Voorlopige resultaten Jaarrekening 2007
Besluit op advies bezwaarschriftencommissie Rijnland inzake bezwaar Van Pieterson
Besluit op advies bezwaarschriftencommissie Rijnland inzake bezwaren diverse bewoners Drususulaan te Leiden
Besluit op advies bezwaarschriftencommissie Rijnland inzake bezwaar W.P. Meulblok
Betrokkenheid Rijnland bij planstudie Volkerak-Zoommeer
Beleidsregel beschoeiingen en alternatieve waterberging
Erfpacht; subsidie en deelname museum De Cruquius
Vergaderstuk: 08.02530
Ingediend door: van Velsen/MID
Vooruitlopend op de behandeling van de definitieve jaarrekening 2007 in de VV van 16 juli a.s. willen wij u hierbij alvast informeren over het voorlopig resultaat 2007.
Het voorlopige positief resultaat over 2007 bedraagt € 36,8 mln. In de 2e Turap is reeds een positief resultaat gerapporteerd van € 31,4 mln. In het positieve resultaat is begrepen het ontvangen superdividend van € 21,7 mln van de Nederlandse Waterschapsbank (NWB). Het positieve resultaat bestaat voor € 0,7 mln uit structurele voordelige afwijkingen (0,5% van de exploitatiebegroting).
De bruto investeringsuitgaven in 2007 bedragen € 38,7 mln. Begroot was een investeringsbedrag van in totaal € 69,0 mln. De werkelijke investeringsuitgaven blijven dus € 30,3 mln achter (43,9%). In de 2e Turap waren de uitgaven geprognosticeerd op € 38,2 (44,6% achter op de begroting).
In 2007 bedragen de werkelijke bruto uitgaven voor baggerwerken € 12,2 mln (2e Turap: € 14,2). In de begroting was uitgegaan van € 18,1 mln. De werkelijke uitgaven blijven dus € 5,9 mln achter en is hoofdzakelijk het gevolg van het stilleggen van de baggerwerken in de stadwateren van de gemeente Leiden in verband met de vondst van explosieven. De uitgaven voor baggerwerken worden onttrokken uit de voorzieningen voor baggerwerken.
Voor de grootste afwijkingen is een korte toelichting opgenomen. In de definitieve jaarrekening volgt per beleidsveld en beleidsproduct en per kosten- en opbrengstensoort een uitgebreidere toelichting.
De Verenigde Vergadering in kennis te stellen van de voorlopige resultaten 2007 en de voorgestelde richting voor bestemming van het resultaat.
Vergaderstuk: 08.03095
Ingediend door: Groen/MID
De Bezwaarschriftencommissie Rijnland heeft advies uitgebracht inzake de bezwaren van L. van Pieterson tegen het op 26 september 2005 genomen besluit aan de gemeente Leidschendam-Voorburg vergunning te verlenen voor het aanbrengen en hebben van een drukriolering in de kern- en beschermingszone van twee boezemkaden te Leidschendam-Voorburg.
Het college volgt het advies van de bezwaarschriftencommissie op en besluit het besluit van 26 september 2005 in stand te laten.
Vergaderstuk: 08.03146
Ingediend door: Groen/MID
De Bezwaarschriftencommissie Rijnland heeft advies uitgebracht inzake de bezwaren van verschillende bewoners van het appartementencomplex aan de Drususlaan te Leiden tegen 2 aan de gemeente Leiden verleende vergunningen voor steigers en meerpalen in boezemwater in de wijk Roomburg te Leiden.
Het advies luidt de bezwaren van 2 bezwaarmakers wegens overschrijding van de bezwaartermijn van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk te verklaren en de overige bezwaren ongegrond te verklaren en de bestreden besluiten in stand te laten.
Het college volgt het advies van de bezwaarschriftencommissie op en verklaart de bezwaren van 2 bezwaarmakers niet-ontvankelijk. De bezwaren van de overige bezwaarmakers worden ongegrond verklaard en de besluiten van 2 en 9 juli 2007 in stand te laten.
Vergaderstuk: 08.02986
Ingediend door: Groen/MID
De Bezwaarschriftencommissie Rijnland heeft advies uitgebracht inzake de bezwaren van W.P. Meulblok tegen:
1. een op 29 oktober 2007 door Rijnland genomen besluit vergunning te verlenen voor het dempen en graven van oppervlaktewater;
2. het fictief weigeren van Rijnland om handhavend op te treden op het verzoek van de heer Meulblok van 8 februari 2007
Het advies luidt het besluit van 29 oktober 2007 in stand te laten en het bezwaar tegen het fictief weigeren handhavend op te treden niet-ontvankelijk te verklaren.
Het college volgt het advies van de bezwaarschriftencommissie op en besluit het besluit van 29 oktober 2007 in stand te laten en het bezwaar tegen het fictief weigeren handhavend op te treden niet-ontvankelijk te verklaren.
