VI Project Doelen Waterbeheer Rijnland
XI Mededelingen
a. Planvorming Zwaansbroek
b. Tussenresultaten verzilting
d. Interim baggerprogramma
f. Brief WLTO en KAVB inzake Pact van Teylingen
Besluitenlijsten vergaderingen D&H
Bestuursrapportage t/m periode 4 - 2002
Aanwezig
J. L. van Klaveren (voorzitter), J.P.R.M. Steegh (plv. voorzitter);
Mevrouw E.I. Binnendijk-Van der Heijden, mevrouw Th. C. Van der Kooi-Van den Kolk, mevrouw A. Louwe Kooijmans-Bouhuijs, mevrouw G.C. Verboom-van den Akker, W.M.N. van Warmerdam, H.G. van der Weijden (leden);
Ir. J.D. Heijnis (directeur werken);
Drs. J. van der Does (stafmedewerker waterbeheer);
Mr. drs. A. van Kampen (fungerend afdelingshoofd JBZ);
Mevrouw mr. drs. C. Raat (plv. secretaris).
De voorzitter opent de vergadering.
Redactioneel
De voorzitter geeft aan dat op pag. 4, vierde alinea, eerste volzin, moet staan: zal moeten worden verdiept. De tweede volzin moet luiden: Naar andere mogelijkheden wordt nader onderzoek gedaan.
Naar aanleiding van het verslag
De heer Van Warmerdam wil weten n.a.v. blz. 6 punt a.2 of er al meer duidelijkheid bestaat over het functioneren van het weerstation. Dit punt wordt opgenomen in de actiepuntenlijst.
Het antwoord op blz. 8 over de bemonstering in de Mooie Nel zint de heer Van Warmerdam niet. De heer Van der Does licht toe dat het slechts een incident was dat er weinig bemonsterd was. Normaal gesproken wordt er wel vaker bemonsterd. De heer Van Warmerdam wil dit toch graag uitgezocht hebben. Dit punt wordt opgenomen in de actiepuntenlijst.
De heer Steegh vertelt voorts dat er aanwijzingen vanuit de EU zullen volgen wat betreft zwemwater omdat Nederland zich niet aan de richtlijnen houdt. Rijnland is in overleg met de provincies wat betreft deze kwestie. Hij zal de commissie op de hoogte brengen zodra er meer bekend is.
De secretaris zal nogmaals achter de overige openstaande actiepunten aanlopen.
De voorzitter licht dit punt toe. Hij benadrukt dat de verantwoordelijkheid voor ruimtelijke plannen niet bij Rijnland ligt. Mevrouw Louwe Kooijmans had graag gezien dat de notitie een innovatiever karakter had gekregen. Zo had er bijvoorbeeld een opdracht tot onderzoek in kunnen staan in het kader van "kruipruimteloos bouwen" of deze ruimte niet geschikt zou kunnen zijn voor de opslag van regenwater. Ook betreurt zij het dat er niets in staat over het terugdringen van diffuse vervuiling door het verkeer. Verder vraagt zij zich af of deze nieuwe beleidslijn extra werkdruk op zal leveren. Zij ziet geen financiële paragraaf in de notitie.
De heer Van Warmerdam vraagt hoe de terugdringing van de compartimentering van watersystemen, genoemd op blz. 7 van de notitie, zich verhoudt met de peilvakken in de Zilk en de Haarlemmermeer. Op blz. 8 van de werkwijzer zou hij graag ook zien dat de stukken van de PPC van Noord-Holland worden toegezonden. Hij pleit voorts voor extra alertheid van Rijnland bij artikel 19-procedures. In dat kader suggereert hij dat de voorgestelde postregistratie op een andere wijze zou moeten plaatsvinden.
