Besluit op advies bezwaarschriftencommissie Rijnland inzake bezwaar Koningsmantelstraat te Gouda
Besluit op advies bezwaarschriftencommissie Rijnland inzake bezwaar A. Houwaart, vergunning V.40877
Besluit op bezwaarschrift Van der Vorm Bouw b.v.; V.42062
Overdracht aanslagoplegging Amsterdam-west voor 2007 en 2008
Afhandeling betalingsvoorstellen D&H
Toepassing Wet Inrichting Landelijk Gebied
Rapportage klachtenbehandeling 2006
Reglement Rijnland: Overleg ex artikel 3 Waterschapswet
Effectueren ontvangstplicht voor baggerspecie
Concept Waterplan Leidschendam-Voorburg: vrijgeven voor inspraak; discussie over oplossingen waterberging
Vergaderstuk: 07.00208
Ingediend door: Groen/WPC
Op 21 augustus 2006 heeft Rijnland besloten geen vergunning te verlenen aan een zestal bewoners van de Koningsmantelstraat te Gouda voor het hebben van reeds gebouwde steigers. De steigers voldoen niet aan de afmetingen genoemd in de beleidsregel Integrale inrichtingscriteria oppervlaktewateren en kunstwerken. Eind september/begin oktober 2006 maken de zes bewoners bezwaar tegen de weigeringsbeschikking. Deze bezwaarschriften zijn in handen gesteld van de onafhankelijke Bezwaarschriftencommissie Rijnland. Op 22 november 2006 is een hoorzitting gehouden.
In haar advies van 14 december 2006 stelt de Bezwaarschriftencommissie Rijnland geen argumenten van waterstaatkundige aard gehoord te hebben waaruit de conclusie kan worden getrokken dat de vergunningen ten onrechte zijn geweigerd. De commissie adviseert dan ook de besluiten van 21 augustus 2006 in stand te laten.
tot het in stand laten van de besluiten van 21 augustus.
Vergaderstuk: 07.00207
Ingediend door: Groen/WPC
Op 21 augustus 2006 heeft Rijnland besloten geen vergunning aan de heer P.W. van Hemert te verlenen voor het hebben van een reeds gebouwde steiger in de Oude Rijn te Hazerswoude Rijndijk. De steiger voldoet niet aan de afmetingen genoemd in de beleidsregel Integrale inrichtingscriteria oppervlaktewateren en kunstwerken. Op 3 oktober 2006 maakt de heer Van Hemert bezwaar tegen de weigeringsbeschikking. Dit bezwaarschrift is in handen gesteld van de onafhankelijke Bezwaarschriftencommissie Rijnland. In haar advies van 14 december 2006 stelt de Bezwaarschriftencommissie Rijnland geen argumenten van waterstaatkundige aard gehoord te hebben waaruit de conclusie kan worden getrokken dat de vergunning ten onrechte is geweigerd. De commissie adviseert uw college dan ook het besluit van 21 augustus 2006 in stand te laten.
tot het in stand laten van het besluit van 21 augustus. Gelet op de omstandigheid dat de bouwvoornemens bij Rijnland bekend waren, tevens besloten om een tegemoetkoming van 50% in de sloop- c.q. aanpassingskosten te verstrekken.
vergaderstuk: 07.00206
Ingediend door: Groen/WPC
Op 3 oktober 2006 heeft de heer A. Houwaart een bezwaarschrift ingediend tegen het op 21 augustus 2006 genomen besluit aan de heer J. van Wieringen vergunning te verlenen voor het aanbrengen en hebben van vier grenspalen in een watergang te Hazerswoude Dorp. Op 20 november 2006 is een hoorzitting gehouden.
In haar advies van 7 december 2006 stelt de Bezwaarschriftencommissie Rijnland geen argumenten van waterstaatkundige aard gehoord te hebben waaruit de conclusie kan worden getrokken dat de vergunning ten onrechte is verleend. De commissie adviseert dan ook het besluit van 21 augustus 2006 in stand te laten.
tot het in stand laten van het besluit van 21 augustus.
