2. Verslag van de vergadering van 7 april 2004
V KaderrichtlijnWater: aanwijzing waterlichamen
VI Aankoop gronden Nieuwe Driemanspolder
VIII Vaststellen waterakkoord sluis Bodegraven
IX Krediet uitvoering primaire maatregelen knelpunten watersystemen Rijnsburg-Noord
b. Technische Jaarrapportage waterbeheer in Rijnland
h. Gebiedscommissie Wijk en Woude: deelname Rijnland aan convenant uitvoering Land van Wijk en Woude
- Besluitenlijsten vergaderingen D&H
De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom
Tekstueel
Geen opmerkingen.
Naar aanleiding van:
Bladzijde 2:
N.a.v. vragen van de heer Van Warmerdam, deelt de heer:
Bladzijde 3:
N.a.v. vragen van de heer Van Warmerdam, deelt de heer:
N.a.v. een vraag van mevrouw Topper-Van der Salm deelt de heer Van Klaveren dat een belanghebbende, die eerst geen bezwaar heeft gemaakt tegen het inrichtingsplan "peilvakken regio De Zilk", nu wel bezwaar maakt tegen het n.a.v. bezwaren aangepaste inrichtingsplan (1 gemaal voor een bepaald peilvak in plaats van 2).
Bladzijde 4:
N.a.v. een vraag van de heer Van Warmerdam delen de heren Steegh en Van Klaveren dat de presentatie van BOSBO voorlopig niet zal plaatsvinden (pas volgend jaar zal iets nieuws te zien zijn).
Bladzijde 6:
N.a.v. een vraag van de heer Van Warmerdam deelt de heer Van Klaveren mede dat het onderzoek naar de status (stabiliteit) van de zgn. "veendijken" geen aanleiding geeft tot onrust. Rijnlands standpunt is om bij geringste twijfel maatregelen te nemen.
Mevrouw Kooi-Van den Kolk deelt mede het te betreuren dat de maaibootjes reeds in juni worden ingezet, hetgeen ten koste gaat van de mooie vegetatie. Zij vraagt zich af of dit niet later kan geschieden. De heer Steegh en Van Klaveren geven aan dat het tijdstip waarop deze bootjes worden ingezet afhankelijk is van o.a. het profiel van de desbetreffende watergang (hoe smaller de watergang, hoe eerder; dit t.b.v. behoud van het doorstroomprofiel).
Kennis genomen.
De heer Bol geeft een toelichting in het bijzonder bij de posten "onvoorzien" de "WOZ-kosten" en bij de oplopende afwijkingen m.b.t. de investeringen 1999 – 2003.
N.a.v. een vraag van mevrouw Binnendijk-Van der Heijden deelt de heer Steegh mede dat binnenkort aan de Verenigde Vergadering een voorstel zal worden gedaan m.b.t. de gronden in de "Oostvlietpolder".
Kennis genomen.
De heer Steegh geeft een toelichting.
Dit onderwerp is nog steeds volop in discussie in het College (b.v. over het al niet opnemen van de poldersloten in de rapportage richting "Brussel". I.t.t. het wat er in het voorstel staat wenst het College dan ook nu deze materie nog niet ter besluitvorming aan de Verenigde Vergadering voor te leggen.
Wel wordt gevraagd aan de leden om hun mening te vernemen m.b.t. deze materie. Hierna zal het College zich beraden en in een volgende bijeenkomst met een (nieuw) voorstel komen.
Vervolgens geven de commissieleden hun mening.
Mevrouw Verboom-Van den Akker:
Rijnland moet duidelijk aangeven welke doelen gehaald moeten worden.
De heer Warmerdam:
Hij acht het 2e kaartje te summier. Hij voelt in principe meer voor het 2e kaartje en is er dus voorstander van dat het 2e kaartje – in een nader te bepalen mate - wordt uitgebreid.Hij pleit voor duidelijkere tekeningen (kleurstelling) en meent dat er onjuistheden op voorkomen (diepteligging bepaalde polders).