Mevrouw Binnendijk vraagt hoever de watertoets, als genoemd op blz. 7 van de notitie, ook geldt voor nieuwbouw en renovatieplannen. In de waterparagraaf wordt de term "biologisch gezond" gebezigd. Zij wil weten wat dit inhoudt. Voorts vraagt zij of ook de inliggende waterschappen volgens deze werkwijzer gaan werken. Verder wil zij weten waar de 6% norm vandaan komt. In bijlage 6 wordt gesproken van een verdrinkingsrisico. Zij suggereert dat zandwinputten verondiept kunnen worden en zet vraagtekens bij milieuvriendelijke oevers in woonwijken. Ook wil zij weten welke juridische instrumenten Rijnland heeft in dit kader.
Mevrouw Verboom wil weten of deze beleidslijn alleen wordt gevolgd in stedelijk gebied of ook in landelijk gebied.
Mevrouw Van der Kooi wil weten wat bedoeld wordt met mitigatie in samenhang met compensatie.
De heer Van der Weijden vreest dat dit een aanmerkelijke taakverzwaring voor Rijnland zal betekenen. Wordt er een financiële bijdrage gegeven door de provincies en de gemeenten? Hij wil weten wat de relatie is met grondwaterbeheer. In de Waterparagraaf wordt op blz. 7 gesproken van doorspoelen. Volgens hem kan bij een calamiteit de brandweer ook ingrijpen. In verband met de natuurkwaliteit moet niet te veel worden doorgespoeld. Op blz. 8 wordt bij flexibel peilbeheer het zomerpeil genoemd. Hij was van mening dat dit was afgeschaft. Verder wil hij weten wat wordt bedoeld met de drempelhoogte van riooloverstorten.
De voorzitter zegt dat er wel gesproken wordt over kruipruimteloos bouwen en de mogelijkheden die dat biedt, maar dit is nog te onduidelijk om als hard voorschrift te kunnen opnemen. Voor wensen tot nader onderzoek e.d. is dit stuk niet bedoeld. De heer Steegh zegt dat in het kader van waterplannen hiernaar wel gekeken wordt.
De voorzitter geeft aan dat in dit stadium geen extra belasting voor de medewerkers wordt verwacht. De heer Steegh zegt dat het voorliggende stuk slechts een systematisering is van wat er nu reeds wordt gedaan. Door vroegtijdige betrokkenheid bij ruimtelijke plannen kan juist efficiencywinst worden behaald.
De voorzitter zegt dat door de intensivering van bebouwing het verkeer alleen maar toe zal nemen. Mevrouw Louwe Kooijmans zegt dat zij juist daarom graag maatregelen ziet aan de wegen zelf. De heer Van der Does geeft aan dat in Rijnlands vergunningentraject voor wat betreft snelwegen hiermee wel rekening kan worden gehouden.
Voor wat betreft de compartimentering zegt de voorzitter dat hier gelezen moet worden "bij voorkeur". Het gaat altijd om een belangenafweging.
De heer Steegh vertelt dat de provincies de artikel 19-procedures momenteel aanmerkelijk beter in de gaten houden. Met archivering bemoeit hij zich niet; hij vertrouwt op de professionaliteit van de medewerkers op dit punt.
De voorzitter legt uit dat de 6%-norm uit het WBP komt. De heer Steegh zegt dat in de huidige nota planbeoordeling 10 tot 11 % staat.
De voorzitter zegt dat de notitie ook voor landelijk gebied is bedoeld, hoewel het zwaartepunt bij het stedelijk gebied ligt. Hij vraagt zich af of het niet verstandig is om een aparte beleidsnotitie te schrijven voor het landelijk gebied. Mevrouw Louwe Kooijmans zou hierin graag een heldere definitie willen zien van "stedelijk gebied". Deze kwestie wordt nog voor de a.s. VV uitgezocht.
De heer Steegh legt uit dat Rijnland niet zelf juridisch kan ingrijpen. Wel bestaat er de mogelijkheid voor bezwaar en beroep. Hij weet uit ervaring dat de provincie Noord-Holland de belangen van Rijnland zeer serieus neemt.
De heer Van der Does geeft aan dat de inliggende waterschappen niet dezelfde werkwijzer hanteren. De heer Steegh zegt dat Rijnland de inliggende waterschappen consulteert bij vragen rond de kwaliteit van het polderwater.
