Presentatie Waterberging, beelden in discussie door Erwin Albrecht, afdeling Communicatie.
2. Verslag van de vergadering van 4 december 2002
IV Boezemgemaal Katwijk; (deel)krediet en vaststellen ontwerp
VI Beslissing Ondersteunend Systeem Boezembeheer; vervolgstudie
a. Integraal waterplan Haarlem
b. Pact van Teylingen; RO Duin- en Bollenstreek
c. Waterkansenkaart Wilck & Wiericke
- Besluitenlijsten vergaderingen D&H
Aanwezig
J.P.R.M. Steegh (voorzitter), J.L. van Klaveren (plv. voorzitter),
mevrouw E.I. Binnendijk-Van der Heijden, mevrouw Th. C. Van der Kooi-Van den Kolk, mevrouw A. Louwe Kooijmans-Bouhuijs, mevrouw M.A. Topper-van der Salm, mevrouw G.C. Verboom-van den Akker, W.M.N. van Warmerdam, M.J.C. Zandwijk (leden)
J.D. Heijnis, (secretaris, tevens directeur sector werken)
J. v.d. Does (adviseur)
K. Duijverman (plv. adjunt-secretaris)
J. Timmermans (agendapunt 1)
Afwezig
mevrouw Y.J.M. v.d. Laan
De voorzitter opent de vergadering en doet mededeling dat het secretariaat thans valt onder de verantwoordelijkheid van de sector Werken.
De heer Heijnis overhandigt de brief van het college van D&H d.d. 5 februari 2003 aan GS van ZH inzake inrichting De Zilk en mevr. Topper-van der Salm de brief van de WLTO d.d. 11 februari 2003 inzake agendapunt 3 V. Beide stukken zullen bij dit agendapunt worden besproken.
De heer Timmermans geeft een presentatie inzake "Waterberging, beelden in discussie". Deze presentatie wordt al toegepast voor publieke doeleinden.
Het betreft een algemene presentatie voor een "groot" publiek. Uiteraard kan in specifieke situaties hier van worden afgeweken c.q. maatwerk worden geleverd.
Het materiaal is niet bedoeld te discussiëren over een eventuele locatiekeuze.
Ook is het aspect schadevergoeding (bij het onder water zetten van de berging t.b.v. piekberging) niet aan orde.
Aanwezigen nemen met instemming kennis van de presentatie.
Op verzoek van de heer Timmermans worden een aantal suggesties gedaan teneinde het niveau van de presentatie (nog) hoger te maken, zoals:
De heer Steegh bedankt de heer Timmermans voor zijn presentatie en aanwezigen voor hun bijdrage.
Tekstueel:
Blz 2, 10e regel van onderen: "halverwege 2003" wijzigen in "eind tweede helft 2003"
Blz 3 XX h.: "Dit punt wordt de volgende keer geagendeerd" wijzigen in "Voor kennisgeving aangenomen.";
Blz 3, 7e regel van onderen: De tekst "Alles wat in het college besproken wordt, is openbaar." vervalt geheel.
Naar aanleiding van:
Blz 2, 7e regel: De heer Van Klaveren deelt n.a.v. een vraag van de heer Warmerdam mede dat hij nog geen nadere specificatie heeft van de kosten voor de sluis in Spaarndam..
Blz 3, 1e regel: De heer Warmerdam licht toe wat hij precies met deze vraag bedoelde. Er wordt afgesproken hier bij de behandeling van dit onderwerp in de bijeenkomst van de VV in juni van dit jaar op terug te komen.
Blz 4, 4e regel van onderen: Mevrouw Topper-van der Salm geeft te kennen dat de heer Van Delft nog steeds geen antwoord heeft gekregen van Rijnland op zijn brief van augustus 2003. Zij spreekt hier haar verwondering over uit. Er zal bij de behandelende ambtenaar worden geïnformeerd naar de stand van zaken (NOOT: door JBZ wordt er naar gestreefd nog deze maand de heer Van Delft schriftelijk te berichten).
