2 Verslag van de vergadering van 16 juni 2004
III Krediet renovatie houtloods Spaarndam
IV Krediet definitief ontwerp en aanleg voedingskabel uitbreiding boezemgemaal Katwijk
VI Herinrichting Leidschendam; Waterberging Nieuwe Driemanspolder
VII Vaststellen definitief ontwerp-peilbesluit Boezem
VIII Krediet grondwateroverlast Wassenaar; Baggeren 2 wijken
XI Kaderrichtlijn water; karakterisering waterlichamen
a. Rapportage Volmolenduiker Gouda
De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom
Tekstueel
Bladzijde 3:
"….welke doelen gehaald kunnen worden, en houd het daarbij vooral realistisch en
haalbaar".
Bladzijde 8:
de heer Van Warmerdam verzoekt 15 september te wijzigen in 8 september
Naar aanleiding van
Bladzijde 1:
Bladzijde 2:
Op de vraag van de heer Van Warmerdam wanneer het IBO rapport in de Kamer zal worden behandeld, deelt de voorzitter mede dat dit al gebeurt is, variant a is daarbij geaccepteerd.
Op de vraag van mevrouw Binnendijk-van der Heijden of de subsidie van 90000 euro ontvangen is, antwoordt de voorzitter bevestigend. V.w.b. de voorliggende mogelijke subsidie van ca. 9000 euro vindt mevrouw Verboom-van den Akker dat die moet worden aangevraagd, terwijl de heer Van Warmerdam daar niet zozeer aan hecht. De heer Zandwijk ziet graag een spoedige start van de werkzaamheden. Mevrouw Van der Kooi-Van den Kolk betwijfelt of de 12000 euro voldoende is voor het meerwerk en onvoorzien welke twijfel door de heer Heijnis wordt weggenomen. Mevrouw Van der Laan tenslotte heeft geen begrip voor het personeelsprobleem, en zou liever zien e.e.a. in eigen beheer uit te voeren zodra het personeel weer op sterkte is.
Met het voorstel wordt ingestemd.
N.a.v. een verzoek om nadere uitleg van het voorstel geeft de heer Heijnis een toelichting. Het bijzondere aan deze installatie is de schaalgrootte, en niet zozeer de techniek. Risicovolle elementen, waar geen ervaringen mee zijn, worden in het ontwerp niet toegepast. Op een vraag van de heer Van Warmerdam antwoordt de heer Heijnis dat er met directe aandrijvingen geen slechte ervaringen zijn. Desgevraagd deelt hij mede dat één partij verantwoordelijk voor het werktuigkundige en elektrotechnische deel en één partij voor het civiele deel. Op de vraag van de heer Zandwijk antwoordt de voorzitter dat het bedrag van deze krediet-aanvraag begrepen is in de totale kosten van 46 mln. Mevrouw Verboom-van den Akker wijst op een mogelijke monopoliepositie van de wellicht weinige in aanmerking komende bedrijven. De voorzitter deelt die vrees niet omdat de Europese regelgeving leidend is in het aanbestedingsproces. Mevrouw Binnendijk-van der Heijden verlangt, juist omdat hier niet van een standaard oplossing sprake is, grote zekerheden in het ontwerp, en zal zich nader inhoudelijk op de hoogte stellen.
Met het voorstel wordt ingestemd.
Mevrouw Van der Laan vraagt waarop de meerkosten uit de wateroverlast-subsidie zijn gebaseerd, wie het beheer doet, en zij mist de waterstaatkundige functie. De voorzitter deelt mede dat de subsidie-verlening een beleidsmatige uitspraak is, en niet gebaseerd is op de uitkomst van concrete getallen. Het beheer van het gebied wordt uitgevoerd door Staatsbosbeheer . Het beheer van de waterstaatkundige werken ligt bij Rijnland.
De heer Van Warmerdam vraagt of er een weg terug is. De voorzitter antwoordt daarop ontkennend, en licht toe dat er een verantwoord risico wordt genomen in de afweging hoogwaterberging vs. het "over hebben" van grond. Het nu opnemen van een clausule over doorverkopen zou daarbij een teken van gebrek aan zelfvertrouwen zijn. Mevrouw van der Laan meent dat we, gezien de vraag naar grond daar niet zo gauw mee zullen blijven zitten.
De heer Zandwijk informeert naar referenties voor de grondprijs en de schadeloosstelling. De voorzitter antwoordt dat er gestreefd wordt naar minnelijke schikking, maar dat de prijs-ontwikkelingen in de markt worden gevolgd.