De voorzitter is "biologisch gezond water" een streefnorm, dit is water dat aan de normen voldoet. Onder invloed van de Kaderrichtlijn zal deze term veranderen. De heer Heijnis legt uit dat het oordeel of iets biologisch gezond is bij het waterschap ligt.
De voorzitter vindt het een goed idee om in de werkwijzer op te neen dat diepe putten moeten worden opgevuld.
Mitigatie in samenhang met compensatie wil zeggen dat op verschillende wijzen kan worden gecompenseerd.
De heer Van der Does geeft aan dat alle water in beginsel "potentieel doorspoelbaar" moet zijn i.g.v. noodsituaties.
Wat betreft de drempelhoogte legt de heer Steegh uit dat bij hoog peil het water het riool in kan lopen. De grenswaarde is de drempelhoogte. In de boezem is het zomerpeil niet afgeschaft.
Allen gaan akkoord met het voorstel.
De heer Steegh vertelt dat de aanleiding van het project is de kritiek van de provincies dat in het WB21 de doelen onvoldoende gekwantificeerd waren. Tevens wordt vooruitgelopen op de samenvoeging.
De heer Van der Weijden mist een onderdeel opheffing onderbemaling. Hij vreest dat het percentage niet wordt gehaald.
Mevrouw Van der Kooi refereert aan de bijeenkomst op 4 september. Zij vreest dat juist meer duidelijkheid tot toename van het zieteverzuim leidt omdat de werkdruk wordt vergroot. Wat betreft de financiering wil zij weten hoe het zit met externe ondersteuning.
Mevrouw Verboom zou graag regelmatig een evaluatie zien van het project.
Mevrouw Binnendijk zegt dat gesproken wordt van "waterbeheerders" terwijl het er toch maar een is.
De heer Steegh zegt hierop dat weliswaar de ambtenaren samenwerken, maar de bestuurders nog niet.
De heer Van Warmerdam vindt dat het project wel een beetje laat is. Op blz. 2 wordt gesproken van een plan van aanpak. Is dat er al? Verder wordt gesproken van een voorjaarsnota 2003 terwijl dit 2002 moet zijn.
De heer Steegh zegt dat er geen extra medewerkers nodig zullen zijn. Het begrote bedrag is voor externe ondersteuning. Deze zal sober zijn; het betreft alleen procesondersteuning. Er is een plan van aanpak, dit staat in de sheets.
Het project gaat niet over het terugdringen van de onderbemaling. Het project is vooral vanuit de organisatie zelf gewenst. Medewerkers lopen vaak tegen onduidelijke doelen aan, bijvoorbeeld bij vergunningverlening.
Allen gaan akkoord met het voorstel.
De heer Steegh geeft de laatste stand van zaken weer.
Mevrouw Louwe Kooijmans zegt dat als er een Oostvaardersplassen-achtig gebied komt, de eisen anders moeten zijn. Zij vraagt of er al contact is geweest met natuurbeheerder, zoals Staatsbosbeheer.
De heer Van Warmerdam zegt dat Rijnland hier een voorschot neemt op piekberging wat betreft het gemaal Katwijk.
Op blz. 2 staat "Met name (..) ontstaan". Over welke termijn gaat het hier?
Mevrouw Verboom vraagt naar de communicatie rond de plannen. Zij wil dat betrokkenen vroegtijdig worden geïnformeerd
De heer Van der Weijden wil weten of de combinatie natuur en berging wel geschikt is. Er is dan immers sprake van een zeer dynamisch milieu.
De heer Steegh zegt dat er al contact is geweest met de natuurbeheerders. Hij benadrukt dat het primaat ligt bij waterberging. Pas in tweede instantie wordt gekeken naar de overige functies. Het gebied is nu bestemd als recreatief gebied. Er is een discussie gaan de met Haarlemmermeer Groen.
Wat betreft het onderzoek, dit zal een a anderhalf jaar duren.