De dames Topper-Van der Salm, Binnendijk-Van der Heijden en Van der Kooi-Van den Kolk bendrukken dat het hier om een een Europese richtlijn gaat en vragen zich af waarom Rijnland wel in de opgave/rapportage richting Brussel wel b.v. kleine poldersloten moeten opgeven, terwijl omringende landen dat niet doen/behoeven. Wenst de Staatssecretaris desalniettemin een dergelijke rapportage, dan zal de Staatssecretaris voor het instrumentarium moeten zorgen.
Mevrouw Van der Laan vraagt zich op basis van welke criteria nu is gekozen. Ook zij acht het 1e kaartje te summier, maar is er zich van bewust dat bij uitgebreidere rapportage dit een eigen leven gaat leiden, hetgeen ook niet wenselijk is. Rijnland moet zich niet verplichten tot een opgave op "poldersloot-niveau". Wel zou b.v. gedacht kunnen worden aan een rapportage op het niveau van een poldergebied.
De heer Zandwijk pleit voor een niet te gedetailleerde opgave, maar voor een "grofmazige", zoals bedoeld in het voorstel van het College.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs wijst op de eigen verantwoordelijkheid van Rijnland; "we moeten ons niet alleen spiegelen aan Brussel". Zij is van mening dat Rijnland zelf het initiatief moet houden omtrent de wijze van rapporteren. Voorts wijst zij er op dat ook voor de vogel habitat een Europese richtlijn bestaat. Zij pleit op het zo veel als mogelijk afstemmen van die richtlijnen op elkaar.
Naar aanleiding hiervan deelt de heer Steegh mede dat:
Diverse spre(e)k(st)ers vragen zich af of onteigening mogelijk is en pleiten er voor indien dit mogelijk is hier "voorzichtig" mee om te gaan en bovendien de belangen van de eigenaren te zoveel als mogelijk te respecteren (b.v. ook vergoeding verplaatsingskosten).
Mevrouw Van der Laan vraagt hoeveel duurder eigendomsverkrijging op basis van onteigening c.q. "volledige schadeloosstelling" is i.t.t. eigendomsverkrijging d.m.v. vrijwillige medewerking. Bovendien vraagt zij hoeveel subsidie bij het Rijk is aangevraagd en of de gemeente ’s-Gravenhage inmiddels medewerking verleend.
Mevrouw Kooi-Van den Kolk juicht het toe dat de Nieuwe Driemanspolder als natuurgebied is aangewezen.
Mevrouw Binnendijk-Van der Heijden informeert naar de bereidwilligheid van de eigenaren binnen het gebied om op vrijwillige basis te verkopen c.q. medewerking te verlenen aan eigendomsoverdracht.
Mevrouw Verboom-Van den Akker informeert of de informatie-bijeenkomsten druk worden bezocht.
Naar aanleiding hier van deelt de heer Steegh mede dat:
Tenslotte geeft de heer Steegh een toelichting bij de 3 varianten voor het toevoerkanaal van deze polder en deelt mede dat nog een apart besluit aan het voorstel zal worden toegevoegd.
De heer Van Klaveren geeft een toelichting.
N.a.v. een vraag van mevrouw Verboom-Van den Akker deelt hij mede dat de Tolsluis-route één van de opties is. Deze is dus nog steeds "in beeld".
N.a.v. een vraag van de heer Warmerdam deelt hij mede dat verzilting onder de noemer "waterkwantiteit" valt;
N.a.v. een vraag van mevrouw Kooi-Van den Kolk deelt hij mede dat het Rijk en de Provincie niet mee delen in de kosten.
Met het voorstel wordt ingestemd.
De heer Van Klaveren geeft een toelichting.
Er komt nog een overzicht waar de wijzigingen t.o.v. "de oude situatie" op staan aangegeven.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs plaatst een aantal detailopmerkingen m.b.t. de tekst. De naam "Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten" moet zijn "Vereniging Natuurmonumenten". Zij heeft hier al eerder op gewezen.
N.a.v. een vraag van de heer Warmerdam deelt de heer Van Klaveren dat de Woerdense Sluis nog steeds in onderhoud is bij Woerden. Wellicht wordt deze sluis in de toekomst door Rijnland overgenomen, nadat die sluis "op orde is gebracht".
Met het voorstel wordt ingestemd.
