2. Verslag van de vergadering van 20 oktober 2004
V Krediet vernieuwen beschoeiing Oegstgeesterkanaal en Maandagse Watering
VII Project polder De Noordplas
VIII Integraal Waterplan Haarlem
Xb Aanvullend krediet verkiezingen 2004 en 1e rapportage evaluatie
c. Spaarndammerdijk en Goejanverwelledijk
d. Herinrichting Leidschendam; Nieuwe Driemanspolder, stand van zaken MER
e. Principebesluit toekennen bijdrage stabiliteitsonderzoek
De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom.
Tekstueel:
Blz. 1 – agendapunt VI Staat: … dat het momenteel niet aan de orde is om de kapitaalslasten te verrekenen d.m.v. de sluisgelden. Lezen als … dat het momenteel nog niet aan de orde is om de kapitaalslasten te verrekenen d.m.v. de sluisgelden.
Blz 3 – agendapunt X Toevoegen na Mevrouw Verboom-van den Akker vindt dat het stuk onvoldoende onderbouwing geeft: Omdat 3000 ha uit financieel oogpunt niet op te brengen is. Zij pleit dan ook voor kleinschalige oplossingen en dat uit studies meer structurele oplossingen komen
Blz 4 – agendapunt 3 Toevoegen: n.a.v. een vraag van mevrouw Binnendijk-van der Heijden over de mogelijke verkoop van de Oostvlietpolder, antwoordt de voorzitter dat de Oostvlietpolder op termijn verkocht kan worden aangezien de baggerstort niet gerealiseerd kan worden
Naar aanleiding van:
Blz 3 - Agendapunt X: De voorzitter deelt mee dat door de provincie positief is gereageerd op de door Rijnland ingebrachte locaties. De door AGV ingebrachte locaties worden niet gehonoreerd.
De voltallige commissie is verbaasd over het feit dat niet direct in 2001 is gereageerd. N.a.v. deze opmerking(en) antwoordt de heer van Klaveren dat e.e.a. een technische afweging is geweest maar dat nu wel snel tot uitvoering van het werk wordt overgegaan.
De heer Heijnis licht nog toe dat vervanging van de beschoeiing kennelijk op basis van een te globale inspectie is uitgesteld.
N.a.v. vragen van mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs en de heer van Warmerdam licht de heer van Klaveren toe dat toepassen van stalen beschoeiing de goedkoopste oplossing is, ook als deze t.b.v. een verbreding van het kanaal moet worden verwijderd.
Op een vraag van mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs antwoordt de heer van Klaveren dat Rijnland recht heeft op een bijdrage uit het fonds oeverherstel, en dat door deze bijdrage aanvragen van anderen in principe geen gevaar lopen. (het fonds is ruim gevuld)
N.a.v. vragen van mevrouw van der Laan antwoordt de heer van Klaveren dat kunstwerken niet worden geschouwd en dat natuurvriendelijke oevers daar waar mogelijk worden toegepast maar meer ruimte in beslag nemen.
De heer Heijnis antwoordt op een vraag van de heer Zandwijk dat kunststof palen niet sterk genoeg zijn voor dit soort toepassingen.
Op een vraag van mevrouw van der Kooi-van den Kolk antwoordt de heer van Klaveren dat de gekozen oplossing geen gevolgen heeft voor de doorstroming van het kanaal.
De heer Heijnis antwoordt n.a.v. een vraag van mevrouw van der Kooi-van den Kolk dat voor de gordingen ongeïmpregneerd hardhout met FPC keurmerk wordt toegepast.
Op een vraag van mevrouw Binnendijk-van der Heijden antwoordt de heer Heijnis dat houten gordingen goedkoper als stalen gordingen aan te schaffen en te vervangen zijn.
De commissie stemt in met het voorstel.
De heer van Klaveren licht het voorstel toe en benadrukt het belang van het systeem.
De heer van der Does licht nog toe dat de met dit systeem te realiseren reactietijd extra berging/capaciteit van de boezem oplevert.
De heer Heijnis licht nog toe dat BOSBO en in het bijzonder de mogelijkheid om gegevens te bewaren (“geschiedschrijving”) ook belangrijk kan zijn t.b.v. de aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid van Rijnland.
Op vragen van mevrouw Verboom-van den Akker en mevrouw Topper-van der Salm deelt de heer van Klaveren mee dat verziltingsbestrijding ten laste van het kwantiteitsbeheer komt.
Op een vraag van mevrouw van der Kooi-van den Kolk licht de heer van Klaveren toe dat de eerder gedane schatting kennelijk te globaal was.
Op vragen van mevrouw van der Laan licht de heer van Klaveren toe dat zonder BOSBO e.e.a. handmatig moet worden gedaan, dat op termijn ook de polders van de fusiepartners aan het systeem kunnen worden toegevoegd en dat het systeem ± 15 jaar meegaat.
Op vragen van mevrouw Binnendijk-van der Heijden antwoordt de heer van Klaveren dat het boezemgemaal Katwijk ook op dit systeem is aan te sluiten, dat de genoemde besparing voornamelijk de analysekosten betreft en dat er onvoldoende kennis in huis is om dit project zelf te begeleiden. De heer Heijnis licht nog toe dat er wel voldoende kennis in huis is om de adviseur te begeleiden.
Op een vraag van mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs antwoordt de heer van Klaveren dat het systeem niet werkt bij stroomuitval. De heer Heijnis licht toe dat de hoofdpost wel van een noodstroomvoorziening is voorzien.
De heer van Warmerdam verzoekt om een overzichtskaartje van de meetpunten.
De commissie stemt in met het voorstel.
de voorzitter licht het voorstel toe.
Op vragen van de heer van Warmerdam antwoordt de voorzitter:
N.a.v. vragen van mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs antwoordt de voorzitter:
Op een vraag van de heer Zandwijk antwoordt de voorzitter dat het inderdaad lastig is om wellen af te dichten.
Op vragen van mevrouw van der Laan antwoordt de voorzitter:
Op een vraag van mevrouw Topper-van der Salm antwoordt de voorzitter dat de resultaten van een studie zoals deze vooral van belang kunnen zijn bij bestemmingsplanwijzingen in het algemeen.
Op een vraag van mevrouw van der Kooi-van den Kolk antwoordt de voorzitter dat verzilting van de Gouwe o.a. tegengegaan kan worden door afdichten van de wellen, peilverhoging of het verplaatsen van de wateruitlaten. De heer van der Does licht nog toe dat er bij Mijdrecht ’s zomers water t.b.v. de winterperiode wordt geborgen
N.a.v. vragen van mevrouw Verboom-van den Akker antwoordt de voorzitter dat de genoemde peilopzet inderdaad hoog is en dat de kosten baten analyse aan moet geven of dat verantwoord is; en dat er t.b.v. de uitvoering van e.e.a -bijvoorbeeld de afdichting van wellen- wellicht een pilot uitgevoerd moet worden.
De commissie stemt in met het voorstel.
Voorafgaand de vergadering is, in het kader van dit agendapunt, een werkbezoek aan Haarlem e.o. afgelegd.
mevrouw Topper-van der Salm en de heer Steegh waren niet bij deze excursie aanwezig.
I.v.m. de mogelijke aanwezigheid van dhr Grondel, de verantwoordelijk wethouder van Haarlem, is dit agendapunt als laatste VV-agendapunt, voor de mededelingen behandeld.
Op vragen van mevrouw Verboom-van den Akker licht de voorzitter toe dat de keuze voor de genoemde waterbergingslocatie door de gemeente gemaakt is op basis van een kostenafweging (laagste maatschappelijke kosten) en dat “stapeling” van bergingsfuncties op die locatie i.v.m. de daarmee gepaard gaande grote peilfluctuaties niet mogelijk is.
Op een vraag van mevrouw van der Laan antwoordt de voorzitter dat overeenkomstig art. 10 van het Nationaal Bestuursakkoord Water de waterbeheerders verantwoordelijk zijn voor het oplossen van “kleine knelpunten”.
N.a.v. vragen van mevrouw Binnendijk-van der Heijden antwoordt de voorzitter dat het waterplan voldoende borging biedt tegen financiële tegenvallers, dat beide partijen voor hun eigen projecten uit het plan verantwoordelijk zijn en dat er ook aandacht aan de communicatie zal worden geschonken.