Vergaderstuk: 07.00205
Ingediend door: Groen/WPC
Op 2 november 2005 en 29 augustus 2006 heeft J. van Wieringen een bezwaarschrift ingediend tegen het op 25 september 2006 door het hoogheemraadschap genomen besluit aan A.C. Houwaart vergunning te verlenen voor het hebben van een steiger in een watergang te Hazerswoude Dorp. Op 20 november 2006 is een hoorzitting
gehouden. In haar advies van 7 december 2006 overweegt de Bezwaarschriftencommissie Rijnland dat de bezwaarschriften van de heer Van Wieringen prematuur zijn ingediend en op grond van artikel 6:10 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk verklaard dienen te worden. De commissie adviseert dan ook de bezwaarschriften niet-ontvankelijk te verklaren.
de bezwaarschriften van de heer Van Wieringen niet-ontvankelijk te verklaren
Vergaderstuk: 06.28068
Ingediend door: Groen/WPC
Op 3 juli 2006 heeft Rijnland geweigerd aan Van der Vorm Bouw b.v. een keurvergunning te verlenen voor het hebben van 2 reeds gebouwde steigers in een overige watergang in de wijk Roomburg te Leiden. Tegen deze weigeringsbeschikking heeft Van der Vorm Bouw b.v. op 15 augustus 2006 bezwaar gemaakt. Tijdens de behandeling van het bezwaarschrift bleek dat voor de gevraagde werken reeds op 27 maart 2006 aan de gemeente Leiden ontheffing is verleend (V.41499). Om die reden wordt voorgesteld de weigeringsbeschikking in te trekken.
de weigeringsbeschikking van 3 juli 2006 in te trekken en de voorgestelde lijn voor nieuwe gevallen bij extra of compenserend water te onderschrijven.
Vergaderstuk: 06.21049
Ingediend door: van Velsen/FIN
In het gebied van Amsterdam-west wordt zowel door Amstel, Gooi en Vecht (AGV) als door Rijnland omslag geheven. Dit komt omdat Rijnland in dit gebied reglementair verantwoordelijk is voor het boezembeheer en de zorg voor de primaire waterkeringen. AGV is verantwoordelijk voor het detail waterbeheer en de overige keringen. Op basis van de huidige Waterschapswet kunnen zowel Rijnland als AGV een gedifferentieerd omslag tarief heffen op grond van ieders deeltaken. Dit is voor de belastingplichtige erg verwarrend, zeker toen vorig jaar AGV een andere grondslag hanteerde voor de heffing gebouwd dan landelijk en bij Rijnland werd gehanteerd. AGV legt voor Rijnland de ingezetenenomslag op en Rijnland verzorgt de omslag gebouwd en ongebouwd voor AGV. Daarvoor worden andere tarieven gehanteerd om dubbele heffing te voorkomen. Deze verwarring blijkt ook uit het lagere betalingspercentage op deze aanslagen ten opzichte van de andere belastingaanslagen die binnen Rijnland worden verzonden. Dit komt overigens ook door de sociaal- economische situatie in het gebied. Om klantgerichter te werken wordt in deze notitie, vooruitlopend op de nieuwe Waterschapswet, voorgesteld de omslag gebouwd en ongebouwd vanaf 1 januari 2007 uit te laten voeren door AGV (Waternet).
Daarbij wordt aangesloten bij de Ingezetenenomslag die nu ook al door AGV wordt opgelegd. Hierdoor ontvangen de inwoners van Amsterdam- west nog maar van één waterschap een belasting aanslag. Ook het volledige invorderingstraject en de bezwaarschriften, worden door AGV uitgevoerd.
De totale belastingopbrengst van Rijnland in het gebied van Amsterdam- west bedraagt in 2007 circa 2,3 miljoen euro.
Vergaderstuk: 06.32939
Ingediend door: van Velsen/FIN
Voor iedere betaling die door Rijnland gedaan wordt, wordt gecontroleerd of deze overeenkomstig de budgethoudersregeling door de juiste persoon gefiatteerd is. Hierna wordt de daadwerkelijke betaling uitgevoerd door minimaal twee medewerkers van de afdeling Financieel Beheer.
Achteraf vindt er dan nog fiattering plaats door achtereenvolgens DF en een D&H lid. Deze fiattering wordt gedaan aan de hand van een totaal overzicht van alle betalingen per maand. Voor D&H wordt hiervoor een roulatieschema gebruikt. Omdat het maandelijkse totaaloverzicht beperkte informatie bevat en doordat in de procedure voorafgaand aan deze
bestuurlijke fiattering voldoende maatregelen van interne controle zijn genomen, is de toegevoegde waarde van deze fiattering gering.
Voorgesteld wordt daarom om de achteraf fiattering door D&H te laten vervallen en deze alleen nog door de directeur fiancien te laten plaatsvinden.
de maandelijkse achteraf fiattering van de betalingen door D&H te laten vervallen
Vergaderstuk: 07.