De heer Van Klaveren geeft een toelichting.N.a.v. een vraag van mevrouw Verboom-Van den Akker deelt hij mede dat de sloten in dit gebied erg smal zijn en in verband hiermede 2 x per jaar worden "geschouwd". De bewoners beroepen zich terecht op de in het verleden verleende vergunningen, zodat aanpassingen zo nodig door Rijnland moeten gebeuren.
N.a.v. een vraag van de heer Warmerdam deelt hij mede dat de bewoners waarschijnlijk op basis van vrijwilligheid wensen mee te werken aan de te nemen maatregelen. Er is dus overeenstemming te verwachten. Vraag blijft of de daarmede gemoeid zijnde schadeloosstelling(en) in het krediet ad € 80.000,-- is begrepen (NOOT: inmiddels is gebleken dat deze geschatte kosten in het krediet zijn begrepen).
N.a.v. een vraag van mevrouw Binnendijk-Van der Heijden deelt hij mede dat de gemeente medewerking heeft toegezegd m.b.t. de duikers. Verdere medewerking van de gemeente in de toekomst is nu moeilijk in te schatten. Dit zal dienen te worden afgewacht.
N.a.v. vragen van mevrouw Kooi-Van den Kolk deelt hij mede dat:
N.a.v. een vraag van mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs deelt hij mede dat naar de mogelijkheden van extra berging zal worden gekeken. Bij gemeentelijke plannen wordt nu direct naar extra berging gekeken (d.m.v. "watertoets").
Mevrouw Topper-Van der Salm pleit voor een zo spoedig mogelijke uitvoering van deze maatregelen.
Met het voorstel wordt ingestemd.
Complimenten voor de opstellers.
Kennis genomen.
Er worden enkele detailopmerkingen gemaakt (o.a. m.b.t. de verspreiding).
Desgevraagd deelt de heer Heijnis mede dat de functietoewijzing van water door de provincie geschiedt.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs zal enkele detailvragen/-opmerkingen bespreken met de heer V.d. Does
Kennis genomen.
Kennis genomen.
N.a.v. vragen van mevrouw Kooi-Van den Kolk deelt de heer Steegh mede dat een convenant een intentieverklaring is en dat de Rijnlandse financiële bijdrage bescheiden is en dat als andere partijen niet meer hierin participeren, ook van Rijnlandszijde een herbezinning zal komen.
N.a.v. een vraag van mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs en Van der Laan deelt hij mede dat Rijnlands belang in casu is om betrokken te zijn bij deze gebiedsontwikkeling en hoe de "blauwe diensten" hier in passen.
Kennis genomen.
Na een introductie door de heer Steegh presenteert de heer Heijnis de "Baggernota 2004" en geeft daar bij een toelichting . De definitieve versie van deze nota zal in september van dit jaar ter definitieve besluitvorming aan de Verenigde Vergadering worden voorgelegd.
N.a.v. diverse vragen wordt:
Kennis genomen.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs stelt wederom de problematiek rondom de steigers in Rijnlands boezem aan de orde. Na een korte gedachtewisseling wordt geconstateerd dat hierin niets is veranderd.
Mevrouw Kooi-Van den Kolk geeft haar complimenten inzake de presentatie van het Veenweide Project. De heer Steegh onderschrijft dit van harte.
N.a.v. een vraag van mevrouw Binnendijk-Van der Heijden geeft de heer Steegh aan haar suggestie inzake een onderzoek naar de mogelijk om ter plaatse van "vliegveld Valkenburg" een waterberging te realiseren, te zullen meenemen.
De heer Warmerdam en mevrouw Verboom-Van den Akker geven aan het te betreuren dat zij niet aanwezig hebben kunnen zijn bij de presentatie van het Veenweide Project. Zij hebben positieve geluiden ontvangen.
N.a.v. een vraag van mevrouw Verboom-Van den Akker deelt de heer Steegh mede dat de inbreng van de agrariërs m.b.t. het Veenweide Project zal worden mee genomen. Hij heeft ter zake reeds suggesties gedaan.
Kennis genomen.
De heer Warmerdam attendeert op de BURAP.
Er wordt ingestemd met het voorstel geen BURAP op te stellen voor het gehele jaar 2004 (tot en met periode 13).
De heren Steegh en Heijnis delen mede dat:
De voorzitter bedankt aanwezigen voor hun bijdrage en sluit de vergadering.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Waterstaat op 15 september 2004.
