Besluitenlijst D&H 7 februari 2006

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Home > Bestuur > Agenda´s en verslagen > College van dijkgraaf en hoogheemraden > Besluitenlijst D&H 7 februari 2006

Besluitenlijst D&H 7 februari 2006

Doelmatigheidstoets: onderdeel takendiscussie

Doelmatigheidstoets: onderdeel efficiencyonderzoek

Besluit op advies Bezwaarschriftencommissie keurvergunning gemeente Ter Aar

Start voorbereiding waterschapsverkiezingen 2008

Waterwet; indirecte lozingen

Wijziging Verordening Vaarverboden en Vaargelden Rijnland 2005

Afwikkeling Baggerdepot Zuid-Holland B.V.

Keur en beleidsregels; vrijgeven voor inspraak

Hoofdlijnen Nota Handhaving Keur, Peil en Nautisch beheer

Overname onderhoud stedelijk water

Kopsloten Aalsmeer

Grondruil gemaal Reeuwijk oost

Ontwerpbeschikking Wvo Vergunning en definitieve keurvergunning zandwinning in ’t Joppe te Warmond

Doelmatigheidstoets: onderdeel takendiscussie

Vergaderstuk:06.05386
Ingediend door: DGF/AD 

Toelichting:

Naar aanleiding van de besluitvorming over het WBP 3 en de financiële vertaling daarvan in de begroting 2006 - 2010 heeft het college de Verenigde Vergadering voorgesteld om duidelijkheid te verstrekken over het “fundament” van de organisatie door een doelmatigheidsonderzoek uit te voeren en dat onderzoek uit te voeren op twee punten, te weten:

  • Doen we de goede dingen? (takendiscussie)
  • Doen we de dingen goed? (efficiencyonderzoek)

In het voorstel is de takendiscussie tot op het niveau van beheerproduct uitgewerkt. Tevens zijn hierin de vragen beantwoord die op 25 januari 2006 in de informele VV zijn gesteld.

Besloten:

in te stemmen met het VV- voorstel.

Doelmatigheidstoets: onderdeel efficiencyonderzoek

Vergaderstuk:06.05470
Ingediend door: DGF/AD 

Toelichting:

Doelstelling van het onderzoek is de processen en organisatiestructuur zo in te richten dat deze het meest ondersteunend zijn een het efficiënt en effectief realiseren van de organisatiedoelstelling. Om die doelstelling te bereiken moeten er in de organisatie zaken veranderen in: de besturing, leiderschap, cultuur, structuur en de omvang van de personele formatie en budgetten.

Het efficiencyonderzoek is uitgevoerd op de organisatie zoals die door de voorbereidingscommissie van de fusie is ingericht. Dat wil zeggen naar de stand van 1 januari 2005 en dus exclusief effecten die voor de organisatie voortvloeien uit het WBP en de takendiscussie. In het WBP is rekening gehouden met een extra benodigde formatie van ca. 30 fte. Deze raming zal gedurende de implementatie van het WBP op een zelfde manier worden onderzocht als dat is gebeurd voor de organisatie naar de peildatum 1 januari 2005. De uitkomst van het efficiencyonderzoek is dat een formatiereductie kan worden gerealiseerd op de organisatie (peildatum 1 januari 2005) van afgerond minimaal 50 fte en maximaal 110 fte (de mogelijke effecten van uitbesteding zijn daarin niet meegenomen).

Besloten:

tot het volgende Voorgenomen besluit:

  • de gepresenteerde “houtkoolschets” te omarmen
  • de taakstelling van 60 fte en inspanningsverplichting van 50 fte over te nemen
  • prioriteit te geven in de transitie aan het invullen van:
  • relatiebeheer 
  • gebiedscoördinator 
  • frontoffice
  • nadere voorstellen over de invulling van de concern-control functie
  • niet bij voorbaat te kiezen voor uitbesteding van werkzaamheden, maar wel een toets doen voor activiteiten die daarvoor in aanmerking komen.
    Hiertoe een beleidsnota met criteria en toetsingsprocedure op te stellen.
  • als randvoorwaarde geldt dat de productie en doelstelling in 2008 gerealiseerd worden
  • nader inzicht te verschaffen (ook richting VV) in de frictiekosten en noodzakelijke kosten en investeringen voor de transitie en de randvoorwaarden om de verbetervoorstellen te realiseren
  • de extra capaciteit nodig voor realisatie WBP3 en de hiervoor genoemde prioriteiten verwerken in de begroting 2007
  • de algemeen directeur de vrijheid te geven om het transitietraject te starten met ingang van 1 maart 2006
  • de Ondernemingsraad op basis van dit collegbesluit een advies vragen.

Besluit op advies Bezwaarschriftencommissie keurvergunning gemeente Ter Aar

Vergaderstuk:06.00503
Ingediend door: Groen/WPC

Toelichting:

Een viertal particulieren hebben bezwaar gemaakt tegen een door het hoogheemraadschap aan de gemeente Ter Aar verleende vergunning voor het maken en

hebben van een hardhouten schotten beschoeiing in de Langeraarseplassen. Het bezwaarschrift is op 14 november 2005 in een openbare hoorzitting behandeld. In haar advies van 22 december 2005 stelt de commissie geen argumenten van waterstaatkundige aard gehoord te hebben. De commissie oordeelt dus dat de vergunning terecht is verleend en adviseert het college de aan de gemeente Ter Aar verleende vergunning in stand te laten.

Besloten:

handhaven van het bestreden besluit.

Start voorbereiding waterschapsverkiezingen 2008

Vergaderstuk: 06.05586
Ingediend door: DGF/ AZ

Toelichting:

In de brief van 20 januari jl. doet de Unie verslag van de stand van zaken van de voorbereiding van de landelijke waterschapsverkiezingen en verzoekt zij de waterschappen een voorschot ad € 25.000 te verstrekken.

Besloten:

vooruitlopend op de kredietaanvraag voor de Verkiezingen 2008 de gevraagde bijdrage van € 25.000 te verstrekken

Waterwet; indirecte lozingen

Vergaderstuk:06.05513
Ingediend door: DGF/AZ

Toelichting:

Ondanks de reactie van de Unie van Waterschappen koersen de ministeries van VROM en V en W nog steeds aan op het overhevelen van de indirecte lozingen naar de gemeenten. De Unie heeft op de ledenvergadering van 16 december 2005 besloten om zich maximaal in te zetten om het tij te keren.

De gedachte is dat D&H in hun bestuurlijke contacten met behulp van een folder aan de gemeenten uitleggen welke problemen er kunnen rijzen, waarna de door hen op schrift gestelde ondersteunende reacties (aan de VNG, eventueel cc aan Rijnland ) in het lobby - circuit hun werk zouden moeten doen.

Besloten:

Vooruitlopend op een eventueel door de afdeling Communicatie op te stellen actieplan, brengt het college in hun bestuurlijke contacten de inhoud van de folder onder de aandacht. Eventuele ondersteunende reacties van gemeenten die bij Rijnland binnen komen worden doorgestuurd naar de Unie van Waterschappen.

Wijziging Verordening Vaarverboden en Vaargelden Rijnland 2005

Vergaderstuk:06.05132
Ingediend door: DGF/AZ

Toelichting:

Recent is een technische fout geconstateerd in de Verordening Vaarverboden en Vaargelden Rijnland 2005. Het betreft de artikelen 2 en 4, die niet zijn aangepast aan het feit dat de vaarwegen, waarvoor vaarverboden gelden, in de bijlagen A, B en C zijn opgenomen en niet in de bijlagen A en B, zoals dat in de regeling van het voormalige Rijnland het geval was. Het gevolg is dat er nu formeel geen juridische basis voor bijv. het vaarverbod in de C-wateren, waar alleen voor eigenaren/gebruikers van de belendende percelen een bijzondere vaarvergunning wordt afgegeven, en de beperking van de vaarmogelijkheden op de B-wateren (bijv. de Langeraarse Plassen).

