Organisatiewijziging per 1 juni 2007
Benoeming en beëdiging rekenkamercommissieleden
Fiscale subsidies op Rijnlands installaties
Verkoop perceel grond (incl. botenloods) te Oude Wetering
Schadeclaim van Mastwijk c.s.; aanvullende bijdrage
Legger oppervlaktewateren: Discussienota inzake uitwerking
Natuurvriendelijke oevers; zienswijze op de subsidieregeling
Reeuwijkse Plassen, start proefproject Sloene plus flankerende maatregelen.
Afvalwatertransportleiding Zandvoort - Haarlem; aanvullend krediet
Geactualiseerde Subsidieverordening Baggerkosten Rijnland (SBR)
Vergaderstuk: 06.
Ingediend door: DGF/AD
1. 12 oktober is een voorstel voor wijziging van de organisatie per 1 juni 2007 voorgelegd aan de ondernemingsraad voor advies. 28 november heeft de OR haar advies uitgebracht. Overleg in de tussenliggende weken en het uiteindelijke advies zijn mee gewogen in het nu voorliggende besluit. Het besluit bestaat uit de vier functieboeken Algemeen, Management en sectoren, Concern Controlling, Bestuursondersteuning, Sectoren Strategie & Regulering, Beheer & uitvoering en Middelen, inclusief functiewaardering.
2. De Ondernemingsraad is advies gevraagd
3. In het kader van de organisatieverandering zijn volgfuncties vastgesteld
4. Tot slot is de plaatsingsprocedure beschreven inclusief leden plaatsingscommissies en selectie adviescommissies. Volledigheidshalve willen wij vermelden dat voor leidinggevende functies een werktijdregeling van kracht is en dat wij in overleg met de ondernemingsraad werken aan het actualiseren van deze regeling per 1 juni 2007.
kennis te nemen van:
Vaststellen van:
Vergaderstuk: 06.32341
Ingediend door: DGF/AZ
Rijnland heeft een Verordening schadevergoeding uit 2005. Tot op heden is op die verordening geen beroep gedaan. Nu de eerste verzoeken zich aandienen is het noodzakelijk dat de VV, conform de verordening, de onafhankelijke schadeadviescommmissie benoemt. De verordening is vrijwel gelijk aan die van Delfland. Met het oog op het delen van ervaring wordt voorgesteld ook dezelfde commissie als bij Delfland te benoemen, aangevuld met drie plaatsvervangende leden.
De benoeming van de leden van de commissie is voor de periode gelijk aan de zittingstermijn van de VV; de leden kunnen eenmaal worden herbenoemd.
Akkoord te gaan met concept VV voorstel.
Vergaderstuk: 06.32055
Ingediend door: van der Hoeven/AZ
In het kader van het project “baggeren in Leiden” geldt een onderscheid tussen verdachte en niet-verdachte wateren. De verdachte wateren zullen in verband met de vermoedelijke aanwezigheid van niet-ontplofte explosieven uit WO II “beveiligd” gebaggerd gaan worden, de niet-verdachte wateren worden “gewoon” gebaggerd. Aannemer K. Krul en Zonen B.V. heeft de aanbesteding van de niet-verdachte wateren gewonnen en voert deze werken uit.
Bij besluit van 15 november 2006 heeft de Arbeidsinspectie de werkzaamheden stilgelegd en de aannemer opgedragen om – in het licht van de vondst van enkele niet-gesprongen explosieven – aanvullende maatregelen te nemen. Een en ander komt erop neer dat óók de niet-verdachte delen van de Leidse wateren semi-beveiligd gebaggerd moeten worden.
De kosten zullen hierdoor meer dan verdubbelen, waardoor het werk opnieuw moet worden aanbesteed. Rijnland vindt dat het hierdoor als gevolg van het besluit rechtstreeks in zijn belangen wordt geschaad.
Hoewel naleving van de Arbeidsomstandighedenwet voorop staat, is Rijnland aan zijn ingelanden verplicht om de nodige werkzaamheden zo kosten-efficiënt mogelijk uit te voeren. Het past in dit verband dat Rijnland slechts die maatregelen van aannemers vraagt die wettelijk van hem verlangd worden.
Rijnland is van mening dat met de werken zoals die in de gemeente Leiden werden uitgevoerd binnen de grenzen wordt gebleven van de door de algemene democratie gelegitimeerde risico’s. Volgens Rijnland gaat de Arbeidsinspectie verder dan wettelijk is vereist.
tot het indienen van een bezwaarschrift tegen het besluit van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid d.d. 15 november 2006.
