Taakopvatting grondwater: probleemverkenning
Verlengingsverzoek polder Bloemendaal landelijk gebied
Peilbesluit Polder de Noordplas
Vergaderstuk: 06.27415
Ingediend door: DGF/WPC
De inrichting en uitvoering van het waterbeheer in Nederland wordt heroverwogen (o.a. nieuwe WaterWet). In de voorlopige versie van de nieuwe WaterWet wordt voorgesteld een deel van de beheertaken van het grondwater, die nu bij de provincie liggen, over te dragen aan de Waterschappen. Ook is in het NBW afgesproken dat de schappen grondwater, via de GGOR werkwijze, nadrukkelijker betrekken bij het waterbeheer. Ten aanzien van grondwater gaan voor de schappen derhalve de taken veranderen evenals de aard van de relaties met de betrokken andere overheden en partijen.
In het WBP 2006-2009 zijn reeds “beleidsuitgangspunten” opgesteld omtrent de grondwatertaak. Als concrete maatregel is geformuleerd dat eind 2006 een probleemverkenning gereed is. Vervolgens moet in 2008 inzicht zijn in oplossingsrichtingen, middelen en instrumenten. Ten slotte moet in 2009 een eindrapport verschijnen voor bestuurlijke afhandeling.
In het kader van de probleem verkenning is een concept notitie opgesteld. De notitie is besproken met de Dijkgraaf op 16 oktober. In dit overleg is vastgesteld dat voor het vervolgtraject behoefte is aan een bestuurlijk gedragen basisvisie over de taakopvatting.
De centrale vraag is hierbij “zien we de grondwatertaak als een taak waar we terughoudend mee om moeten gaan met allerlei risico’s of als een kans waar we ons kunnen neerzetten als de watersysteembeheerder”.
De notitie probleemverkenning moet als basis fungeren voor een discussie in het D&H over de basisfilosofie.
1. De grondwatertaak vormt een nieuwe taak. Diverse kaders worden momenteel op nationaal niveau en bij de diverse provincies uitgewerkt. Vooralsnog zal, in afwijking van het implementatieplan van het WBP, de dijkgraaf als portefeuillehouder optreden;
2. Rijnland ziet de toekomstige grondwatertaken als een kans om zich te positioneren als de watersysteembeheerder. Vanuit deze visie zal het vervolgtraject voor de taakopvatting naar andere overheden en actoren worden ingezet;
3. Bij de overlegtrajecten die de provincies binnenkort starten ter voorbereiding van de taakoverdracht zal Rijnland gezamenlijk optreden (bijv. VZHW). In deze platforms zal Rijnland vanuit de eigen basisvisie opereren.
Vergaderstuk: 06.27615
Ingediend door: van der Hoeven/WPC
De geldigheid van peilbesluit Polder Bloemendaal, landelijk gebied, vervalt op 27 november 2006, tenzij verlenging wordt aangevraagd. In het WBP is opgenomen dat eind 2007 overal geldige peilbesluiten moeten zijn. De herzieningen van de peilbesluiten zijn meegenomen in het Rijnlandbrede GGOR-programma. Dit programma is recent vastgesteld. In dit programma is opgenomen dat een watergebiedsplan voor het gebied rondom de polder Bloemendaal in 2009 start. Om er voor te zorgen dat er tot die tijd een geldig peilbesluit is, moet het huidige peilbesluit worden verlengd. Een verlenging wordt door GS alleen gegeven wanneer de huidige situatie overeenkomt met de situatie zoals is weergegeven in het peilbesluit. Dat is in dit geval zo.
In te stemmen met het verzenden van een verlengingsverzoek (zie achtergevoegde brief) aan de provincie Zuid-Holland voor het peilbesluit polder Bloemendaal, landelijk gebied.
Vergaderstuk: 06.27553
Ingediend door: van der Hoeven/WPC
Dit collegevoorstel heeft betrekking op het voorliggende peilbesluit voor Polder de Noordplas. Het laatste peilbesluit voor Polder de Noordplas, vastgesteld op 16 februari 2000, betrof een interim-peilbesluit met een beperkte geldigheidsduur van 5 jaar
De reden voor de beperkte geldigheidsduur van het interim-peilbesluit waren een aantal belangrijke open vragen over de waterkwaliteits-problematiek in Polder de Noordplas. Polder de Noordplas is een diepe droogmakerij waar diep kwelwater vanuit de ondergrond de polder instroomt. Het kwelwater bevat hoge concentraties aan chloride en nutriënten. Daardoor wordt de kwaliteit van het oppervlaktewater in de polder nadelig beïnvloed. Daarnaast vormt de chloridevracht van het uitslagwater van Polder De Noordplas een grote belasting voor de boezem van Rijnland. In de boezem hebben de hoge chlorideconcentraties allerlei negatieve effecten op het gebruik van het boezemwater en de aquatische ecologie.
