2. Verslag van de vergadering van 09 april 2003V Jaarrekening 2002
b. Af te sluiten en lopende VV-kredieten
VI Motie van Warmerdam; tarieven 2004
VIII Boezemgemaal Katwijk; heroriëntatie bergen en malen
IX Nota afkoppelen verhard oppervlak
XI Ontwerp Deelstroom Gebiedsvisie Midden-Holland
b. Technische rapportage Waterbeheer in Rijnland 2002
c. Gouwe Wiericke West; voorgang 1e helft 2003
e. Gebiedsaanpak Gouwe Wiericke west; notitie peilbeheer en bodemdaling
f. Europese Kader Richtlijn Water
IX Subsidieregeling SUBBIED; baggeren in stedelijk gebied.
Aanwezig: J.L. van Klaveren (voorzitter), mevrouw Th. C. Van der Kooi-Van den Kolk, mevrouw A. Louwe Kooijmans-Bouhuijs, mevrouw M.A. Topper-van der Salm, mevrouw G.C. Verboom-van den Akker, W.M.N. van Warmerdam, M.J.C. Zandwijk, mevrouw E.I. Binnendijk-Van der Heijden (leden)
J.D. Heijnis (secretaris, tevens directeur sector werken)
J. v.d. Does (adviseur)
K. Duijverman (plv. adjunct-secretaris)
A. Bol (agendapunten V en VI), P.J. Smit (agendapunt VIII) en B. Janse (agendapunt X)
Afwezig (met kennisgeving): mevrouw Y.J.M. v.d. Laan, J.P.R.M. Steegh (vakantie)
De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom
Tekstueel:
Geen opmerkingen.
Naar aanleiding van:
Blz. 1: De heer Van Warmerdam bevestigt dat de aktie m.b.t. de kanovereniging is uitgevoerd.
Blz. 2: De voorzitter deelt n.a.v. een vraag van mevrouw Binnendijk-Van der Heijden mede dat er nog geen zekerheid is te geven m.b.t. de goedkeuring door GS van het WBP. Gesprek met de gedeputeerde ter zake is "naar achteren geschoven".
Wat de Oostvlietpolder (Leiden) betreft geeft hij aan dat het college bezwaren heeft ingediend tegen de huidige plannen van de gemeente Leiden. Dit tot behoud van rechten. BZH werkt momenteel een aantal opties uit om tot oplossingen te komen. De kans op het gebruik van de locatie als baggerdepot wordt z.i. (erg) klein.
Blz. 3: De voorzitter bevestigt dat de alternatieve functies van de Rijndijksluizen meegenomen worden in het onderzoek.
Blz. 4: Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs deelt mede dat de gemeente Leiderdorp inmiddels een voorbereidingsbesluit heeft genomen m.b.t. de Dwarswatering. Aanvragen voor steigers aldaar worden derhalve thans aangehouden door de gemeente. Zij waardeert de beantwoording door het college op haar vragen, maar betreurt desalniettemin dat er toch een aanzienlijke hoeveelheid steigers is gerealiseerd in de Dwarswatering (aantasting oevers en omgeving). Zij bepleit wetgeving om e.e.a. toch tegen te gaan.
De voorzitter bevestigt dat Rijnland geen juridische mogelijkheden had/heeft dit tegen te gaan. Er zal nog wel een externe "second opinion" worden gevraagd m.b.t. de zgn. "tweewegenleer".
Blz. 5: De heer V.d. Does beantwoordt de vraag van de heer Van Warmerdam m.b.t. de wijze van registreren bij Rijnland van klachten die bij gemeenten binnenkomen.
VV-agenda onderwerpen
De heer Bol geeft een nadere toelichting bij de jaarrekening, betreffende o.a. de punten investeringsramingen, het balansresultaat, debiteuren en oninbare posten.
Hij omschrijft het behaalde resultaat (positief saldo van € 1.700.000,--) als mooi. Ideaal is een resultaat van €0,--, maar het thans behaalde resultaat is alleszins acceptabel, temeer gezien de laatste jaren een groter "overschot" te zien gaven. De dalende trend ter zake gaat door. Aandachtspunt zijn de investeringsramingen. Ter zake zal een herbezinning moeten plaatsvinden.
Voorts deelt hij nog m.b.t. gestelde vragen het volgende mede:
Tenslotte vindt er gedachtewisseling plaats inzake de mogelijkheden voor "sparen voor de toekomst". De heer Bol geeft aan wat de huidige systematiek is. Er wordt door het bestuur besloten tot een bepaalde investering (investeringsprogramma) aan de hand waarvan de wijze van financiering wordt bepaald.
