worden gevraagd. Het werk zal waarschijnlijk iets langer dan een jaar duren.

Onder meer ten gevolge van de nodige afstemming met de bewoners is sprake van een arbeidsintensief werk. De ervaring die is opgedaan met het onderzoek naar de Spaarndammerdijk is maar beperkt te gebruiken, gelet op de afwijkende situatie. Mevrouw van der Kooi-van den Kolk vraagt aandacht voor de gevolgen van het zware verkeer over de dijk. Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs wijst op het mogelijk cultuur-historische karakter van de Volmolenduikers. Voor de instandhouding daarvan zou mogelijk geld kunnen worden gereserveerd. De heer van der Veer deelt mevrouw Binnendijk-van der Heijden desgevraagd mee dat de instandhouding van de Volmolenduikers weliswaar een zaak is van de gemeente Gouda, maar dat de veiligheidstoets door en op kosten van Rijnland moet worden uitgevoerd.

Mevrouw Topper-van der Salm vindt het onaanvaardbaar dat er in Gouda nog meerdere ongerioleerde panden zijn. De heer Steegh wijst er op dat ter zake via het waterplan Gouda, druk op de gemeente wordt uitgeoefend. Spreker merkt op een dergelijke situatie in meerdere steden voorkomt. Er zijn binnen Rijnlands gebied ongeveer 3000 ongerioleerde panden, waar onder 1400 woonboten in de Haarlemmermeer.

De commissie adviseert positief

XVII Notulen vergadering 10 oktober 2001

Op voorstel van mevrouw Topper- van der Salm worden de woorden"Dienst Landelijk Gebied" vervangen door de woorden "Stichting Inmaling Duinland" (pag. 4, Punt XI, eerste gedachtestreep, tweede regel) Overigens vastgesteld

XVIII Mededelingen

a. Interimbaggerprogramma

De voorzitter geeft een nadere toelichting.

De heer van der Weijden is van oordeel dat het baggeren van de stadsgrachten in Gouda uit waterkwaliteitsoverwegingen prioriteit dient te krijgen. Voorts is het volgens spreker van belang dat wordt gekeken naar bestrijding van de oorzaken van de aangroei van de baggerhoeveelheden. Een mogelijkheid daartoe is onder meer een beperking van de vaarsnelheden van de scheepvaart. Ook zou werk met werk gemaakt kunnen worden door de bagger op de kant te zetten ten behoeve van de aanleg van natuurvriendelijke oevers.

De voorzitter merkt op dat er altijd sprake is van baggeraanwas. Er zal in overleg met de vaarwegbeheerder nader gekeken naar vaarsnelheden en profieldiepte van de watergangen.

De heer van der Veer deelt de heer van der Weijden desgevraagd mee dat het inlaatregime vanuit de Hollandsche IJssel bij Gouda is aangepast ter voorkoming van het inlaten van zwevende stof. Ook het aanbrengen van een slibvang achter het gemaal heeft aandacht. Opslaan van bagger op de kant is alleen mogelijk bij een goede kwaliteit.

Mevrouw Verboom-van den Akker wijst op de mogelijkheid om dieper te baggeren en daarbij schone bagger mee te nemen, zodat de kwaliteit van de totale hoeveelheid beter wordt.

Mevrouw Binnendijk-van der Heijden acht het van belang dat er een goede afweging wordt gemaakt tussen baggeren en het toepassen van verwerkingstechnieken. Spreekster vraagt zich voorts af waarom het Zuider Buiten Spaarne niet in het interim baggerprogramma is opgenomen.

De heer Heijnis wijst er op dat de prioritering is van noord naar zuid verlegd. Er zal worden nagegaan of er geen instroming van bagger vanuit het niet gebaggerde deel van het Spaarne zal optreden. Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs vraagt naar de voortgang van de techniek waarbij vervuilde bagger als grondstof voor bakstenen kan worden gebruikt. De heer Heijnis wijst op de techniek waarbij cement wordt toegevoegd aan vervuilde bagger om stenen te produceren.

