Besluitenlijst D&H 20 november 2007

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Besluitenlijst D&H 20 november 2007

Beschikbaar stellen Gemeenlandshuis voor huwelijksvoltrekking

Wijziging rechtspositiebesluiten voor waterschapsbestuurders per 1-1-2009

Ambtstoelage dijkgraaf

Gemeenschappelijke Regeling laboratoriumwerkzaamheden voor H.H. Schieland en de Krimpenerwaard; vaststellen percentage 2008.

Samenwerking Laboratorium

Ondertekening Convenant Samenwerking Waterketen Noord-Holland

Saneringsplan Schiphol

Beschikbaar stellen Gemeenlandshuis voor huwelijksvoltrekking

Vergaderstuk: 07.33383
Ingediend door: DGF/MID

Toelichting:

De vraag is naar voren gekomen of het wenselijk is het Gemeenlandshuis aan de Breestraat 59 te Leiden beschikbaar te stellen voor huwelijksvoltrekkingen. Het gemeenlandshuis is van buiten en van binnen zonder meer een representatieve locatie, waarvan verwacht mag worden dat er, indien men daar ruchtbaarheid aan geeft, zonder meer belangstelling bestaat voor huwelijksvoltrekkingen.

Bezoekers spreken in de regel  hun bijzondere waardering uit voor het originele en historische interieur van het pand en het aldaar verzamelde en uitgestalde (kunsthistorisch) waardevolle erfgoed. Het goudleerbehang in de Grote Zaal – de plek die zich qua ruimte het meest zou lenen als huwelijkszaal – is zelfs wereldberoemd.

Breestraat 59 is momenteel gedeeltelijk verhuurd (deel begane grond en 1e en 2e etage). De meest representatieve ruimten op de begane grond worden gebruikt voor Rijnlandse vergaderingen en/of ontvangsten. Een deel van het pand (deels 2e etage en 3e etage) staat leeg.

Alvorens in te gaan op de wenselijkheid van het in gebruik geven van het pand als huwelijkslocatie is het verstandig eerst te proberen de vraag te beantwoorden waarom Rijnland dit (graag) zou willen.
Enkele antwoorden op deze vraag zouden kunnen zijn: het pand is erfgoed van de gemeenschap en wij bewaren erfgoed om het te gebruiken ten dienste van die gemeenschap. In die benadering is het toestaan van huwelijksvoltrekkingen een gepaste invulling van de erfgoedgedachte.

In dezelfde sfeer is een ander aanpalend antwoord mogelijk. Namelijk dat wij er naar streven om het publieksbereik en de publieksbetrokkenheid via onze erfgoedinzet proberen te vergroten. Dat kan je onder meer doen door groepen mensen (huwelijksgezelschappen) op uitnodiging gebruik te laten maken van het pand. Die fungeert dan als het ware als onze historische etalage.

Andere overwegingen zijn: Rijnland wil graag gekend worden als een gewaardeerde maatschappelijke partner die zijn huis, net als de gemeente, ziet als het huis van de gemeenschap. In die filosofie is het voltrekken van een huwelijk op die plek zeer toepasselijk. Toestaan van huwelijksvoltrekkingen zorgt voor goodwill, een goede pers en waardering van onze ingelanden/burgers. De andere kant van de medaille is dat de zorg voor ons erfgoed ook betekent dat schade, vernieling, diefstal etc. moet worden voorkomen.

Om dergelijke ontvangsten in goede banen te leiden zijn goede afspraken (volgens protocol) nodig met de gebruikers (het a.s. echtpaar) tijdens een aparte gelegenheid, het zgn. intakegesprek en een goed inlevingsvermogen tijdens de gebeurtenis, als het gaat om de omgang met het huwelijksgezelschap. Met dit gezelschap, dat vaak de meeste aandacht vraagt,  kunnen immers van tevoren géén afspraken gemaakt worden.
In de Breestraat is het afsluiten van alle bereikbare ruimten niet mogelijk, onder meer vanwege het mede-gebruik van het pand door huurders.

De huidige gang van zaken met meerdere huurders vraagt al veel aandacht van de organisatie. Door huwelijksvoltrekkingen toe te staan zal de druk, door nog meer bewegingen in de verkeersruimten in het pand alleen nog maar groter worden: (toilet en garderobe zijn in het onderhuis).

Besloten:

Aangehouden tot een volgende vergadering.

Het college staat niet afwijzend tegenover het gebruik van het pand Breestraat 59 voor  huwelijksvoltrekkingen binnen bepaalde randvoorwaarden, zoals maximum aantal bezoekers, frequentie van het gebruik, het plaatsen van een afscheiding nabij de wanden, inzet van vrijwilligers, e.d.

