Verslag commissie Waterstaat 12 juni 2002

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Verslag commissie Waterstaat 12 juni 2002

Agenda

Locatie: Raadzaal van het gemeentehuis te Reeuwijk

1. Opening

2. Verslag van de vergadering van 10 april 2002

V Jaarrekening 2001

1. concept jaarrekening

VII Subsidie Oeverherstel 2001, tarieven vaargelden 2001-2003;

VIII Subsidies kadeverbeteringen 2001 en meerjarenraming 2003-2007;

XI Maatregelen waterbezwaar / Katwijk & bergingslocaties;

XII Krediet inrichting peilvakken De Zilk;

XIV Waterakkoord Delfland-Rijnland 2002;

XVIII Mededelingen

a.2 Technische jaarraportages "Water in Rijnland" en "Waterzuivering in Rijnland"

d. Interim baggerprogramma;

1. Rondvraag.

Overige punten

Concept Verslag

Aanwezig:
J. L. van Klaveren (voorzitter), J.P.R.M. Steegh (plv. voorzitter);

Mevrouw E.I. Binnendijk-Van der Heijden, mevrouw Th. C. Van der Kooi-Van den Kolk, mevrouw A. Louwe Kooijmans-Bouhuijs, mevrouw M.A. Topper-van der Salm, mevrouw G.C. Verboom-van den Akker, W.M.N. van Warmerdam, H.G. van der Weijden, M.J.C. Zandwijk (leden);

Mr. T. Stoffelsma (secretaris);

Mevrouw mr. drs. C. Raat (plv. secretaris).

1 Opening

De voorzitter opent de vergadering.

2 Verslag van de vorige vergadering

Redactioneel

Over pagina 1 wordt opgemerkt dat de afwezigen tevens als aanwezig waren vermeld. Mevrouw Verboom-van den Akker merkt op dat zij alleen bagger heeft genoemd. Op pagina 2 wordt het woord kwaliteitsbeheer veranderd in het woord kwantiteitsbeheer. Over pagina 4, eerste alinea: waar kwantiteitsbeheer staat moet kwaliteitsbeheer staan. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden merkt op dat de zinsnede waarin staan dat zij zich zorgen maakt wel erg vaak voorkomt. Mevrouw Verboom-van den Akker geeft aan dat de gemeente juist wel heeft vergund, terwijl Rijnland dit verboden had. Na herstel wordt het verslag vastgesteld en getekend.

Naar aanleiding van het verslag

De heer Van Warmerdam wil weten hoe het zit met de second opinion betreffende het boezemgemaal bij Spaarndam. De voorzitter geeft aan dit niet te weten. N.a.v. punt XVI: Rijnland heeft opmerkingen gemaakt over de vergunning en niet over de compensatie.

Pagina 2: mevrouw Van der Kooi-Van den Kolk zegt dat het college wil vasthouden aan het aantal hoogheemraden na de fusie. Zij maakt zich zorgen over de taakverzwaring die dit met zich mee zal brengen. De voorzitter geeft aan dat nu sprake is van een goede portefeuilleverdeling en dat dit de reden is dat het college opteert voor 5 bestuursleden. Dit neemt niet weg dat het mogelijk is dat het nieuwe Waterschap er meer zal hebben. De heer Steegh geeft aan dat dit wordt bepaald door de volgende VV. Een groter aantal zal leiden tot een verlichting van de tak enerzijds, maar de grotere behoefte aan afstemming tot een verzwaring. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden merkt op dat het mogelijk is om fulltime hoogheemraden te hebben. Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs geeft aan dat hetgeen op pagina 4 staat niet zo door haar is gezegd.

