Verordening Georganiseerd Overleg
Procedurevoorstel Belastingheffing
W4-project: Duiker Simon Smitweg, plangebied Vierzicht te Leiderdorp
Studie toekomstig waterbezwaar
Uitgangspunten Overname onderhoud stedelijk water
Consultatie natura 2000, conceptbrief ministerie LNV
Stichting Molenviergang Aarlanderveen
Vergaderstuk: 06.06146
Ingediend door: DGF/AZ
Op 27 september 2002 besloot het College van Hoofdingelanden van het waterschap Groot - Haarlemmermeer tot verkoop van een perceel (vis)water in de gemeente Leimuiden. Koper en/op een opvolgende eigenaar heeft eigenaren van woonboten gesommeerd de woonboot uit het aangekochte perceel te verwijderen.
Klager verwijt het waterschap/Rijnland dat toezeggingen van koper dat de omliggende eigenaren door de verkoop niet in een nadelige positie gebracht zullen worden, niet zijn opgenomen in de koopovereenkomst en dat het waterschap niet heeft toegezien op het controleren van de afspraken waaronder de verkoop tot stand is gekomen.
Gevraagd werd ook de zaak opnieuw te bezien en informatie te verstrekken over de door koper en namens hem door een makelaar gedane toezeggingen.
De heer Offermand, een van de woonbooteigenaren, neemt met de beantwoording op een ook namens hem door Visser, Schouten advocaten verzonden brief geen genoegen en dient een klacht in bij de Nationale Ombudsman.
Omdat de heer Offerman de kwestie niet eerst met een klacht bij Rijnland aanhangig heeft gemaakt zend het bureau van de Nationale Ombudsman de klacht door aan Rijnland, met het verzoek deze als klacht te behandelen overeenkomstig hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht.
Vergaderstuk: 06.06825
Ingediend door: DGF/AZ
In december 2004 heeft de Voorbereidingscommissie met het Bijzonder Georganiseerd Overleg overeenstemming bereikt over de instelling van een commissie voor georganiseerd overleg en de toepassing van de modelverordening, zoals die bij de Sectorale Arbeidsvoorwaardenregeling Waterschappen is opgenomen, op dit overleg.
De Verenigde Vergadering dient echter, ter formalisering van het georganiseerd over en de betreffende verordening vast te stellen.
Vergaderstuk: 06.06472
Ingediend door: van Velsen/FZ
in de Voorjaarsnota 2005 is besloten een inventarisatie bij gemeenten te houden naar mogelijk samenwerking op het gebied van belastingheffing en -invordering. De uitkomst hiervan zou gepresenteerd worden in april 2006. Om te kunnen samenwerken met gemeenten zal het huidige belastingpakket aangepast moeten worden met een gemeentelijke heffingsmodule. Dit onderwerp hangt nauw samen met de lange termijnvisie op het gebied van informatievoorziening het informatiebeleidsplan dat in de VV van juli 2006 wordt behandeld. Voorgesteld wordt beide onderwerpen in samenhang te behandelen in de VV van juli 2006.
Akkoord te gaan met gezamenlijke behandeling van het informatiebeleidsplan en stand van zaken samenwerking belastingheffing en -invordering in de VV van juli 2006. De VV via een mededeling hiervan op de hoogte te stellen.
Vergadestuk: 06.05547
Ingediend door: Groen/WPC
Met de herinrichting van het gebied Vierzicht (het gebied tussen de Persant Snoepweg en de A4 direct ten zuiden van de Dwarswatering) wordt een reeds bestaande overige watergang als hoofdwatergang ingericht. Ter plaatse waar de Simon Smitweg op de Persant Snoepweg aansluit is een duiker rond 600 mm aanwezig. Deze duiker is te klein om voor voldoende afvoer te zorgen. Om in de eindsituatie voor voldoende afvoer te zorgen zal in juni/juli naast de bestaande duiker een extra duiker worden aangebracht. Gemeente Leiderdorp wil echter al in maart de bestaande hoofdwatergang dempen. Om in de tussentijd wateroverlast als gevolg van de aanpassing in het oppervlaktewater systeem zo veel mogelijk uit te sluiten is een maatregelenplan opgesteld.
toestemming te verlenen voor het vooraf dempen van de hoofdwatergang en akkoord te gaan met het maatregelenplan, onder voorwaarde dat:
akkoord met de bewonersbrief (wel nog toevoegen een calamiteiten telefoonnummer).