N.a.v. vragen van de heer Zandwijk antwoordt de voorzitter dat het gebruik van de natuurvriendelijke oevers door omwonenden een zaak voor de gemeente is, en dat geen problemen bekend zijn t.a.v. de toepassing van natuurvriendelijke oevers in de buitengebieden.
N.a.v. vragen van de heer van Warmerdam antwoordt de voorzitter
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs merkt op dat een natuurvriendelijke oever niet perse aan de definitie daarvan hoeft te voldoen om toch natuurvriendelijk te zijn.
Op een vraag van mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs aangaande de (zon)ligging van de steigers t.o.v. de natuurvriendelijke oevers antwoordt de projectleidsters desgevraagd aan de adjunct-secretaris dat deze opmerking wordt meegenomen in de technische uitwerking en in het in 2005 uit te voeren communicatietraject afgewogen met de bewonerswensen.
Op een vraag mevrouw van der Kooi-van den Kolk aangaande de subsidie voor de natuurvriendelijke oevers voor de Jan Gijzenvaart antwoordt de projectleidster desgevraagd aan de adjunct-secretaris:
De gemeente Haarlem heeft recentelijk een negatieve beschikking ontvangen op het subsidieverzoek (2e Tender Water) aan de provincie N-H betreffende de aanleg van natuurvriendelijke oevers in de Jan Gijzenvaart van € 100.000. De mede namens Rijnland aangevraagde subsidie betreft hier ca 25% van het noodzakelijke budget. De provincie schrijft dat wij in de prioriteitenlijst van 47 aanvragen op de 24ste plaats geland zijn. De provincie heeft aan de zeven hoogst gerangschikte projecten subsidie kunnen verlenen.
Haarlem en Rijnland hebben bij de provincie nog een subsidie aanvraag van € 164.000 voor dit project i.h.k.v. het Fonds Natuur- en Landschapsbescherming lopen. Binnen een aantal weken krijgen we hier een antwoord op. Voor de dus openstaande 100.000 euro zullen andere subsidiebronnen worden gezocht, of anders 25% minder NVoevers aangelegd kunnen worden in de planperiode 2004-2006.
Op een andere vraag van mevrouw van der Kooi-van den Kolk antwoordt de voorzitter dat de vervuiling van grachten en andere stadswateren veelal van oudsher aanwezig is. De heer van der Does licht nog toe dat veel van die vervuiling aan het stedelijk gebruik te wijten is.
De commissie stemt met genoegen in met het voorstel.
De voorzitter licht het stuk toe en merkt op dat op blad 15, aanbeveling 7 een verkeerd jaartal staat: 2006 moet zijn 2008.
N.a.v. een vraag van mevrouw van der Kooi-van den Kolk antwoordt de voorzitter dat de gemeenten niet wilden meewerken aan gebruik van de gemeentelijke publicatieborden en dergelijke
Mevrouw Binnendijk-van der Heijden merkt op dat de nadruk op –het succes van- het internetstemmen ligt maar dat er per saldo niet meer gestemd is. De voorzitter beaamt dit en licht nog toe dat vooral ongeïnteresseerdheid van de kiezers een rol schijnt te spelen.
Verder merkt mevrouw Binnendijk-van der Heijden op dat het stemmen per post betrouwbaarder lijkt te worden gevonden dan internetstemmen en dat er wat haar betreft sprake is van een “overkill” aan informatie (mailings e.d.). Ook heeft zij een voorkeur voor gelijktijdige verkiezingen in het hele land.
Mevrouw van der Laan merkt op dat zij het niet eens is met het feit dat “de categorieën” de kosten voor de herverkiezing zelf moeten betalen. Zij overweegt dan ook een amendement.
De heer Zandwijk merkt op dat het toegepaste districtenstelsel veel onduidelijkheid schept.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs merkt –eveneens- op dat het districtenstelsel veel onduidelijkheid schept. Zij heeft bovendien slechte ervaring met de betrouwbaarheid van de postbezorging. Ook merkt mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs op dat bij internetstemmen controle op het stemgedrag -bij bijvoorbeeld intimidatie door huisgenoten- niet mogelijk is.
Mevrouw Verboom-van den Akker merkt eveneens op dat het districtenstelsel tot veel onduidelijkheid heeft geleid.
De heer van Warmerdam merkt op dat hij onder de indruk is van het internetstemmen.
De commissie stemt in met het voorstel.
De heer Warmerdam noemt o.a. de Vereniging behoud Heksloot polder en het Recreatieschap Spaarnwoude als belanghebbende in de analyse fase.
Mevrouw Binnendijk oppert het opschuiven van De Mient om zodoende beter te kunnen afstemmen met de toekomstige ontwikkeling van Valkenburg. De heer van Klaveren onderkent de relatie maar geeft aan dat het voorbereidende onderzoek door gaat.
Mevrouw van der Laan vraagt wie er besluit over regionale en lokale knelpunten. De heer van Klaveren geeft aan dat eerst onderzoek nodig is naar de oorzaken van de knelpunten. Op basis daarvan worden lokale knelpunten, die eenvoudige met een maatregel zijn op te lossen, aangepakt.
Regionale - en complexere knelpunten vragen om een bredere belangen afweging en besluitvorming.
Mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs wijst op de consequenties van de MER studie Oosterkanaal. De heer van Klaveren antwoord dat reeds is afgesproken dat er geen verdere vernatting zal zijn voordat de bufferzones op kosten van de provincie Zuid-Holland zijn aangelegd. Rijnland stuurt een brief ter onderstreping van de afspraken naar de provincie Zuid-Holland.
De heer Zandwijk brengt de gevolgen en de kosten van de vernatting onder de aandacht.
Op een vraag van de heer van Warmerdam over gewoonterecht licht de heer van Klaveren de aanpak van de illegale onderbemalingen toe.
Mevrouw Binnendijk-van der Heijden stelt voor dat peilvak 6 snel uitgevoerd wordt en als voorbeeld dient. De voorzitter antwoordt dat dat ook de bedoeling is.
N.a.v. vragen van mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs antwoordt de heer van Klaveren:
Op een vraag van de heer van Warmerdam antwoordt de heer van Klaveren dat Rijnland samen met andere waterschappen beroep aan heeft getekend tegen het besluit van RWS.
Op vragen van mevrouw Verboom-van den Akker antwoordt de voorzitter dat er momenteel 60 ha grond aangekocht is dat de grondaankopen daarmee op schema liggen en dat de door DLG namens Rijnland geboden prijzen dus geen probleem lijken te zijn.
Kennis genomen
Op een vraag van mevrouw Louwe Kooijmans-Bouhuijs aangaande de uitlaatgassen van de motoren antwoordt de voorzitter dat er -in principe- tot 2010 aan deze situatie niets veranderd.
De heer van Warmerdam merkt op dat er in de brief 2 bedragen voor de vispassage worden gepresenteerd. (noot adj. secretaris: desgevraagd antwoord de projectleider dat € 500.000,-- het juiste bedrag is)
Niet behandeld.
N.a.v. een vraag van de heer van Warmerdam aangaande de kanteling van Nederland stelt de voorzitter voor om alle “leesbare” en ter zake doende literatuur t.b.v. de VV-leden te verzamelen. Dhr van der Does merkt op dat deze berichten wel geselecteerd moeten worden om verwarring te voorkomen.
De commissie ondersteunt de suggestie van de heer van der Does om vaker, bij de behandeling van belangrijke onderwerpen, een werkbezoek af te leggen.
De heer van Klaveren spreekt een persoonlijk dankwoord uit aan de commissie.
De commissieleden bedanken de voorzitter, de plv. voorzitter, elkaar en de ambtelijke ondersteuning voor de prettige en constructieve samenwerking tijdens de afgelopen zittingsperiode..
Dhr Heijnis bedankt de commissie voor hun inbreng t.b.v. ambtelijke dienst.
de voorzitter bedankt de commissie voor hun inzet, en hun constructieve manier van samenwerken tijdens de afgelopen zittingsperiode.
Besluitenlijst vergaderingen D&H:
Geen opmerkingen
De voorzitter bedankt aanwezigen voor hun bijdrage en sluit de vergadering.