V Jaarrekening 2001

1.   concept jaarrekening

De voorzitter deelt mee dat de conceptjaarrekening al in de commissie bestuurszaken aan de orde is geweest. Deze is ter visie is gelegd en er zijn geen bedenkingen tegen ingekomen. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden refereert aan een uitgangspunt dat zou bestaan over het maximale eigen vermogen. De heer Steegh legt uit dat er bandbreedtes zijn voor alle drie de taken. Rijnland blijft binnen deze bandbreedtes voor de reserves. Bij Waterkering zit Rijnland tegen het plafond. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden wil weten wanneer Rijnland het tarief aanpast zodat er niet meer van de burger wordt gevraagd. De heer Van der Weijden merkt op dat er een voordelig resultaat is. Volgens hem moet het streven zijn om uit te geven wat er begroot is. Aangezien de uitvoering van baggerwerken is gestagneerd zou het baggeren door particulieren in de vorm van subsidie gestimuleerd moeten worden. De heer Stoffelsma zegt dat er al een subsidieregeling is. De voorzitter voelt niets voor de suggestie van de heer Van der Weijden omdat Rijnland zelf nog veel baggerwerkzaamheden te doen heeft. Wat betreft de verdiepingsslag voor de polders: Wilck en Wiericke heeft gepeild en zal een plan indienen om mensen aan te schrijven. Rijnland zal 10 centimeter extra betalen. Groot-Haarlemmermeer heeft geen sloten onder de keurmaat. De Oude Rijnstromen heeft sinds kort een eigen subsidieregeling. De voorzitter vraagt zich af of je het baggeren moet subsidiëren omdat men in het algemeen een onderhoudsplicht heeft. De heer Stoffelsma herinnert er aan dat in de VV is afgesproken dat Rijnland voor de eerste keer watergangen op de voorgeschreven diepte zou brengen. Volgens mevrouw Binnendijk-Van der Heijden geldt dit niet voor achterstallig onderhoud.

Over pagina 39 merkt mevrouw Van der Kooi-Van den Kolk op dat de personeelskosten binnen de begroting zijn gebleven, maar dat wel sprake is van een stijgende lijn. De heer Steegh legt uit dat dit te maken heeft met de geldende CAO en het feit dat er meer personeel is. De voorzitter zegt dat er officieel meer personeel is, maar dat er ook veel vacatures zijn. De heer Van Warmerdam is opgevallen dat in het algemeen er veel voornemens zijn tot investeren, terwijl deze investeringen vervolgens niet plaatsvinden. Hij maakt zich hier zorgen over en vraagt zich af of dit niet anders kan. De voorzitter geeft aan dat als er kredieten worden afgesloten, bij onderbesteding het overtollige geld terugvloeit. Dit wordt dan in het volgende jaar besteed. De heer Van Warmerdam vindt dat op deze manier geen reëel beeld wordt gegeven van wat nodig is. De voorzitter beaamt dit. Hij zegt dat de begroting een beleidsvoornemen is dat eigenlijk moet worden uitgevoerd.

Betreffende pagina 5 vraagt de heer Van Warmerdam om een verklaring voor het feit dat het aantal vervuilingseenheden terugloopt. De heer Steegh legt uit dat dit een combinatie is van het gestegen aantal woningen en de daling van het aantal vervuilingseenheden in de industrie. Dit heeft weer te maken met betere metingen, vooral bij het vernieuwen van vergunningen. De heer Zandwijk denkt dat het toegenomen aantal eenpersoonshuishoudens ook een rol kan spelen. De heer Van Warmerdam verbaast zich over het lage banksaldo dat op pagina 23 staat gemeld. De heer Steegh zegt dat dit alleen maar gunstig is, omdat op een rekening-courant geen rente wordt gevangen.