Vergaderstuk: 06.31461
Ingediend door: DGF/FIN
Op 31 januari 2007 zal de VV de in- en externe leden van de rekenkamercommissie gaan benoemen. De werving van de externe kandidaten zal op 20 december a.s. worden afgerond door een sollicitatiecommissie die namens alle vijf de waterschappen met twaalf kandidaten gesprekken voert. De procedure van de voordracht van de interne kandidaten, twee VV-leden en hun vervanger, is analoog aan de voordracht ter benoeming van een collegelid.
Verder heeft het college de vergoeding voor RC-leden vastgesteld op € 200,- per vergadering en voor de voorzitter op € 230,- per vergadering.
akkoord te gaan met:
Vergaderstuk: 06.31460
Ingediend door: van Velsen/FIN
Rijnland kan via een leaseconstructie voor energiezuinige en milieuvriendelijke (onderdelen van) investeringsprojecten subsidie verwerven. Deze beloopt vijf tot vijftien procent. De rijkssubsidieregelingen zijn fiscaal-juridisch transparant en eenduidig en kennen een door het Rijk jaarlijks vastgesteld budget.
Op basis van een eerste inventarisatie komen meerdere projecten in aanmerking en is het mogelijk circa totaal € 0,5 mln subsidie aan te vragen. Het juridisch eigendom ligt in de constructie niet bij Rijnland, hetgeen – conform SBG-ervaringen – geen problemen met zich meebrengt. De overige risico’s zijn naar onze mening beperkt
Vergaderstuk: 06.31064
Ingediend door: van Velsen/FIN
De P&C-kalender is een boekje dat jaarlijks wordt gemaakt en de organisatie en het bestuur inzicht verschaft in wat zij kunnen verwachten t.a.v. de documenten in de P&C-cyclus 2007 en wanneer zij deze documenten kunnen verwachten. Hiermee wordt het bestuur en de organisatie de gelegenheid geboden om de P&C werkzaamheden in te passen in de eigen planning van werkprocessen.
De P&C-kalender is opgemaakt op basis van de bestaande organisatie. Medio 2007 zal een kanteling van de organisatie plaatsvinden. Dit kan betekenen, dat een aantal zaken dan nog moeten worden aangepast. De einddata van de te leveren produkten liggen echter wel vast. Over eventuele wijzigingen in de P&C-kalender zal afzonderlijk worden gerapporteerd.
Naar aanleiding van het verloop van de P&C-cyclus 2006 zijn in de nieuwe P&C-kalender onderstaande aandachts- c.q. verbeterpunten opgenomen:
Nieuw zijn de terugblikdagen bij de jaarrekening. Op de 1e terugblikdag worden de resultaten besproken met de afdelingshoofden en het DT. Op de 2e terugblikdag worden de resultaten besproken tussen DT en dagelijks bestuur.
Vergaderstuk: 06.32508
Ingediend door: van Velsen/FIN
De VV heeft eerder als beleidslijn vastgesteld om vergaande samenwerking met gemeenten na te streven op het gebied van belastingen. Voor de lange termijn heeft Rijnland als ideaalbeeld één belastingkantoor voor alle lokale belastingen in Nederland. Doelstellingen zijn: meer eenvoud en overzicht voor de belastingbetalers (1 biljet lokale belastingen), kostenbesparing (geen dubbele werkzaamheden bij gemeenten en waterschappen) en imagoverbetering overheid (laten zien dan overheden de handen ineen kunnen slaan ter verbetering van de publieke zaak).
Sindsdien heeft Rijnland verschillende activiteiten ontplooid om dit doel te bereiken.
Er zijn kennismakingsgesprekken gevoerd met bijna alle gemeenten in ons beheergebied, waarbij ook de samenwerkingsbereidheid is afgetast. Het meest vergaand is gesproken met de gemeenten Haarlem en Haarlemmermeer, die al vanaf 2007 samen aan de slag gaan.
Rijnland heeft actief geparticipeerd in een Uniewerkgroep om samenwerking op het gebied van belastingen landelijk op de bestuursagenda te krijgen.
Ook heeft Rijnland zich als één van de voorlopers aangesloten bij het Waterschapshuis en zich sterk gemaakt voor het ontwikkelen van één landelijk geautomatiseerd belastingsysteem, inclusief gemeentelijke belastingen. Dit project staat nu hoog op de planning van het WSH (gereed 2009).