Met inachtneming van de stellen voorwaarden hierover opnieuw een voorstel aan het college uitbrengen en daarin ook ingaan op de financiële consequenties van het gebruik van het pand voor huwelijksvoltrekkingen.

Wijziging rechtspositiebesluiten voor waterschapsbestuurders per 1-1-2009

Vergaderstuk: 07.33256
Ingediend door: DGF/DT

Toelichting:

Na een vrij langdurig traject is inmiddels overeenstemming bereikt over de wijziging van de rechtspositiebesluiten voor de leden van de algemene besturen, de dagelijkse besturen en de voorzitters van de waterschappen per 1 januari 2009.

Bij de wijziging van de rechtspositiebesluiten is aansluiting gezocht bij de rechtspositieregelingen voor politieke ambtsdragers van gemeenten en provincies.

Het is voorts de bedoeling dat de rechtspositieregelingen worden overgedragen door het ministerie van Verkeer en Waterstaat naar het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Het is gewenst de voorgestelde wijzigingen op korte termijn kenbaar te maken bij de leden van de V.V.

Besloten:

De V.V. in haar bijeenkomst van 12 december 2007 te informeren over de wijziging van de rechtspositiebesluiten van waterschapsbestuurders d.m.v. bijgaande VV-mededeling

Ambtstoelage dijkgraaf

Vergaderstuk: 07.33242
Ingediend door: Groen/DT

Toelichting:

Reeds geruime tijd is in procedure het voorstel tot het toekennen van een ambtstoelage aan de dijkgraaf.

Op grond van het Rechtspositiebesluit voorzitters van waterschappen kan aan de voorzitter van het waterschapsbestuur een ambtstoelage van maximaal 6,25% van het voor hem geldende maximum salaris worden toegekend.

De achtergrond voor het toekennen van een ambtstoelage is in het bijgevoegde VV-voorstel verduidelijkt ten opzichte van het vorige voorstel.

Besloten:

De VV. voor te stellen om met ingang van 1 januari 2008 aan de dijkgraaf een ambtstoelage toe te kennen van 6,25% van het maximum van de voor hem geldende salarisschaal.

Gemeenschappelijke Regeling laboratoriumwerkzaamheden voor H.H. Schieland en de Krimpenerwaard; vaststellen percentage 2008.

Vergaderstuk: 07.33250
Ingediend door: DGF/MID

Toelichting:

Jaarlijks dient het percentage te worden vastgesteld welk aandeel in de kosten van het laboratorium het  hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard heeft. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de ingediende meetplannen van het hoogheemraad-schap en de begroting van het laboratorium voor dat betreffende jaar.

Besloten:

In te stemmen met het vastgestelde percentage van 15 en dit middels de brief mede te delen aan het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.

Samenwerking Laboratorium

Vergaderstuk: 07.31799
Ingediend door: DGF/DT

Toelichting:

In Nederland zien we de trend dat rond meer bedrijfsmatige onderwerpen samenwerkingsverbanden worden gezocht om efficiency- en effectiviteitredenen. Een en ander vindt plaats in de waterschapswereld (bijvoorbeeld ICT in Het Waterschapshuis voor alle waterschappen in Nederland), maar ook daarbuiten, zoals in de waterleidingwereld (concentratie van waterlaboratoria, alsmede industriële watervoorziening). Binnen de waterschapswereld zien we vervolgens naast Het Waterschapshuis diverse initiatieven voor samenwerking op het gebied van belastingheffing, soms met meerdere waterschappen onderling, soms met gemeenten, meer op de regio gericht. Op het gebied van laboratoria zien we inmiddels een initiatief in Oost Nederland, waar het waterschap Groot Salland met de waterschappen Reest & Wieden, Velt & Vecht en Vallei en Eem een onderzoek is gestart naar de opschaling van hun laboratoria. In Limburg heeft het waterschap het laboratorium afgestoten aan een internationale commerciële laboratoriumorganisatie om zo tot schaalvergroting te komen. In Noord Holland is door samenwerking tussen Hollands Noorderkwartier en Amstel, Gooi en Vecht het laboratorium Waterproof tot stand gekomen De waterschappen Brabantse Delta en Hollandse Delta hebben besloten tot oprichting van een gezamenlijk laboratorium, genaamd Delta Water Lab.

Ondanks de schaalvergroting bij de waterschappen zelf, neemt de noodzaak tot schaalvergroting voor laboratoriumactiviteiten toe. Naast efficiency in financiële zin, zijn er voordelen om aan kwaliteitsstandaarden te kunnen blijven voldoen en zijn er voordelen om voldoende gekwalificeerd personeel aan te trekken en te behouden (ruimere innovatie- en ontplooiingsmogelijkheden). Daarnaast valt er vooral ook voordeel te halen in nieuwe ontwikkelingen die noodzakelijk zijn in het kader van onder andere KRW-doelstellingen.

Tussen de waterschappen Delfland, Schieland en de Krimpenerwaard, Hollandse Delta , Rivierenland en Rijnland liepen in 2006 al gesprekken met betrekking tot het opzetten van een gezamenlijk laboratorium, waarmee de bestaande laboratoriumcapaciteit (Hollandse Delta, Rivierenland en Rijnland) zou worden opgeschaald. Medio 2006 heeft Brabantse Delta Hollandse Delta benaderd in verband met het opzetten van gezamenlijk laboratorium. Met name bij Brabantse Delta bestond er om redenen van huisvesting druk om op korte termijn tot die samenwerking te komen.

Medio 2006 is er een informatiebijeenkomst belegd met als doel de ontwikkelingen rond deze samenwerking tussen Brabantse Delta en Hollandse Delta toe te lichten en aan te tonen dat die samenwerking geen beperking zou zijn voor het hierboven genoemde oorspronkelijke initiatief. Daarbij waren bestuursleden en/of directeuren van de waterschappen Hollandse Delta, Brabantse Delta, Rivierenland, Stichtse Rijnlanden, Schieland en de Krimpenerwaard, Delfland, Rijnland, GWL (gezamenlijk laboratorium van de Dommel en Aa en Maas) en het Waterschapsbedrijf Limburg aanwezig. In die vergadering is besloten een werkgroep in te richten die een meer grootschalige oplossing in beeld zou gaan brengen. Nadrukkelijk is afgesproken dat de samenwerking tussen Brabantse Delta en Hollandse Delta (thans Delta Waterlab) en een meer grootschalige oplossing over en weer geen belemmering voor elkaar zullen betekenen. Het een en het ander vormen twee parallelle sporen. De werkgroep, onder leiding van de secretaris directeur van Delfland (een waterschap zonder eigen laboratorium), heeft als uitgangspunt meegekregen aan te geven dat het om samenwerking van waterschappen op laboratoriumgebied gaat of deze nu over een eigen laboratorium beschikken of niet. Op 30 maart 2007 is een rapport uitgebracht over de eerste fase (grootschalige samenwerking Zuid-West Nederland). In dit rapport wordt een aantal scenario’s geschetst, waarvan er twee verder zijn uitgewerkt: het samenwerkingsscenario en het concentratiescenario. Het samenwerkingsscenario gaat uit van optimalisering van de huidige samenwerking. Het concentratiescenario gaat uit van een zelfstandige organisatie. Waterschapsbedrijf Limburg, GWL, Stichtse Rijnlanden en Rivierenland hebben laten weten achter een grootschalige oplossing voor laboratoriumactiviteiten te staan, maar in deze fase te willen afhaken.

De werkgroep heeft vervolgens de scenario’s uitgewerkt in een businessplan op hoofdlijnen. Deze notitie van 16 oktober 2007 is bijgevoegd.

Besloten:

Ingestemd wordt met de volgende conclusies en vervolgacties:

  • In zuid-west Nederland te komen tot een laboratoriumorganisatie voor vijf of meer waterschappen, in eerste instantie Rijnland, Hollandse Delta, Brabantse Delta, Schieland en de Krimpenerwaard en Delfland, waarbij onderkend wordt dat Brabantse Delta en Hollandse Delta met ingang van 1 juni 2008 in een gemeenschappelijke regeling gaan samenwerken op het gebied van laboratoriumactiviteiten, onder de naam Delta waterlab.
  • Te komen tot één organisatie en op termijn mogelijk één productielocatie.
  • Op de weg daar naar toe gestart wordt met een samenwerking van meerdere organisaties vanaf 1 juli 2008.
  • Op 1 januari 2010 één organisatie is ontstaan met meerdere productielocaties met eigen specialisaties.
  • Het daarna aan de nieuwe organisatie en haar oprichters is te bepalen of en wanneer er tot één productielocatie wordt overgegaan.
  • Vanaf 1 juli 2008 de deelnemers onderling afstemmen en besluiten zullen nemen, ten behoeve van het minimaliseren van de frictiekosten (vacatures niet meer vervullen en geen nieuwe investeringen meer te doen, tenzij dat past in het eindplaatje).
  • Opdracht te geven aan een werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van Schieland en de Krimpenerwaard, Delfland, Rijnland en Delta waterlab om een nadere uitwerking te maken teneinde in de tweede helft van 2008 te beslissen over de opzet van één laboratoriumorganisatie te komen op 1 januari 2010.
  • De tijdens de over dit onderwerp op 19 november 2007 gehouden vergadering van de Vereniging van Zuid-Hollandse Waterschappen gemaakte afspraak inzake het niet model doen staan van de organisatie Delta waterlab voor verdergaande fusies van waterschapslaboratoria in zuid-west Nederland.

Ondertekening Convenant Samenwerking Waterketen Noord-Holland

Vergaderstuk: 07.27474
Ingediend door: Rosendal/S&R

Toelichting:

De provincie Noord-Holland heeft in het Waterplan 2006-2010 als doelstelling opgenomen dat in 2015 er een goed beheerde afvalwaterketen is die bijdraagt aan het realiseren van de (ecologische) waterkwaliteitsdoelstellingen. De provincie wil dit doel bereiken onder meer door het vervullen van een faciliterende en coördinerende rol in het proces om te komen tot een verbeterde samenwerking in de waterketen. Om te komen tot nadere concretisering van samenwerking op regionaal niveau is dit op het  provinciale convenant opgesteld. Het convenant bevat een concretisering van het nationaal Bestuursakkoord Waterketen. Hierbij wordt recht gedaan aan de specifieke omstandigheden in Noord-Holland. Het convenant bevat een concretisering van het nationaal Bestuursakkoord Waterketen.

Besloten:

Kennis is genomen van het convenant en ingestemd wordt met ondertekening van het Convenant Samenwerken Waterketen Noord-Holland door Rijnland.

Saneringsplan Schiphol

Vergaderstuk: 07.33382
Ingediend door: Rosendal/S&R

Toelichting:  

Rijnland is ruim 2 jaar in gesprek met Schiphol over de WVO vergunning. Steeds worden stapjes voorwaarts gemaakt. Twee jaar lang, voordat Rijnland op directieniveau de gesprekken heeft gestart, heeft Schiphol de adviezen en aanwijzingen van Rijnland in de wind geslagen. Begin 2005 is Schiphol wakker geschud en sindsdien zijn er stappen gezet. Zo is er inmiddels een geldige WVO vergunning voor het beperkt lozen van kaliumacetaat (gladheidbestrijdingsmiddel) en glycol (de-icingsmateriaal). Schiphol heeft tot 25 juli, met verlenging tot 30 oktober 2007 de tijd gekregen om de opgelegde norm te vergelijken met de Best Beschikbare Techniek (BBT) . Tevens geldt de eis dat de BBT ook kosteneffectief moet zijn. Schiphol heeft middels een door derden opgestelde rapportage proberen aan te tonen dat die BBT niet kosteneffectief is. Rijnland moet vervolgens een oordeel over het rapport van Schiphol uitspreken. De conclusie is in een directieoverleg op 15 november met Schiphol besproken. Schiphol kan zich vinden in de benadering die de ambtelijke dienst aan Schiphol heeft gepresenteerd, onder voorbehoud van bestuurlijke goedkeuring.

Besloten:  

akkoord te gaan met de volgende benadering:

  1. aanbrengen van rioleringen, opvang en geconditioneerde afvoer is kosteneffectief bij aanleg van nieuwe startbanen en platforms;
  2. deze maatregelen zijn ook kosteneffectief als deze maatregelen bij onderhoud worden gerealiseerd (cyclus van ca 7 jaar);
  3. voor de gepresenteerde maatregelen zijn soms goedkopere alternatieven realiseerbaar, waardoor de kosteneffectiviteit toeneemt;
  4. het watersysteem van Schiphol lijk meer op een gemeentelijk watersysteem qua omvang en karakteristiek: analogie is dat bij nieuwbouw ook daar maatregelen direct worden afgedwongen en bij bestaande bouw bij onderhoudswerkzaamheden;
  5. aanpak bij wegen kent dezelfde aanpak als ad 4: ook daar vanuit analogie een aanknopingspunt;
  6. de oplossing wordt dus in de tijd gevonden waarin achtereenvolgens onderhoud aan banen en platforms wordt uitgevoerd, waarbij de meest vervuilende “hotspots” voorin het onderhoudsprogramma worden gehaald, zodat zeer snel (in ca 3-5 jaar) 80% van de negatieve effecten wordt gereduceerd;
  7. deze gefaseerde aanpak kan gepaard gaan met een (tijdelijke) aangepaste handhaving, mits harde en concrete jaarlijkse mijlpalen zichtbaar en controleerbaar worden gemaakt en het herstelplan bij overschrijding steeds in werking is geweest;
  8. het college wenst uitdrukkelijk vast te houden aan de gestelde termijnen (maximum van 7 jaar vanaf 2007).
Naar boven