Verslag Commissie Waterstaat 11 februari 2004

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Verslag Commissie Waterstaat 11 februari 2004

Agenda

1. Opening

2. Presentatie Legger Boezemwateren (E. de Groot – WAS)

3. Verslag van de vergadering van 10 december 2003

III. Krediet Geografisch Informatie Systeem (GIS)

IV. Krediet baggeren cluster 1 en 2

V. Studie toekomstig waterbezwaar; plan van aanpak fase II

VI. NBW / WB21 actieplan

VII. Veenweideproject; afronding fase I

XI. Organisatie Waterbeheer Rijnland; Sociaal Statuut

XIII. Mededelingen

b. Boezemgemaal Spaarndam

c. Ontwikkelingen Kust

d. Streekplan Noord-Holland Zuid

f. Beslisboom Afkoppelen verhard oppervlak

4. Rondvraag

Overige punten

  • Besluitenlijsten vergaderingen D&H (reeds toegezonden).
  • Mededeling beleidsregel "Handhaving Bergend Oppervlak"

Verslag

1. Opening

Tot de komst van de heer Steegh neemt de heer van Klaveren de voorzittersrol waar.de voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom.

2. Presentatie Legger Boezemwateren ( E. de Groot – WAS)

Dhr de Groot geeft een presentatie en toelichting inzake de Legger Boezemwateren.

Een belangrijk verschil met de vorige legger is dat in de nieuwe legger de leggerdiepte de ingreepmaat (de minimummaat) is. Het is dus de bedoeling dat er gebaggerd wordt als de leggerdiepte bereikt is.De voorzitter antwoord n.a.v. diverse vragen dat:

  • De discussie over de zeggenschap en het onderhoud van de watergangen bij de behandeling van het nieuwe WBP thuis hoort.
  • Er t.b.v. de VV-behandeling een kaartje waarop de optimale variant staat aangegeven zal worden verstrekt.
  • Er t.b.v. de VV-behandeling zal worden aangegeven wat de verschillen tussen de optimale en de mimimum+variant zijn.

De commissieleden ontvangen een afdruk van de presentatie.

De aanwezigen nemen met instemming kennis van de presentatie en de bijbehorende toelichting.De voorzitter bedankt dhr de Groot voor zijn presentatie en toelichting.

De heer Steegh arriveert tijdens de presentatie, en neemt de voorzittersrol over van de heer van Klaveren.

3. Verslag van de vergadering van 10 december 2003

Tekstueel:

Blz. 4/5 – agendapunt XI

Staat: De commissie stemt in met het voorstel maar is verdeeld

Te lezen als: De commissie stemt in met het voorstel. Enkele leden maken echter een voorbehoud t.a.v. de seizoensberging.

Blz. 6 – agendapunt 3

Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs merkt op dat in de tekst gesproken wordt over projecten. Het betreft echter een tweetal plannen. Er is dus nog niets uitgevoerd.

Naar aanleiding van:

Blz. 1

N.a.v. een vraag van mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs zegt de heer Steegh toe dat het –nog te verschijnen- verslag van het symposium over de MT-polders onder de commissieleden verspreid zal worden.

Blz.1 - Agendapunt 2

de heer van der Does deelt mee dat de mogelijkheden t.a.v. subsidie voor het internetstemmen uitgeput zijn

Blz.2 - Agendapunt 2

de heer van der Does licht toe dat het de bedoeling is de volgende commissievergadering te combineren met een excursie in het kader van het waterplan Haarlem.de voorzitter merkt aanvullend nog op dat de excursie plaats vindt onder de voorwaarde dat de gemeente Haarlem en Rijnland het eens zijn over het desbetreffende waterplan

Blz. 5 – agendapunt e

de voorzitter licht n.a.v. een vraag van mevrouw Binnendijk-van der Heijden toe dat er binnenkort over het project Gouwe Wiericke west een nieuwsbrief verschijnt en dat er op 3 of 4 maart een informatieavond wordt georganiseerd.

Blz. 5 – agendapunt f

N.a.v. de door mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs gestelde vraag aangaande het verwijderen van de rietkragen in de Amstelveense Poel, deelt de voorzitter mee dat Rijnland niet verantwoordelijk is voor/zeggenschap heeft over het verwijderen van deze rietkragen.

