Van zuiveringsbeheer naar afvalwaterketenbeheer
Wet modernisering waterschapsbestel. Notities richtinggevende keuzes voor de financiële structuur
Evaluatie WBP3
Waterschapsverkiezingen 2008; kredietvoorstel
Standpuntbepaling t.a.v. nautisch- en vaarwegbeheer
Renovatie Grote Sluis te Spaarndam; aanvraag uitvoeringskrediet
Afkoppelen polders Reeuwijkse Plassen
Reeuwijkse Plassen; proefproject Sloene plus flankerende maatregelen
Keuze variant Boezemgemaal Gouda en voorbereidingskrediet
Uitvoeringskrediet Baggeren cluster Zuidwest Rijnland, klasse 3-4 bagger
Wijzigen art. 12, eerste lid Omslagverordening (tarief gebouwd)
Pilot Zandvoort – aanpassing waterkeringsbeheerplan, katern Bouwbeleid
Leggerwijziging en aanpassing waterkeringsbeheerplan versterking Noordwijk
Uitwerking overname onderhoudsplicht van particulieren in stedelijk gebied
Nota bemalingsbeleid
Brede notitie ‘Inrichting watersysteem’
Nota Peilbeheer; Uitgangspuntennotitie
Natuurvriendelijke inrichting Kruisvaart Cruquius
Nieuwbouw AWZI Noordwijk; kredietaanvraag
Verlegging afvalwatertransportleidingen Leiderdorp
Modernisering kostenverdeling afvalwatertransportwerken met gemeenten
Uitvoeringskrediet urinescheiding en behandeling Rijnlands kantoor
Besluit intrekking vergunning nr. V43638 verleend aan Vink en Veenman te Nieuwkoop n.a.v. ingediend bezwaarschrift
Besluit op bezwaar tegen opleggen dwangsombeschikking aan gemeente Haarlem wegens niet naleven Wvo-vergunning
Besluit op bezwaar tegen opleggen dwangsombeschikking wegens niet naleven voorwaarde opgenomen in aan W. Olieman te Reeuwijk verleende Keurvergunning
Besluit niet-ontvankelijk verklaren bezwaar tegen opleggen dwangsombeschikking aan Bos & Hoogenboom te Boskoop
Besluit op advies bezwaarschriftencommissie Rijnland inzake bezwaar bewoners Essenpark te Leiderdorp
Besluit op advies bezwaarschriftencommissie Rijnland inzake bezwaar M.P.C. van Schie te Warmond tegen verlenen keurvergunning V.43485 aan O.A.M. Langezaal te Warmond
Besluit op advies bezwaarschriftencommissie Rijnland inzake bezwaar R.M.A. van der Meer te Oude Ade tegen een aan C.B. de Haas te Oud Ade verleende vergunning V.43474
VV-mededeling Rekenkamercommissie
Liquiditeitsprognose oktober t/m december 2007 en van 2008 – 2012
Beantwoording schriftelijke vragen ex art. 30 RvO VV en Cie’s 2005 van mevr. J.M.A. de Jong
Vergaderstuk: 07.03139
Ingediend door: Rosendal/WBZ
De rijksvisie waterketen uit 2003 richt zich op het optimaliseren van de waterketen in relatie tot het watersysteem en de leefomgeving en op het bevorderen van het doelmatig functioneren van de waterketen. Het rijk ziet permanente samenwerking tussen waterschappen en gemeenten als beste manier om doelmatigheid en transparantie te vergroten Onlangs is het bestuursakkoord waterketen afgesloten waarmee koepelorganisaties als VNG en UvW gezamenlijk een extra impuls geven aan de ontwikkeling van een meer doelmatige en transparante waterketen. Er is sprake van een nieuw waterketen denken waarin de permanente samenwerking uiteindelijk verder verbreed wordt naar het beheer van de gehele afvalwaterketen (of zelfs waterketen) als één organisatie, waarbij kennis en capaciteit worden gebundeld. In het WBP3 streeft Rijnland al naar permanente samenwerking in de afvalwaterketen om de laagste emissies uit awzi’s en riolering (samen de afvalwaterketen) tegen lage maatschappelijke (voor gemeenten en Rijnland) kosten te bereiken. Het bestuursakkoord waterketen biedt een uitgelezen moment voor een heroriëntatie van Rijnland op de visie voor het zuiveringsbeheer of eigenlijk het afvalwaterketenbeheer.
In de nieuwe visie wordt de primaire taak van zuiveringsbeheer te verbreed tot integraal afvalwaterketenbeheer. Hieronder wordt verstaan het gecombineerd uitvoeren van rioleringsbeheer en zuiveringsbeheer op de schaal van het beheergebied van Rijnland. We zien voor ons dat in 2015 één integrale afvalwaterketenbeheerorganisatie ontstaan is waarin minimaal 15 gemeenten participeren. We verwachten dat niet alle gemeenten zullen meedoen. In 2020 opereert de beheerorganisatie zodanig dat verzelfstandiging overwogen kan worden. Om dit te bereiken wordt de komende vier jaar (tot 2012) ingezet op uitvoering van de volgende vier parallelle sporen, waaronder het voortzetten van het rioleringsbedrijf met DZH (Noordwijkerhout).
Zodoende wordt tegemoet gekomen aan de wens geuit in de VV-vergadering op 31-01-2007 bij behandeling van het voorstel om het waterketenbedrijf met de gemeente Noordwijkerhout voort te zetten. De VV vroeg toen om het beleidskader aan te geven waarbinnen het waterketenbedrijf met de gemeente Noordwijkerhout valt.
In te stemmen met de nieuwe visie op het zuiveringsbeheer waarin een verbreding van de primaire taak zuiveringsbeheer naar afvalwaterketenbeheer wordt voorgesteld, met als uiteindelijk doel het vormen van één integrale afvalwaterketenbeheerorganisatie waarin riolering en awzi’s zijn ondergebracht. Deze beleidslijn ter vaststelling voorleggen aan de V.V. in haar bijeenkomst van 12 december 2007 en daaraan voorafgaand aan de orde stellen in de informatieve V.V.-bijeenkomst van 21 november 2007.
Vergaderstuk: 07.31623
Ingediend door: Van Velsen/MID
De Wet modernisering waterschapsbestel (Wmw) die per 1 januari 2008 in werking treedt, brengt ingrijpende wijzigingen in o.a. het heffingenstelsel van de Waterschapswet en de Wet verontreiniging oppervlaktewateren. De wijzigingen beogen de totstandkoming van een eenvoudiger, eenduidiger en transparanter heffingensysteem. Dit nieuwe systeem wordt op 1 januari 2009 van kracht en leidt onder andere tot wijziging van de Kostentoedelingsverordening (KTV). Hierin wordt vastgesteld welk aandeel de
belastingcategorieën moeten gaan betalen voor het watersysteembeheer. Ook wordt in de KTV vastgesteld in welke omstandigheden differentiatie in de omslagtarieven van toepassing is. Daarnaast moet een besluit worden genomen over de grondslag voor de zuiverings- en verontreinigingsheffing. Wat betreft de zuiveringsheffing is een keuze mogelijk tussen handhaving van het heffingsforfait (1 of 3 v.e.) of heffing op basis van het watergebruik. Hoewel de bestuurlijke keuzevrijheid rondom de nieuwe belastingheffing in het algemeen beperkt is door de strakke wettelijke kaders, moeten op een aantal onderwerpen principiële bestuurlijke keuzes worden gemaakt. In de voorgelegde notitie worden daartoe voorstellen gedaan, die de basis vormen voor verdere uitwerking in de KTV en belastingverordeningen. Deze verordeningen zullen in de loop van 2008 voor definitieve besluitvorming aan de VV worden voorgelegd.
Ingestemd wordt met:
De V.V.-voorstellen met het bovenstaande akkoord te gaan.
Vergaderstuk: 07.31660
Ingediend door:
Toezending 1e concept van de evaluatie van het Waterbeheerplan 2006-2009 (WBP3).
Het college heeft met belangstelling kennisgenomen van het evaluatierapport en stemt daarmee in. De evaluatie door middel van het agendapunt Mededelingen ter kennis brengen van de VV in haar bijeenkomst van 12 december 2007 en voorleggen aan de drie vaste V.V.-commissies. Daarbij ingaan op de verbinding van de evaluatie van WBP3 met de start van het opstellen van het WBP4.
Vergaderstuk: 07.31776
Ingediend door: DGF/MID
In 2008 worden voor het eerst landelijke waterschapsverkiezingen gehouden. Deze verkiezingen worden alleen gehouden voor de ingezetenen: alle ingezetenen van 18 jaar en ouder in Rijnland kunnen deelnemen aan deze verkiezingen. Voor de specifieke belangencategorieën (bedrijfsgebouwd, agrarisch en overig ongebouwd en natuurterreinen) vindt de aanwijzing van de VV-leden plaats door resp. de Kamers van Koophandel, de LTO-Noord en het Bosschap.
De waterschappen hebben besloten deze landelijke verkiezingen voor een groot deel gezamenlijk te organiseren onder het motto: centraal wat centraal kan. Daarnaast blijft er vanzelfsprekend ook voldoende ruimte voor een lokale invulling.
Naast de mogelijkheid van het stemmen per post, wordt alle kiezers de mogelijkheid geboden te stemmen per internet, waarbij gebruik gemaakt wordt van RIES.
De kosten van het totale project worden geraamd op € 1.600.000,--; dit is niet alleen aanzienlijk minder dan de kosten, die voor de verkiezingen 2004 zijn gemaakt
(€ 2.575.000,--) maar ook dan als B-investering in de begroting 2007 was opgenomen (€1.800.000,--).
De raming van de kosten is voor een belangrijk deel afhankelijk van de omvang van de communicatieactiviteiten.
In het Plan van Aanpak is ook de projectstructuur beschreven. Daarin wordt voor een stuurgroep een besluitvormende rol toebedacht. Het is aan D&H om hiermee in te stemmen.
1. In te stemmen met de projectstructuur, waarin een stuurgroep – bestaande uit de dijkgraaf, de loco-dijkgraaf, de secretaris-algemeen directeur en de adjunct-secretaris – op de in het plan van aanpak genoemde punten besluiten kan nemen en fungeert als platform voor overleg en afstemming met de projectleider.
2. Het kredietvoorstel, waarin de VV wordt voorgesteld ten behoeve van de waterschapsverkiezingen 2008 een krediet ter grootte van € 1.600.000,-- ter beschikking te stellen, vast te stellen.
Vergaderstuk: 07.30494
Ingediend door: Groen/DT
Rijnland is voor een groot aantal oppervlaktewateren nautisch beheerder en voor een beperkt aantal oppervlaktewateren vaarwegbeheerder. Daarnaast worden door Rijnland vaarvergunningen uitgegeven en vaargelden geïnd. Uit eigen onderzoek is gebleken dat het beleid t.a.v. het nautisch- en vaarwegbeheer binnen het beheersgebied van Rijnland sterk is gefragmenteerd, onduidelijk en onlogisch is georganiseerd. Het is dan ook noodzakelijk dat er, gezamenlijk met de provincies en gemeenten, helder en eenduidig beleid wordt geformuleerd.
Het ontwikkelen van een totale beheersvisie voor het nautisch- en het vaarwegbeheer en het vervolgens toewijzen van de betreffende verantwoordelijkheden aan derden is een provinciale taak.
De provincies hebben hiervoor inmiddels, met het oog op de Waterwet, werkgroepen opgericht. Gezien de voortgang van deze werkgroepen komen de provincies binnenkort met voorstellen, waarbij waarschijnlijk nadrukkelijk gekeken gaat worden naar de waterschappen. Om de discussies met de provincies in goede banen te kunnen leiden is het noodzakelijk dat Rijnland zijn eigen standpunten t.a.v. dit onderwerp duidelijk heeft geformuleerd.
Nadat het nieuwe beleid t.a.v. het nautisch- en vaarwegbeheer is vastgesteld en de vaarwegbeheerders zijn toegewezen volgt een implementatietraject. In dit traject zullen alle huidige regelingen, procedures etc. moeten worden herzien en aangepast. Of het huidige Rijnlandse vaarvergunningen-stelsel/fondsoeverherstel kan worden afgeschaft is afhankelijk hoe het nieuwe beleid t.a.v. het nautisch- en vaarwegbeheer er uit komt te zien.
in te stemmen met de in het voorstel verwoorde korte termijn standpunten en standpunten t.a.v. nieuw beleid m.b.t. nautisch en vaarwegbeheer. Onderstaand zijn betreffende standpunten samengevat weergegeven:
Standpunt nieuw beleid: Het nautisch- en vaarwegbeheer is in het gebied van Rijnland, gezien de intensieve scheepvaartbewegingen en dus ook de hiervoor speciale controlerende en regulerende activiteiten, een taak die niet verenigbaar is met de reglementaire taakopdracht van het waterschap. Rijnland vindt het logischer dat deze taken worden toegewezen aan de provincies en de gemeenten. Wel is Rijnland, uit oogpunt van efficiency en synergie, bereid tegen betaling specifieke uitvoeringsgerelateerde taken zoals het baggeronderhoud en het onderhoud aan oevers, uit te voeren.
Vergaderstuk: 07.29327
Ingediend door: Groen/S&R
De Grote Sluis in Spaarndam verkeert in een slechte onderhoudsstaat en moet op korte termijn worden gerenoveerd. Er zijn verschillende varianten voor het ontwerp van de renovatie onderzocht. De Verenigde Vergadering wordt verzocht in te stemmen met uitvoering van de variant en een krediet beschikbaar te stellen van € 15.300.000,-- voor de uitvoering van de werkzaamheden.
De Verenigde vergadering te verzoeken:
Vergaderstuk: 07.31514
Ingediend door: van der Hoeven/S&R
De waterkwaliteit van de Reeuwijkse Plassen is al jaren niet naar wens. Dat heeft onder meer te maken met de inlaat van water voor en van (voormalige) landbouwpolders die met de Reeuwijkse Plassen in verbinding staan. In het tweede kwartaal van 2007 is gestart met een haalbaarheidsstudie naar de afkoppeling van deze omliggende landbouwpolders en hierop aansluitende inlaatmogelijkheden voor de plassen. De studie is uitgevoerd in nauw overleg met het Overlegplatform Toekomst Reeuwijkse Plassen (OTRP) en met een begeleidingsgroep, waarin de gemeente Reeuwijk, VWR, SBN, Vereniging Natuurbehoud 's-Gravenkoop en VVE Sluipwijkse Plassen participeerden. De studie is op een oor na geveld. Afronding zal echter niet tot nieuwe conclusies leiden.
Vast staat dat afkoppeling van de plassen het gewenste effect sorteert: een aanzienlijke afname van de hoeveelheid in te laten gebiedsvreemd water en - inherent daaraan - lagere nutriëntenlast. Afkoppeling vormt daarmee een belangrijke randvoorwaarde voor het herstel van de Reeuwijkse Plassen
Afkoppeling van de in de haalbaarheidsstudie betrokken deelgebieden is, met uitzondering van het deelgebied Goudse Hout (polder Willens) ook technisch uitvoerbaar. Voor de Goudse Hout wordt aanbevolen de mogelijkheden te verkennen voor een nieuw te realiseren afvoervoorziening en daarmee een integrale oplossing te bieden voor bestaande knelpunten binnen polder Willens.
De V.V. voorstellen:
Een voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen van € 300.000,-- voor de onder punt 1 en 2 genoemde maatregelen.
Vergaderstuk: 07.31529
Ingediend door: van der Hoeven/S&R
Op 31 januari 2007 heeft de Verenigde vergadering besloten om een voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen van € 100.000,-- voor de eerste uitvoeringsfase van het proefproject Sloene. Het doel van de proef is het algemene kennishiaat over het herstel van de laagveenplassen te beantwoorden. Het voorstel voorzag in twee fasen, te weten:
- gedeeltelijke isolatie van de plas om de doorstroming te beperken, 2007-2009 (werk);
- slibwoelende vis wegvangen, fosforfixatie toepassen en flexibel peilbeheer, 2010-2014 (beheer).
In januari 2007 is de Verenigde Vergadering onder meer toegezegd dat medio 2007 een krediet zou worden aangevraagd voor de uitvoering van fase 1. Dit betreft het uitvoeren van alle noodzakelijke maatregelen om fase 1 te kunnen uitvoeren. De kosten van deze maatregelen werden destijds geraamd op in totaal € 350.000,--.
Begin dit jaar is De Sloene in opdracht van de gemeente Reeuwijk eenzijdig afgedamd. Daarmee is een deel van de maatregelen van fase 1 uitgevoerd. Rijnland monitoort momenteel het effect van deze maatregel. Verder werkt Rijnland momenteel aan een definitief ontwerp van de laatste maatregel uit fase 1, te weten het ontwerp van een sluisje en een stuw ter hoogte van de Steupel. Zodra dit ontwerp definitief is, wordt de Verenigde Vergadering gevraagd om daarvoor een uitvoeringskrediet ter beschikking te stellen.
In te stemmen met de concept VV-mededeling en deze mededeling te agenderen voor de VV van 12 december 2007.
Vergaderstuk: 07.29171
Ingediend door: van Velsen/
De pompen en aandrijvingen van het boezemgemaal Gouda zijn sterk verouderd en dienen te worden gerenoveerd. Voor de benodigde/gewenste capaciteit van het gemaal zijn 3 varianten uitgewerkt. De keuze van de variant wordt aan de VV voorgelegd, waarbij de variant “Capaciteit robuust vergroten” met een gemiddelde capaciteit van 40 m3/s de voorkeur van uw college heeft.
Voor het maken van een ontwerp, een adviseursbestek, een pompenbestek en een civiel bestek is een voorbereidingskrediet nodig van € 1 miljoen exclusief BTW.
De V.V. voor te stellen:
I. Het Boezemgemaal Gouda te renoveren met als uitgangspunt de variant “Capaciteit Robuust vergroten” met een gemiddelde capaciteit van 40 m3/s.
II. Een voorbereidingskrediet te verlenen voor de renovatie van het boezemgemaal Gouda van € 1 miljoen exclusief BTW.
Vergaderstuk: 07.30303
Ingediend door: van der Hoeven
Rijnland gaat aan de slag met baggeren in grootschalige, gebiedsgerichte baggerprojecten. Het eerste gebiedsgerichte baggerproject ligt in het Zuidwesten van Rijnland. Het project omvat de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Voorschoten, Wassenaar, Zoeterwoude en een deel van Katwijk.
Binnen het gebied is een drietal soorten bagger te onderscheiden:
In het projectgebied wordt boezemwater gebaggerd en het primair polderwater ten westen van de Vliet. In totaal moet in het projectgebied circa 485.000 m3 bagger verwijderd worden. Hiervan is circa 55.000 m3 vervuild.
Het project is opgeknipt in een drietal uitvoeringscontracten. De redenen hiervoor zijn dat door die aanpak zo snel mogelijk gestart kan worden met het baggerwerk en dat het wenselijk is eerst de vervuilde bagger te verwijderen uit het gebied voordat de relatief schone bagger in het gebied verspreid en hergebruikt wordt. De contracten zijn geknipt volgens de indeling die hierboven is weergegeven.
Het contract voor het verwijderen van de vervuilde bagger wordt als eerste op de markt gebracht en hiervoor wordt met dit voorstel het uitvoeringskrediet aangevraagd.
de V.V. voor te stellen:
1. Een krediet beschikbaar te stellen van € 2.800.000 incl. BTW voor het project baggeren Zuidwest Rijnland, klasse 3-4 bagger.
2. Het krediet ten laste te brengen van de volgende voorzieningen:
Vergaderstuk: 07.31812
Ingediend door: van Velsen/MID
Wijziging Omslagverordening 2007 artikel 12, eerste lid, tarief gebouwd gaat van € 0,36 naar € 0,35. Overige tarieven 2008 blijven gelijk aan tarieven 2007.
De V.V. voor te stellen in te stemmen met wijziging van artikel 12, eerste lid van de Omslagverordening 2007.
Vergaderstuk: 07.30232
Ingediend door: Groen/
Evaluatie pilot
De pilot Zandvoort is per 1 februari van dit jaar afgerond. Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan het evaluatierapport door de gemeente. In de pilot werden de effecten van een jaarrondpaviljoen bestudeerd op de morfologie van het strand en duin en daarmee op de sterkte van de waterkering. Ook toeristisch recreatieve waarden en effecten op het verkeer zijn in de pilot meegenomen.
In de 5 jaar van de pilot hebben geen noemenswaardige stormen opgetreden en heeft maar 1 paviljoen meegedaan. Een goede afronding van de pilot Zandvoort is vanwege gebrek aan informatie strikt genomen niet mogelijk. Toch kunnen we wel enkele uitspraken doen, omdat de vele discussies over jaarrondpaviljoens ons inmiddels een beter inzicht hebben gegeven.
Vanwege de dynamiek van de kust is de kust in Rijnland gevarieerd, waardoor voor elk strandvak (de ruimte tussen twee rijkspalen op het strand) en elk paviljoen een eigen set vergunningsvoorwaarden gaan gelden. De set van randvoorwaarden wordt samen met de gemeenten uitgewerkt en als 1 set in de bijlagen van de vergunningen van gemeenten en Rijnland opgenomen.
De belangrijkste voorwaarde voor Rijnland is dat de paviljoens meegroeien met de beweging van het zand. Dit betekent dat de locatie van de paviljoens eens per 5 jaar herzien wordt. De paviljoens komen daarbij op voldoende grote afstand uit de duinvoet te staan dat winderosie geen effect heeft op de duinvoet. Als in de praktijk blijkt dat de duinvoet meer groeit dan voorspeld dan zal het paviljoen op aanwijzen van Rijnland moeten worden verplaatst.
Over het algemeen zijn jaarrondpaviljoens alleen in “ja, mits” gebieden mogelijk, voor de bebouwde kom van de badplaatsen.
Op 15 november wil de gemeente met alle convenantpartners de pilot officieel afronden middels een handtekeningen onder het evaluatierapport
Aanpassing beleid
Het toestaan van jaarrondpaviljoens is in het huidige beleid niet toegestaan Om deze beleidswijziging mogelijk te maken dient het bouwkatern van het waterkeringsbeheersplan aangepast te worden en ter visie gelegd.
Voor het pilot jaarrondpaviljoen Take Five zal de vergunning met 1 jaar worden verlengd, in afwachting op het vaststellen van het nieuwe beleid. Na vaststelling van het nieuwe beleid in 2008 zal dit omgezet worden in een semi-permanente vergunning (met een niet permanente locatie). Nieuwe aanvragen kunnen in 2008 vergund gaan worden, eveneens na vaststelling van het nieuwe beleid.
a. Akkoord te gaan met het onder strikte voorwaarden toestaan van jaarrondpaviljoens in “ja, mits gebieden”.
b. Akkoord te gaan met de aanpassing van Katern Bouwbeleid van het Waterkeringsbeheerplan en het ter visie leggen hiervan.
c. De V.V. door middel van het agendapunt Mededelingen over dit onderwerp informeren.
Vergaderstuk: 07.30979
Ingediend door: Groen
De uitvoering van de versterking in de kust van Noordwijk, met daarbij een andere opbouw van de waterkering, heeft tot gevolg dat de legger aangepast moest worden. Vorig jaar heeft de gewijzigde legger, samen met de gewijzigde beleidsregels ter visie gelegen. Deze ter visie legging liep gelijk op met de ter inzage legging de rapporten en vergunningen door de provincie zodat een open en transparante discussie mogelijk was. Normaliter wordt een legger pas aangepast als de werkzaamheden zijn uitgevoerd. De legger is niet meer dan een juridische vastlegging van dit plan.
De ingebrachte zienswijzen hebben ertoe geleid dat de leggerkaart van vorig jaar opnieuw aangepast is. De nota van beantwoording en de nieuwe aangepaste legger zijn inmiddels gereed. Na vaststelling door de Verenigde Vergadering worden de legger en het waterkeringsbeheerplan bekend gemaakt.
De zienswijzen behelsden enerzijds een verzoek tot verruiming van de leggerkaart zodanig dat er meer bouwbeperkingen opgeheven konden worden, en anderzijds een verzoek tot beperking van de legger zodat er grotere bouwbeperkingen zouden gaan gelden. Uitgangspunt is gebleven het opheffen van het veiligheidsprobleem in Noordwijk, in combinatie met het zoveel mogelijk opheffen van bouwbeperkingen tussen het Palaceplein en het Vuurtorenplein. De leggerzones zijn aangepast ter hoogte van de twee pleinen zodanig dat ze beter passen bij de gemaakte sommen (een kromme lijn, in plaats van een rechte omhullende) en dat behalve de kernzone ook de beschermingszone buiten de pleinen komen te liggen. Dit is bestuurlijk afgesproken tussen gemeente en Rijnland.
De VV voorstellen over te gaan tot aanpassing van de legger.
Vergaderstuk: 07.30793
Ingediend door: van der Hoeven/S&R
Bij de behandeling van het VV voorstel “Kostenverdeling kopsloten Aalsmeer” is een discussie t.a.v. het om-niet overnemen van baggeronderhoudsplicht van particulieren gevoerd.
In de toezeggingenlijst van de VV staat:
Op basis van de VV vraag is in bijgevoegd VV-voorstel het huidige beleid t.a.v. de overname van de onderhoudsplicht van particulieren weergeven. Vervolgens is een (praktische) doorvertaling gemaakt naar hoe met deze problematiek moet worden omgegaan bij het project “Overname onderhoud stedelijk water” in zijn algemeenheid en het baggeren van de kopsloten in Aalsmeer in het bijzonder.
De VV voorstellen in te stemmen met het overnemen van het overnemen van het onderhoud van stedelijk water zoals in het voorstel is aangegeven en dit voorstel agenderen voor de VV-bijeenkomst van 12 december 2007. De aan het college van dijkgraaf en hoogheemraden gerichte brief van de gemeente Aalsmeer van 29 oktober 2007 over de overname onderhoudsplicht particulieren in de kopsloten Aalsmeer gelijktijdig met dit voorstel ter kennis van de V.V. brengen.
Vergaderstuk: 07.31518
Ingediend door:
In de ter instemming voorgelegde nota wordt het beleid ten aanzien van de benodigde bemalingscapaciteiten van de Rijnlandse polders en boezem vastgelegd. Onderwerpen die behandeld worden zijn:
De inhoud van de nota is voornamelijk gebaseerd op eerder door de VV van Rijnland vastgesteld beleid en daarop genomen besluiten over investeringen
Ten aanzien van het beleid van de benodigde bemalingscapaciteit in te stemmen met de volgende uitgangspunten en voorstellen:
1. Bij polderbemaling in principe de volgende capaciteiten te hanteren:
2. Op basis van de uitgangspunten van het NBW bij toekomstige aanpassingen van polderbemaling in principe de volgende regels te hanteren :
3. Voor bijzondere omstandigheden noodcapaciteit voor de polders beschikbaar te hebben in de vorm van:
4. Voor de boezembemaling uit te gaan van de volgende capaciteiten, waarbij:
gemaal | benodigde capaciteit
| optionele capaciteit waarbij extra als
|
Halfweg |
33 m3/s | 36 - 39 m3/s beperkingen aan inzet extra capaciteit vanwege:
|
Spaarndam |
32 m3/s | 36 - 39 m3/s beperkingen aan inzet extra capaciteit vanwege:
|
Katwijk |
94 m3/s | >94 m3/s rekening houden met aanpassingen aan:
|
Gouda |
34 m3/s | max . 40 m3/s beperkingen aan inzet extra capaciteit vanwege:
|
Vergaderstuk: 07.30792
Ingediend door: van der Hoeven/
In het WBP3 is als doelstelling vastgelegd om het watersysteem (zowel kwantitatief als kwalitatief) in 2020 op orde te hebben, zodat Rijnland zijn taken conform normstellingen kan uitvoeren en tevens kan worden voldaan aan de KRW en NBW doelstellingen. Om dit te kunnen bereiken is het van groot belang dat het watersysteem aan de gestelde eisen voldoet. Hiervoor is in het WBP3 een twaalftal maatregelen geformuleerd.
Tot de reorganisatie werden deze “inrichtingsmaatregelen” vrij autonoom van elkaar opgepakt. Gezien de sterke onderlinge samenhang en het “hogere” doel om het watersysteem in 2020 op orde te hebben, is het noodzakelijk dat deze onderwerpen in samenhang worden georganiseerd en geïmplementeerd.
In de bijgevoegde concept VV-mededeling is de onderlinge samenhang tussen de verschillende onderwerpen inzichtelijk gemaakt. Daarnaast is middels een “routekaart” aangegeven wanneer en op welke wijze de (bestuurlijke) besluitvorming zal plaats vinden.
Ingestemd wordt met de brede notitie Inrichting watersysteem. Deze notitie door middel van het agendapunt Mededelingen ter kennis van de V.V. brengen.
Vergaderstuk: 07.30661
Ingediend door:
In het WBP is opgenomen een Nota peilbeheer op te stellen. In juni 2007 is de discussienotitie in het college besproken. Door het college is verzocht vanuit ambitie en kaders een uitgangpuntennotitie op te stellen voor vaststelling in de VV.
Het college stemt in met de uitgangspuntennotitie Nota Peilbeheer. De V.V. voorstellen de Uitgangspuntennotitie Nota peilbeheer vast te stellen.
Vergaderstuk: 07.31197
Ingediend door: van der Hoeven/S&R
Op basis van het Waterbeheersplan 3 moeten natuurvriendelijke oevers worden aangelegd. Deze oevers worden op 3 manieren gerealiseerd:
Een bijzonder project is de aanleg van een natuurlijke zone langs de Kruisvaart bij de instroming van het gemaal De Cruquius. Dit project is nu in voorbereiding; de kosten daarvan worden geraamd op ca. € 160.000,--. De uitvoering start begin 2008.
De V.V. voorstellen de Kruisvaart bij het gemaal Cruquius natuurvriendelijk in te richten en daarvoor een krediet beschikbaar te stellen van € 160.000,--.
Vergaderstuk: 07.30407
Ingediend door: Groen/
In 2000 is de afvalwaterstudie voor de regio’s Leiden en Duin- en Bollenstreek afgerond. De resultaten van deze studie zijn vastgelegd in de Nota Van Uitgangspunten (NVU). Deze nota is goedgekeurd door de Verenigde Vergadering van het Hoogheemraadschap van Rijnland d.d. 20 februari 2002 en door de besturen van de betrokken gemeenten. In de nota van uitgangspunten is onder meer vastgelegd dat de bestaande afvalwaterzuiveringsinstallatie (AWZI) aan de Achterweg in Noordwijk zal worden gerenoveerd en uitgebreid. Het afvalwater van de gemeenten, Noordwijk, Noordwijkerhout en Teylingen kern Voorhout wordt verwerkt op deze regionale AWZI. Het effluent wordt afgevoerd naar de Maandagsche Watering. De capaciteit van de AWZI Noordwijk is bepaald op 110.000 i.e. (136 g O2/i.e.) en 3.500 m³/h.