Besloten:

in te stemmen met:

  • wijziging van Verordening Vaarverboden en Vaargelden 2005
  • VV-voorstel.

Afwikkeling Baggerdepot Zuid-Holland B.V.

Vergaderstuk:06.05465
Ingediend door: van Velsen/FIN

Toelichting:

Baggerdepot Zuid-Holland B.V. wordt ontbonden. Rijnland participeerde voor 25% in deze vennootschap. De andere aandeelhouders waren Delfland, Schieland en een vennootschap van de provincie Zuid-Holland. Nu het laatste terrein is verkocht en het resterende eigen vermogen is verdeeld, staat niets meer ontbinding van de vennootschap in de weg. Van het liquidatiesaldo kan Rijnland in de loop van 2006 nog ca. € 20.000 tegemoet zien. Op 1 december 2005 is de laatste Algemene Vergadering van aandeelhouders gehouden. In deze vergadering is uitsluitend de liquidatie bevestigd en zijn geen nieuwe gezichtspunten naar voren gekomen.

Besloten:

  • kennis te nemen van de liquidatie van de vennootschap in 2005
  • de uitkering in het kader van de afwikkeling van het baggerdepot Braassemermeer ten gunste van de exploitatierekening 2005 te brengen en te verdelen over de kostendragers waterkwantiteit en waterkwaliteit in de verhouding 60% resp. 40%.

Keur en beleidsregels; vrijgeven voor inspraak

Vergaderstuk: 06.
Ingediend door: Groen/van der Hoeven/AZ

Toelichting:

Op 21 december heeft de VV het basispakket “concept keur en beleidsregels” in beleidsvoorbereidende zin besproken. Als resultaat van die bespreking heeft uw college op 4 punten toezeggingen gedaan, die onderstaand worden behandeld. Tevens wordt een tweetal vragen, gesteld voorafgaand aan de beleidsvoorbereidende VV, als technische vraag afgehandeld. Voorgesteld wordt om het bovengenoemde basispakket van Keur en beleidsregels op 1 maart in de inspraak te brengen. De Nota Handhaving Keur maakt feitelijk onderdeel uit van het basispakket maar is nog niet bestuurlijk behandeld. De Nota Handhaving kan daarom niet gelijk met de Keur en beleidsregels in de inspraak. Voor de Nota Handhaving wordt een apart vaststellingstraject gevolgd.

Besloten:

  1. de toezeggingen en vragen met betrekking tot de Keur en beleidsregels af te handelen als technische  vragen
  2. het basispakket, bestaande uit de Keur (met kaart en toelichting), beleidsregels dempingen en verhard oppervlak, inrichtingscriteria watergangen en kunstwerken, regionale keringen en peilafwijkingen, vrij te geven voor de inspraak
  3. in te stemmen met het VV-voorstel

     

Hoofdlijnen Nota Handhaving Keur, Peil en Nautisch beheer

Vergaderstuk: 06.05263
Ingediend door: Groen/WPC

Toelichting:

Op 21 december heeft de VV het basispakket “concept keur en beleidsregels” in beleidsvoorbereidende zin besproken. De Nota Handhaving Keur maakt hier onderdeel van uit en is nog niet bestuurlijk behandeld. De uitgangspunten voor de Nota Handhaving zijn uitgewerkt in de bijgaande Hoofdlijnennotitie en worden aan het college ter behandeling voorgelegd. Planning is dat de definitieve Nota Handhaving op 21 maart in D&H wordt gebracht en op 24 mei in de VV.

Vanwege de langere voorbereiding die nodig is voor de Nota Handhaving zijn de uitgangspunten van het handhavingsbeleid samengevat in de Hoofdlijnennotitie. De Nota Handhaving geeft weer hoe Rijnland invulling geeft aan haar handhavingstaak voor de keur, peil en het nautisch beheer in de periode 2006 - 2009. Hierin ligt vast welke prioriteiten we stellen, welke handhavingstrategie we toepassen en hoe we de handhaving gaan uitvoeren. Doel van het handhavingsbeleid is dat een eenduidige lijn wordt uitgezet. Dit geeft duidelijkheid aan de handhavers en aan eventuele overtreders.