Blz. 5 - agendapunt f

M.b.t. de door mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs gestelde vraag over Driehoeksmossen en Krabbescheer antwoordt dhr Pracht namens dhr Michielsen (de behandelend ambtenaar):De inzet van driehoeksmosselen wordt door TNO onderzocht en Rijnland heeft toegezegd dit onderzoek van nabij te volgen en afhankelijk van de uitkomst inzet te overwegen. In de afgelopen twee jaar heeft Rijnland twee onderzoeken uitgevoerd naar het voorkomen en de invloed van driehoeksmosselen in Rijnlands water. Uit die onderzoeken blijkt al dat er sprake is van grote positieve invloed in bijvoorbeeld de Westeinderplassen. Krabbescheer is daarentegen voor zover bekend geen middel om te komen tot goede kwaliteit maar een indicator van de kwaliteit en ionensamenstelling van het water

Blz. 5/6 - agendapunt f

N.a.v. het door mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs gestelde over het in te laten water in de Geerplas antwoordt dhr Pracht namens dhr Michielsen (de behandelend ambtenaar):

I.v.m. de interne fosfaatbelasting vanuit de bodem heeft het defosfateren van het inlaatwater nauwelijks/geen zin.

Blz. 6 - agendapunt f

N.a.v. de door mevrouw Binnendijk-van der Heijden gestelde vraag aangaande het storten van bagger in de Nieuwe Meer en de werking van de beluchtingsinstallatie antwoordt dhr Pracht namens dhr Michielsen (de behandelend ambtenaar):

Er is in de MER rekening gehouden met de effecten van het storten

van bagger op de menginstallatie in de Nieuwe Meer. Zowel de waterkwaliteitseffecten als de gevolgen voor eventuele aanpassingen cq. verplaatsingen van de installatie zijn onderzocht en in de MER uitgewerkt. Verder wordt streng gemonitord om de ontwikkelingen te blijven volgen

Blz. 6 - agendapunt 3

M.b.t. de door mevrouw Topper-van der Salm gestelde vraag over surplusgrond wordt verwezen naar de als bijlage bij het verslag gevoegde beantwoording.

VV-agenda onderwerpen

III Krediet Geografisch Informatie Systeem (GIS)

De heer van Klaveren licht het stuk toe.

De voorzitter: antwoordt n.a.v. diverse vragen dat:

  • In de begroting al rekening is gehouden met uitgaven t.b.v. het GIS, maar dat nog geen krediet is verleend.
  • De veldcomputer uit het krediet voor de 2° fase betaald wordt.

De heer van Klaveren antwoordt n.a.v. diverse vragen dat:

  • De Oude Rijnstromen een eigen GIS-systeem heeft.
  • Rijnland t.b.v. verdere, nieuwe ontwikkelingen, nauw samenwerkt met GIS-ZES
  • De onderbezetting bij Groot-Haarlemmermeer inderdaad problemen op levert.

De commissie stemt unaniem in met het voorstel.

IV Krediet baggeren cluster 1 en 2

De heer van Klaveren licht het voorstel toe en geeft aan dat, aangezien het hier baggerwerken in het buitengebied betreft, SUBBIED-subsidies niet mogelijk zijn.

De voorzitter zegt n.a.v. daartoe strekkend verzoek van mevrouw Van der Kooi-van den Kolk en mevrouw Binnendijk-van der Heijden toe dat het in de brief opgenomen voorbehoud t.a.v. de overeenstemming over kostenverdeling in het besluit zal worden opgenomen.

Hij antwoordt n.a.v. verdere vragen, dat:

  • Als vanzelfsprekend een goede monitoring van de kwaliteit van de baggerspecie zal plaatsvinden.

Dhr Heijnis licht m.b.t. dit punt nog toe dat er uitgebreid en zorgvuldig toezicht op de werkzaamheden zal worden gehouden.

  • Het beleid t.a.v. de 10 % meerkosten bij hergebruik duidelijk is.

De heer van Klaveren antwoordt n.a.v. diverse vragen dat:

  • Het hier het oplossen van een aantal knelpunten betreft waarbij niet gewacht kan worden op een totaalaanpak. Het werk lijkt daardoor wat "verbrokkeld".
  • Onwillige gemeenten eventueel onder druk (mogelijk zelfs bestuursdwang) worden gezet om mee te werken.
  • De herkomst van de mogelijke asbestverontreiniging niet bekend is.