Over pagina 15 merkt mevrouw Binnendijk-Van der Heijden op dat het jammer is dat bij waterkering en waterlopen het investeringsbedrag niet is gehaald. Zij vraagt hoe het staat met Goejanverwelledijk. De voorzitter zegt dat het onderzoek dit jaar zal worden gedaan. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden wil weten of Rijnland de Oostvlietpolder nog steeds in eigendom heeft. De voorzitter bevestigt dit. BZH wil een alternatief voor de baggerstortlocatie. Bij de Raad van State heeft BZH gelijk gekregen. De gemeente Leiden maakt een nieuw bestemmingsplan. Rijnland wacht deze ontwikkelingen af. Duidelijk is dat BZH kosten heeft gemaakt. Volgens GS van Zuid-Holland is een baggerstort op deze locatie niet haalbaar, maar zij voelen zich niet aansprakelijk voor de ontstane schade. De gemeente wil de betreffende grond tegen historische kostprijs verwerven. Rijnland is niet voornemens om hieraan mee te werken. De verantwoordelijke gedeputeerde spant zich in om overeenstemming te krijgen tussen de gemeente en BZH.

Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden wil weten hoe het komt dat het betalingspatroon voor de belastingen minder gunstig wordt. De voorzitter legt uit dat dit komt doordat de aanslagen later in het jaar zijn verzonden omdat gewacht moest worden op de WOZ-taxaties. De heer Steegh zegt dat het betalingsgedrag van de Rijnlandse ingezetenen nog steeds exemplarisch is.

VII Subsidie Oeverherstel 2001, tarieven vaargelden 2001-2003

De voorzitter licht toe dat het fonds oeverherstel snel groeit. Daarom heeft het college zich voorgenomen om ook overheden subsidie te verstrekken en natuurlijke oevers te subsidiëren In het volgende jaar kunnen de tarieven worden bezien. Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs vraagt of middels de tarieven fluisterboten kunnen worden ontlast. Motorboten veroorzaken meer golfslag. De voorzitter zegt dat dit niet het geval is. Het gaat vooral om de vaarsnelheid en niet om de soort motor. Mevrouw Verboom-van den Akker stelt voor dat er meer wordt gedaan aan het promoten van het fonds, zodat het bredere bekendheid krijgt. De voorzitter zegt dat het fonds breed bekend is. Bovendien liggen de oevers in de betreffende wateren er goed bij. De heer Van der Weijden zegt dat de subsidie na de fusie ook zal gelden voor poldervaarten. Volgens hem zal daar veel geld voor nodig zijn. De voorzitter vindt dat hiervoor niet alvast gespaard moet worden. Bovendien is het fonds alleen bedoeld voor wateren waar een algemeen vaarverbod van Rijnland geldt. Dit is voor de plassen en poldervaarten veelal niet het geval. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden heeft de indruk dat er steeds meer vergunningen worden afgegeven. De voorzitter zegt dat dit inderdaad zo is.

Het voorstel gaat met positief advies naar de VV.

VIII Subsidies kadeverbetering 2001 en meerjarenraming 2003-2007

De behandeling van dit voorstel is opgeschort.