De voorzitter geeft aan dat het college geschrokken is van de uitkomsten en dat de VV daarom hiervan op de hoogte wordt gebracht. Door de externe ontwikkelingen zal al in 2030 de verzilting grote gevolgen hebben voor Rijnlands gebied. De heer Van der Does legt uit dat dan het zeewater meer zout zal bevatten. Ook de mogelijkheid van doorspoelen wordt dan onzeker.
De heer Van der Weijden meent dat verzilting ook een positief effect kan hebben, bijvoorbeeld in een zwak brak milieu. De voorzitter geeft aan dat Rijnland heeft gekozen voor een boezem met zoet water. De ontwikkelingen leiden wellicht wel tot andere beleidskeuzes.
De heer Van der Weijden zou graag willen weten wat de invloed is van Heineken op de verzilting De her Van der Does geeft aan dat dit nader moet worden onderzocht. Dit punt komt op de actiepuntenlijst.
Mevrouw Louwe Kooijmans wil benadrukken dat baggeren echt loont. De heer Van Warmerdam maakt zich zorgen over de voortgang. Hij kan niet instemmen met de zinsnede "bij voorkeur". De voorzitter legt uit dat het college de voorstellen toch doorgerekend wil zien vanwege de grote koten die ermee gemoeid zijn.
De heer Van Warmerdam wil duidelijkheid over hetgeen op blz. 2 staat. De voorzitter legt uit dat door een smallere strook te baggeren in het Zuider Buiten Spaarne er een groter oppervlak gebaggerd kan worden.
De heer Steegh doet verslag van een gesprek dat hij met de stuurgroep heeft gehad. De afspraak is dat Rijnland in het Pact blijft, indien door partijen wordt gewerkt aan een plan ter verbetering van de waterkwaliteit. De normen moeten binnen 5 jaar worden gerealiseerd. Hij zal het college voorstellen om door te gaan met het Pact.
De heer Van Warmerdam heeft de indruk dat er vanuit Rijnland verschillende meningen te horen zijn geweest. De heer Steegh bevestigt dit.
De heer Van der Weijden zegt dat de cijfers van het CBS aantonen dat de bollensector een belastende sector blijft. Mevrouw Louwe Kooijmans vraagt of een andere wijze van bemesten wellicht een oplossing biedt. De heer Steegh bevestigt dat er een probleem met fosfaat bestaat, dit wordt door de sector zelf ook ingezien.
De heer Van der Weijden kondigt aan dat hij in de gemeente Reeuwijk zal komen met een voorstel voor afkoppeling van regenwater.
Mevrouw Verboom zegt dat zij 5 maal dezelfde brochure heeft ontvangen. Zij vraagt of het bestand geschoond kan worden. Dit punt komt op de actiepuntenlijst.
De heer Van Warmerdam vraagt naar de voortgang van de reparatie van het gemaal Spaarndam. Nu wordt regelmatig het noodgemaal gebruikt, hetgeen hinderlijk is voor kanovaarders. De heer Heijnis legt uit dat 2 motoren vervangen moeten worden. Dit is bijna gebeurd. In het winterseizoen kan geen reparatie plaatsvinden. Er is nog nadere studie nodig rond het gemaal.
Mevrouw Louwe Kooijmans refereert aan de grondaankoop in de besluitenlijst van D&H van 16 juli. De heer Steegh kondigt aan dat de VV in oktober een voorstel tot aankoop kan verwachten.
Mevrouw Van der Kooi wil weten wat een bestuurlijke schouw is. De voorzitter legt uit dat er waterschappen zijn waar dit gebruik nog bestaat.
Mevrouw Van der Kooi wil n.a.v. blz. 56 weten hoe de slibeindverwerking plaatsvindt. De voorzitter legt uit dat deze wordt gedroogd en dan verbrand door DRSH. De heer Heijnis vult aan dat voor het Noordhollandse deel het slib in Amsterdam wordt gedroogd.
De heer Van Warmerdam vindt dat er nog veel "open vakjes" zijn, bijvoorbeeld bij de klachtenafhandeling.
De voorzitter wijst op de voorlichtingsavond over het nieuwe gemaal in Katwijk, die in Katwijk gehouden wordt.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Waterstaat op 2 oktober 2002.