De aktielijst wordt doorgenomen. De heer Steegh constateert dat hiermede de aktielijst is afgedaan.
Op voorstel van de heer Steegh wordt besloten in het vervolg in plaats van een aktielijst de vragen van de leden van de commissie via voetnoten in het desbetreffende verslag te beantwoorden.
Voorts wordt op zijn voorstel m.b.t. de wijze van verslaglegging besloten deze voorlopig als proef niet meer woordelijk te laten geschieden. In het verslag zullen de belangrijkste overwegingen om te komen tot de besluitvorming worden weergegeven, alsmede de ter zake gestelde meest relevante vragen.
Eind januari is een aanmerkelijke kostenstijging gemeld n.a.v. een verder uitgewerkt plan voor het boezemgemaal Katwijk. Onder andere dit is reden de behandeling van dit agendapunt nu als voorbarig te bestempelen.
Aanwezigen nemen hier kennis van en stemmen voor zover nodig hiermede in.
De heer Steegh geeft n.a.v. een vraag van de heer Warmerdam aan dat het definitief besluit m.b.t. het gemaal (zie blad 1 "Inspraakprocedure") bij de daar genoemde gemeenten ter inzage is gelegd, gezien de daar geldende locale belangen.
Er wordt toegelicht dat de (nagekomen) brief van de WLTO van 11-2-2003 een reactie is op de (eveneens nagekomen) brief van Waterberg d.d. 25-1-2003 (toegezonden bij brief d.d. 6-2-2003). Hierin distantieert de WLTO zich nadrukkelijk van de inhoud van de brief van Waterberg.
De heer Van Klaveren deelt mede dat er nog geen reactie van GS van ZH is binnengekomen op de brief van D&H van 5-2-2003. Het College acht - gelet op de financiële toezeggingen - een brief van het voltallige College van GS van ZH nodig. Een brief met bedoelde toezeggingen van het College van GS van ZH wordt "voldoende hard" geacht door D&H. De desbetreffende Gedeputeerde V.d. Sar is van te voren op de hoogte gesteld van Rijnlands standpunt.
Op voorstel van de heer Steegh wordt besloten deze kwestie thans wel inhoudelijk te behandelen. Dit heeft het voordeel dat indien de (instemmende/bevestigende) brief van GS van ZH op tijd wordt ontvangen de besluitvorming m.b.t. deze kwestie in de februari-VV kan worden behandeld. Indien die brief niet op tijd wordt ontvangen kan alsdan de besluitvorming daarna eveneens nog snel plaatsvinden.
Aanwezigen zijn het er over eens dat het thans voorliggende voorstel een gedegen stuk werk betreft en complimenteren de opsteller(s) hiermede.
Naar aanleiding van de gestelde vragen wordt het volgende medegedeeld.
De heer Steegh is van mening dat het thans handelt om beantwoording van de vraag:
Wat is naar de huidige maatstaven het effect van de peilvakken (zonder bufferzone) op het peil in de duinen. Er wordt afgesproken dit nader te bespreken met de heer Van Kruiningen.
De heer Van Klaveren mede dat:
De heer Steegh deelt mede dat:
Hij acht hiermede de vragen in voldoende mate beantwoord. Hij inventariseert het advies van de commissie aan de Verenigde Vergadering.
Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden: Zij is voor, tenzij blijkt dat het aanleggen van peilvakken zonder bufferzone niet zinvol is.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs: Zij is tegen en wil hiermede een signaal afgeven; zij is voor meer robuuste maatregelen; dit gelet op o.a. de klimaatverandering.
Mevrouw Verboom-van den Akker: Zij is voor.
De heer Warmerdam: Hij is tegen. Indien er duidelijkheid komt omtrent de bufferzone heroverweegt hij mogelijk zijn standpunt.
Mevrouw Van der Kooi-Van den Kolk: Zij is tegen. Dit gelet op de relatie met de bufferzone en het tot nu toe - uitblijven van een reactie van GS van ZH.