Rijnland heeft zijn eigen belastingsysteem GIBS verkocht om LogicaCMG in staat te stellen om binnen afzienbare tijd een nieuw integraal belastingsysteem te ontwikkelen. Voorjaar 2007 zal het GIBS zijn uitgebreid met een gemeentelijke heffingsmodule.
Daar Rijnland tussentijds wel gewoon gebruiker blijft van het GIBS, biedt dit voor Rijnland de mogelijkheid om, vooruitlopend op het landelijke belastingsysteem, eventueel gemeentelijke belastingen te heffen en te innen.
De tijd is nu rijp voor een volgende stap van Rijnland op het gebied van gemeentelijke samenwerking. Het voorstel is in 2007 een verkennend onderzoek uit te voeren samen met enkele kansrijke en gelijkgestemde gemeenten naar een nieuwe samenwerkingsorganisatie voor belastingen. Als start willen we, onder begeleiding van een onafhankelijke gespreksleider, de verantwoordelijke wethouder en directeur van enkele gemeenten uitnodigen voor een rondetafelconferentie in februari/maart a.s. Vanuit Rijnland zijn aanwezig DGF, Van Velsen en DF. Tijdens deze bijeenkomst zal ook duidelijk moeten worden welke gemeenten echt mee willen doen aan het onderzoek. De globale planning voor het verdere traject is: afronding haalbaarheidsonderzoek najaar 2007. Bestuurlijke besluitvorming over opzet nieuwe samenwerkingsorganisatie belastingen gereed voor eind 2007. In 2008 zal de nieuwe samenwerkingsorganisatie moeten worden ingericht, zodat op z’n vroegst gezamenlijke heffing vanaf 2009 mogelijk is.
in te stemmen met:
Vergaderstuk: 06.31407
Ingediend door: van Velsen/WBZ
Nabij Kanaalweg 15 te Oude Wetering ligt een perceel eigendom van
Rijnland (B4163) waarop een botenhuis is gesitueerd. Dat botenhuis wordt door Handhaving gebruikt voor stalling van een boot. Het naast dat botenhuis gelegen gedeelte van perceel B 4163 is grasland en “om niet” in gebruik bij de eigenaar van Kanaalweg 15, de heer Brand. Deze heeft een verzoek ingediend tot aankoop van het Rijnlandse perceel.
Tegen inwilliging van dit verzoek bestaan geen bezwaren. Dit mits het gebruiksrecht van Rijnland van deze loods gewaarborgd wordt.
Vergaderstuk: 06.30751
Ingediend door: van Velsen/WBZ
Door de gemeente Alkemade is een verzoek ingediend tot aankoop van grond/water. Dit in het kader van de realisering van een bouwproject. Hier bestaan vanuit eigendomstechnische en waterstaatkundige overwegingen geen bezwaren tegen.
Tot verkoop aan de gemeente Alkemade van een gedeelte, groot ca. 10m2, van het perceel Alkemade B 2002, overeenkomstig bijgevoegd concept-besluit.
Vergaderstuk: 06.32039
Ingediend door: van Velsen/AZ
In uw vergadering van 7 november jl. besloot u t.a.v. de schadeclaim van Van Mastwijk c.s. akkoord te gaan met de voorgestelde minnelijke regeling. Deze regeling ging uit van vergoeding van 50% van de geclaimde schade van ca € 98.000,-. Van het schikkingsbedrag van ca € 49.000,- zou het hoogheemraadschap € 35.000,- betalen en onze verzekeraar, Centraal Beheer Achmea, € 15.000,-. Kort na uw vergadering kwam de advocaat van Van Mastwijk c.s., mr. Duijsens, met de mededeling dat zijn cliënten ook aanspraak maken op vergoeding van de wettelijke rente (gerekend vanaf september 2002) over het schikkingsbedrag tot een bedrag van € 7.000,- en een bijdrage in de kosten van juridische bijstand van € 1.785,-. Uit overleg met de verzekeraar bleek dat zij bereid is deze extra kosten van € 8.785,- voor de helft te dragen. De andere helft zou voor rekening van Rijnland moeten komen.