De heer Bol wordt gecomplimenteerd met de jaarrekening.
Zonder verdere beraadslaging wordt ingestemd met het collegevoorstel.
Er wordt besloten dit punt niet in deze commissie te behandelen.
Mevrouw Th.C. Van der Kooi-Van den Kolk, mevrouw M.A. Topper-van der Salm, mevrouw G.C. Verboom-van den Akker, M.J.C. Zandwijk en mevrouw E.I. Binnendijk-Van der Heijden hebben begrip en respect voor het standpunt van de heer Van Warmerdam, maar zijn op basis van de argumenten van het college tegen de motie en onderschrijven derhalve het standpunt van het college. Mevrouw A. Louwe Kooijmans-Bouhuijs twijfelt. De heer Van Warmerdam complimenteert het college met de beantwoording van zijn motie. Hij geeft aan nu beter de consequenties van zijn motie te overzien. Hij merkt op dat de gepresenteerde cijfers van De Oude Rijnstromen achterhaald zijn (oude methodiek). De heer Bol bevestigt dit en kan niet toezeggen dat de aangepaste cijfers worden gepresenteerd aan de VV. De heer Van Warmerdam toont hiervoor begrip. Hij constateert dat door de fusie er sowieso een jojo-effect plaatsvindt en dat die door de motie "iets" groter wordt. De heer Bol geeft aan dat de mate van het vergroten van het effect afhankelijk is van de hoogte van het "spaarbedrag". De voorzitter geeft aan dat het college begrip heeft voor de motie, maar dat het (erg) moeilijk is "het op een goede manier anders te doen". Zonder verdere beraadslaging wordt overgegaan naar het volgende agendapunt.
De heer Heijnis overhandigt aanwezigen een aanvullende notitie d.d. 6 juni 2003. De heer Smit licht e.e.a. toe. De notitie heeft vnml. betrekking op het overzicht op blz. 8 van het collegevoorstel. Daar moet voor een juiste vergelijking bij de variant R3 bij "investeringskosten" i.p.v. "€26,8+ P.M*" worden gelezen "€42,5 + P.M".
De voorzitter wijst er op dat het thans voorliggende voorstel geen kredietaanvraag behelst maar een voorstel in te stemmen met het verder uitwerken van renovatievariant 2 (R2), nl. het bijbouwen van een nieuwe pompeenheid en het vernieuwen van 3 bestaande eenheden (capaciteit 75 m3/sec bij storm en 94 m3/sec onder normale omstandigheden).
Hij bevestigt dat bij deze variant de capaciteitseis is gehandhaafd door het college en uitgegaan zal blijven worden van het realiseren van een bergingslocatie in de Driemanspolder en Zwaansbroek.
Voorts erkent hij dat bij de voorbereiding van het vorige voorstel (keuze voor nieuwbouwvariant) door de eigen dienst en de externe deskundige te weinig onderzoek is gedaan naar de mogelijkheden om gebruik te maken van het "oude" gemaal om de uitbreiding van de capaciteit te bewerkstelligen. Inmiddels is op basis van literatuur onderzoek vastgesteld dat het bestaande gemaal is ontworpen op een gemiddeld hoogwaterstand van NAP + 3,50 m met een golfoploop tot + 4,50 m. Hiermee is een eerder veronderstelde onzekerheid m.b.t. de stabiliteit weggenomen. De extra eenheid geeft geen problemen met een ter plaatse aanwezige "oude fundering", terwijl deze uitbreiding een (aanzienlijk) minder grote verandering van de bestaande omgeving veroorzaakt dan de eerder gekozen nieuwbouwvariant. Ook hij acht de marge van 30% bij de uiteindelijke kosten aan de hoge kant, maar stelt dat dit een gegeven is, waar op dit moment "mee geleefd moet worden".
De heer Smit deelt n.a.v. diverse vragen tenslotte nog het volgende mede:
Voorts schetst hij de voordelen van een verplaatsbare "prefab" dieselgeneratorset (o.a. inzetbaarheid bij calamiteiten) en geeft nadere uitleg omtrent de keuze van de (nieuwe) motoren en de bedrijfszekerheid van die motoren.
Zonder verdere beraadslaging wordt ingestemd met het collegevoorstel (verder uitwerken variant R2), incl. de herbevestiging van de voornemens tot bergen van water.
De voorzitter geeft aan dat:
Zonder verdere beraadslaging wordt ingestemd met het collegevoorstel.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs is voor afkoppelen. Zij spreekt haar verbazing uit over het feit dat de wetgever hemelwater gelijkstelt aan afvalwater en bepleit een publiciteitscampagne, teneinde brede bekendheid aan het "afkoppelen verhard oppervlak" te geven. Aanwezigen (incl. de voorzitter) beamen dit. De voorzitter zal dit punt (publiciteit) meenemen in het college. Dit aangezien onderaan blz. 3 van het collegevoorstel gesproken wordt van beperkt communiceren naar gemeenten.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs wijst op daktuinen en het risico van afvalwater van deze tuinen in een gescheiden systeem (water kan verontreinigd zijn door bemesting van de daktuinen). De voorzitter geeft aan dat dit bekend is en dat o.a. hierom in het voorstel gesproken wordt van "verantwoord afkoppelen". Er zal dus kritisch worden gekeken naar waar dit afkoppelen mogelijk en raadzaam is.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs geeft voorts aan zgn. "micro-maatregelen" te missen in de nota en licht deze toe. De voorzitter geeft aan het goede suggesties te vinden maar dat deze nota daar niet voor is bedoeld.
De heer Van Warmerdam wijst op een storende fout op blz 20 van de nota: "bijlage 5" moet zijn "bijlage 6".
N.a.v. vragen van aanwezigen deel de voorzitter tenslotte het volgende mede:
Zonder verdere beraadslaging wordt ingestemd met het collegevoorstel.
Er worden diverse tekstuele opmerkingen gemaakt en aanpassingen voorgesteld en besproken. Afgesproken wordt dat e.e.a. door de heer V.d. Does zal worden meegenomen.
Voorts geeft de heer V.d. Does een verklaring waarom op blz 12 alleen gesproken wordt van calamiteitenberging. Hij meldt bovendien dat bij de provincie NH van een "onevenredige lastenstijging" wordt uitgegaan indien die stijging uitgaat boven de 6%.
De voorzitter deelt tenslotte mede dat het overleg inzake deze visie sec plaatsvindt tussen overheden, dat het college de zorg van de heer Zandwijk deelt m.b.t. de zoute kwel bij de Haringvlietsluizen en dat die zorg ook wordt geuit door het college.
Zonder verdere beraadslaging wordt ingestemd met het collegevoorstel.
Aanwezigen complimenteren het college met dit jaarverslag.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs vindt het (wel) meer een PR-stuk dan een jaarverslag.
Kennis genomen.
Er worden enkele detailopmerkingen gemaakt (o.a. m.b.t. de lay-out; compleetheid/duidelijkheid kaarten).
Kennis genomen
De voorzitter deelt mede dat de gemeente Reeuwijk de intentie-overeenkomst nog niet heeft getekend. Ook de samenwerking met de provincie (als aanvankelijke "trekker") gaat niet soepel/vlot. Hij bevestigt dat eerst sprake moet zijn van een intentieverklaring tussen de samenwerkende partijen, alvorens sprake kan zijn van een actief grondbeleid.
Kennis genomen.
Er vindt omtrent de inhoud van e.e.a. een gedachtewisseling plaats.
Kennis genomen.
De voorzitter bevestigt dat de doelstelling, zoals die nu wordt nagestreefd, niet zonder meer als doelen die conform deze Richtlijn, moeten worden gehaald, kunnen worden gehandhaafd. Die doelen moeten nader gebieds- en waterspecifiek (ook economisch) bepaald worden.
Kennis genomen
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs wijst op een krantenartikel inzake een waterkwaliteitsaspect in de gemeente Oegstgeest. Zij is van mening dat dit soort negatieve publiciteit zo veel mogelijk dient te worden voorkomen. De voorziter onderschrijft dit.
Mevrouw Topper-van der Salm geeft aan dat de heer Van Delft gaarne een persoonlijk onderhoud wenst om zijn problemen nader mondeling toe te lichten.
De voorzitter geeft aan dat hij (Van Delft) daaromtrent in eerste instantie - contact kan opnemen met de "behandelend ambtenaar". Mocht die afspraak niet lukken dan kan de heer Van Delft contact opnemen met de desbetreffende portefeuillehouder.
De heer Zandwijk merkt op dat Rijnlandse publicaties beter in plaatselijke bladen kunnen worden geplaatst dan in het "witte weekblad". Dit aangezien er geen zekerheid bestaat dat het "witte weekblad" aan elk huis wordt geleverd.
Besluitenlijst vergaderingen D&H:
1 april 2003: De heer Van Warmerdam ontvangt van de voorzitter een nadere uitleg m.b.t. een tekstgedeelte omtrent "paden t.b.v. paarden in de zeereep". Hij neemt hier kennis van.
De voorzitter bedankt aanwezigen voor hun bijdrage en sluit de vergadering.