Vergaderstuk: 08.04031
Ingediend door: DGF/S&R
In de Planstudie Volkerak-Zoommeer is inmiddels geconcludeerd dat het weer zout laten worden van het Volkerak-Zoommeer de enige mogelijkheid zou zijn om de blauwalgenproblematiek het hoofd te bieden. Deze oplossing heeft echter als belangrijk nadeel dat het zoute water uit de Oosterschelde via de Volkeraksluizen ook het Hollandsch Diep en het Haringvliet zal kunnen binnendringen. Het tegengaan hiervan kost schaars zoet water en zal waarschijnlijk niet altijd mogelijk zijn. Consequentie kan zijn dat de functionaliteit van het inlaatpunt van Delfland via het Brielse Meer in gevaar komt. Het is mogelijk dat Delfland in dit geval meer gebruik gaat maken van aanvoer via Rijnland.
Om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen hierin stelt Delfland voor dat zij bestuurlijk en ambtelijk worden vertegenwoordigd in de planstudie en dat zij hierin ook Rijnland en Schieland vertegenwoordigen.
In te stemmen met de vertegenwoordiging van het hoogheemraadschap van Rijnland door een bestuurlijke en ambtelijke afvaardiging van het hoogheemraadschap van Delfland in de planstudie Volkerak-Zoommeer.
Vergaderstuk: 08.03903
Ingediend door: van der Hoeven/Groen/S&R
In dit voorstel worden een tweetal beleidsregels behandeld. De eerste betreft de aanpassing van de huidige beleidsregel “Beschoeiingen” en de tweede betreft de nieuwe beleidsregel “Alternatieve waterberging”.
De huidige beleidsregel “Beschoeiingen” blijkt in de praktijk niet goed handhaafbaar en aan de burger uitlegbaar te zijn. Daar komt nog bij dat de bestaande regelgeving op een aantal punten niet helder genoeg is. Aanpassing van de beleidsregels is dan ook noodzakelijk. Zo is de tekst explicieter gemaakt en heeft een kaart opgeleverd met daarop aangegeven de locaties waar wel en geen beschoeiing mag worden aangebracht.
Voor wat betreft de beleidsregel “Alternatieve Waterberging” geldt dat het niet altijd mogelijk is extra oppervlaktewater ruimtelijk in te passen. Alternatieve waterberging door meervoudig ruimtegebruik zou dan uitkomst kunnen bieden. Bij de afdeling Vergunningverlening en Planvorming zijn inmiddels diverse verzoeken binnengekomen om alternatieve waterberging te mogen toepassen. Om deze verzoeken goed te kunnen beoordelen is het noodzakelijk dat Rijnland middels beleidsregels aangeeft wat het met alternatieve waterberging aanwil. Conclusie van dit voorstel is dat alternatieve waterberging vooralsnog niet de voorkeur heeft en alleen in uitzonderingsgevallen mag worden toegepast.
Na het doorlopen van de inspraakprocedure de VV middels een mededeling te informeren.
Vergaderstuk: 08.04209
Ingediend door: van Velsen/MID
In dit voorstel zijn drie met elkaar samenhangende zaken aan de orde:
1. Op 31 december 2011 loopt de termijn van het aan de Stichting Museum De Cruquius verleende erfpacht af. Indien dit recht niet opnieuw uitgegeven kan worden vloeien daar voor Rijnland aanzienlijke financiële consequenties uit voort.
2. Stichting Museum De Cruquius staat voor een grote renovatie ten bedrage van circa € 1.500.000,--. Tussen diverse hierbij betrokken partijen bestaat overeenstemming over een nader te bepalen constructie waarin Rijnland maximaal een totaalbedrag van € 25.000,--. per jaar bijdraagt.
3. Daarnaast is de deelname van Rijnland aan de stichting van een nieuw internationaal poldermuseum/museum over “750 jaar droge voeten onder de zeespiegel” in samenwerking met de Noord- en Zuid-Hollandse waterschappen aan de orde.
Onder voorbehoud van het verkrijgen van de zgn. BRIM-subsidie voor de restauratie van gemaal De Cruquius stemt het college in met:
1. het mede door het stichtingsbestuurgedane verzoek, de huidige erfpacht van het betreffende dijkperceel aan Stichting De Cruquius uiterlijk per 1 januari 2012 en bij voorkeur eerder, eeuwigdurend uitgeven aan de Vereniging Hendrick de Keyser.
2. het verlenen van een jaarlijkse bijdrage van maximaal € 25.000,-- in de huur die stichting De Cruquius aan de onder 1. genoemde vereniging verschuldigd is en het gesprek met de gemeente Haarlemmermeer te openen over de hoogte van de gemeentelijke bijdrage aan dit bedrag.
3.het meedenken over de totstandkoming van een internationaal poldermuseum/museum over “750 jaar droge voeten onder de zeespiegel” in samenwerking met de Noord- en Zuid-Hollandse waterschappen en hier een nader te bepalen financiële bijdrage aan te leveren.