Onderzoek is uitgevoerd om meer inzicht te verkrijgen in de kwelproblematiek en in maatregelen om de kwel terug te dringen. Uit het onderzoek bleek o.a. dat peilverhoging over grotere oppervlakten tegendruk biedt aan het kwelwater en dat deze maatregel in Polder de Noordplas effectief is. Omdat aan peilverhoging kosten zijn verbonden is aansluitend aan het onderzoek een maatschappelijke kosten- en batenanalyse (MKBA) uitgevoerd. Omdat in een MKBA ook toekomstige kosten worden meegenomen zijn de maatregelen die nodig zijn om te voldoen aan de NBW opgave in de Noordplas ook meegenomen in de MKBA (en vervolgens ook in het peilbesluit). Uit de MKBA is geconcludeerd dat bij peilverhoging tot de agrarische droogleggingsnormen, de baten groter zijn dan de kosten, waardoor de variant maatschappelijk verantwoord is.
In het zuidelijk gedeelte van Polder de Noordplas wordt het recreatiegebied Bentwoud gerealiseerd. De toekomstige inrichting heeft onder andere tot doel de chloride- en nutriëntenbelasting op de boezem te verminderen. Ook daarvoor wordt peilverhoging toegepast. Daardoor wordt, afhankelijk van de uiteindelijke inrichting, de huidige belasting vanuit Polder de Noordplas met 20 tot 30% teruggebracht.
Door het peil ook in het akkerbouwgebied in het noordelijk gedeelte van Polder de Noordplas te verhogen kan een verdere verbetering van de waterkwaliteit bereikt worden. Voorgesteld wordt om peilen te verhogen in peilvakken waar in de huidige situatie een hoge drooglegging aanwezig is. Het peil wordt maximaal tot de droogleggingsnormen voor agrarisch gebruik verhoogd. Bij het peilvoorstel is afgeweken van de MKBA-variant door maatwerk te leveren voor lagergelegen delen in peilvakken. Daardoor blijven de functies in het gebied gefaciliteerd. Door de voorgestelde peilverhoging wordt een afname van 10-15% van de huidige chloride belasting verwacht.
Ten behoeve van het peilbesluit is Polder de Noordplas getoetst aan de NBW normen voor wateroverlast. Hieruit blijkt dat een aantal aanpassingen in de inrichting noodzakelijk zijn om aan de norm te blijven voldoen bij een peilverhoging. De kosten zijn in het globale inrichtingsplan geraamd op € 1.030.000. Met deze investering wordt op mogelijke KRW maatregelen geanticipeerd.
Bovenstaande betekent dat door het voorliggende nieuwe peilbesluit:
Vergaderstuk: 06.27416
Ingediend door: van Velsen/FIN
Bij de waterschapsfusie op 1 januari 2005 is de wijk Stein van de woonkern Haastrecht (gemeente Vlist) binnen de grenzen van het nieuwe Rijnland opgenomen.
Het afvalwater uit het gebied wordt door middel van een gemeentelijke leiding onder de Hollandsche IJssel getransporteerd naar het rioolstelsel van de kern Haastrecht om vervolgens te worden gezuiverd in de a.w.z.i. Haastrecht-Galgenoord van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK).
Omdat Rijnland niet beschikt over een zuiveringstechnisch werk in de wijk Stein, is HHSK op grond van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren bevoegd de verontreinigingsheffing op te leggen aan de gebruikers van de op de gemeentelijke riolering aangesloten woon- en bedrijfsruimten.
Het sluiten van een medebeheersovereenkomst met HHSK voor de a.w.z.i. in Haastrecht, verschaft Rijnland een titel om de verontreinigingsheffing in de wijk Stein op te leggen.
Besloten tot het sluiten met HHSK van een medebeheersovereenkomst voor de a.w.z.i. Haastrecht-Galgenoord
Vergaderstuk: 06.
Ingediend door: Groen/WPC
Op 12 augustus 2006 heeft mevrouw Tonini Pieper een bezwaarschrift ingediend tegen het op 24 juli 2006 door het hoogheemraadschap genomen besluit aan de gemeente Hillegom vergunning te verlenen voor het graven van ca. 1.200 m² in het gebied Himera. Het voornaamste bezwaar luidt dat de samenhang op waterstaatkundig gebied met de omliggende gebieden ontbreekt. Op 12 oktober 2006 is een hoorzitting gehouden.
In haar advies van 1 november 2006 overweegt de commissie dat de bezwaarde niet is aan te merken als een belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Op grond daarvan oordeelt de commissie dat het bezwaarschrift niet-ontvankelijk is. De commissie adviseert uw college dan ook het bezwaarschrift niet-ontvankelijk te verklaren en het besluit van 24 juli 2006 te handhaven.
Het college verklaart het bezwaarschrift niet-ontvankelijk en handhaaft het bestreden besluit van 24 juli 2006.