XI Maatregelen waterbezwaar / Katwijk & bergingslocaties

De voorzitter legt uit dat het een voorgenomen besluit betreft. Dit zal in de herfst worden gepubliceerd waarna de inspraakprocedure zal worden gevolgd. In december zal aan de VV een definitief besluit worden voorgelegd. Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs is voor een snelle aanpak van het gemaal Katwijk. Een keuze voor 75 kubieke meter is voldoende. Zij betreurt het dat de Zuidpunt in de Haarlemmermeerpolder als bergingslocatie zo snel terzijde is geschoven. Deze is diep, ligt dicht bij de Kagerplassen en past in de ecologische hoofdstructuur. Zij vraagt zich af of hiernaar wel voldoende onderzoek is gedaan. LNV loopt erg achter met de uitvoering van de ecologische hoofdstructuur. Zij wil weten of Rijnland contact heeft gezocht met LNV over een gedeelde bestemming en of organisaties als Staatsbosbeheer om advies is gevraagd. Zij refereert aan de ervaring van Staatsbosbeheer in de Oostvaardersplassen. De heer Van der Weijden zegt dat het voorstel van mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs hem aanspreekt. In de Zuidpunt is veel zoute kwel, die hiermee teruggedrongen kan worden. Hij steunt het voorstel voor meer onderzoek. Wat betreft het gemaal Katwijk, vindt hij dat erg de nadruk ligt op malen en andere opties, zoals een ander peilbeheer, naar de toekomst worden geschoven. De studie naar boezempeilbeheer is immers nog niet afgerond. Hij wil weten wat de naburige waterschappen met waterberging doen. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden wil weten hoe de voorzitter de overeenstemming met eigenaren en gemeenten inschat en hoe een schaderegeling wordt uitgevoerd. Mevrouw Topper-van der Salm is voor uitbreiding van het gemaal. Zij vraagt zich af of het niet te lang duurt voor de Driemanspolder is volgelopen. Mevrouw Van der Kooi-Van den Kolk merkt op dat gevraagd wordt in te stemmen met een voorbereidingskrediet van 2 miljoen Euro. Dit is niet in de begroting en de meerjarenraming opgenomen. De voorzitter zegt dat dit alsnog kan gebeuren. Mevrouw Verboom-van den Akker is voor uitbreiding van het gemaal Katwijk. Zij refereert daarbij aan het grote maatschappelijke belang. Ook zij wil weten hoe de toevoer van water naar de Driemanspolder zal verlopen. De heer Zandwijk vindt dat het gemaal Katwijk voorrang verdient. De heer Van Warmerdam onderschrijft de aanpak van Rijnland en het verzoek van mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs. Hij informeert naar de mogelijkheid om al tijdens de bouw rekening te houden met eventuele latere uitbreiding. Hij wil graag inzage krijgen in uitgebreidere planstudies waarin alle opties zijn uitgewerkt.

De voorzitter antwoordt dat de ontwikkelingen in de Zuidpunt 25 tot 30 jaar gaan duren, terwijl in de overige 2 locaties binnen 10 tot 15 jaar resultaat wordt verwacht. Dit biedt voor dit moment dus geen oplossing. Toch vindt mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs dat deze locatie te snel uit het zicht verdwijnt. De heer Steegh vertelt dat de Zuidpunt niet is aangewezen als potentieel grondgebied. In de 5e Nota ruimtelijke ordening staat deze ingetekend als glastuinbouwgebied of bedrijvenzone. In het streekplan van de provincie wordt de Zuidpunt genoemd voor zoetwaterbuffering. Dit is interessanter dan berging. De voorzitter zegt dat de ontwikkeling van een ander peilbeheer een lang traject is. Aan het huidige beheerspeil moet Rijnland voldoen. Momenteel is een ander peil niet reëel. Met Delfland is een akkoord waarbij Rijnland en Delfland in calamiteuze situaties water van elkaar overnemen. Van de Stichtse Rijnlanden ontvangt Rijnland structureel water. Er zijn afspraken over de hoeveelheden. Een toename is niet te verwachten. De heer Steegh vertelt dat er betreffende de Driemanspolder bestuurlijk overleg is met LNV over de aankopen van gronden. Provincie en waterschappen zijn het eens dat dit gebied voor hoogwaterberging gebruikt moet worden. LNV is niet overtuigd hiervan, deze wil liever een bosbestemming. De eigenaren worden formeel in het najaar geïnformeerd De watertoevoer naar het gebied zal worden verbeterd door verbreding van de Koenesloot die van Stompwijk naar het gebied loopt. In december zal de VV meer gedetailleerd worden geïnformeerd Uitgebreidere planstudies zijn ter inzage. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden wil graag t.z.t. een presentatie van de plannen krijgen. Dit wordt beloofd. Mevrouw Topper-van der Salm benadrukt het belang dat de eigenaren vroegtijdig worden benaderd en dat kosten worden vergoed. De heer Steegh zegt dat deze formeel niet zijn geïnformeerd maar dat zij er allen wel van weten. Het gebied Zwaansbroek is een zgn. strategisch groenproject, wat een onteigeningstitel oplevert. De kosten voor de bewoners zullen worden vergoed.