Vergaderstuk:06.06693
Ingediend door: Straathof/WPC
Tijdens het bestuurlijk overleg over het project De Zilk op 27 januari 2006 heeft de provincie Zuid-Holland namens de drie initiatiefnemers Rijnland verzocht om de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor de bufferzone bij De Zilk, zowel financieel als in de uitvoering. Deze bufferzone is noodzakelijk wanneer provincie en Waternet verder uitvoering geven aan de duinvernatting in de Amsterdamse Waterleiding door maatregelen in het oosten van de duinen (het opzetten van het Oosterkanaal aan de rand van de duinen bij De Zilk). Op 27 januari hebben de drie initiatiefnemers (provincies Noord- en Zuid-Holland en Waternet) afgesproken om zich als eerste te richten op maatregelen in het midden van het duin (genoemd fase 2; uit te voeren in 2006-2007). In deze fase is geen bufferzone vereist volgens de huidige berekeningen. Voor de uitvoering van deze fase is financiële dekking (grotendeels gebaseerd op EU-subsidies). Het opzetten van Oosterkanaal (fase 3) zal pas plaatsvinden in de periode 2010-2011. Het inrichten van de bufferzone is gekoppeld aan fase 3. Voor deze fase is nog geen financiële dekking, ook niet voor de inrichting van de bufferzone. Tevens is het een goed moment om een uitspraak te doen over de betrokkenheid van Rijnland in de uitvoering- en beheerfase.
Vergaderstuk:06.6635
Ingediend door: van der Hoeven/WPC
Er is een maatschappelijke kosten en baten analyse (MKBA) uitgevoerd om er achter te komen of peilverhoging in Polder de Noordplas maatschappelijk verantwoord
is. Het doel van peilverhoging is de waterkwaliteit te verbeteren. Uit de analyse blijkt dat door het peil te verhogen conform variant ‘peilopzet’ de baten hoger zijn dan de kosten en een peilverhoging dus maatschappelijk verantwoord is. Gezien de autonome toename van verzilting en de verwachte inspanning die de KRW zal eisen, is peilverhoging in Polder de Noordplas ook een reële maatregel. De conclusies van de MKBA zijn verwerkt in de uitgangspuntennotitie peilbesluit Polder de Noordplas.
Vergaderstuk:06.06712
Ingediend door: Straathof/WPC
Melding wordt gedaan van de stand van zaken van het project. Het betreft de resultaten van de toetsing aan de NBW-normen en hoe hierover met belanghebbende (gemeenten, terreinbeheerders) over is gecommuniceerd. Er wordt een voorstel geformuleerd over hoe het project vervolgd zal worden. Het betreft het doorrekenen van typen maatregelen en de uitgangspunten die hierbij gehanteerd worden. Vervolgens wordt een voorstel geformuleerd over de toepasbaarheid/geldigheid van de toetsresultaten bij de huidige planvorming.
Kennis te nemen van de toetsresultaten.
Instemming met:
Vergaderstuk:06.06054
Ingediend door: WPC
Op 20 december 2005 heeft het college het ontwerp-calamiteitenplanvastgesteld. Dit ontwerp heeft, op grond van de Rijnlandse inspraakverordening, van 6 januari 2006 tot en met 3 februari 2006 ter inzage gelegen. Tevens is het ontwerp-calamiteitenplan verzonden aan de meest relevante Rijnlandse netwerkpartners en is op vrijdag 27 januari 2006 een informatiebijeenkomst voor de netwerkpartners gehouden. In de bijgevoegde nota “Reacties inspraakprocedure Calamiteitenplan” zijn de ingebrachte zienswijzen op het ontwerp-calamiteitenplan weergegeven, inclusief de Rijnlandse beschouwingen daarop. Na afronding van de inspraakprocedure kan nu op grond van de Waterstaatswet het college het calamiteitenplan officieel vaststellen. Na vaststelling zal het calamiteitenplan ter toetsing worden aangeboden aan Gedeputeerde Staten van de provincies Zuid- en Noord-Holland (zie ook de aanbiedingsbrief). Na vaststelling zal het calamiteitenplan, inclusief bijlagen, breed worden verspreid
In te stemmen met:
Tot vaststelling van het calamiteitenplan.