Deze techniek wordt in het gebied van Rijnland al toegepast. De heer van der Weijden merkt op dat in de criteria voor het baggeren weinig kwaliteitsaspecten worden genoemd.

De voorzitter geeft aan dat kwaliteitsaspecten bij zeer diepe primaire wateren een mindere rol spelen. Bij kwaliteitsbeoordeling is wellicht een andere prioritering van baggerwerken denkbaar.

De commissie neemt kennis van het interim baggerprogramma

b. Energienota

De heer Heijnis geeft mevrouw van der Kooi-van den Kolk een toelichting op de markt voor aardgas. Rijnland is daarvan een slechts een relatief kleine afnemer. Dit in tegenstelling tot de electriciteitsmarkt waar Rijnland wel samen met andere waterschappen samenwerkt. Wat windenergie betreft zijn grootschalige locaties interessant. Deze zijn echter in het gebied van Rijnland niet mogelijk. Rijnland faciliteert wel de plaatsing van windmolens op terreinen van zuiveringsinstallaties.

De heer Heijnis deelt mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs mee dat het rendement van gebruik van elektriciteit relatief gunstig is ten opzichte het gebruik van gasolie. Spreker deelt mevrouw Binnendijk-van der Heijden mee dat het beheer van het energiegebruik van bestaande installaties de aandacht heeft.

Overigens wordt het energieverbruik van installaties bepaald in de ontwerp-fase van die installaties. Wel wordt specifiek per installatie bekeken of er kleine verbeteringen kunnen worden aangebracht. De heer van der Weijden merkt op dat het energiegebruik zou moeten worden gerelateerd aan het broeikaseffect. Het gebruik van biogas is in dat verband positief. De heer Steegh merkt op dat Rijnland als taakstelling het waterkwaliteitsbeheer heeft. De voorzitter is van mening dat beperking van het broeikaseffect wel aandacht verdient, maar niet als uitgangspunt bij de bedrijfsvoering moet worden genomen. De heer Heijnis merkt in dat verband op dat de inzichten over toepassingen van zuiveringstechnieken aan verandering onderhevig zijn. Zo heeft Rijnland ook aandacht voor de toepassing van filterinstallaties.

De heer Steegh acht het zinvol om bij de bouw van een nieuwe installatie, milieubalansen op te stellen zodat een duidelijke afweging kan worden gemaakt.

Overigens kennis genomen.

c. Evaluatie besturingsmodel

Na toelichting door de voorzitter kennis genomen

d. Nadere financiële onderbouwing krediet Veenweideproject

De heer Steegh geeft een nadere toelichting. Mevrouw Verboom-van den Akker meldt een enthousiaste reactie van een betrokkene in het gebied.

Overigens kennis genomen.

XIX Rondvraag

  • De voorzitter deelt mevrouw van der Kooi-van den Kolk mee dat het collge niet heeft gereageerd op berichten van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat over de bouw van een bollenstad. Deze berichten blijken inmiddels overigens achterhaald.
  • De heer van der Veer deelt mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs mee dat is voorzien In een stageplaats voor het onderzoek naar driehoeksmosselen. Het tijdstip waarop deze plaats wordt gerealiseerd is vanwege enige logistieke problemen nog niet zeker. Naar verwachting in 2002.
  • Mevrouw Verboom-van den Akker meldt werkzaamheden ten behoeve van een ligplaats voor een woonboot in de Wijde Aa. Er zal worden nagegaan of daarvoor een vergunning door Rijnland is afgegeven.
  • Naar aanleiding van de door de heer Steegh gegeven presentatie over de GWW wordt op voorstel van mevrouw Binnendijk-van der Heijden besloten in het voorjaar de vergadering van de commissie Waterstaat te houden in Reeuwijk.

Overige punten

Besluitenlijsten vergaderingen DH

Naar aanleiding van de besluitenlijst van de collegevergadering van 16 oktober zal op verzoek van mevrouw Binnendijk-van der Heijden worden nagegaan welke wijzigingen in de aan het waterschap De Oude Rijnstromen verleende vergunning ter compensatie van de Van Saasesloten zijn aangebracht.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Waterstaat op 13 februari 2001.

Naar boven