De Hoofdlijnennotitie bevat voor de prioritering een raming van de benodigde capaciteit. Dit is weergegeven in twee varianten. In de maximum variant worden alle vergunningen gecontroleerd en blijft daarnaast voldoende capaciteit over voor diverse projectmatige handhavingsacties. In de minimum variant worden alleen risicovolle vergunningen 100% gecontroleerd en overige vergunningen steekproefsgewijs en wordt een beperkt deel van de knelpunten aangepakt.

Bij de definitieve Nota hoort een Werkdocument waarin de praktische uitvoering wordt uitgewerkt in kernbepalingen en werkwijzen / protocollen. Dit werkdocument is een levend document en kan wanneer nodig snel worden aangepast.

Besloten:

  • in te stemmen met de “denkrichting”
  • handhaving heeft voor het college hoge prioriteit, naast vereenvoudiging van de regels
  • efficiency / effectiviteit via risico analyse nader in te vullen (in lijn met de efficiencydiscussie).
  • akkoord met bespreking in de commissie Bestuur en Concernzaken

Overname onderhoud stedelijk water

Vergaderstuk:05.23557
Ingediend door: Steegh/WPC

Toelichting: I

n het WBP3 is beschreven dat Rijnland watergangen in het stedelijk gebied die onderdeel zijn van het waterhuishoudkundig stelsel (wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en aquatisch ecosysteem) onder voorwaarden in onderhoud wil overnemen van de huidige onderhoudsplichtigen. Dit is in lijn met het uitgangspunt van de Unie van Waterschappen en de VNG. Overname draagt bij aan eenduidige verantwoordelijkheden voor overheden en burgers, optimalisatie van waterkwaliteits- en waterkwantiteitsopgaven en een doelmatige uitvoering van watertaken.

In het WBP3 is vastgelegd dat in 2015 het watersysteem in het stedelijk gebied geoptimaliseerd (kwaliteit en kwantiteit) is en er een eenduidige verantwoordelijkheid hiervoor is, waarbij het onderhoud op de meest doelmatige wijze wordt uitgevoerd.

In bijgaande Nota van uitgangspunten ‘Overname onderhoud stedelijk water’ zijn de hierbij van toepassing zijnde criteria uitgewerkt. In het kort houdt dit in dat voor alle watergangen in de bebouwde kom het natte profiel en de peilregulerende kunstwerken in (gewoon en buitengewoon) onderhoud worden overgenomen. Overname van onderhoud in stedelijk gebied van overheidsinstellingen vindt plaats nadat achterstallig onderhoud door of op kosten van de onderhoudsplichtigen is weggewerkt. Daarnaast blijft de ontvangstplicht voor baggerspecie en slootvuil bestaan.

Besloten:

  • de Nota van uitgangspunten ‘Overname onderhoud stedelijk water’ vast te stellen
  • in te stemmen met het VV-voorstel

Kopsloten Aalsmeer

Vergaderstuk:06.05552
Ingediend door: van der Hoeven/WBZ

Toelichting:

Het kopsloten gebied bij Aalsmeer kenmerkt zich door een snelle aanwas van baggerspecie in de kopeinden (wegzijde) van de sloten. De snelle aanwas wordt veroorzaakt door het scheepvaartverkeer op de ringvaart. De onderhoudsplichtigen kunnen niet volledig financieel verantwoordelijk worden gesteld voor het beheer en onderhoud van de sloten. Tussen de provincie Noord - Holland, de gemeente Aalsmeer en Rijnland is in de jaren negentig een convenant afgesloten. De in het convenant afgesproken zaken zijn uitgevoerd. De sloten zijn gebaggerd en er is een aanzet gemaakt naar het zoeken van structurele oplossingen om de snelle aanwas te voorkomen. De aangedragen structurele oplossingen vinden geen draagvlak bij de aangelanden, waardoor het uitvoeren van de voorgenomen praktijkproef niet zinvol is. Op dit moment verlanden de kopeinden maar de onderhoudsplichtigen baggeren niet omdat ze wachten op een (financiële) oplossing van de overheid. De aangelanden ervaren het verlanden van de kopeinden wel als een groot probleem dat snel opgelost moet worden.

Voorgesteld wordt dat de kadastrale eigenaren de watergangen op diepte brengen. Rijnland en Noord - Holland dragen beide voor 1/3  aan de kosten bij. Rijnland neemt de onderhoudsplicht van de watergangen over indien dit binnen het kader van  overname onderhoudsplicht stedelijk water valt. De provincie Noord - Holland draagt in de toekomst voor 1/3 bij in de kosten indien proportionele baggeraanwas (+ 4 cm) is veroorzaakt door vaarbewegingen in de ringvaart.

Besloten:

in te stemmen met:

  • gekozen oplossing en hierover een bestuurlijke overeenkomst te sluiten met de provincie Noord – Holland
  • een bijdrage van 1/3 in de kosten

Een krediet te vragen aan de VV.

Grondruil gemaal Reeuwijk oost

Vergaderstuk:06.01275
Ingediend door: van Velsen/WBZ

Toelichting:

in het kader van de aansluiting van de kern Reeuwijk - brug van de gemeente Reeuwijk op de a.w.z.i. Bodegraven is in 1998 op een perceel grond van de gemeente een nieuw influentgemaal Reeuwijk - Oost gebouwd. En wel naast het oude, in 1971 nog door de gemeente gebouwde en in 1974 door Rijnland in beheer en eigendom overgenomen, gemaal. Dit gemaal transporteerde het afvalwater naar de (voormalige) a.w.z.i. Reeuwijk - Brug. Om e.e.a. thans eigendomstechnisch te regelen is het noodzakelijk deze grondtransactie te doen met de gemeente.

Besloten:

tot het aangaan van de genoemde overeenkomst.

Ontwerpbeschikking Wvo Vergunning en definitieve keurvergunning zandwinning in ’t Joppe te Warmond

Vergaderstuk: 05.24955
Ingediend door: Steegh/WPC

Toelichting:

Op 20 juni 2005 is door adviesbureau De Meent b.v. te boxtel een Wvo vergunning aangevraagd namens Grond- en Zandexploitatie Rijnland b.v. te Gouda. In de aanvraag wordt vergunning gevraagd voor het verplaatsen van 0,3 mln. m3 klei en het winnen van 2,3 mln. m3 zand uit ’t Joppe te Warmond over een periode van 6 jaar.

Om de kwaliteit van het oppervlaktewater en de toegekende functies te waarborgen is in de ontwerpbeschikking de eis voor doorzicht (zwemwaterfunctie) gewaarborgd door limitering van het gehalte droogrest onopgeloste bestanddelen.

Op 30 oktober 2002 was reeds door dezelfde partijen een aanvraag om keurvergunning ingediend. De coördinatie van dit vergunningtraject berustte bij de provincie Zuid - Holland. De ontwerpbeschikking is door de provincie begin 2004 gepubliceerd en ter inzage gelegd. De definitieve keurbeschikking is aangehouden in verband met de lopende Wvo - procedure. In de definitieve beschikking van de vergunning op grond van de Rijnlandse Keur ( besluitnr. 02.161152/V.36397) zijn voorschriften opgenomen ter bescherming van de bestaande waterkering (o.a. de maximale ver(ont)dieping, steilheid van het onderwatertalud). Beide vergunningaanvragen zijn getoetst aan vigerend beleid.


Besloten:  

de besluitvorming over de ontwerpbeschikking voor het verlenen van de Wvo-vergunning en de definitieve keurbeschikking voor kleiverplaatsing en zandwinning in ’t Joppe aan te houden voor overleg met aanvrager.

Naar boven