Vergaderstuk:
Ingediend door: Steegh/DWBZ
Op 7 februari 2006 stelde ons college de uitgangspuntennotitie “Overname onderhoud stedelijk water” vast. Deze is besproken in de commissie Waterbeheer van 16 februari 2006, waar bedenkingen werden geuit bij de forse lastenverschuiving (van gemeente naar Rijnland) en het zonder vergoeding overnemen van de onderhoudsplicht van particulieren en zowel het gewoon als buitengewoon onderhoud. De commissie ziet de zorg voor het watersysteem, het door Rijnland uitvoeren van buitengewoon onderhoud (baggeren) wel als taak. Naar aanleiding van de commissiebehandeling worden de volgende wijzigingen voorgesteld (in tegenstelling tot het voorgestelde in het WBP):
dat het twee afzonderlijke trajecten betreft:
- specifieke - nagenoeg afgeronde - regeling gemeente Haarlemmermeer
- deze nieuwe richtlijn voor overige stedelijk water
Vergaderstuk: 06.00282
Ingediend door: van der Hoeven/WPC
Voor polder Steekt en De Binnenpolder, gelegen in de gemeenten Alphen aan den Rijn en Bodegraven, is een nieuw peilbesluit vastgesteld. Het nieuwe peilbesluit voorziet in nieuwe peilvakbegrenzingen, nieuwe peilen voor het oppervlaktewater en een aangepaste bemalingsituatie. In verband met dit nieuwe peilbesluit moeten uitvoeringsmaatregelen worden genomen. Dit collegevoorstel beschrijft globaal deze uitvoeringsmaatregelen en de te volgen procedures. Voor de te nemen uitvoeringsmaatregelen is een ontwerpinrichtingsplan opgesteld. Voor de rechtszekerheid van de belanghebbenden moet conform de Inspraakverordening het ontwerpinrichtingsplan 4 weken ter inzage liggen. Belanghebbenden kunnen in deze periode hun zienswijzen kenbaar maken. Na het definitief worden van het ontwerpinrichtingsplan kunnen de uitvoeringsmaatregelen gerealiseerd worden. De totale kosten van de uit te voeren werkzaamheden zijn begroot op € 385.000,--.
Vergaderstuk:06.06497
Ingediend door: Steegh/WPC
Het ministerie van LNV heeft Rijnland de mogelijkheid gegeven om informeel te reageren op de concept-instandhoudingsdoelstellingen en de begrenzingen van de Natura2000 gebieden (de vogel- en Habitatrichtlijngebieden).
In reactie aan het ministerie van LNV gaan te geven dat:
Per Natura 2000 gebied geven wij onze opmerkingen bij de begrenzing en de conceptdoelen.
In te stemmen met de schriftelijke reactie aan het ministerie van LNV.
Vergaderstuk:06.04999
Ingediend door: Steegh/WPC
In het diepe putten beleid worden concrete doelen en streefbeelden voor Rijnlands diepe putten omschreven. Met deze doelen en streefbeelden worden ook kaders gegeven voor vergunningverlening en baggerbeleid. Het betreft een concretisering van de richting die Rijnland via verplichtingen van de kaderrichtlijn water (KRW) en zwemwaterrichtlijn (ZWR) in moet slaan. Het diepe putten beleid zet een stap om de waterkwaliteit in Rijnlandse putten die over het algemeen ecologisch slecht zijn ingericht, te verbeteren. Rijnland heeft met dit beleid een actieve rol om doelen voor de KRW te halen door te starten met een herinrichting van een put, gebruikt makend van eigen bouwstoffen (bagger). Er worden zo meerdere doelen gediend.
Om aan de KRW-verplichtingen invulling te geven moeten putten goed ingerichte watersystemen zijn met een diep deel, een lange verblijftijd, en natuurvriendelijk ingerichte oevers. Momenteel is de gebrekkige inrichting (steile oevers) het belangrijkste knelpunt voor de ontwikkeling van een gezond ecosysteem in onze putten. Dit blijkt ook uit de resultaten van de globale analyse die momenteel voor de KRW uitgevoerd wordt. Dit vereist een actieve rol bij herinrichting. Het in het beleid neergezette algemene streefbeeld zal in de KRW-detailanalyse (2007) per waterlichaam-put worden uitgewerkt.
Om de jaarlijks terugkerende overlast van drijflagen en zwemverboden op zwemwaterlocaties te bestrijden wordt in het WBP een drietal maatregelen voorgesteld waaronder menging op een drietal nog nader te benoemen locaties. Dit laatste is in het diepe putten beleid uitgewerkt. Doel van het maatregelenpakket is de overlast te minimaliseren en het aantal zwemverboden van ‘jaarlijks’ naar ‘incidenteel’ terug te brengen. In beginsel willen we naar ‘nul’ zwemverboden, maar een aantal maatregelen kent een pilot-karakter.
Uitgangspunt is het tegengaan van onnatuurlijke temperatuursverhogingen in de ecologisch actieve oeverzones.
Om richting het streefbeeld van putten te komen is materiaal nodig voor herinrichting. Baggerverwerking in een diepe put is hiervoor een goede optie. Er is een handvol putten geschikt om een eerste put (als pilot) in te richten. De definitieve keuze wordt januari 2007 gemaakt. Op deze wijze wordt diepe putten beleid en afzetbeleid hand in hand uitgevoerd.
Nieuwe ontgrondingen worden volgens het streefbeeld ingericht.
Vergaderstuk:06.06831
Ingediend door: van der Hoeven/AZ
De stichting Molenviergang Aarlanderveen richt zich tot Rijnland met drie vragen: of wij kunnen instemmen met een aanpassing in het Convenant Molenviergang Aarlanderveen, of wij kunnen instemmen met de jaarrekening 2004 en of wij twee vertegenwoordigers in het bestuur willen aanwijzen.
In te stemmen met:
