Subsidie symposium tweede nationale sluizendag
Aanwijzing ligging en breedte waterkering Leiderdorp (Essenpark)
Samenwerking Stichting Molenkolk
Vergaderstuk: 07.25208
Ingediend door: DGF/MIC
De Stichting Historische Sluizen en Stuwen (SHSS) heeft een subsidieaanvraag (ad € 2.500) gedaan voor de organisatie symposium “Tweede Nationale Sluizendag” op 27 september a.s. te Gouda.
Rijnland was deelnemer aan de Eerste Nationale Sluizendag op 3 februari 2005 en sindsdien zijn de contacten geïntensiveerd.
Voorgesteld wordt dit éénmalige verzoek te honoreren.
Een subsidie ad € 2.500 te verstrekken ten behoeve van het symposium “Tweede nationale sluizendag”.
Exemplaar studierapport over het historische watersysteem in de Goudse binnenstad laten archiveren bij het hoogheemraadschap van Rijnland.
Vergaderstuk: 07.24906
Ingediend door: Groen/MID
In het kader van de procedure van de Keur is door de familie Van den Berg uit Leiderdorp beroep aangetekend tegen de keur. Aanleiding daarvoor was dat in de Keur is bepaald dat in geval van verheelde kaden waarvan de ligging nog niet in een legger is vastgelegd uitgegaan wordt van een kernzone van 10 m gerekend vanaf de waterlijn. De fam. Van den Berg claimde dat er op hun perceel nooit een kering had gelegen.
Met betrekking tot deze kering is in de Watertoets bij het bestemmingsplan W4 van de gemeente Leiderdorp een berekening opgenomen die leidt tot een kernzone voor de waterkering met een breedte van 5.70 m. Niet achterhaald is kunnen worden waarop deze breedtemaat gebaseerd is geweest.
Daarnaast zijn in de nieuwe keur de onderhoudsbepalingen van onder andere de keur van het voormalig waterschap De Oude Rijnstromen gehandhaafd. Daarin is aangegeven dat boezemwaterkeringen afhankelijk van het peil van de achter die kering gelegen polder op in dat artikel genoemde afmetingen moest worden onderhouden. Voor de Kalkpolder geldt op basis van deze onderhoudsbepalingen, dat de kering (kernzone) moet worden onderhouden op een breedte van minimaal ca. 3 meter.
Door deze verschillende benaderingswijzen is rondom de breedte van deze waterkering onduidelijkheid ontstaan. Gelet op de fysieke omstandigheden ter plaatse (boven boezemniveau gelegen maaiveld) is in het kader van de Keurprocedure toegezegd, dat Rijnland voor deze waterkering ter plaatse voorlopig een breedte van 3 m vanaf de waterlijn zou aanwijzen in afwachting van het tot stand komen van de legger. Daarin zal definitief bepaald worden wat de ligging moet zijn van de waterkering ter plaatse, waarbij niet uitgesloten kan worden dat de kernzone dan alsnog op de huidige 10 m vanuit de waterlijn wordt gesitueerd.
In de Voorlopige voorzieningen-procedure is deze toezegging door de voorzieningenrechter in de beschouwingen betrokken bij het toekennen van de voorlopige voorziening aan Rijnland.
Gelet hierop wordt voorgesteld de Verenigde Vergadering te adviseren voor de op bijgevoegde kaart aangegeven strekking (van A tot B) te bepalen dat de kernzone van de waterkering daar een breedte heeft van 3 meter vanaf de waterlijn, tot het moment dat in het kader van de legger de ligging van de waterkering definitief wordt vastgesteld. Voorgesteld wordt dit besluit in ontwerp in de gemeente Leiderdorp via de nieuwsbladen en aan betrokkenen rechtstreeks bekend te maken
1. Aan de Verenigde vergadering voorstellen te bepalen dat de kernzone van de waterkering voor de op de bij dit besluit behorende tekening aangegeven strekking een breedte heeft van 3 meter vanaf de waterlijn, tot het moment dat in het kader van de legger de ligging van de waterkering in dit gebied definitief wordt vastgelegd.
2. Het ontwerp van dit besluit bekend te maken door publicatie in de in de gemeente Leiderdorp verschijnende nieuwsbladen en door rechtstreekse toezending daarvan aan de bewoners van het Essenpark (oneven nummers).
Vergaderstuk: 07.24973
Ingediend door: van der Hoeven/Straathof/MID
Op 24 oktober 2006 heeft u de besluitvorming over de verdere samenwerking met de Stichting Molenkolk aangehouden. Dat hield verband met het negatieve saldo in de balans gedempt water – gerealiseerd compenserend water en de (financiële) afwikkeling. Inmiddels is het perspectief dat dit negatieve saldo wordt omgebogen naar een positief saldo, zodat de samenwerking verder kan
1. Conform collegevoorstel van 24 oktober 2006heeft het college kennis genomen van het bestaan en de doelstelling van de Stichting Molenkolk
2. Het college stemt ermee in dat individuele vergunninghouders aan hun compensatieplicht voor slootdemping voldoen door tussenkomst van de Stichting Molenkolk;
3. Het college stemt in met de geactualiseerde intentieverklaring;
4. Het college besluit geen vertegenwoordiger van het hoogheemraadschap van Rijnland in het stichtingsbestuur aan te wijzen.
5. De stichting Molenkolkeen brief te zenden voor wat betreft de zekerstelling van de grondvoorraad, mocht zich het geval voordoen dat de stichting haar activiteiten beëindigt
6. Aan deze samenwerkingsvorm in de media (eventueel persbericht) aandacht laten besteden;
7. Het college adviseren over de wenselijkheid en de mogelijkheden om ook voor andere landelijke gebieden binnen het hoogheemraadschap van Rijnland een dergelijke werkwijze te realiseren; hierover met vertegenwoordigers van de LTO van gedachten wisselen.