De heer Van der Weijden houdt moeite met de uitbreiding van het gemaal. De druk op dit gemaal ziet hij niet. Hij ziet in de planstudie niets terug van een ander peilbeheer. De voorzitter antwoordt dat onder de gemeenten en overige belanghebbenden een onderzoek is gehouden over het huidige peil. Het antwoord van de gemeente was dat zij het peil graag zou willen houden als het nu is. Hetzelfde geldt voor natuurgebieden. Alleen in de bollenstreek wordt een lager peil gewenst. Op zich zegt het peilbeheer nog niets over de maalcapaciteit. Bij een verwachte zeespiegelstijging zal malen vaker nodig zijn. Peilbeheer biedt hiervoor geen oplossing.

Over de verdieping en verbreding van de aanvoerkanalen naar het gemaal Katwijk vertelt de voorzitter dat deze met een meter zullen worden verdiept om aan de eigen norm voor de stroomsnelheid te blijven voldoen. Ook over andere mogelijkheden wordt gesproken. Hierover komt nog een rapport. Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs vraag hoeveel bagger het betreft en hoeveel bruikbare grond. De voorzitter zegt dat het alleen om verontreinigde bagger gaat. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden wil weten wat er gebeurt als het kanaal niet wordt aangepast. Volgens de voorzitter leidt dat tot een lager peil, een groter verhang en grotere stroomsnelheden. Op een vraag van mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs antwoordt de heer Stoffelsma dat een ruime strook grond langs het Oegstgeesterkanaal in eigendom is van Rijnland.

Het voorstel gaat met positief advies naar de VV.

XII Krediet inrichting peilvakken De Zilk

Mevrouw Topper-van der Salm vraagt welke kwetsbaarheidsnorm wordt gehanteerd voor het uitplaatsen van de bedrijven. De voorzitter zegt dat uitsluitend wordt gekeken naar hoe laag de percelen liggen. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden vraagt of hierna nog een verzoek om krediet zal volgen. Zij vraagt hoe het zit met de bijdragen van de provincie en GWA. De voorzitter zegt dat de provincie 50 % van de voorbereidings- en inrichtingskosten zal betalen. De telers betalen zelf de aanpassing van de drainage. Aan het einde van het jaar zal nogmaals om krediet worden gevraagd, na publicatie en inspraak. De bufferzone wordt voor 100 % door de provincie betaald. Deze betaalt ook voor GWA, dat alleen een uitvoeringsorgaan is. De heer Van der Weijden zegt dat niet de gehele VV voor de voorbereidingsstudie was. Hij herinnert zich dat mevrouw Van Duijn tijdens de informele VV van 22 mei j.l. vertelde dat de telers verantwoordelijk zijn voor de ontwatering en dat het waterschap verantwoordelijk is voor de afwatering. Het gaat om de wens van de provincie tot drooglegging. Hij ziet niet in waarom Rijnland hieraan mee werkt. Deze is volgens hem met een noodoplossing gekomen. Hij is niet akkoord met de grote uitgaven voor dit project en vraagt zich af of de provincie het zal realiseren.

De voorzitter deelt mee dat voorheen vergunning werd verleend voor het stichten van een onderbemaling. In het kader van het WBP wordt onderbemaling nu tegengegaan. Dit is anders bij blokbemalingen omdat dit grotere gebieden betreft. In veel kleinere polders is dit gebruikelijk. De provincie betaalt mee in het kader van de verhoging van het grondwaterpeil in de duinen. De meeste klachten van telers zullen met de inrichting worden opgelost. Zonder voldoende drooglegging is een goede drainage niet mogelijk. Van der Weijden is niet overtuigd. Mevrouw Van der Kooi-Van den Kolk wil weten of Stichting Duinbehoud bij de inrichting is betrokken. De voorzitter zegt dat deze ook akkoord is. Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs wil weten of de wateroverlast wordt veroorzaakt door kwel vanuit de bodem of door regen. De voorzitter zegt dat een onderscheid tussen beide oorzaken niet goed te maken is. De oplossing voor het probleem werkt in ieder geval. Volgens hem is een goede afspraak met de provincie gemaakt over de bufferzone. Mevrouw Verboom-van den Akker is voor het plan omdat drooglegging een taak van Rijnland is. De heer Zandwijk meldt dat ook aan de bufferzone hard wordt gewerkt.

De heer Van der Weijden is tegen het voorstel, de heer van Warmerdam, mevrouw Binnendijk-Van der Heijden en mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs maken een voorbehoud. Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs wil eerst informeren bij Stichting Duinbehoud. De heer Van Warmerdam vraagt op welk onderzoek men zich heeft gebaseerd. De voorzitter zegt dat dit waarschijnlijk een provinciaal onderzoek is geweest en dat de resultaten hiervan worden nagezonden.

De heer Steegh zegt toe dat de brief aan het pact van Teijlingen in afschrift aan de VV zal worden verzonden. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden merkt op dat een akkoord met dit voorstel ook een akkoord met verder krediet betekent. De voorzitter legt uit dat het hier slechts een voornemen betreft, in verband met de inspraakprocedure. De heer Steegh vult aan dat de kosten-batenanalyse ook een rol speelt in de uiteindelijke besluitvorming. Mevrouw Van der Kooi-Van den Kolk vraagt of er archeologisch onderzoek plaatsvindt en hoe lang dit zal duren. De voorzitter zegt dat er waarschijnlijk onderzoek gedaan moet worden. Hij verwacht niet dat dit lang zal duren. De heer van der Weijden vraagt of landinrichting geen betere optie was geweest. De voorzitter zegt dat dit financieel geen voordeel zou hebben betekend.

XIV Waterakkoord Delfland-Rijnland 2002

Mevrouw Verboom-van den Akker zegt dat de ontwikkelingen in de Middelburg-Tempelpolder veel emoties los maken. De gemeente Reeuwijk is tegen de plannen. Dit zal realisatie moeilijk maken. De heer Steegh zegt dat deze polder allen als voorbeeld staat genoemd. Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs merkt op dat volgens haar er nog niet voldoende bergingslocaties zijn. Daarom moet aangestuurd worden op extra locaties De Zuidpunt zou hiervoor een optie kunnen zijn. De heer Steegh zegt dat de Driemanspolder en Zwaansbroek overlastlocaties zijn. Dit is niet hetzelfde als een zoetwaterbuffer. Soms kunnen deze functies gekoppeld worden. De Middelburg-Tempelpolder is tot nu toe de meest concrete locatie. De discussie hierover is nog in volle gang, met de provincie, de waterschappen en de vijf betrokken gemeenten. Men is in het stadium van de probleemerkenning. Na maatschappelijke erkenning kan een discussie over de locatie plaatsvinden. In het programma van het huidige college van Reeuwijk staat dat de gemeente niet zal meewerken. Wethouder van der Smit erkent het probleem wel, maar ziet graag een gefaseerde uitvoering van het plan. Waterberging kan ook aantrekkelijk zijn wanner op een alternatieve manier wordt ingericht. Dit zou ten laste komen van potentiële medefinanciers. De kosten voor waterstaatkundige voorzieningen worden gedragen door het waterschap. De heer Van der Weijden merkt op dat het stuk weinig diepgang heeft. Er staat niets in over het voorkomen van maaivelddaling, het opsparen van water en ander peilbeheer. De voorzitter ziet hier weinig heil in. De heer Steegh zegt dat de optie vasthouden later aan de orde zal komen. Dit houdt een functieverandering in. De heer Zandwijk heeft problemen met de uitwerking en de hoeveelheid hectaren. De heer Steegh zegt dat het stuk een claimkarakter heeft; het zal waarschijnlijk niet helemaal worden uitgevoerd

Het voorstel gaat met een positief advies naar de VV.