Dhr Heijnis licht m.b.t. dit punt nog toe dat er sprake is van "asbestverdenking" op basis van historisch onderzoek.

  • De genoemde € 275.000,-- een voorschotkrediet betreft.

Dhr Heijnis antwoord n.a.v. een gestelde vraag dat in het stuk beter zal worden aangegeven hoe het krediet is opgebouwd. Vooral het feit of het voorschotkrediet van € 275.000,-- inbegrepen is bij de in de brief genoemde € 1.700.000,-- zal worden aangegeven.

De commissie stemt in met het voorstel onder de voorwaarden dat:

  1. Het in de brief genoemde voorbehoud, dat voordat met de uitvoering wordt gestart er overeenstemming met de gemeenten over de kostenverdeling moet zijn, aan het besluit wordt toegevoegd.
  2. Er meer duidelijkheid komt over de opbouw van het krediet.

V Studie toekomstig waterbezwaar; plan van aanpak fase II

De heer van Klaveren licht het voorstel toe.

De voorzitter: antwoordt n.a.v. diverse vragen dat:

  • O.a. WLTO, natuur- en milieuorganisaties, gemeenten, provincies e.d. voor de klankbordgroep worden uitgenodigd.
  • Het UNESCO onderzoek een promotie onderzoek is en dus 4 jaar duurt.
  • Rijnland en de andere fusiepartners samenwerken in één werkgroep.

De heer van Klaveren antwoordt n.a.v. diverse vragen dat:

  • Bij toekomstig waterbezwaar ook de toekomstige klimatologische veranderingen een rol spelen.

Naar aanleiding van de geuite twijfel over de klimaatsverandering licht de heer van der Does nog toe dat het hierover vastgestelde kabinetsbeleid leidraad voor de waterschappen is.

  • In de problematiek rondom de boezemkaden vooral de verdroging een rol speelt en minder het waterbezwaar.
  • Hoewel de uitkomsten van de studie te laat zijn om een rol te kunnen spelen in het vaststellen van streekplan Noord-Holland Zuid kunnen zij misschien wel een bijdrage leveren in de discussie rondom dit streekplan die als punt XIIId geagendeerd staat.
  • Er een andere financiering van deze studie wordt gezocht indien er onverhoopt toch meer subsidiegelden dan verwacht voor natuurvriendelijke oevers moeten worden uitgekeerd.

De commissie stemt unaniem in met het voorstel.

VI NBW / WB21 actieplan

M.b.t. de MT-polder licht de voorzitter toe dat de VV de aanpak van de MER-procedure in meerderheid heeft goedgekeurd. Deze MER heeft de uiteindelijke uitvoering van het project als doel.

N.a.v. een vraag van de heer van Warmerdam zal de heer van der Does nagaan of het onderwerp Verzilting eventueel moet worden aangevuld.

De heer van der Does licht nog toe dat de prioriteiten uit de 2° nota waterhuishouding zijn gehanteerd.

De commissie stemt in met het voorstel, maar mevrouw Verboom-van den Akker, mevrouw Binnendijk-van der Heijden, mevrouw Topper-van der Salm en de heer Zandwijk hebben moeite met het in het stuk noemen van het project MT-polder.

VII Veenweideproject; afronding fase I

De voorzitter: antwoordt n.a.v. diverse vragen dat:

  • Er zal worden nagegaan wat de samenhang is tussen de totaal en seizoenpercentages in de tabel op blz. 6 van het stuk.

Nagekomen:

N.a.v. deze vraag antwoordt dhr van den Eertwegh (de behandelend ambtenaar):Deze percentages zijn tot stand gekomen door per seizoen de m³ water en de kg N en P van elke bron te sommeren tot een totaal en daarna de relatieve bijdrage van elke bron apart weer terug te rekenen in een %. Aldus kunnen de berekende percentages per seizoen niet zonder meer opgeteld worden tot een jaarpercentage. Hiervoor moeten eerst de basisgegevens in m3 en kg weer opgeteld worden, daarna kan pas een percentage berekend worden. Deze laatste werkwijze is gevolgd.

  • Er een overzicht van de kosten zal worden opgesteld. Dit om o.a. na te gaan waar het restantbedrag van € 50.000,-- vandaan komt.