Ingediend door: DGF/WPC
Op 1 januari 2007 is de WILG (Wet Inrichting Landelijk Gebied) in werking getreden. Het Rijk bundelt in deze wet diverse Rijksregelingen in één Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG). Het Rijk draagt daarmee tevens de regie over de uitvoering voor het landelijk gebied over aan de provincie. Ook krijgt de provincie sturing over de Dienst Landelijk Gebied (DLG) en het programmabeheer (via Dienst Regelingen).De invoering van ILG markeert een belangrijke verandering in de sturing van het landelijk gebied. Voor alle partners is de provincie straks herkenbaar en aanspreekbaar als de overheid die verantwoordelijk is voor de sturing in het landelijk gebied.
De provincies Noord- Holland en Zuid-Holland passen de WILG verschillend toe. Noord Holland heeft de werkwijze voor ILG geconcretiseerd in een samenwerkingsovereenkomst tussen de provincie en de drie waterschappen die (een deel van) hun beheergebied in deze provincie hebben. Deze ondertekening op 25 januari gepland.
in te stemmen met:
Vergaderstuk: 07.01011
Ingediend door: DGF/AZ
Op grond van artikel 4, lid 3 van de Klachtenverordening Rijnland 2005 doet de klachtencoördinator jaarlijks schriftelijk verslag van de verrichte werkzaamheden aan het college. Het verslag biedt inzicht in het aantal klachten, de aard van de klachten en de wijze waarop de klachten zijn afgedaan.
In 2006 zijn 9 klachten ontvangen. In de meeste gevallen konden deze klachten worden behandeld door de betreffende afdelingen, die meestal in contact met de klager tot een goede afhandeling van de klacht konden komen.
Eén klacht werd via de Nationale Ombudsman ontvangen, omdat klager van mening was dat hem de toegezegde informatie niet was verstrekt. Ook in dit geval is hem de gevraagde informatie alsnog zo volledig mogelijk verstrekt.
De Algemene wet bestuursrecht laat ook de ruimte om in eerste instantie alsnog te proberen langs deze weg een klacht af te handelen. In artikel 9:5 wordt namelijk gesteld dat verdere behandeling van de klacht achterwege kan blijven, als naar tevredenheid van de klager aan diens klacht is tegemoet gekomen.
Aan de Nationale Ombudsman is daarnaast naar aanleiding van de doorgezonden klacht uitleg gegeven over het onderscheid dat Rijnland maakt tussen meldingen (bijv. ten aanzien van waterkwaliteitsproblemen) en klachten (vermeende onheuse gedragingen ten aanzien van klager).
kennis te nemen van het schriftelijk verslag.
Vergaderstuk: 07.01522
Ingediend door: DGF/AZ
Op 21 februari zal het overleg ex artikel 3 Waterschapswet plaatsvinden met de gedeputeerden Dwarshuis en Poelmann over de uitgangspunten van de reglementering voor Rijnland in het kader van de wijziging van de Waterschapswet.
Ten behoeve van dit overleg is een discussienotitie in voorbereiding, bij de totstandkoming waarvan de vier Zuid-Hollandse waterschappen ambtelijk zijn betrokken. De betrokkene medewerkers van de waterschappen stemmen hun inbreng in de ambtelijke werkgroep onderling af.
Van Noord-Holland is eveneens een notitie bijgevoegd, die in grote lijnen (soms letterlijk) overeenkomt met het Zuid-Hollandse concept. Deze wordt besproken in een (informeel)
bestuurlijk overleg Water op 25 januari a.s.
De VV ter zake te informeren; de definitieve tekst van de Zuid-Hollandse discussienota zal eveneens aan de VV worden toegezonden.
Vergaderstuk: 07.01437
Ingediend door: van der Hoeven/WBZ
In het beleidstuk Bouwen met bagger (afzet nota) is aangegeven dat waar mogelijk de baggerspecie op de kant wordt gezet. Waar en hoe de ontvangstplicht voor baggerspecie geëffectueerd moet worden betreft een nadere uitwerking.
In dit voorstel wordt de volgende eenduidige praktische uitwerking voor het effectueren van de ontvangstplicht gegeven:
Ontvangstplicht voor verspreidbare baggerspecie (van Rijnlandse baggerwerken) blijft voor alle ontvangstplichtigen van kracht. Er wordt vanuit gegaan dat de verspreidbare specie altijd op de kant geplaatst kan worden. Daarnaast krijgen de ontvangstplichtigen de keuze om zelf de ontvangstplicht te regelen of het af te kopen. Hiervoor zal een “afvoerregeling” uitgewerkt worden. Voor het afkopen wordt (in de afvoerregeling) een betaling van een vast bedrag per strekkende meter kant bepaald (ingedeeld in categorieën afhankelijk van de gemiddelde breedte).