Mevrouw Van der Kooi-Van den Kolk wijst op de (afhankelijkheid van de) besluitvorming in de gemeenteraad, de termijn die GS nodig heeft, en vraagt of de aankoop al in gang is gezet. De voorzitter deelt mede dat GS al heeft vastgesteld, en dat de besluitvorming binnen Rijnland de laatste stap is. De aankoop is nog niet in gang gezet. Gemeenten zijn t.a.v. bestemmingsplannen geheel zelfstandig, en dat is goed.
Mevrouw Verboom-van den Akker hecht er sterk aan dat bedrijven in staat worden gesteld elders hun activiteiten voort te zetten, en vindt de term "schadeloosstelling" eigenlijk te mager.
Mevrouw Binnendijk-van der Heijden wijst op eventuele bodemverontreiniging, en op de besluit-vorming door Delfland. De heer Mooiman licht toe dat de oud-eigenaar verantwoordelijk blijft voor eventuele verontreiniging, en dat DLG vooraf bodemonderzoek verricht. V.w.b. Delfland is de voorzitter van mening dat in geval van afhaken van Delfland de vrijkomende capaciteit van 300.000m³ Rijnland goed van pas zou komen, en dat er bij deelname van Delfland een aanpassing van het waterakkoord nodig is.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs en mevrouw Van der Laan delen mede verheugd te zijn over het multifunctioneel gebruik.
De heer Zandwijk en mevrouw Verboom-van den Akker maken een voorbehoud. De overige commissieleden stemmen in met het voorstel .
De commissieleden vinden dit een gedegen stuk werk en complimenteren de samenstellers er van.
De heer Van Warmerdam stelt dat dit besluit 2 jaar geleden genomen had kunnen worden, hetgeen de voorzitter bevestigt, als wijsheid achteraf. Verder wijst hij op mogelijke vertraging a.g.v. de 2 fasen, en vraagt hoe lang Rijnland al op het 59 / 62 peil zit. Voorts informeert hij naar vergelijkbare boezemstelsels en of compartimentering een optie is. De voorzitter antwoordt dat een eventuele afwijking in de 2e fase alsdan moet worden bezien. Daarbij zal wel het strakke regime ter discussie komen. Vanaf 1910 hanteert Rijnland de huidige peilen. Vergelijkbare stelsels zijn er in Delfland en in Friesland. Voor compartimentering is niet gekozen vanwege het dan onderdrukken van het opwaaiings-effect.
M.b.t. dit laatste wijst mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs op het positieve effect op het riet. Verder vraagt zij bij het beheer aandacht voor de afgetrapte kanten en de zgn. boezemlandjes. N.a.v. haar vraag over de waterkwaliteit vs. het inlaatregime en de effluentkwaliteit antwoordt mw. Van Es dat de berekeningen uitwijzen dat in de boezem een lichte verslechtering optreedt, zoals in pt. 3.4 van de brief aan de VV is vermeld.
Mevrouw Van der Laan vindt het onbevredigend dat er veel onderzoek is verricht, en dat toch voor de knelpunten nader onderzoek nodig is. In dat verband vraagt zij of er m.b.t. de waterkwaliteit nog verdere actie is voorzien, gegeven de awzi's die beter effluent zullen gaan lozen. De voorzitter antwoordt dat na dit gedegen onderzoek in de toekomst volstaan kan worden met een update. Verder wijst hij er op dat het lang duurt voordat het betere effluent van de awzi's goed merkbaar is in de oppervlaktewaterkwaliteit.
De heer Van Warmerdam maakt een voorbehoud; de overige commissieleden zijn akkoord.
Mevrouw Binnendijk-van der Heijden vraagt waar de bagger wordt afgezet en voorziet een lastige uitvoering i.v.m. de fijnmazigheid van het stelsel er plaatse (en daardoor hoge kosten). De voorzitter antwoordt dat de afzet inbegrepen is in de aanbesteding. Na enige discussie over mogelijke problemen bij de uitvoering, zal dhr Meeuwissen verzocht worden om telefonisch nadere informatie aan haar te verstrekken. De heer Heijnis voegt daar nog aan toe dat ervaringen van de inliggende waterschappen worden gebruikt.
Mevrouw Verboom-van den Akker wenst zo snel mogelijk te beginnen en informeert naar een gemeentelijke bijdrage. De voorzitter licht toe dat Rijnland in het verleden nalatig is geweest, en daarom het de eerste keer op diepte brengen voor eigen rekening neemt; daarna zal beter gehandhaafd worden.
Mevrouw Van der Kooi-Van den Kolk vraagt of de bewoners worden geïnformeerd, hetgeen door de voorzitter wordt bevestigd.
De heer Van Warmerdam merkt op dat in het besluit het te bekostigen deel door de gemeente niet is verwerkt. De voorzitter legt uit dat het college voor het geheel waarvoor Rijnland verantwoordelijk is krediet aanvraagt, inclusief het later terug te vorderen deel van de gemeente.