Nagekomen:

N.a.v. deze vraag antwoordt dhr van den Eertwegh (de behandelend ambtenaar):Herkomst van € 50.000,-- is uit het restant van het eerder aangevraagde krediet. (we hebben meer dan € 50.000,-- over en vragen om alvast € 50.000,-- te mogen besteden)

Aan de portefeuillehouder zal informatie worden verstrekt om de VV mondeling over de opbouw van de reeds gemaakte kosten te informeren.

  • De melkveehouders op een zeer positieve wijze hebben meegewerkt.
  • Ook voor toekomstige projecten een positieve houding van de melkveehouders wordt verwacht. Dit o.a. naar aanleiding van een presentatie van de resultaten.
  • De uitnodigingen voor het genoemde symposium "breed" zullen worden verspreid. De provincies zullen er in ieder geval bij worden betrokken.
  • Het onderzoek aangeeft wat haalbaar is, eventueel ter onderbouwing van een mogelijk standpunt t.a.v. de kaderrichtlijn Water.
  • Er zal worden nagegaan of er in Europa vergelijkbare gebieden veengebieden met vergelijkbare resultaten t.a.v. MTR-waarden.

Nagekomen:

N.a.v. deze vraag antwoord dhr van den Eertwegh (de behandelend ambtenaar):Ze zijn nu niet bekend en verwacht wordt dat er weinig vergelijkbare gebieden zijn, als geheel gezien. De veenbodem zul je terugvinden in Europa, maar de combinatie daarvan met de ontwatering en de landbouwkundige activiteit is typisch voor Nederland.

De commissie stemt unaniem in met het voorstel.

XI Organisatie Waterbeheer Rijnland;Sociaal Statuut

de voorzitter citeert de door de Dijkgraaf gegeven toelichting in de vergadering van de Commissie Financiën:

De heer Van Tuyll memoreert dat de Voorbereidingscommissie op grond van het Overgangsreglement tot taak heeft de besluitvorming door de VV van het nieuwe waterschap voor te bereiden. Een uitzondering hierop vormt het Sociaal Statuut dat door de besturen van de op te heffen waterschappen moet worden vastgesteld. Dit brede besluitvormingstraject en het gegeven dat het Statuut het resultaat is van onderhandelingen tussen de Voorbereidingscommissie en de werknemersvertegenwoordigingen, maakt dat er voor Rijnlands VV nauwelijks speelruimte aanwezig is. Bij afwijzing zal het college van Gedeputeerde Staten een regeling treffen. Eén waterschap heeft inmiddels een vaststellingsbesluit genomen.

De voorbereidingscommissie had te maken met lopende verplichtingen uit een bestaand statuut van een waterschap en besluiten van twee waterschappen om inhoudelijk aan te sluiten bij het statuut dat voor de fusie van waterschappen in de drie noordelijke provincies is gebruikt. Voorts is in de onderhandelingen gekeken naar het statuut dat voor de waterschapsfusie in Noord-Holland is gehanteerd.

Concluderend stelt de heer Van Tuyll dat beide onderhandelingsdelegaties tevreden zijn met het resultaat dat thans voorligt. Als positieve punten wijst hij op de formulering van volgfuncties, de nonactiviteitsregeling en het seniorenbeleid. Aan een looptijd van zes jaar in plaats van drie jaar zitten zowel positieve als negatieve kanten. Het statuut zal dus ook van toepassing zijn op eventuele volgende reorganisaties, althans voor zover deze uit de fusie na 2005 voortvloeien. In de functie- en takenboeken zal worden aangegeven voor welke functies de deel-onactiviteitsregeling niet van toepassing zal kunnen zijn. Het gaat daarbij vooral om leidinggevende posities. Op basis van deelname door naar schatting 50 Rijnlandse deelnemers, dus exclusief deelnemers inliggende waterschappen, worden de kosten van deze regeling voor de eerste drie jaar samen geraamd op totaal maximaal € 2 mln. Jaarlijks zullen de kosten geleidelijk aflopen.

Overgenomen uit het concept verslag van vergadering van de commissie Financiën van 9 februari 2004

De commissie stemt unaniem in met het voorstel.

XIII Mededelingen

b Boezemgemaal Spaarndam

Voorafgaand de vergadering heeft de commissie, behoudens mevrouw van der Laan, de heer Steegh en mevrouw van der Kooi-van den Kolk, een werkbezoek gebracht aan het Boezemgemaal Spaarndam.De heer van Klaveren vat samen dat het boezemgemaal momenteel goed functioneert, maar dat geen garanties voor de toekomst gegeven kunnen worden gegeven.