Er zal een nadeel compensatie regeling worden opgesteld voor situaties waarbij meer specie moet worden ontvangen dan die tot behoorlijk onderhoud van water wordt verwijderd (Artikel 4 keur Rijnland 2006) .
Het uitgangspunt is dat rechtsongelijkheid wordt weggenomen en het voorstel ten minste kosten neutraal doorgevoerd kan worden. De verwachting is dat er meer baggerspecie op de kant geplaatst zal/kan worden. De risico’s en voor- en nadelen van het voorstel zijn beschreven.
1. De ontvangstplicht voor verspreidbare baggerspecie (van baggerwerken die door of onder toezicht van Rijnland worden uitgevoerd) blijft voor alle ontvangstplichtigen van kracht, waarbij er van uitgegaan wordt dat de specie op de kant geplaatst kan worden.
2. De afvoerregeling met de opties voor 1. op de kant plaatsen, 2. afvoer regelen met aannemer en 3. een afkoopregeling, wordt uitgewerkt. Voor het afkopen wordt een betaling van een vast bedrag per strekkende meter kant bepaald.
3. Daarnaast zal voor gemeenten (als ontvangstplichtigen) de ontvangstplicht ook geëffectueerd kunnen worden door het beschikbaar stellen van toepassingslocaties, waarbij de meerkosten (t.o.v. op de kant zetten) voor de gemeente zijn. Hiervoor is in het kader van de nieuw vast te stellen Besluit Bodemkwaliteit een bodembeheernota (die bodemkwaliteitskaarten en een bodembeheerplan bevat) nodig. Het realiseren van een baggerverwerkingslocatie (depot) en de afzet van gerijpte specie is een voorwaarde voor overname onderhoud stedelijk water en zal in dat traject (eventueel ook voor het landelijk gebied) worden meegenomen/uitgewerkt.
4. Er zal een nadeel compensatie regeling opgesteld worden voor situaties waarbij meer moet worden ontvangen dan die tot behoorlijk onderhoud van water wordt verwijderd (Artikel 4 keur Rijnland 2006).
Vergaderstuk: 07.00280
Ingediend door: Straathof/WBZ
In het peilbesluit voor peilvakken de Zilk (03.04455) is het zogenaamde protocol (of artikel 5) opgenomen. Hierin (zie ook grijs blok op pagina 2) is vastgesteld dat onder bepaalde omstandigheden op schriftelijk verzoek van alle telers in het peilvak Rijnland het peil kan aanpassen. Er zou dan, naast de reguliere omschakeling van winter naar zomer peil tijdelijk geschakeld kunnen worden tussen zomer en winter peil op basis van weersverwachtingen. Er zijn peilvakvertegenwoordigers aangesteld welke per peilvak als aanspreekpunt fungeren. Enkel op basis van hun verzoek (email voorafgaand aan schriftelijk verzoek) en toetsing door Rijnland kan er een peilaanpassing plaatsvinden. Na het verzoek gaat Rijnland de kunstwerken aanpassen.
Dit college voorstel geeft concrete invulling aan artikel 5 en geeft een praktisch werkwijze om te kunnen schakelen tussen winter en zomerpeil vv.
Vergaderstuk: 07.01506
Ingediend door: Rosendal/WPC
Het waterplan voor de gemeente Leidschendam-Voorburg is in concept gereed. De Stuurgroep, waarin bestuurders zitting hebben van de gemeente Leidschendam-Voorburg, Delfland en Rijnland, is akkoord met deze concepttekst en verzoekt de colleges om het concept vrij te geven voor inspraak.
Rijnland is binnen het waterplan verantwoordelijk voor diverse maatregelen, waaronder het invullen van de wateropgave volgens het NBW en de berekeningen uit de Studie Waterbezwaar fase 2 (met name het graven van extra oppervlaktewater). Rijnland betaalt verder mee aan het opheffen van duikerknelpunten en het realiseren van natuurvriendelijke oevers. Tot slot zijn er enkele onderzoeksmaatregelen opgenomen. Een globaal en voorlopig kostenoverzicht wordt aan het college ter informatie voorgelegd.
Tot slot ligt er in de Zijdepolder een discussiepunt ten aanzien van de resultaten van de Studie Waterbezwaar fase 2.
Het Concept waterplan Leidschendam-Voorburg vrij te geven voor inspraak, nadat het plan is getoetst aan de visie van de andere waterbeheerder. De kostenraming en de kostenverdeling worden niet vrijgegeven voor inspraak.
Kennis te nemen van:
