X Aanvullend krediet boezemgemaal Spaarndam
XII Verbetering afwatering Zuid-Kennemerland
XIII Evaluatie Waterplan Zoetermeer
XVI Verslag vergadering 28 november 2001
c. Natuurvriendelijke oevers in Rijnlands gebied
d. Evaluatie Waterakkoord inliggende waterschappen
Aanwezig:
J. L. van Klaveren (voorzitter), J.P.R.M. Steegh (plv. voorzitter)
Mevrouw E.I. Binnendijk-Van der Heijden, mevrouw Th. C. Van der Kooi-Van den Kolk mevrouw A. Louwe Kooijmans-Bouhuijs, mevrouw M.A. Topper-van der Salm, mevrouw G.C. Verboom-van den Akker, W.M.N. van Warmerdam, H.G. van der Weijden, M.J.C. Zandwijk (leden)
De heer ing. D. van Beek (toehoorder)
mevrouw mr. drs. C. Raat (plv. secretaris)
ir. P. van den Berg (adviseur)
ir. J.D. Heijnis, Directeur Sector werken
Afwezig:
mevrouw M.A. Topper-van der Salm, H.G. van der Weijden
De voorzitter opent de vergadering en doet mededeling van de berichten van verhindering. Voorts bericht hij dat het onderwerp over de binnenduinrand vooruit is geschoven. De heer Van Warmerdam dient 2 aanvullende agendapunten in: de verkoop van Kerklaan 2 in aanvulling op agendapunt X en beveiliging.
Er wordt een datumafspraak gemaakt voor een excursie naar Reeuwijk. Deze zal plaatsvinden op 12 juni op het gemeentehuis aldaar. De excursie vangt aan om 9.30 en duurt de gehele dag. Er moet worden overlegd met de gemeente of deze hiermee kan instemmen.
Algemeen
De voorzitter licht het agendapunt toe. Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs vindt de nota goed doorwerkt. Zij heeft moeite met de zinswending "maar Rijnland wil niet altijd koploper zijn". Zij is bang dat dit mensen belet om met nieuwe voorstellen te komen. De heer Van Warmerdam vindt dat de nota goed inzicht biedt, maar dat de ambities zoals gesteld in paragraaf 7.2. teleurstellen. Hij vraagt zich af waarom stedelijke waterplannen of baggerproblematiek niet zijn opgenomen. De heer Zandwijk maakt zich zorgen over het feit dat Rijnland zich met allerlei onderwerpen gaat bezighouden, bijvoorbeeld met ruimtelijke ordening Hij vindt dat Rijnland gebruik moet maken van kennis die bij andere instanties aanwezig is. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden vraagt zich af wat de gevolgen van de reorganisatie zijn. Mevrouw Verboom-van den Akker mist als onderwerpen de waterberging en bagger. Mevrouw Van der Kooi-Van den Kolk zegt dat klimaatverandering op bladzijde 10 ontbreekt.
De voorzitter zegt dat Rijnland niet altijd koploper wil zijn Hij geeft mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs gelijk in zoverre dat Rijnland zelf moet bepalen wat hij belangrijk vindt. Verder vindt hij, samen met de heer Steegh, de nota wel ambitieus. Het gaat immers om een beleidsplan, niet om een evaluatie van al eerder gemaakte plannen. Zij staan los van de uitvoering van het WBP. Wat betreft ruimtelijke ordening, dit heeft een duidelijk verband met de kerntaak van het waterschap. Er moet wel altijd een relatie met het waterbeheer zijn. De tijd dat waterschappen volgend konden zijn in ontwikkeling op dit terrein is voorbij, onder meer als gevolg van klimaatverandering. De voorzitter begrijpt echter de zorgt dat Rijnland hierin te ver mee kan gaan. Bagger blijft een probleem, mede omdat Rijnland voor het storten ervan altijd van anderen afhankelijk is. De procedure rond de Oostvlietpolder loopt nog. Klimaatverandering is volgens de voorzitter niet apart genoemd omdat het voor Rijnland een gegeven is. De heer Steegh wijst erop dat in paragraaf 4.4dit onderwerp wel wordt genoemd. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden vraagt hoe de samenwerking met de inliggende waterschappen verloopt. Volgens de voorzitter werken Rijnland en deze waterschappen goed samen. De heer Van Warmerdam vraagt hoe op de fusie vooruit wordt gelopen wat betreft het aantrekken van personeel. De voorzitter legt uit dat de organisatie momenteel de mensen in dienst neemt die nodig zijn. Er is wel terughoudendheid voor wat betreft hogere functie. De heer Van Beek uit de zorg dat in de voorjaarsnota allerlei onderwerpen samen worden genomen waarover de VV vroeger afzonderlijk kon besluiten. De commissie deelt deze zorg niet.
Per pagina hebben de leden de volgende punten.
Pagina 5. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden hoopt dat met de nota de meerjarenraming en de begroting een geringere omvang zullen hebben. De heer Zandwijk vraagt zich af of Rijnland een ambtelijke controlcyclus kent. De voorzitter wijst erop dat de afdeling FPC zich hiermee bezighoudt.
Pagina 6. De heer Van Warmerdam wijst erop dat Rijnland tot 2005 geen vergaande besluiten zal nemen. De heer Steegh legt uit dat er een zgn. "geen-spijtbeleid" wordt gehanteerd, dat inhoudt dat er geen wezenlijke besluiten worden genomen. Echter, sommige besluiten verdragen geen uitstel.
Pagina 10. De heer Van Warmerdam vindt dat punt 4.2.1. open geformuleerd is en vraag zich af wat dit betekent. De voorzitter legt uit dat taken of uitbesteed of uitgesteld moeten worden. Bij de begrotingsbehandeling worden hierover uiteindelijk keuzes gemaakt.
Pagina 11. Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs vindt privatisering een goede zaak. Wel vindt zij het belangrijk dat Rijnland aan bepaalde normen vasthoudt. De voorzitter vindt dit ook en geeft aan dat dit de reden is van de aarzeling binnen Rijnland om tot privatisering over te gaan. De maatschappelijke voordelen zijn nog niet altijd even helder. De heer Zandwijk vindt dat ook zakelijke argumenten mee moeten wegen.
Pagina 13. De heer Van Warmerdam vraagt zich af of Rijnland onder of boven het gemiddelde zit wat betreft het aantrekken van personeel. Volgens de heer Steegh zit Rijnland zeker niet hoog, medewerkers blijven relatief lang in dienst.
Pagina 14. Mevrouw Verboom-van den Akker wijst op het rapport van de commissie-Luteijn. Hierin staat dat er geen overloopgebieden mogen worden gecreëerd in West-Nederland, terwijl in de nota dit wel staat genoemd. De voorzitter legt uit dat deze passage een citaat is uit de 5e Nota Ruimtelijke Ordening. De heer Van Warmerdam merkt op dat er alleen ideeën van derden worden genoemd, niet van Rijnland zelf. De heer Steegh legt uit de waterschappen in beginsel uitvoerende organisaties zijn. Rijksnota´s zijn wat dat betreft richtinggevend. Maar, zegt hij, ons eigen denken houdt daarmee niet op.
Pagina 15. Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs vraagt zich af of Rijnland de genoemde termijn van 2004 voor de Europese kaderrichtlijn wel haalbaar is. De heer Steegh dat de concept-stroomgebiedsvisie binnenkort aan de VV ter inzage wordt gezonden. De voorzitter verwacht dat de termijn wel gehaald zal worden. De heer Van Warmerdam informeer naar bagger. De voorzitter dat in juni hierover informatie aan de VV wordt gezonden, wellicht vergezeld van een kredietaanvraag.
Pagina 17. De heer Zandwijk vraagt zich af of het stedelijk plan financiële gevolgen gaat krijgen. De voorzitter verwacht dat het plan voor Voorschoten en Wassenaar dit jaar rond komt. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden hoopt dat de gemeentelijke wateren wel schoon zullen worden opgeleverd. De voorzitter legt uit dat het ook om particuliere wateren gaat, zodat het moeilijk is om hier inzicht in te krijgen.
Pagina 19. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden hecht veel belang aan het onderwerp communicatie. Zij vraagt zich af hoe Rijnland dit voor zich ziet. De heer Steegh vertelt dat het collegebeleidsplan op dit punt veel concreter is, maar dat het de collegeleden aan tijd ontbreekt. De voorzitter wijst erop dat het hier een voornemen betreft. De heer Steegh maakt onderscheid in communicatie met overheden en met maatschappelijke organisaties. Met grote organisaties vindt structureel overleg plaats, met de kleine niet. In concrete gevallen wordt wel degelijk contact opgenomen met het publiek. De voorzitter noemt een aantal gevallen waaruit blijkt dat de communicatie van Rijnland goed functioneert. Steegh is hierin genuanceerder; Rijnland steekt onvoldoende tijd in uitleggen aan de burger wat Rijnland wil en wat de burgers hiervan vinden. Als voorbeeld noemt hij de ontwikkelingen rond de Driemanspolder.
Pagina 21. Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs meldt dat de termijnaanduiding van april 2002 niet correct kan zijn. De voorzitter legt uit dat het hier gaat om vaststelling door D&H, niet door de VV.
Pagina 22. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden informeert naar het gemaal in Katwijk. De voorzitter kondigt aan dat in de VV van juni hierover een stuk aan de orde zal komen. Hij legt de procedure uit. In juni zal een voorgenomen besluit worden gepubliceerd waartegen zienswijzen kunnen worden ingebracht. In oktober zal een definitief besluit worden genomen Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden maakt zich zorgen over het peilvak in de Bollenstreek. De voorzitter meldt dat hierover gesproken wordt met de provincie en dat in juni een voorstel wordt verwacht.
Pagina 23. De heer Van Warmerdam vraagt zich af of het college de plannen betreffende bagger denkt te kunnen realiseren. De voorzitter denkt dat in elk geval met het interim-programma kan worden gestart. De voorzitter en de heer Steegh delen de zorg van de heer Van Warmerdam.
Pagina 29. De heer Van Warmerdam vindt dat het financiële waterspoor de burger meer inzicht in zijn kosten zou kunnen verschaffen. Bovendien is dit in overeenstemming met het beginsel dat de vervuiler betaalt. De heer Steegh legt uit dat dit in de praktijk niet te realiseren valt.
Pagina 30. Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs geeft de voorkeur aan scenario II omdat kleine gemeenten onvoldoende kennis in huis hebben. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden vindt dat eerst de pilot in Noordwijkerhout moet worden afgewacht. De heer Zandwijk en mevrouw Van der Kooi-Van den Kolk sluiten zich bij mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs aan. De heer Steegh wijst erop dat consequentie van scenario I kan zijn dat Rijnland ook ophoudt met de ontwikkelingen.
Pagina 33. De heer Van Warmerdam merkt op dat in het WBP in het algemeen geen meetbare doelstellingen staan. De heer Steegh bevestigt dit. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden is voorstander van scenario III. Zij vindt dat communicatie van groot belang is om het draagvlak bij de burger te vergroten. De heer Zandwijk, mevrouw Verboom-van den Akker, mevrouw Van der Kooi-Van den Kolk en mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs kiezen voor scenario II. De heer Steegh wijst erop dat in scenario II Rijnland niet actief de burger en maatschappelijke organisaties zal opzoeken, terwijl dit in scenario III wel gebeurt.
Pagina 39/40 De heer Van Warmerdam zegt dat hier een zin dubbel is weergegeven.
Pagina 41. De heeft Zandwijk vraagt of bij calamiteitenpolders bedoeld wordt dat elders het bedrijf weer wordt opgestart. De heer Steegh legt uit wat calamiteitenpolders zijn. Het is de bedoeling dat deze hooguit eens in de 100 jaar overstromen. Het gaat hier uitdrukkelijk niet om waterberging. Zij moeten wel planologisch aangewezen. Bedrijven kunnen normaal blijven functioneren. Bij calamiteiten moeten de kosten wel worden vergoed. Het is de intentie van het college dat alle kosten worden vergoed. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden, mevrouw Verboom-van den Akker, mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs en de heer Zandwijk opteren voor scenario III, mevrouw Van der Kooi-Van den Kolk voor scenario II.
Pagina 43. De heer Van Warmerdam vraagt zich af waarom hier "nieuw voor oud" staat. De heer Steegh geeft toe dat dit in dit geval een dode letter is.
De voorzitter licht het voorstel toe en wijst op de noodzaak van het krediet. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden wil dat er extra aandacht wordt besteed aan de garantie. De heer Heijnis legt uit dat er veel bedrijven betrokken zijn bij het project en dat daardoor garantie voor vervolgschade moeilijk verkregen zal kunnen worden. Waarschijnlijk moeten er nieuwe filters worden geplaatst. Er zal worden onderzocht hoe de schade precies ontstaat. De investering is nodig om dit mogelijk te maken. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden vraagt zich af of men heeft overwogen om van olie over te gaan op elektriciteit De heer Heijnis zegt dat het hier gaat om een dieselmotor. Overgaan op elektriciteit behoort niet tot de mogelijkheden. De voorzitter geeft aan dat er een second opinion wordt gevraagd. Mevrouw Van der Kooi-Van den Kolk wil weten onder welke kostenpost deze zal worden ondergebracht. De voorzitter zegt dat dit kwaliteitsbeheer zal zijn. De heer Van Warmerdam wijst op Kerklaan 2 als alternatieve locatie De voorzitter geeft aan dat hier nog niet over is nagedacht. De heer Steegh vindt het een goed idee om deze besluiten in het college aan elkaar te koppelen. Verder gaat de commissie akkoord met het voorstel.
De heer Zandwijk mist het gegeven dat water ook bol kan staan en dat peilverlagingen hiervoor niet per se een oplossing zijn. De voorzitter vertelt dat de gemeenten hebben gedraineerd. Dit water gaat nu naar het oppervlaktewater. Vandaar dat verruiming van de duikers nodig is. De heer Van Warmerdam wijst op een artikel in het Haarlems Dagblad over een onderzoek naar de gevolgen van klimaatverandering. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden vraagt of het mogelijk is dat de commissie onderzoeksgegevens krijgt. De her Steegh vertelt dat sinds 1965 de hoeveelheid neerslag fors is gestegen. Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs betwijfelt of de gemeenten nu lering hebben getrokken uit de problematiek. Verder gaat de commissie akkoord met het voorstel.
De heer Steegh biedt zijn excuses aan voor het ontbreken van een bijlage. Mevrouw Verboom-van den Akker vraagt zich af of het versnipperen van kerstbomen geen gevolgen heeft voor het oppervlaktewater. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden heeft vragen over de watercoördinator. maakt zich zorgen over de veiligheid van natuurvriendelijke oevers voor kinderen. De heer Van Warmerdam kan wel leven met een bijdrage in een kunstwerk. Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs wil weten wat de gevolgen zijn van de afkoppeling van de Grote Drooggemaakte polder. Zij wijst erop dat in de stad het water vaak al troebel is, terwijl brasem juist extra vertroebeling veroorzaakt. Zij geeft de voorkeur aan een object met educatieve waarde in plaats van een kunstwerk. De heer Steegh geeft aan dat een watercoördinator een belangrijke functie heeft in het communiceren met de burger. Hij heeft vertrouwen in de aangestelde persoon. In Haarlem en Gouda is voorgesteld om ook een coördinator aan te stellen. Wat betreft de kerstbomen wijst hij erop dat dit slecht incidenteel is. Het effect op de boezem van de afkoppeling is niet groter dan elders. De heer Steegh heeft een voorkeur voor waterbelevingsplekken boven een kunstwerk. De vraag over de visstandbeheer wordt opgenomen in het verslag.
Het verslag wordt ongewijzigd aangenomen. Naar aanleiding hiervan vraagt mevrouw Binnendijk-Van der Heijden naar de woonboot in de Wijde Aa. Het blijkt dat de gemeente deze heeft verboden, maar dat er toch afspraken over zijn gemaakt. Van Rijnland mag de eigenaar niet meer lozen. Inmiddels is de woonboot aangesloten op het riool, terwijl de vergunning nog niet rond is. De heer Van Warmerdam informeert of er compensatie geboden is voor de Van Saasesloten. De voorzitter zegt van wel, maar zal e.e.a. in het college nagaan.
De heer Van Warmerdam vindt dat donkerblauw en zwart in het kaartje niet goed zijn te onderscheiden. De heer Van den Berg zal vragen of hieraan iets gedaan kan worden. Verder vindt de heer Van Warmerdam dat Rijnland ook eigen projecten moet initiëren De voorzitter vindt juist dat als Rijnland met anderen kan samenwerken dit de voorkeur verdient. Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs heeft een aantal opmerkingen. Op pagina 3. Van de werknotitie worden alleen geleidelijke overgangen genoemd. Echter, ook steile en harde oevers kunnen natuurlijk zijn. Op pagina 9 wordt de keur als juridisch kader genoemd. Zij vraagt zich af op met mogelijk is om afwijkingen hiervan te blijven tolereren. Bijvoorbeeld zou zij graag in smalle kanalen inhammetjes zien. Op pagina 10. Van de vervolgnotitie wordt de visstandsbeheercommissie genoemd. Zij vindt dit in tegenspraak met het noemen van een wedstrijdplek. Zij stelt voor om special visplekken te creëren
De voorzitter zegt er voorstander van te zijn om de keur met wijsheid te hanteren. In concrete gevallen moet er soms soepel met de regels worden omgegaan. Er moet worden onderzocht of Rijnland iemand juridisch kan dwingen om een natuurvriendelijke over te hebben.
De commissie gaat akkoord.
Mevrouw Van der Kooi-Van den Kolk geeft aan, toch voor scenario III te opteren. De heer Zandwijk heeft een vraag over de peilvakken in de bollenstreek. De voorzitter zegt dat de doelstelling van 1 september niet haalbaar is, maar dat er dit jaar zeker nog zal worden begonnen.
De heer Van Warmerdam vraagt of VV-leden toegangspasjes voor de Floriade krijgen. De heer Steegh antwoordt ontkennend. Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs vraagt naar het collegestandpunt over het Bentwad. De voorzitter zegt dat Rijnland formeel nog geen standpunt heeft. De heer Steegh zal op 15 april a.s. overleg hebben met de makers van het plan. Er zal nog een standpunt worden bepaald. De voorzitter geeft aan dat hij dit plan een verbetering t.o.v. het Bentwoud vindt.
De heer Van Beek meldt dat de agenda voor de commissievergadering ontbrak. Tevens heeft hij klachten over de kwaliteit van de gekopieerde stukken De heer Van den Berg vertelt dat de medewerker bestuursondersteuning, de heer De Groot, al enige tijd afwezig is en dat dit de reden zal zijn voor de problemen. Hij deelt de gevraagde gegevens over de neerslag rond en meldt dat deze onderdeel uitmaken van een groter rapport.
De heer Van Warmerdam vraagt naar aanleiding van het beveiligingplan of het netwerk van Rijnland wel goed beveiligd is tegen kwaadwillenden. De heer Steegh geeft aan dat op pagina 3. van het plan de garanties hiertegen staan genoemd. 100% veiligheid valt niet te geven.
Het is de heer Van Warmerdam opgevallen in de besluitenlijst van D&H van 19 maart j.l. op p. 2 er geen unanimiteit was over de peilvakken bij De Zilk. De voorzitter zegt dat over de kostenverdeling nog geen overeenstemming is met de provincie. Compensatie ligt moeilijk. Er wordt onderzocht of het mogelijk is om een maalstop te geven in de peilvakken.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Waterstaat op 12 juni 2002.