Mevrouw Van der Laan vraagt wat de eerste keer op diepte brengen inhoudt en waar de "1,9%" betrekking op heeft. De voorzitter antwoordt dat het de eerste keer op diepte brengen niet is geclausuleerd, en dat het genoemde percentage betrekking heeft op de toerekening naar de betreffende kostendrager.
De commissieleden stemmen in met het voorstel
De commissieleden vinden dat hier een gedegen stuk voorligt.
De heer Van Warmerdam vraagt hoe recreatie kan meeliften met baggeren (Gouda). De voorzitter deelt mede hierover met de wethouder van Gouda een 50/50 verdeling te zijn overeengekomen, maar voegt daaraan toe dat over het onderhoud geen uitspraak is gedaan.
Mevrouw Verboom-van den Akker stelt dat nu het up-to-date houden belangrijk is , waarop de voorzitter het voordeel van de 3 districten (met hun gebiedskennis) in de nieuwe organisatie benadrukt.
Mevrouw Van der Laan informeert naar het verschil met 1988. De voorzitter verwijst naar pag. 62 par. 8.3.3, waaruit blijkt dat de verschillen per saldo gering zijn.
De commissieleden stemmen in met het voostel
De gemeenschappelijke mening van de commissieleden is dat de 20 jaar te lang wordt gevonden.
15 jr., of mogelijk nog korter, zou beter zijn. Ingestemd wordt met de eerste periode van 5 jaar.
De voorzitter wijst er op dat in het geval van een totale periode van 15 jaar en een eerste periode van 5 jaar, de tweede periode wel aanzienlijk (tot 10 jaar) zou moeten worden ingekort.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs wijst in dit verband op de mogelijkheid om, als de eerste periode voorspoedig verloopt, al met de tweede periode te starten.
De heer Van Warmerdam oppert de gedachte van een kapitaalsinvestering met een langere looptijd (en een kortere uitvoeringstijd). De voorzitter is daarvan geen voorstander vanwege alsdan hogere kosten.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs pleit er voor om niet in 2 lagen te baggeren, vanwege de te verwachten vervuilde onderste laag. De voorzitter deelt mede dat deze optie nog open is.
Mevrouw Van der Laan mist de onderbouwing van de 20-jaarstermijn, en pleit ervoor eerst naar knelpunten te kijken in plaats van eerst naar wateroverlast (en dus ook waterkwaliteit mee te nemen). De voorzitter wijst op het feit dat nu al in het jaarlijkse budget met kwaliteitsknelpunten (stank, vissterfte) rekening wordt gehouden, die daarmee al voldoende aandacht krijgen. De heer Mooiman voegt daaraan toe dat de afvoerfunctie prioriteit heeft
Mevrouw Verboom-van den Akker legt een relatie met de kaderrichtlijn, omdat de waterkwaliteit verbetert.
Mevrouw Van der Kooi-Van den Kolk informeert of de bagger op de kant kan worden gezet. De voorzitter licht toe dat dit alleen voor klasse 1 en 2 is toegestaan.
Op de vraag van mevrouw Verboom-van den Akker om te blijven zoeken naar knelpunten, deelt de voorzitter mede dat gemeenten zal worden gevraagd mede daarop te letten.
De commissieleden stemmen in met het voorstel, met de kanttekening dat van een totale periode van maximaal 15 jaar sprake zou moeten zijn.
Mevrouw Van der Laan vindt dit een defensief stuk, met een pragmatische insteek, waar niet mee is te sturen op wat Rijnland wil bereiken, en pleit voor het stellen van doelen.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs ziet Rijn-west niet als statisch water, maar als een stroomgebied, en zij mist een definitie van de watertypen A en B. Zij acht het niet juist dat voor waterbeheerders die op zee lozen het effluent als vervuilingsbron geen rol speelt. Dit laatste spreekt de voorzitter tegen door er op te wijzen dat dit niet moet worden gezien als afwentelen, maar dat een andere instantie daarvoor verantwoordelijk is, die ook vergunningseisen stelt.
De heer Van Warmerdam vraagt de vlekken te benoemen i.p.v. alleen het boezemsysteem.
De voorzitter licht toe dat vooralsnog een grove benadering is gekozen omdat nog niet alle consequenties kunnen worden overzien, en alleen melding wordt gemaakt van wat kan worden waargemaakt. Het zegt ook nog niets over Rijnlands doelen. Dat kan de toonzetting hebben beïnvloed. De heer Gerrits deelt mede dat over de typologieën nog wordt nagedacht.
De heer Van Warmerdam, mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs en mevrouw Van der Laan maken een voorbehoud; de overige commissieleden stemmen in met dit voorstel
Geen opmerkingen