XVIII Mededelingen

a.2 Technische jaarrapportages "Water in Rijnland" en "Waterzuivering in Rijnland"

De heer Van Warmerdam merkt op dat in de eerste rapportage staat dat het eigen weerstation niet goed functioneert. Hij wil weten wat er aan de hand is. Hierop kan geen antwoord worden gegeven. Deze kwestie zal worden uitgezocht. Op pagina 17 staan de metingen van de boezemstand bij het gemaal Nieuwe Wetering. Hij vraagt of er ook op andere tijdstippen wordt gemeten. De resultaten hiervan zullen aan de commissie worden gemeld. Op pagina 18 moet zijn: miljoen kubieke meter per dag. Op pagina 20 moet zijn: berging in de boezem. Verder wil de heer Van der Weijden de maker complimenteren voor de uitgebreidere gegevens. Hij zou graag enige consistentie over de jaren willen zien. Hij vraagt of het zomerpeil een maand naar voren kan worden geschoven. Dit is beter voor de natuur. De voorzitter zegt dat dit niet kan omdat op 1 april de bodem nog verzadigd is. De heer Van Warmerdam wil weten waarom weinig bemonsterd wordt in de Mooie Nel. Dit zal worden nagegaan. Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden vindt de rapportage goed. De heer Van der Weijden wil n.a.v. pagina 84 weten wat de oorzaak is de percentuele toename van de verharding. Deze vraag zal worden nagegaan.

d Interim baggerprogramma

De heer Van Warmerdam verbaast zich over het percentage van 25 op het Zuiderbuitenspaarne. De voorzitter zegt dat het smalste deel het belangrijkste is. Deze kwestie zal worden uitgezocht.

      1.  Rondvraag

Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs meldt dat in de Boterhuispolder geen riool is. Er ligt een nieuwe vergunning voor het lozen van afvalwater ter inzage bij Rijnland. Zij maakt zich zorgen over de sluipende vervuiling en de rol van de gemeente Leiderdorp hierin. De heer Steegh zegt dat het uitgangspunt bij Rijnland is dat het aantal ongezuiverde lozingen niet mag toenemen. Hij zal opnemen met de betreffende ambtelijk dienst of het mogelijk is om met de gemeente in contact te treden over de wenselijkheid van de aanleg van een riool.

De heer Van der Weijden vraagt zich naar aanleiding van de ontwikkelingen over interactieve communicatie met de burgers af of het niet verwarrend is dat het bestuur niet met een stem naar buiten komt. De heer Stoffelsma zegt dat dit punt is besproken in de commissie Bestuurszaken.

Naar aanleiding van een vraag van mevrouw Topper-van der Salm antwoordt de heer Stoffelsma dat het verslag van het artikel 4-overleg voor of tijdens de VV beschikbaar zal zijn.

Mevrouw Van der Kooi-Van den Kolk wil melden dat er ook gemeenten zijn die een goede bijdrage leveren. De gemeente Zoeterwoude heeft 50.000 euro in een Groenfonds gestort voor het beheer van slootkanten en dergelijke. Verder meldt zij dat op 11 juni j.l. de VNG een congres heeft gehouden met als thema geef water een plaats.

Overige punten

De heer Van Warmerdam vraagt naar aanleiding van het D&H verslag van 22 mei j.l. over het wijzigen van een erfpachtsituatie, of Rijnland het betreffende perceel zelf zal verhuren en of er een schoongrondverklaring nodig is. De voorzitter antwoordt bevestigend op de eerste vraag en zegt dat er geen problemen zijn wat betreft de grond.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Waterstaat op 18 september 2002.

 

Naar boven