Richting mr. Duijsens heeft Rijnland bij monde van zijn advocaat, mr. Van Galen, zijn ongenoegen uitgesproken over het feit dat de vergoeding van genoemde extra kosten niet eerder ter sprake is gebracht. Als gevolg daarvan zijn deze kosten niet meegenomen in het voorstel voor een minnelijke regeling, zoals die aan u is voorgelegd. Los hiervan is het overigens niet ongebruikelijk dat dergelijke kosten worden vergoed. Indien Rijnland bij voortzetting van de bestuursrechtelijke procedure, wat niet het geval is, in het ongelijk zou worden gesteld, had vergoeding van in ieder geval een deel van de kosten ook in de rede gelegen.
Ook bij een extra bijdrage van € 4.392,50 aan de minnelijke regeling is Rijnland per saldo voordeliger uit dan bij het opnieuw besluiten over de verzoeken om schadevergoeding in het kader van de bestuursrechtelijke procedure. De bestuursrechter heeft reeds bepaald dat er oorzakelijk verband bestaat tussen de schade en de destijds ingestelde maalstop. Op basis van die uitspraak zou het bedrag van de schadevergoeding beduidend hoger uitkomen dan 50% van de geclaimde schade van € 98.000,-
Bovendien is er in dat geval geen bijdrage van onze verzekeraar.
Mr. Duijsens heeft schriftelijk bevestigd (zie bijlage) dat zijn cliënten akkoord gaan met een schadevergoeding van in totaal € 58.785,- Daarvan zou dus € 39.392,50 voor rekening van Rijnland en € 19.392,50 voor rekening van Centraal Beheer Achmea komen.
Mr. Van Galen heeft in zijn antwoord (zie bijlage) uitdrukkelijk het voorbehoud gemaakt dat u nog met de verhoogde bijdrage aan de minnelijke regeling moet instemmen.
De minnelijke regeling geldt tegen finale kwijting van zowel de bestuursrechtelijke als de civielrechtelijke vorderingen.
De bijdrage aan de minnelijke regeling verhogen met € 4.392,50 en definitief vaststellen op €39.392,50
Vergaderstuk: 06.31776
Ingediend door: van der Hoeven/WPC
Op 5 juli 2006 is door de VV een krediet beschikbaar gesteld voor het opstellen van een nieuwe legger oppervlaktewateren. Voordat volgens planning in 2008 de nieuwe legger ter vaststelling aan de VV wordt aangeboden, worden de volgende richtinggevende onderwerpen m.b.t. de onderhoudsplicht afzonderlijk aan de VV voorgelegd:
In het voorliggende voorstel wordt het onderwerp “Beschermingszone” nader uitgewerkt.
Rijnland heeft als missie het uitvoeren van goed waterbeheer. Om de waterhuishoudkundige functies te kunnen waarborgen zijn op grond van Keur langs alle oppervlaktewateren kern- en beschermings-zones gedefinieerd, welke in de legger concreet worden uitgewerkt. Beide zones leggen echter een beperking op aan het gebruik van schaarse ruimte.
I.v.m. uitvoering onderhoud en toezicht wordt door Rijnland geëist dat de beschermingszone vrij toe-gankelijk moet zijn. Uit de praktijk blijkt echter dat, met name in stedelijk gebied, het vrij toegankelijk houden van de beschermingszone moeilijk handhaafbaar is. Gezien de tegenstrijdige belangen is na-dere onderbouwing en nuancering van het verbod op bouwen in de beschermingszone noodzakelijk. Enerzijds dient het belang van het onderhoud en de inspectie van oppervlaktewateren te worden ge-waarborgd en anderzijds moet rekening worden gehouden met de maatschappelijke belangen. In dit voorstel is inzichtelijk gemaakt waar de beschermingszone moet worden gehandhaafd en waar de be-schermingszone kan worden losgelaten.
De VV te informeren over de gemaakte keuzen middels een presentatie in een informatieve VV.
Vergaderstuk: 06.31777
Ingediend door: van der Hoeven/WPC
Op 5 juli 2006 heeft de VV een krediet beschikbaar gesteld voor het opstellen van een nieuwe legger oppervlaktewateren. Voordat volgens planning in 2008 de nieuwe legger ter vaststelling aan de VV wordt aangeboden, worden de volgende richtinggevende onderwerpen m.b.t. de onderhoudsplicht afzonderlijk aan de VV voorgelegd:
In het voorliggende voorstel wordt het onderwerp “Toewijzing onderhoudsplicht overige oppervlaktewateren” nader uitgewerkt.
De voormalige waterschappen gingen verschillend om met het toewijzen van de onderhoudsplicht van de overige oppervlaktewateren, waardoor na de fusie een versnipperde situatie is aangetroffen. Hoofdlijn daarin was: Voor boezemwater is de kadastraal eigenaar onderhoudsplichtig en voor polderwater is de aangrenzende eigenaar (aangeland) onderhoudsplichtig. Deze versnippering is ongewenst uit oogpunt van rechtsgelijkheid.
In voorliggend voorstel zijn voor de onderhoudsplicht van de overige oppervlaktewateren vier scenario’s uitgewerkt:
Scenario 1:De aangelanden zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van de overige oppervlaktewateren
Scenario 2: De kadastrale eigenaren zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van de overige oppervlaktewateren;
Scenario 3: Afgeleide van scenario 2. De kadastrale eigenaren zijn in principeonderhoudsplichtige van de overige oppervlaktewateren tenzij anders aangegeven. Dit “anders” aangeven houdt in dat de onderhoudsplicht voor de overige polder oppervlaktewateren met een landbouwkundige functie zal worden toegekend aan de aangelanden;
Scenario 4: Huidige onderhoudsplichtigen 1 op 1 overnemen in de nieuwe legger
1. Een keuze te maken voor scenario 3 (zie bovenstaand overzicht);
2. De VV te informeren over de keuze middels een presentatie in een informatieve VV
Vergaderstuk: 06.32437
Ingediend door: van der Hoeven/WPC
Op 26 september 2006 is ingestemd met:
1. de ontwerp-verordening subsidies natuurvriendelijke oevers met toelichting en bijlage en deze op grond van de Inspraakverordening Rijnland 2005 weken voor belanghebbenden ter inzage te leggen;
2. de verordening na de inzagetermijn ongewijzigd ter vaststelling aan de VV voor te leggen indien er geen zienswijzen tegen de ontwerp-verordening worden ingebracht
Dit D&H voorstel heeft alleen betrekking op redactionele wijzingen van de ontwerp-verordening en op de beantwoording van zienswijzen. Voor het overige blijven het VV-voorstel en de ontwerp-verordening met bijlagen, zoals die door u zijn vastgesteld in de vergadering van 26 september, ongewijzigd
Gedurende de inzagetermijn van 27 oktober 2006 tot en met 8 december 2006 zijn drie zienswijzen ontvangen. Hierin wordt gewezen op het feit dat oevers in het Reeuwijkse Plassengebied niet volgens de minimale eisen van de verordening kunnen worden aangelegd. Hun voorstel is om voldoende ruimte te bieden voor maatwerk per gebied en het verzoek is om in de verordening uitzonderingen op de minimale vereisten mogelijk zijn. In één van de zienswijze wordt de uitzondering tevens gevraagd de aftrek van afschrijvingswaarde van de oude beschoeiing
Rijnlands reactie is dat de ontwerp-verordening de ruimte voor uitzondering biedt in artikel 10, de hardheidsclausule. Rijnland werkt daarnaast het toetsingskader (de handreiking natuurvriendelijke oever) uit. Daarin wordt gekeken of aanpassing mogelijk is. De zienswijzen leiden niet tot en aanpassing van de ontwerp-verordening. Uw college handelt de beantwoording van de zienswijze af en informeert de VV hierover.
Daarnaast stellen wij voor om een redactionele wijziging op de tekst van artikel 2.1 van de ontwerp-verordening toe te passen die zowel voor de aanvrager als de uitvoerder helderder is. Inhoudelijk blijft het ongewijzigd
Wij stellen ook een redactionele wijziging voor van het concept VV voorstel t.a.v. de gebruikelijke bijdrage van Rijnland aan gemeentelijke waterplannen
1. in te stemmen met de redactionele wijziging van artikel 2 lid 1 van de ontwerp-verordening subsidies natuurvriendelijke oevers
2. de aangepaste ontwerp-verordening met toelichting en bijlagen ter vaststelling aan de VV voor te leggen.
3. in te stemmen met concept beantwoording van de zienswijzen op de verordening
Vergaderstuk: 06.27642
Ingediend door: van der Hoeven/WPC
Op 16 mei 2006 heeft het college in principe ingestemd met het starten van een proefproject in deelplas Sloene van de Reeuwijkse Plassen. Het doel is de algemene kennishiaat over het herstel laagveenplassen te beantwoorden. Het college heeft daaraan de voorwaarde verbonden dat er steun voor deze aanpak is bij de belangenorganisaties in het gebied, verenigd in het Overlegorgaan Toekomst Reeuwijkse Plassen (OTRP). In het najaar 2006 heeft Rijnland een informatie- en interviewronde gehouden met deze
belangengroep. resultaat is dat er in het OTRP ruime steun is voor de uitvoering van de proef in deelplas Sloene als Rijnland parallel daaraan meerdere flankerende maatregelen uitvoert voor het héle plassengebied.
Centraal in dit collegevoorstel staat de vraag of het college bereid is goedkeuring te vragen aan de VV voor het uitvoeren van de proef in Sloene en gelijktijdig een haalbaarheidsonderzoek voor de flankerende maatregelen.
N.a.v. de informatie- interviewronde zijn er drie reacties op Rijnlands voorstel voor het proefproject Sloene ingediend. In de bijlage 2 treft u het concept van de Rijnlands schriftelijke beantwoording aan.
Ons advies voor de Reeuwijkse Plassen is:
a. Rijnland voert fase 1 van het proefproject Sloene uit.
Parallel daaraan:
b. onderzoekt Rijnland de haalbaarheid van het afkoppelen van de Reeuwijkse Plassen van de omliggende polders (landbouwpercelen in polder Reeuwijk, Stein Noord, Willens en Roggebroek).
c. onderzoekt Rijnland de haalbaarheid van de handhaving van de waterinlaat uit de Oude Rijn voor de Reeuwijkse Plassen.
d. participeert Rijnland in het haalbaarheidsonderzoek van één van de belangenverenigingen naar zuivering van het inlaatwater als een maatregel voor het oplossen van het eutrofieringsprobleem.
Rijnland neemt de conclusies van de drie onderzoek in juli 2007 in overweging en besluit tot uitvoering van de flankerende maatregelen.
De argumenten zijn:
De criteria voor de overwegingen, die tot dit advies hebben geleid, zijn de steun voor de aanpak bij belangenverenigingen, het effect op waterbeheer, ecologie en kosten en de gevolgen voor KRW.
1 de volgende besluiten worden voorgelegd aan de VV op 31 januari 2007
a Rijnland start met de voorbereidingen van het proefproject Sloene in februari 2007
b Rijnland onderzoekt de haalbaarheid van de twee flankerende maatregelen (afkoppelen omliggende polders en waterinlaat vanuit Oude Rijn) en participeert in het onderzoek van derden naar de zuivering van inlaatwater.
c Rijnland neemt in juli 2007 een besluit over de uitvoering van de in besluit 2 genoemde onderzoeken
d Rijnland geeft gedurende het haalbaarheidsonderzoek informatie vrij voor bespreking met belangenorganisaties in OTRP verband
e Een lid van de commissie Water neemt deel aan de werkgroep voor het haalbaarheidsonderzoek.
f Rijnland stelt een voorbereidingskrediet van € 100.000 beschikbaar voor de eerste uitvoeringsfase van het proefproject Sloene.
2 in te stemmen met de beantwoording van de schriftelijke reacties en de VV hierover te informeren.Het
Vergaderstuk: 06.
Ingediend door: Groen/WBZ
Toelichting: De zeewering aan de kust in de gemeente Noordwijk voldoet niet aan de gestelde eisen (zwakke schakel nabij Palaceplein) in het kader van de veiligheid. Dit wordt veroorzaakt door de zeespiegelrijzing met bijbehorende zwaardere golfbelasting
Daarnaast gelden langs de kust van Noordwijk sinds eind jaren negentig bouwbeperkingen. In overleg met Rijkswaterstaat, provincie Zuid Holland, gemeente Noordwijk en Rijnland is besloten om de variant dijk in duin aan te leggen, waardoor de zeewering voor de komende 50 jaar de veiligheid van het achterland garandeert en de bouwbeperkingen langs de boulevard worden verminderd. De VV heeft op 24 mei 2006 € 0,5 miljoen beschikbaar gesteld als voorbereidingskrediet om de voorkeursvariant verder uit te werken.
De totale kosten van de variant zijn € 18,7 miljoen en worden door Rijkswaterstaat, provincie Zuid Holland en de gemeente Noordwijk gedragen. Het voorstel is dat Rijnland een deel van de bijdrage van de gemeente Noordwijk subsidieert.
1. Concept VV voorstel goed te keuren en te agenderen op de VV agenda voor 31 januari 2007;
2. De VV te vragen het college te machtigen uitgaven te doen tot een maximum van € 375.000 om uitdrukking te geven aan de partnerrol die het hhrs in dit project vervult.
Vergaderstuk: 06.29060
Ingediend door: Groen/WBZ
In 2007 moet het dagelijks onderhoud van de hoofdwatergangen in Rijnland (schonen) aangepast worden aan de Gedragscode op grond van de Flora- en Faunawet.
Om dit onderhoud te kunnen gaan uitvoeren overeenkomstig het beleid neergelegd in het WBP en aan te passen aan de Gedragscode, is een studie verricht naar ecologisch verantwoord onderhoud. Het blijkt echter dat nog niet alle gegevens die nodig zijn om definitief beleid te formuleren, beschikbaar zijn. Daarom wordt voorgesteld een pilotgebied van ca. 10% van het beheersgebied aan te wijzen waar de wijze van onderhoud wordt aangepast bij wat goed is voor de natuur. De ervaring die met deze pilot wordt opgedaan en de resultaten van de uit te voeren monitoring worden na 2 jaar geëvalueerd.
Voor het overige gebied (buiten de pilot) worden de huidige bestekken zoveel mogelijk verlengd met 2 jaar. Wel moet ook buiten de pilot de werkwijze aangepast worden aan de Gedragscode F&F-wet, zodat sprake is van zorgvuldig handelen t.a.v. beschermde soorten
dat het dagelijks onderhoud van de hoofdwatergangen door Rijnland wordt uitgevoerd overeenkomstig de uitgangspunten en randvoorwaarden in het Onderhoudsbeheerplan en hanteert voor de onderhoudsbestekken en –opdrachten de door Ecologica geïnventariseerde beschermde soorten
Vergaderstuk: 06.31467
Ingediend door: Groen/WBZ
In 2001 heeft de Verenigde Vergadering van Rijnland de conclusies, verwoord in de nota van uitgangspunten “Verwerking afvalwater gemeenten Zandvoort, Bloemendaal en Haarlem” goedgekeurd en is een krediet voor de aanleg van de afvalwatertransportleiding verleend. De gemeenten Zandvoort, Haarlem en Bloemendaal hebben ook hiermee ingestemd.
Uit de nieuwe ramingen blijkt dat er aanvullen krediet benodigd is voor de aanleg van de leiding.
De leiding wordt gefaseerd aangelegd.
De Verenigde vergadering voor te stellen een aanvullend uitvoeringskrediet groot € 1.620.000 (exclusief BTW) beschikbaar te stellen voor de aanleg van de a.w.t.l. Zandvoort – Haarlem
Vergaderstuk: 06.27380
Ingediend door: Rosendal/WBZ
In juni 2001 is door de VV het besluit genomen om een pilotproject Waterketen Noordwijkerhout te starten met de bedoeling ervaring op te doen op het gebied van de waterketen. Het project hield in dat DZH (Duinwaterbedrijf Zuid-Holland) en Rijnland, samen vormend het Waterketenbedrijf (WKB), voor voorlopig een periode van 5 jaar het rioolbeheer zouden gaan uitvoeren voor de gemeente Noordwijkerhout. Aan het einde van die periode zou worden besloten over het al dan niet voortzetten ervan.
Als bijlage is de eind evaluatie van de pilot opgenomen. Conclusie na evaluatie van deze pilot is dat het operationele rioolbeheer goed verloopt, de planvorming dient te worden
verbeterd en dat voor de levensvatbaarheid van het project uitbreiding nodig is.
Landelijk is de trend dat waterschappen en gemeenten steeds meer de samenwerking opzoeken in de afvalwaterketen, om zo gezamenlijk de noodzakelijke investeringen zo laag mogelijk te houden. Daarnaast speelt de ontwikkeling van de KRW, waarbij ook gemeenten een taak krijgen in het investeren in de verbetering van de waterkwaliteit. Juist dat is een reden om samenwerkingsvormen te stimuleren. Per gemeente kunnen vervolgens detail afspraken worden gemaakt over taken en verantwoordelijkheden. Ook Rijnland zoekt in de afvalwaterketen actief de samenwerking met gemeenten op, waarbij Rijnlands ambities op dit vlak in WBP 3 zijn verwoord.
De pilot Noordwijkerhout heeft aan bovengenoemde ontwikkeling al in een vroeg stadium invulling gegeven door via deze pilot specifiek de voordelen van deze vorm van samenwerken te onderzoeken.
Op basis van het beleid vastgelegd in WBP 3 en de landelijke ontwikkelingen past het om de pilot Noordwijkerhout voort te zetten. Op basis van de eind evaluatie wordt voorgesteld in het vervolg traject een intensievere vorm van samenwerking te zoeken.
In te stemmen met bijgevoegd concept VV-voorstel om het afvalwaterketenproject Noordwijkerhout in gewijzigde vorm voort te zetten en deze samenwerking met de gemeente Noordwijkerhout en DZH uit te werken en vast te leggen in de vorm van een overeenkomst.
Vergaderstuk: 06.
Ingediend door: van der Hoeven/WPC
Van de huidige Subsidieverordening Baggerkosten Rijnland (SBR) is de afgelopen jaren nauwelijks gebruik gemaakt. Dit komt o.a. doordat de huidige SBR voorwaarden stelt waardoor de regeling voor (vaak) gemeenten nauwelijks interessant is. Een tweede reden is de onbekendheid van de regeling. Tenslotte dateert de huidige SBR-regeling van voor de fusie en is daarmee verouderd.
Om te komen tot een laagdrempelige regeling voor een aanvrager die leidt tot meer aanvragen en een meer werkbare regeling voor de medewerkers van Rijnland, is allereerst gekeken naar de ‘haken en ogen’ van de huidige SBR en zijn op basis hiervan inhoudelijke aanpassingen gedaan. Om tegemoet te komen aan de relatieve onbekendheid van de regeling, stellen we voor om na vaststelling van de nieuwe SBR een actief communicatietraject in te zetten om burgers en instanties, te wijzen op de nieuwe, verruimde mogelijkheden van de SBR en zodoende het gebruik van de regeling te stimuleren.
Daarnaast stellen we voor om de voorliggende, vernieuwde regeling na een jaar te evalueren om na te gaan of bijstelling (op onderdelen) nodig is zodat er meer gebruik gemaakt gaat worden van de nieuwe regeling.
Na vrijgave voor de inspraak, ligt de geactualiseerde SBR gedurende 4 weken ter inzage bij het hoofdkantoor en de regiokantoren van Rijnland. Na verwerking van eventuele reacties is accordering door het college in februari 2007 voorzien. Hierna dient de verordening door de VV definitief te worden vastgesteld
de geactualiseerde Subsidieverordening Baggerkosten Rijnland (SBR) te accorderen en voor inspraak vrij te geven op basis van Rijnlands inspraakverordening
Vergaderstuk: 06.
Ingediend door: Groen/WPC
Op 5 juli 2006 heeft de VV het basispakket bestaande uit de nieuwe keur en een viertal beleidsregels vastgesteld. De keur is vervolgens per 1 september 2006 officieel van kracht geworden. In de nieuwe keur is de mogelijkheid geschapen om bij algemene regeling te bepalen voor welke handelingen, werken, werkzaamheden en gedragingen, onder daarbij te stellen algemene voorschriften, de verboden in artikel 12 tot en met 15 geen toepassing vinden. Omdat de algemene regels een nadere uitwerking geven aan bepalingen uit de keur is op grond van artikel 83, lid 4 van de Waterschapswet het college bevoegd tot het stellen van deze nadere regels.
Voorliggende concept-algemene regels zijn een nadere uitwerking van de algemene regels die reeds met het VV-voorstel van 5 juli 2006 ter informatie zijn meegezonden. Het betreffen nadere regels ten aanzien van:
Inmiddels is de inspraakperiode geweest. Alle ingediende reacties zijn afkomstig van medewerkers binnen Rijnland en zijn in de meeste gevallen tekstueel van aard. Er zijn dus géén externe reacties ontvangen. Deze (tekstuele) wijzigingen zijn voor zover nodig verwerkt in bijgaande versie van de algemene regels. Daarnaast zijn de antwoorden op de ingediende reacties verwerkt in een korte Nota van Beantwoording. Na de voorziene vaststelling van de algemene regels door D&H in de vergadering van 19 december 2006 vindt bekendmaking plaats waarna de algemene regels per 1 januari 2007 van kracht zijn. Met de vaststelling geeft Rijnland invulling aan de gedane beloften in het kader van deregulering in de meibrief 2006 aan de Tweede Kamer en aan verplichtingen die voortkomen uit het doelmatigheidsonderzoek.