De huidige AWZI Noordwijk is sterk verouderd en voldoet niet meer aan de huidige eisen. Op grond van financiële overwegingen is besloten om de huidige installatie niet te renoveren en/of aan te passen maar direct uit te gaan van volledige nieuwbouw. In dit voorstel wordt de nieuwbouw van de AWZI Noordwijk nader beschouwd. Voorts dient het aanvoerstelsel te worden uitgebreid met een nieuwe afvalwatertransportleiding van Noordwijkerhout naar Noordwijk inclusief nieuw afvalwatertransportgemaal te Noordwijkerhout en moet de bestaande afvalwatertransportleiding Voorhout-Katwijk worden verlengd naar Noordwijk.
Het krediet voor de voorbereiding van de nieuwbouw van de AWZI Noordwijk en de aanpassingen van het aanvoerstelsel is reeds verstrekt, het totaal benodigde uitvoeringskrediet past in de meerjarenraming 2008-2012. De nieuwbouw van de AWZI Noordwijk en de aanpassingen van het aanvoerstelsel vallen binnen de SBG-regeling (Stichting Beheer van het Gemeene Land).
De V.V.-voorstellen een krediet van € 35.900.000,-- excl. b.t.w. beschikbaar te stellen voor de nieuwbouw
Vergaderstuk: 07.29166
Ingediend door: Groen/
De gemeente Leiden gaat 2 verkeerstunnels aanbrengen in de Willem de Zwijgerlaan te Leiden. In het tracé van de uit te voeren werken liggen de afvalwatertransportleidingen Leiderdorp-Leiden Noord. De gemeente heeft Rijnland verzocht de afvalwatertransportleidingen te verleggen, zodat de werkzaamheden kunnen plaatsvinden. De kosten worden geraamd op € 625.000,-- voor de verlegging ter hoogte van de Gooimeerlaan en € 625.000,-- ter hoogte van het Kooiplein. Indien beide verleggingen gelijktijdig kunnen worden aanbesteed en uitgevoerd wordt een aanzienlijk aanbestedingsvoordeel verwacht.
Ter hoogte van het terrein van de Groenoordhallen moet eveneens een deel van de leidingen worden vervangen. De kosten van dit deel worden geraamd op € 250.000,-- en komen volledig voor rekening van de gemeente Leiden.
De VV voor te stellen:
1. De afvalwatertransportleidingen Leiderdorp-Leiden Noord te verleggen.
2. Een krediet beschikbaar te stellen van € 625.000,-- (inclusief BTW) voor het verleggen van de leidingen Leiderdorp ter hoogte van de kruising Willem de Zwijgerlaan en de Gooimeerlaan te Leiden.
3. Een krediet beschikbaar te stellen van € 625.000,-- (inclusief BTW) voor het verleggen van de leidingen Leiderdorp ter hoogte van de kruising Willem de Zwijgerlaan en het Kooiplein te Leiden.
4. Een (voorschot)krediet beschikbaar te stellen van € 250.000,-- (inclusief BTW) voor het verleggen van de leidingen Leiderdorp ter hoogte van het terrein van de Groenoordhallen ten behoeve van de voorfinanciering van de door de gemeente Leiden te plegen investering.
5. De uit het krediet voortvloeiende kapitaallasten volledig ten laste van de taak waterkwaliteits-beheer te brengen.
Vergaderstuk: 07.30264
Ingediend door: van Velsen
Op 18 juli 2007 heeft de Verenigde Vergadering besloten de intentie uit te spreken het beleid met betrekking tot de kostenverdeling van afvalwatertransportwerken met gemeenten te moderniseren overeenkomstig het gestelde in de beleidsnotitie “Van taken scheiden naar samenwerken”.
Per brief d.d. 1 augustus zijn de betrokken 32 gemeenten binnen het beheersgebied van Rijnland in kennis gesteld van dit voornemen met het verzoek om hierop vóór 15 september te reageren.
Een aantal gemeenten liet al snel weten de reactietermijn (te) kort te vinden vanwege de vakantieperiode en de ingewikkeldheid van de problematiek. Ambtelijk is hiervoor begrip getoond, hetgeen er wel toe heeft geleid dat de voorgenomen finale besluitvorming door de VV op 31 oktober niet meer haalbaar was.
Zoals was te verwachten hebben de gemeenten geen bezwaar tegen het voorstel. Het betekent voor de gemeenten een lastenverlichting, een vereenvoudiging van de financiële verhouding met Rijnland en een vermindering van administratieve lasten. Wel zijn kanttekeningen gemaakt bij de wens van Rijnland om het vrijvallende budget in te zetten voor het oplossen van knelpunten in het gemeentelijke (afval)waterbeheer.
Verder is op grond van nader intern overleg de tekst van de paragrafen 4.2.3 en 4.2.4 in de beleidsnotitie “Van taken scheiden naar samenwerken” nog wat verduidelijkt en aangescherpt.
Het lag in de bedoeling om in november – na besluitvorming in de VV van 31 oktober – elk van de 32 gemeenten afzonderlijk te informeren over de specifieke gevolgen van het nieuwe beleid.
Het zou jammer zijn als met verzending van brieven aan gemeenten gewacht moet worden tot de VV van 12 december. Het ligt niet in de lijn der verwachting dat de VV dan - op grond van de ontvangen reacties van gemeenten – anders beslist dan zij zich in de juli vergadering heeft voorgenomen
a. De VV voorstellen het voorlopig besluit van 18 juli 2007 om te zetten in een definitief besluit.
b. De ambtelijke dienst te machtigen om reeds vóór 12 december te starten met verzending van specifieke brieven aan gemeenten, met verwijzing in de brieven naar het op 12 december a.s.nog te nemen besluit door de VV, waarover zij direct erna geïnformeerd zullen worden.
Vergaderstuk: 07.31794
Ingediend door:Rosendal
In het WBP 2006-2009 is de realisatie van een demonstratieproject van urinescheiding in Rijnlands hoofdkantoor opgenomen. Hierbij neemt Rijnland een voorbeeldrol op zich. Onderstaande zaken zijn hierbij van belang:
Voorafgaand aan bovenstaand demonstratieproject zijn eind 2004/begin 2005 een urinescheidingstoilet (achtste verdieping) en twee waterloze urinoirs (zesde en zevende verdieping) geplaatst in Rijnlands hoofdkantoor.
Op 13 december 2006 is een verzamelkrediet beschikbaar gesteld, met hierin opgenomen een voorbereidingskrediet van € 80.000,-- voor de ontwerpfase van het realiseren van urinescheiding en behandeling in het hoofdkantoor van Rijnland. Momenteel bevindt het project zich in de besteksfase. In deze kredietaanvraag wordt verzocht het benodigde krediet beschikbaar te stellen om urinescheiding en behandeling in Rijnlands hoofdkantoor te realiseren.
Het college staat positief tegenover het treffen van voorzieningen voor urinescheiding in het kantoor van Rijnland aan de Archimedesweg. Bezien of het krediet kan worden meegenomen met het krediet voor de geplande verbouwing van het hoofdkantoor.
Vergaderstuk: 07.30263
Ingediend door: van der Hoeven/MID
M.E. van Dam en J.W.M. Pieterse hebben een bezwaarschrift ingediend tegen het op 9 juli 2007 door het hoogheemraadschap genomen besluit Vink en Veenman b.v. vergunning te verlenen voor het dempen en graven van overig water te Nieuwkoop. Eén van de bezwaren luidde dat in deze vergunning was geregeld dat het tekort aan te graven water gecompenseerd zou worden door het wateroverschot uit een door het voormalig waterschap De Oude Rijnstromen verleende vergunning (2004.01766). Deze laatste vergunning zou echter per 1 augustus 2007 zijn verlopen. Dit bezwaar treft doel; sterker nog, de vergunning bleek al op 1 maart 2007 te zijn verlopen. Het bijzonder voorschrift 11 uit de aan Vink en Veenman verleende vergunning bepaalt dat er niet gedempt mag worden voordat een minstens even groot bergend oppervlak is gegraven. Door het vervallen van vergunning 2004/01766 kan Vink en Veenman niet aan dit voorschrift voldoen. Om die reden dient vergunning V.43638 te worden ingetrokken.
Het college besluit op grond van artikel 22 lid 2 van de Keur Rijnland 2006 de aan Vink en Veenman op 9 juli 2007 verleende vergunning met nummer V.43638 in te trekken.
Vergaderstuk: 07.30944
Ingediend door: Rosendal/MID
Op 8 juni 2007 heeft het hoogheemraadschap van Rijnland (hierna: Rijnland) een dwangsombeschikking (met kenmerk 07.15870/V37348) opgelegd aan de gemeente Haarlem. De dwangsombeschikking betreft het niet naleven van de voorschriften van de in 2005 aan de gemeente verleende Wvo-vergunning. Dit is een overtreding van artikel 30a van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo). De vergunning is gericht op het indienen van planningen voor het saneren van de riolering (om te voldoen aan het waterkwaliteitsspoor). Om hier aan te voldoen had de gemeente verschillende plannen moeten indienen, dit is niet gebeurd. Om die reden heeft Rijnland een dwangsombeschikking opgelegd. Tegen deze dwangsombeschikking is bezwaar ingediend. De behandeling van het bezwaar heeft op 20 september 2007 plaatsgevonden en op 15 oktober 2007 heeft de bezwaarschriftencommissie het advies uitgebracht. Het advies strekt tot het in stand laten van de dwangsombeschikking. Voorgesteld wordt om het advies van de commissie geheel te volgen en de dwangsombeschikking van 8 juni 2007 in stand te laten.
Bij besluit op bezwaar te bepalen dat de dwangsombeschikking van 8 juni 2007 (kenmerk 07.15870/V37348) in stand blijft. (geheel volgen van het advies van de bezwaarschriftencommissie)
Vergaderstuk: 07.30246
Ingediend door: Groen/MID
Bij besluit op bezwaar te bepalen dat de dwangsombeschikking van 25 mei 2007 (kenmerk 07.15165) in stand blijft. (geheel volgen van het advies van de bezwaarschriftencommissie).
Vergaderstuk: 07.30971
Ingediend door: Rosendal/MID
Op 30 mei 2007 heeft Rijnland een bestuursdwangbeschikking (kenmerk 07.16912) toegezonden aan Bos & Hoogenboom, waarin door Rijnland acuut uitgevoerde bestuursdwang is vastgelegd. Tegen deze bestuursdwangbeschikking is bezwaar ingediend. Het gaat om een overtreding van artikel l, derde lid, Wet verontreiniging oppervlaktewateren (hierna: Wvo), juncto artikel 4 ‘Uitvoeringsbesluit artikel l derde lid Wvo’. Op 24 mei 2007 bleek dat dempingswerkzaamheden werden uitgevoerd door Bos en Hoogenboom B.V. waardoor verontreinigende stoffen in het oppervlaktewater werden gebracht. Omdat door uitloging en vermenging van het dempingsmateriaal de waterkwaliteit ernstige schade ondervond, heeft Rijnland besloten om acute bestuursdwang toe te passen. De kosten die daarvoor gemaakt zijn zullen worden verhaald op de overtreder.
Tegen de bestuursdwangbeschikking is pro forma bezwaar ingediend (door RvL accountants namens Bos & Hoogenboom B.V.). De bezwaarschriftencommissie heeft twee keer een termijn gegeven om de gronden van het bezwaarschrift aan te vullen. De commissie ontving geen nadere gronden binnen de gestelde termijn. De bezwaarschriftencommissie heeft op 15 oktober 2007 advies uitgebracht over het bezwaarschrift. Het advies strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaarschrift, dit omdat het bezwaar niet aangevuld is met gronden. Voorgesteld wordt om het advies van de commissie geheel te volgen en het bezwaarschrift niet-ontvankelijk te verklaren.
Bij besluit op bezwaar het bezwaarschrift van RvL accountants namens Bos & Hoogenboom B.V. gericht tegen de bestuursdwangbeschikking (van 30 mei 2007 met kenmerk 07.16912) niet-ontvankelijk te verklaren. (geheel volgen van het advies van de bezwaarschriftencommissie)
Vergaderstuk: 07.30043
Ingediend door: Groen/MID
De bewoners van Essenpark 5 t/m 19 (oneven nummers) en de Bewonersvereniging Essenpark te Leiderdorp hebben bezwaar gemaakt tegen een door het hoogheemraadschap op 16 april 2007 aan de gemeente Leiderdorp verleende vergunning voor diverse werkzaamheden en werken ten behoeve van de uitbreiding van de begraafplaats Leiderdorp. Naar aanleiding van de bezwaren heeft Rijnland op 26 juni 2007 een wijzigingsbesluit genomen. Op 12 juli 2007 is een hoorzitting gehouden.
In haar advies van 8 oktober 2007 stelt de Bezwaarschriftencommissie Rijnland geen argumenten van waterstaatkundige aard gehoord te hebben waaruit de conclusie kan worden getrokken dat de vergunning ten onrechte is verleend. Wel constateert de commissie dat de tekst in de vergunning en het kaartenmateriaal niet met elkaar overeenkomen. De commissie adviseert uw college dan ook het besluit van 16 april 2007, gewijzigd bij besluit van 26 juni 2007, in stand te laten, met dien verstande dat de tekeningen passend worden gemaakt bij de tekst van het besluit.
Het college laat het besluit van 16 april 2007, gewijzigd bij besluit van 26 juni 2007, in stand, met dien verstande dat de tekeningen passend worden gemaakt bij de tekst van het besluit
Vergaderstuk: 07.30218
Ingediend door: Groen/MID
De heer M.P.C. van Schie heeft op 14 juni 2007 een bezwaarschrift ingediend tegen het op 1 mei 2007 door het hoogheemraadschap genomen besluit vergunning te verlenen aan O.A.M. Langezaal voor het vervangen van een steiger en het plaatsen en hebben van een meerpaal in het Zweiland ter hoogte van Sweilandpolder 9a te Warmond. Op 20 september 2007 is een hoorzitting gehouden.
In haar advies van 15 oktober 2007 stelt de Bezwaarschriftencommissie Rijnland geen argumenten van waterstaatkundige aard gehoord te hebben waaruit de conclusie kan worden getrokken dat de vergunning ten onrechte is verleend. Wel stemt de commissie in met Rijnlands voorstel de tekst in de vergunning in overeenstemming te
brengen met het kaartenmateriaal. De commissie adviseert uw college dan ook het besluit van 1 mei 2007 in stand te laten, met dien verstande dat de tekst in het besluit overeenkomt met de plaatsaanduidingen op de tekeningen bij het besluit.
Het college laat het besluit van 1 mei 2007 in stand, met dien verstande dat de tekst in het besluit overeenkomt met de plaatsaanduidingen op de tekeningen bij het besluit.
Vergaderstuk: 07.30219
Ingediend door: Groen/MID
De heer R.M.A. van der Meer heeft op 11 augustus 2007 een bezwaarschrift ingediend tegen het door het hoogheemraadschap genomen besluit van 2 juli 2007 (onder II) om aan C.B. de Haas te Oud Ade vergunning te verlenen voor het verplaatsen van een woonboot van primair boezemwater de Zevenhuizervaart naar een secundair boezemwater. Op 20 september 2007 is een hoorzitting gehouden.
In haar advies van 15 oktober 2007 stelt de Bezwaarschriftencommissie Rijnland geen argumenten van waterstaatkundige aard gehoord te hebben waaruit de conclusie kan worden getrokken dat de vergunning ten onrechte is verleend. De commissie adviseert uw college dan ook het besluit van 2 juli 2007 in stand te laten.
Het college laat het besluit van 2 juli 2007 in stand.
Vergaderstuk: 07.31114
Ingediend door: DGF/
De Rekenkamercommissie van het Hoogheemraadschap van Rijnland (RKC) heeft sinds februari 2007 – samen met de andere vier waterschaps-RKC’s - het reglement van orde, het onderzoeksprotocol en een gedragscode integriteit opgezet en vastgesteld. Ook is gesproken met de Verenigde Vergadering, uw college, de accountant en de ondernemingsraad over mogelijke onderzoeksonderwerpen. Dit heeft geresulteerd in twee onderzoeken die onlangs zijn gestart. Het betreft onderzoek naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van inhuur van externen en ‘achtergebleven’ investeringen.
Op de website van Rijnland vindt u een frequente update van de activiteiten van de RKC
Ingestemd wordt met de concept VV-mededeling en deze agenderen voor de VV-bijeenkomst van 12 december 2007.
Vergaderstuk: 07.30195
Ingediend door: Velsen/CoCo
Bijgaande liquiditeitsprognose betreft de maanden oktober tot en met december 2007. Daarnaast wordt een prognose gegeven voor de jaren 2008 tot en met 2012.
Met behulp van de liquiditeitsprognose wordt een inzicht verkregen in de liquiditeitspositie voor de komende maanden. De liquiditeitsprognose kan vervolgens gebruikt worden bij het bepalen de hoogte van eventueel aan te trekken middelen of bij het uitzetten van (tijdelijk) overtollige middelen.
Daarnaast is de liquiditeitsprognose een belangrijk instrument ter bewaking van de kasgeldlimiet. De kasgeld limiet bedraagt voor 2007 € 35 mln. In maart 2007 is een langgeldlening afgesloten van € 20 mln. Hierdoor zal volgens de huidige prognose in 2007 de kasgeldlimiet niet overschreden gaan worden. Door langgeldleningen van € 27 mln in 2008, € 62 mln in 2009, € 65 mln in 2010, € 75 mln in 2011 en € 47 mln in 2012 kunnen de toekomstige verwachte overschrijdingen voorkomen worden.
Het college heeft kennis genomen van de liquiditeitsprognose.
Vergaderstuk: 07.31211
Ingediend door: DGF/BO
Mevrouw J.M.A. Jong heeft ex artikel 30 van het Reglement van Orde voor de Verenigde Vergadering en Commissies Rijnland 2005 (verder RvO te noemen) vragen gesteld over het uitvoeren van werken in het kader van het peilbesluit De Zilk (Vogelenzang-Oost).
Het college stemt in met het antwoord op de vragen. De beantwoording door middel van het agendapunt Mededelingen ter kennis brengen van de Verenigde Vergadering.