N.a.v. vragen van de heer van Warmerdam antwoordt dhr Heijnis dat:

  • Ook na de fusie het boezembeheer centraal wordt aangestuurd, maar beheer en onderhoud vanuit de districten plaats zullen vinden.
  • De noodzaak voor ingrijpende maatregelen (vernieuwing van het boezemgemaal) dankzij de aangebrachte verbeteringen minder is, aangezien de bedrijfszekerheid toegenomen is.
  • Naar aanleiding van een onderzoek door een deskundige van hetWetterskip Fryslân momenteel nader onderzoek wordt verricht naar de invloed van de golfbelasting op het functioneren van het boezemgemaal. Hierbij zullen ook metingen worden gedaan.

Het resultaat van dit onderzoek is over ± 6 maanden bekend en wordt ter informatie aan de VV gestuurd.

  • Er in principe weinig vakkennis over de combinatie van schepraderen en hydraulische aandrijving beschikbaar is.

De commissie is zeer enthousiast over het werkbezoek en dankt dhr de Ru voor zijn duidelijke toelichting.

Kennis genomen

c Ontwikkelingen Kust

De heer van Klaveren licht e.e.a. toe.

De heer van Klaveren antwoordt n.a.v. diverse vragen dat:

  • Het de bedoeling is dat er na afloop van de planperiode(2006) wel rijksgelden beschikbaar zijn voor o.a. suppletie te Noordwijk. Er is echter geen garantie.
  • In het bestuurlijk overleg van januari, aangaande het Kennemerstrand is gebleken dat de Provincie en Rijkswaterstaat akkoord gaan met het plan en dat de gemeente zeggenschap krijgt in het gebied.
  • Er in december 2003 ± € 75.000,-- schade aan de duinen is ontstaan. Tijdens de storm van afgelopen weekend is voor ± € 20.000,-- schade ontstaan.
  • Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs merkt op dat de aanleg van een jachthaven te Katwijk consequenties kan hebben voor de zandstromingen langs de kust bij Noordwijk. Zij verzoekt e.e.a. kritisch te blijven volgen.

Kennis genomen

d. Streekplan Noord-Holland Zuid

De heer Zandwijk, mevrouw Topper-van der Salm, mevrouw Binnendijk-van der Heijden en mevrouw Verboom-van den Akker hebben moeite met de opname in het streekplan van zoekgebieden. Dit i.v.m. de gevolgen voor o.a. de economische waarde en de belemmering voor het gebruik van de aldus benoemde gebieden.

De voorzitter licht toe:

  • Dat het op zich belangrijk is om de zoekgebieden te handhaven.
  • Dat met de provincie is afgesproken om alle informatie t.a.v. de zoekgebieden aan te leveren. Zo niet, dan verdwijnen de zoekgebieden alsnog uit het streekplan.

M.b.t. Zwaansbroek licht de voorzitter toe:

  • Dat de gemeente op het laatste moment besloten heeft de intentieverklaring niet te ondertekenen. Dit omdat zij verwachten een extra taakstelling t.a.v. woningbouw te krijgen op basis van de Nota Ruimte. Voor deze woningen willen zij Zwaansbroek beschikbaar houden. Vaststelling van de Nota Ruimte laat echter nog op zich wachten. Er is dan ook voorgesteld om de intentieverklaring onder het voorbehoud t.a.v. woningbouw te ondertekenen.

Kennis genomen

f Beslisboom Afkoppelen verhard oppervlak

Kennis genomen

4. Rondvraag

N.a.v. een vraag van mevrouw Binnendijk-van der Heijden deelt de voorzitter mee dat het in de D&H vergadering van 16 december 2003 behandelde stuk met betrekking tot de grondaankoop in het Bio Science Park de koopovereenkomst van het genoemde perceel betreft.

De heer van der Does deelt nog mee dat het kabinet a.s. vrijdag het rapport IBO-financiering water bespreekt. Naar verwachting is het rapport binnen één week openbaar.

Overige punten:

Besluitenlijst vergaderingen D&H:

Geen opmerkingen

Mededeling beleidsregel "Handhaving Bergend Oppervlak"

Geen opmerkingen

De voorzitter bedankt aanwezigen voor hun bijdrage en sluit de vergadering.

 

 

Naar boven