Wijziging statuten Zuid - Hollandse waterschapsbond
Eigen ‘Rijnlandse’ personeelsregelingen
Vraag mevrouw Jong over tariefdifferentiatie
Accountantsonderzoek fusiekrediet
Bestuurlijk overleg met gemeente Haarlemmermeer
Vergaderstuk: 06.
Ingediend door: DGF/AZ
In 2005 is binnen de Zuid - Hollandse Waterschapsbond van gedachten gewisseld over de vraag of de bond in stand zou moeten blijven en zo ja, tot welke wijzigingen van de structuur zou moeten worden gekomen. Deze vraag is - ondanks de teruggang van het aantal waterschappen in Zuid - Holland - in positieve zin beantwoord.
De statuten van de bond dienen echter, deels vanwege wetswijziging, deels vanwege de teruggang in aantal leden, te worden aangepast.
Het voorstel tot wijziging van de statuten, zoals dat door de voorzitter van de bond aan de leden is voorgelegd en waarover hij gaarne voor 31 januari 2006 een positief besluit van de dagelijkse besturen van de waterschappen tegemoet ziet, kan positief worden benaderd, zij het dat op een tweetal punten kanttekeningen op zijn plaats zouden zijn.
met in achtneming van een tweetal technische kanttekeningen, in te stemmen met de voorgenomen wijziging van de statuten van de Zuid - Hollandse waterschapsbond.
Vergaderstuk:05.26005
Ingediend door: DGF/ P&O
Op 2 december 2004 is het definitieve arbeidsvoorwaardenakkoord Waterschapspersoneel 2004 - 2007 getekend. De ingangsdatum is 1 juni 204 en de looptijd van de arbeidsovereenkomst is 34 maanden (tot 1 april 2007).
Volgens art . 82 van de Waterschapswet (Wsw) regelt het algemeen bestuur de bezoldiging van de waterschapsambtenaren. Die bevoegdheid kan volgens art. 83 Wsw niet worden gedelegeerd of gemandateerd. Dit houdt in dat het definitieve akkoord door het algemeen bestuur van elk van de waterschappen afzonderlijk moet worden vastgesteld.
Vergaderstuk: 05.26004
Ingediend door: DGF/ P&O
Voor wijzigingen ten gevolgen van de fusie is er al een Sociaal Statuut overeengekomen in 2004. Voor de financiële regelingen en looptijd is aansluiting gezocht bij dit reeds bestaande Sociaal Statuut. Met andere woorden hoofdstuk 3, 4 en 5 zijn vrijwel geheel overgenomen. De sociale en financiële gevolgen worden daarmee op een zelfde wijze opgevangen als na de fusie.
Hoofdstuk 1 en 2 regelen de plaatsingsprocedure. Deze regels / afspraken zijn voor wijzigingen in de organisatie anders, praktischer vorm te geven dan voor een grootschalige fusie van vier waterschappen en het primaat bij plaatsing is bij het lijnmanagement neergelegd.
in te stemmen met het Sociaal Statuut.
Vergaderstuk:06.00135
Ingediend door: DGF/ P&O
In het Georganiseerd Overleg van 13 december 2005 is gesproken over vier Rijnlandse regelingen. Insteek op basis van onze nieuwe CAO en het ingrijpend wijzigen per 1 januari 2006 van het Sociale Zekerheidsstelsel is afbouw van deze regelingen. Een aantal van deze veranderingen werken financieel nadelig uit voor onze medewerkers. Dit wordt in de onderhandelingen over de afbouw mee gewogen. Doel is nadrukkelijk te komen tot een samenstel van afspraken dat leidt tot een gefaseerde en verantwoorde afbouw. In dit kader de besluiten over de vier regelingen in samenhang te nemen.
Per 1 januari 2006 valt de grondslag onder de in onze personeelsregelingen overeengekomen waterschapseisen regeling compensatie loonheffing werkgeversaandeel ziektekostenverzekering en de 3,2% regeling (compensatie bovenmatige premiekosten t.o.v. het inkomen) weg. Immers bij de 3,2 % regeling is nu sprake van een eigen keuze voor / over eigen risico en pakket. Met de compensatie loonheffing werkgeversaandeel ziektekostenverzekering is in het nieuwe stelsel substantieel meer geld gemoeid. In het GO is afgesproken gedurende de onderhandelingen de compensaties zoals deze onder de oude regeling in november 2005 betaald werden te continueren.
Per 1 januari 2006 de aangegeven waterschapseigen personeelsregelingen zoals deze onder de oude regeling in november 2005 betaald werden voorlopig te continueren (voor medewerkers die op 31 december 2005 in dienst waren) en als voorschot uit te betalen, totdat in het Georganiseerd Overleg definitieve afspraken over deze regelingen zijn gemaakt.
De modelregeling woon/werkverkeer uit het SAW wordt met ingang van 1 januari 2006 gevolgd, met dien verstande dat voor medewerkers in dienst per 31 december 2005 de tegemoetkoming reiskosten woon/werkverkeer uit november 2005 in de vorm van een voorschot betaald wordt gedurende de onderhandelingen in het Georganiseerd Overleg.
De voorschotten zullen worden verrekend.
Vergaderstuk:05.26172
Ingediend door: van Velsen/ FIN
Tijdens de Verenigde Vergadering van 23 november jl. heeft mevrouw Jong aandacht gevraagd voor een verdergaande tariefsdifferentiatie voor de verontreinigingsheffing voor woonruimten. Op basis van het principe van “de vervuiler betaalt”, stelt zij voor om het aantal op te leggen vervuilingseenheden te koppelen aan het aantal bewoners van een woonruimte.
Dit is echter wettelijk niet mogelijk, maar de projectleider van de modernisering van de nieuwe Waterschapswet, heeft toegezegd deze vraag mee te nemen tijdens de verdere behandeling van het wetsvoorstel.
Akkoord te gaan met het antwoord aan mevrouw Jong.
Vergaderstuk: 06.
Ingediend door: van Velsen/ FIN
De verenigde vergadering van het oude Rijnland besloot op 8 december 2004 Deloitte een onderzoek te laten doen naar de fusievoorbereidingskosten. In het rapport d.d. 9 december 2005 komt Deloitte tot de conclusie dat: het totaal van de verantwoorde fusiekosten (€ 2,2 mln.) alleen uitgaven omvat die gemaakt zijn voor de voorbereiding van de fusie, dat deze kosten juist zijn en dat zij functioneel waren voor en pasten binnen het fusieproject.
in te stemmen met de VV-mededeling.
Vergaderstuk: 06.00349
Ingediend door: Steegh/FIN
In de vergadering van 20 december 2005 is mondeling geïnformeerd over het op 8 december 2005 gevoerde bestuurlijk overleg met de gemeente Haarlemmermeer.
Ter bevestiging daarvan een conceptbrief aan de gemeente ter vaststelling
Akkoord te gaan met verzenden brief aan gemeente; deze op enkele onderdelen in overleg met de secretaris aanpassen.
vergaderstuk: 06.
Ingediend door: DGF/ AZ
de kantoorverdieping van het pand Breestraat 59 ( gemeenlandshuis) staat al geruime tijd leeg. Verhuur in de commerciële sfeer is tot nu toe niet gelukt. Door deze leegstand treedt een fors exploitatietekort op. Tijdens een van de laatstgehouden VV bijeenkomsten is verzocht te onderzoeken of het mogelijk is het gemeenlandshuis te gebruiken voor voorlichting- en communicatiedoeleinden van het hoogheemraadschap van Rijnland. Hierover is een voorstel behandeld in de collegevergadering van 22 november 2005. Besloten is toen een startnotitie over het Gemeenlandshuis op te stellen, waarin o.a. de randvoorwaarden genoemd die in acht moeten worden genomen bij het zoeken naar gebruiksmogelijkheden van het Gemeenlandshuis.
Op bestuurlijk niveau overleg plegen met vertegenwoordigers van de gemeente Leiden over de bestemmingsmogelijkheden van het pand Breestraat 59.