De heer Zandwijk: Is voor tenzij hij uit nadere bestudering van de stukken tot een andere conclusie komt.
N.a.v. een vraag van mevrouw Binnendijk-Van der Heijden of het systeem met de systemen van de inliggende waterschappen "in elkaar geschoven" kan worden deelt de heer Steegh mede dat dit nog uit nader onderzoek moet blijken. Hij benadrukt echter dat de voorgestelde up grade van het systeem op dit moment urgent/noodzakelijk is.
Met het voorstel wordt ingestemd.
a. Integraal waterplan Haarlem
Aanwezigen zien hier een positieve ontwikkeling in en kijken uit naar het definitieve plan. Er zal bij de behandelend ambtenaar worden geïnformeerd of ter plaatse een bezichtiging kan worden georganiseerd in combinatie met de gebruikelijke excursie van de VV in juni van elk jaar (NOOT: dit zal door de afdeling IPP op korte termijn worden kortgesloten. Nadere berichten hieromtrent volgen nog).
N.a.v. een vraag van mevrouw Van der Kooi-van der Kolk wordt nadere uitleg gegeven m.b.t. het aspect groen wordt blauw (groenstroken tussen b.v. rijbanen in, worden vergraven tot water).
Kennis genomen.
b. Pact van Teylingen; RO Duin- en Bollenstreek
De heer Warmerdam merkt m.b.t. de tekst van het stuk op dat op blz. 3 dient te worden opgenomen dat ook de commissie Waterstaat is gehoord. Dit zal worden meegenomen.
Hij zet voorts enkele vraagtekens bij de positie van Rijnland door ondertekening van dit Pact. Dit in relatie tot b.v. het standpunt van Rijnland bij het peilbesluit De Zilk.
De heer Steegh geeft aan dat dit Pact is aangegaan voor 15 jaar. Onder andere bij de reactie op het concept streekplan Zuid-Holland West heeft het Rijnlandse college zijn visie voor de langere termijn gegeven.
Het verschil tussen beide kan enige onduidelijkheid opleveren
Kennis genomen.
c. Waterkansenkaart Wilck en Wiericke
Aanwezigen spreken de hoop uit dat e.e.a. op termijn niet leidt tot meer frictie tussen partijen in het kader van de samenvoeging van de waterschappen ("van 4 naar 1 in 2005").
De heer Steegh verwacht dit niet. Het betreft een kwestie "sec" waar partijen het niet eens over zijn (geworden). Voorts deelt hij nog n.a.v. een vraag van mevrouw Kooi-van der Kolk op dat pas bij de uitvoering van het plan van aanpak verschil van inzicht is ontstaan. Kennis genomen.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs acht het een gemis dat de statistieken en tekeningen in het rapport niet in verschillende kleuren zijn weergegeven. Dit zou het lezen van het rapport in haar beleving aanzienlijk vergemakkelijken.
De heer Steegh deelt n.a.v. een vraag van mevrouw Verboom-van den Akker mede dat de watertoets vanaf 1 maart 2003 een wettelijk instrumentarium is.
Kennis genomen.
N.a.v. een vraag van mevrouw Verboom-van den Akker :
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs meldt dat in haar woonomgeving een plan in ontwikkeling is, welke waterstaatkundige gevolgen heeft voor dit gebied. Zij uit haar bedenkingen omtrent dit plan en vraagt in welke hoedanigheid zij hiertegen kan protesteren en bij b.v. het hoogheemraadschap van Rijnland en het (inliggende) waterschap informatie kan inwinnen. Haar wordt geadviseerd dit als burger te doen en niet als bestuurder van het hoogheemraadschap.
N.a.v. een vraag van mevrouw Binnendijk-van der Heijden deelt de heer Van Klaveren mede dat - voor zover hem bekend - op de "Rijnlandse" stranden geen olievervuiling is aangetroffen.
De voorzitter bedankt aanwezigen voor hun bijdrage.
Geen.
Geen opmerkingen.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Waterstaat op 16 april 2003.
