Voorbereiding veranderde wetgeving
Het waterschap als waterkeringsbeheerder in de toekomst
Ambitienota Waterbeheerplan 4
Ontwerp-peilbesluit Hogeveensepolder
Pilot weldichting; aanleg wellenbestand
Wijziging Verordening schadevergoeding Rijnland 2005
Implementatie Wet modernisering waterschapsbestel; omzetting algemene en egalisatiereserves
Vergoeding leden stembureau
Stimuleringsregeling afkoppelen
Stimuleren afkoppelen in Oegstgeest
Pilot met een gebiedsgerichte uitwerking van KRW-maatregelen in veenweidegebieden
Overdragen oude gemalen “De Antagonist’ en ‘De Vereeniging’
Stand van zaken maatregelenonderzoek zwemwater Katwijk
Implementatie Wet modernisering waterschapsbestel; reikwijdte rechtmatigheid (scontrole)
Implementatie Wet modernisering waterschapsbestel; programma-indeling
Verzoek om schadevergoeding V.o.f. Kempenaar en Graaf te Woubrugge; minnelijke regeling
Financiële steun ‘Stichting Vrienden Stoomgemaal Halfweg’
Vergaderstuk: 08.06780
Ingediend door: DGF
De komende jaren zullen grote veranderingen plaatsvinden in de wet- en regelgeving voor waterstaats- en omgevingsrecht, waaronder de Waterwet. De taken en rollen voor de waterschappen zullen veranderen. Rijnland is gestart met de voorbereiding op de veranderende wetgeving.
De wetgeving beperkt zich op diverse aspecten tot de hoofdkaders en legt een grote rol bij de afstemming en samenwerking van de diverse overheden (provincies, waterschappen en gemeenten). Deze trajecten, inclusief de bestuurlijke inbreng, beginnen op gang te komen. In dit voorstel wordt input gevraagd voor de strategische hoofdlijn.
1. Instemmen met de voorgestelde aanpak voor de ambtelijke voorbereiding;
2. Inzetten op provinciale aansturing op strategische hoofdlijnen en kaders;
3. Kiezen voor een pro-actieve opstelling in de samenwerking met gemeenten;
4. Benutten van de provinciale instrumenten voor wateropgaven
Vergaderstuk: 08.07457
Ingediend door: Groen/S&R
In waterschapsland is de discussie gestart in hoeverre de taken en verantwoordelijkheden van de waterschappen ten aanzien van de waterkeringen in de toekomst mogelijke veranderingen moeten ondergaan.
In de bijgevoegde notitie van de Unie van Waterschappen wordt hiertoe een inventarisatie van de achtergronden van deze discussie gegeven en worden uitspraken gedaan over de rollen van rijk, provincie en waterschappen over onder meer normering, toezicht, toetsen, ruimtelijke inpassing en financiering.
Inbreng van de waterschappen wordt gevraagd over de uitspraken:
Voor de financiering en de uitspraken over bovenstaande onderwerpen worden drie modellen gegeven, te weten:
1. Handhaven status quo. Dat betekent dat de waterschappen de primaire keringen beheren, de toets op veiligheid uitvoeren, eventueel plannen maken ter verbetering en de verbeteringswerken uitvoeren. De provincie keurt de plannen goed en houdt toezicht. Het rijk stelt de normen, beoordeelt de toetsresultaten, stelt het hoogwaterbeschermingsprogramma vast en financiert de verbeteringswerken.
2. Verbetering. Aanpakken van het geconstateerde knelpunt van de financiering en dit te regelen door de beschikbaarheid van de benodigde financiën op rijksniveau strak te regelen.
3. Verandering. De financiering over te hevelen naar de waterschappen. Daarnaast wordt de structuur van de toezichthoudende rol van de provincies ter discussie gesteld.
In de algemene ledenvergadering van de Unie op 4 april a.s. komt dit onderwerp aan de orde. Daar zal de leden worden gevraagd tot een principestandpunt te komen om op die basis de verdere gesprekken met het rijk te kunnen gaan voeren.
De portefeuillehouder zal in de collegevergadering aan de hand van een presentatie van de sectordirecteur, zijn voorkeur voor model 1 motiveren. Deze voorkeur met de kanttekening dat ingeval van problemen bij de financiering, model 2 ook een goede benadering kan zijn. Bij model 2 wordt een vorm van voorfinanciering door de waterschappen als een reële mogelijkheid gezien.
Dit onderwerp in de informatieve vergadering van de VV op 26 maart 2008 aan de orde te stellen en te bepalen op welke manier dit zal gebeuren.
Vergaderstuk: 08.07224
Ingediend door: Hoeven/P&P
Sinds december 2007 is gewerkt aan het opstarten van het WBP4 proces en het opstellen van de Ambitienota. De Ambitienota is het eerste product in het WBP4 proces en is bedoeld als richtinggevend stuk voor de verdere uitwerking van WBP4 de komende maanden. De Ambitienota legt een aantal bestuurlijk keuzes voor en agendeert onderwerpen voor de verdere uitwerking.
Kortheidshalve wordt voor verdere toelichting op de Ambitienota en andere stukken verwezen naar het concept VV-voorstel.
Op dit moment is de Ambitienota uitsluitend beschikbaar in de volledig uitgewerkte versie (“achtergronddocument”). De versie op hoofdlijnen (“beslisdocument”) wordt op dit moment afgerond. Het college wordt verzocht om de coördinerend portefeuillehouder WBP4, hoogheemraad Van der Hoeven, mandaat te geven om de afronding van beide versies van de Ambitienota met de ambtelijke organisatie af te stemmen.
1. Kennis te nemen van het rapport Toekomstverkenningen Rijnland.
2. In te stemmen met de planning van bestuurlijk momenten voor WBP4
3. In te stemmen met de Ambitienota - achtergronddocument en wijzigingsvoorstellen mee te geven aan de coördinerend portefeuillehouder WBP4
4. De coördinerend portefeuillehouder WBP4 mandaat te geven om het achtergronddocument én beslisdocument van de Ambitienota met de ambtelijke organisatie af te stemmen en door te geleiden voor behandeling in de VV van 23 april 2008.
5. In te stemmen met het concept VV voorstel voor behandeling in de VV van 23 april 2008
6. In te stemmen met het concept VV besluit voor behandeling in de VV van 23 april 2008
Vergaderstuk: 08.06866
Ingediend door: Straathof/P&P
Het eerste ontwerp-peilbesluit voor de Hogeveensepolder is op 13 december 2006 en 31 januari 2007 behandeld door de Verenigde Vergadering, maar daarover is toen geen besluit genomen. Tijdens de behandeling van dit ontwerp-peilbesluit in de VV is toegezegd dat het optimale winterpeil nader zou worden bekeken. Rijnland heeft hierover overleg gevoerd met branchevertegenwoordigers van de bollensector en met twee kennis-instituten (KAVB, LTO, PPO, DLV). Naar aanleiding van dit overleg is het uitgangspunt met betrekking tot het optimale winterpeil gewijzigd. Dit overleg heeft geresulteerd in een nieuw ontwerp-peilbesluit.
Het nieuwe ontwerp-peilbesluit en het bijbehorende inrichtingsplan hebben van 5 november tot en met 21 december 2007 ter inzage gelegen. Tijdens de ter inzage legging is op 15 november 2007 een informatieavond georganiseerd voor alle belanghebbenden. Op deze avond waren ca. 30 belanghebbenden aanwezig.
In de periode van ter inzage legging hebben wij 26 zienswijzen ontvangen.
Als bijlage treft u aan een Nota van Beantwoording met de ontvangen zienswijzen op het ontwerp-peilbesluit voor de Hogeveensepolder en de concept-reactie hierop. Tevens treft u aan het concept-voorstel aan de Verenigde Vergadering en het ontwerp-peilbesluit. Hierbij
hoort ook een toelichting op het besluit.
Vaststellen reactie op de ontvangen zienswijzen, zoals verwoord in de ‘Nota van Beantwoording’.
Vaststellen het concept-VV-voorstel ontwerp-peilbesluit en dit, inclusief de beantwoording van de zienswijzen, ter vaststelling aan te bieden aan de Verenigde Vergadering d.d. 23 april 2008
Vergaderstuk: 08.07331
Ingediend door: van der Hoeven/BLD
De Verenigde Vergadering heeft op 31 oktober 2007 ingestemd met het uitvoeren van de pilot weldichting. De pilot bestaat uit drie onderdelen: het dichten van de wellen, het aanleggen van een bestand met de locatie en de grootte van de wellen in het beheersgebied en het formuleren van beleid over het dichten van wellen. Zowel de aanleg van het wellenbestand als het formuleren van beleid zijn door de commissie Waterbeheer voorwaardelijk gemaakt aan de uitkomst van de weldichting: beide projecten gaan alleen door als de weldichting slaagt. De resultaten van de weldichting zijn eind zomer 2008 beschikbaar.
In afwijking van het besluit van de commissie Waterbeheer willen we deze zomer beginnen met het aanleggen van het wellenbestand. Hiervoor hebben we de volgende redenen:
Om dit te mogen doen is toestemming nodig van de commissie Waterbeheer. Om deze toestemming te verkrijgen willen we ons voornemen aan de commissie voorleggen en vervolgens ook ter kennis brengen van de V.V.
Het nu starten met de aanleg van het wellenbestand heeft geen financiële, juridische, personele of tijdsconsequenties.
Het college stemt in beginsel in met de aanleg van het wellenbestand en legt dit voor aan commissie Waterbeheer. Tevens wordt ingestemd met de concept VV-Mededeling over dit onderwerp.
Vergaderstuk: 08.06948
Ingediend door: DGF/ADV
De in de D&H-vergadering van 22 januari 2008 voorgenomen wijziging van de Verordening schadevergoeding Rijnland 2005 heeft conform de Inspraakverordening gedurende vier weken voor een ieder ter inzage gelegen van 1 t/m 28 februari 2008. Er zijn geen reacties ontvangen. Niettemin is ambtshalve een aantal wijzigingen in de oorspronkelijke opzet doorgevoerd. Deze zijn voornamelijk van redactionele aard of in het voordeel van de aanvrager en behoeven geen hernieuwde terinzagelegging.
De ambtshalve wijzigingen van het voorstel zijn als volgt samen te vatten:
In te stemmen met het bijgaande concept VV-voorstel
Vergaderstuk: 08.07118
Ingediend door: van Velsen/CoCo
Een belangrijk onderdeel van de implementatie van de Wet modernisering waterschapsbestel is invoering van een nieuw heffingenstelsel. Zo zal het heffingenstelsel worden vereenvoudigd en gaan bestaan uit drie heffingen: de watersysteemheffing, de zuiveringsheffing (heffing op indirecte lozingen) en de verontreinigingsheffing ‘nieuwe stijl’ (heffing op directe lozingen). De opbrengst uit de verontreinigingsheffing (heffing op direct lozingen) komt geheel ten goede van de taak watersysteembeheer. Als gevolg van het nieuwe heffingenstelsel en daardoor nieuwe categorie natuurterreinen moeten de saldi van de bestaande algemene taakreserves en de bestaande egalisatiereserves per belastingcategorie per 1 januari 2009 worden omgezet naar het nieuwe stelsel.
Ook komt de huidige uitsplitsing van de voorziening baggerwerken in waterkwantiteit en waterkwaliteit als gevolg van de invoering van de watersysteemheffing te vervallen.
In dit voorstel wordt de Verenigde Vergadering gevraagd een aantal principiële keuzes te maken ten aanzien van het omzetten van de algemene taakreserves, egalisatiereserves per categorie en diverse voorzieningen baggerwerken naar het nieuwe stelsel. Uitgangspunten voor het bepalen van het aandeel passief waterkwaliteit en aandeel natuurterreinen is de berekende kostenverhouding actief en passief waterkwaliteit uit de begroting 2008 respectievelijk de berekende oppervlakte natuurterrein en overige ongebouwd (begrotingsjaar 2008).
Bijgaand voorstel over de omzetting algemene- en egalisatiereserves per 1 januari 2009 aan de VV voor te leggen.
Vergaderstuk: 08.05819
Ingediend door; DGF/SER
In de vergadering van 5 februari 2008 heeft u aangegeven dat voor de leden van het stembureau, die geen lid zijn van het college of medewerker van Rijnland, een vergoedingsregeling zou moeten worden getroffen.
Bij de herverkiezing 2005 is een dergelijke regeling getroffen: naast de gebruikelijke vergoeding van reiskosten (die zij altijd al konden declareren) ontvingen genoemde leden van het stembureau een bedrag van € 128,-- per uur. Daarbij werd toen aangesloten bij de vergoeding voor de leden van de bezwaarschriftencommissie.
Hoewel destijds voor een praktische oplossing is gekozen, gaat het hier om een relatief forse vergoeding. Voorgesteld wordt daarom de vergoeding te bepalen op € 150,-- per zitting van het stembureau.
Het college besluit tot vaststelling van een vergoedingsregeling voor die leden van het stembureau, die geen lid zijn van het College of medewerker van Rijnland ter hoogte van € 150,-- per zitting van het stembureau.
Vergaderstuk: 08.07152
Ingediend door: Rosendal/BLD
In 2003 heeft de VV de nota Afkoppelen verhard oppervlak vastgesteld. Ter uitvoering daarvan is gestart met het inzetten van drie pilots. Binnen de pilots zijn de Rijnlandse afkoppeldoelen getoetst.
Uit de pilots kwam naar voren dat de afkoppeldoelstellingen van Rijnland haalbaar zijn. Op basis van de waterplannen voor Katwijk en Vlist is ervaring opgedaan met het financieel stimuleren van afkoppelen. Door de bijdrage van Rijnland is in deze gemeenten een aanzienlijk oppervlak afgekoppeld met positieve gevolgen voor het watersysteem en de afvalwaterketen.
Op 1 januari 2008 is de wet Gemeentelijke Watertaken in werking getreden. Met de aanpassing van de wetgeving heeft de gemeente de hemelwaterzorgplicht gekregen. De gemeenten krijgen nu ook de financiële middelen voor afkoppelen en het realiseren van aanvullende zuiverende voorzieningen via de verbrede rioolheffing.
Het afkoppel- en stimuleringsbeleid zal moeten worden aangepast.
Rijnland zal de huidige beleidslijn voortzetten en het afkoppelen stimuleren waar het meeste effect wordt gehaald op oppervlaktewater of afvalwaterzuivering.
De beleidsnotitie zal in het najaar van 2008 aan de Verenigde Vergadering worden voorgelegd.
In te stemmen met het opstellen van een beleidsnotitie Stimuleren effectgericht afkoppelen en tot deze is vastgesteld vasthouden aan het huidige beleid, zoals is verwoord in de Afkoppelnota 2003.
De VV hiervan op de hoogte brengen door middel van bijgevoegde concept VV-mededeling.
Vergaderstuk: 08.0053?
Ingediend door: Rosendal/P&V
In 2003 heeft de VV de nota Afkoppelen verhard oppervlak vastgesteld. Ter uitvoering daarvan is gestart met het inzetten van drie pilots. Binnen de pilots zijn de Rijnlandse afkoppeldoelen getoetst.
Uit de pilots kwam naar voren dat de afkoppeldoelstellingen van Rijnland haalbaar zijn. Op basis van de waterplannen voor Katwijk en Vlist is ervaring opgedaan met het financieel stimuleren van afkoppelen. Door de bijdrage van Rijnland is in deze gemeenten een aanzienlijk oppervlak afgekoppeld met positieve gevolgen voor het watersysteem en de afvalwaterketen.
Op 1 januari 2008 is de wet Gemeentelijke Watertaken in werking getreden. Met de aanpassing van de wetgeving heeft de gemeente de hemelwaterzorgplicht gekregen. De gemeenten krijgen nu ook de financiële middelen voor afkoppelen en het realiseren van aanvullende zuiverende voorzieningen via de verbrede rioolheffing.
Het afkoppel- en stimuleringsbeleid zal moeten worden aangepast.
Rijnland zal de huidige beleidslijn voortzetten en het afkoppelen stimuleren waar het meeste effect wordt gehaald op oppervlaktewater of afvalwaterzuivering.
De beleidsnotitie zal in het najaar van 2008 aan de Verenigde Vergadering worden voorgelegd.
In te temmen met het opstellen van een beleidsnotitie Stimuleren effectgericht afkoppelen en tot deze is vastgesteld vasthouden aan het huidige beleid, zoals is verwoord in de Afkoppelnota 2003.
De VV hiervan op de hoogte brengen door middel van bijgevoegde concept VV-mededeling.
Vergaderstuk: 08.06264
Ingediend door: Straathof/P&P
Het projectplan “met Rijnland en agrariërs naar maatwerk” is een voorstel voor een bundeling van twee, in 2007 gestarte initiatieven, op het gebied van gebiedsgerichte uitwerking van KRW maatregelen in veenweidegebieden.
Het eerste initiatief is een opdracht van Rijnland aan Natuurlijk Platteland West, gericht op het verkrijgen van een aantal KRW watermaatregelpakketten. De waterpakketten worden waar mogelijk, aanvullend op bestaande agrarische natuurpakketten door agrarische natuurverenigingen aangeboden. Het doel van deze beheermaatregelen is het verkrijgen van een betere ecologische en chemische waterkwaliteit in veenweidegebieden. Het resultaat van dit onderzoek staat in bijlage 2.
Het tweede initiatief is een advies van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) voor een gebiedgericht, “warm beloningsstysteem” voor diensten van agrariërs. Kern in deze aanpak is een gebiedsgerichte persoonlijke benadering, waarbij zowel vanuit kansen in het watersysteem en de omgeving als mogelijkheden vanuit de agrariërs gewerkt wordt.
Een voorstel voor een uitwerking van deze twee initiatieven in een gezamenlijke pilot in twee
veenweidegebieden is beschreven in het projectplan “met Rijnland en agrariërs naar maatwerk”. Met deze aanpak worden zowel de “NAJK gebiedsaanpak” (proces) als het werken met de KRW- maatregelpakketten NPW (inhoud) in de praktijk getoetst. De opschaling naar andere gebieden binnen Rijnland kan, bij goede resultaten, vanaf 2010 plaatsvinden.
Voor deze pilot zijn financiële bijdragen van zowel de provincie Zuid-Holland als het ministerie van Verkeer & Waterstaat aangevraagd.
Vergaderstuk:
Ingediend door: DGF/
Ter uitvoering van het op 20 september 2006 door de VV vastgestelde beleid over het cultuur-historisch erfgoed van Rijnland is bijgevoegd VV-voorstel opgesteld tot overdracht van de oude gemalen ‘De Antagonist’ en ‘De Vereeniging’.
De Stichting Behoud Oude Motorgemalen (Stibom) is in beginsel bereid de gemalen over te nemen, mits deze vooraf worden opgeknapt.
Ten behoeve van de voorbereiding van het groot onderhoud/restauratie van beide gemalen is een krediet noodzakelijk van € 130.500,--.
Als uitgangspunt ervoor te kiezen de oude gemalen ‘De Antagonist’ en ‘De Vereeniging’ over te dragen aan de Stibom. Ten behoeve van deze overdracht de gemalen op te knappen en de VV voor te stellen daarvoor een voorbereidingskrediet van € 130.500,-- beschikbaar te stellen, overeenkomstig bijgevoegd VV-voorstel en concept VV-besluit.
Vergaderstuk: 08.06405
Ingediend door: Rosendal/BLD
De zwemwaterkwaliteit bij de stranden van Katwijk is niet genoeg om de blauwe vlag te kunnen handhaven. De blauwe vlag is een keurmerk voor zwemwaterlocaties. Onderzoek door Rijkswaterstaat (2004) heeft uitgewezen dat met name de spuisluis van Rijnland de zwemwaterkwaliteit ter plaatse bepaalt. Onderzoek door Rijnland (2007) heeft aangetoond welke bronnen verantwoordelijk zijn voor die kwaliteit. Dit blijken de Rijnlandse awzi en de riooloverstorten van Katwijk te zijn.
Samen met de gemeente Katwijk, de provincie Zuid-Holland en RWS-Noordzee is besloten een onderzoek naar maatregelen uit te laten voeren. RWS-Noordzee trekt dit onderzoek. De studie is net gestart en zal volgens RWS in oktober 2008 worden afgerond.
Het college neemt kennis vna de stand van zaken met betrekking tot het maatregelenonderzoek naar de verbetreing van de zwemwaterkwaliteit nabij de stranden van Katwijk en stemt in met de comceptmededeling daarover aan de VV.
Vergaderstuk: 08.04964
Ingediend door: van Velsen/CC
Een belangrijk onderdeel van de implementatie van de Wet modernisering waterschapsbestel is invoering van een nieuw heffingenstelsel. Zo zal het heffingenstelsel worden vereenvoudigd en gaan bestaan uit drie heffingen: de watersysteemheffing, de zuiveringsheffing (heffing op indirecte lozingen) en de verontreinigingsheffing ‘nieuwe stijl’ (heffing op directe lozingen). De opbrengst uit de verontreinigingsheffing (heffing op direct lozingen) komt geheel ten goede van de taak watersysteembeheer. Als gevolg van het nieuwe heffingenstelsel en daardoor nieuwe categorie natuurterreinen moeten de saldi van de bestaande algemene taakreserves en de bestaande egalisatiereserves per belastingcategorie per 1 januari 2009 worden omgezet naar het nieuwe stelsel.
Ook komt de huidige uitsplitsing van de voorziening baggerwerken in waterkwantiteit en waterkwaliteit als gevolg van de invoering van de watersysteemheffing te vervallen.
In dit voorstel wordt de Verenigde Vergadering gevraagd een aantal principiële keuzes te maken ten aanzien van het omzetten van de algemene taakreserves, egalisatiereserves per categorie en diverse voorzieningen baggerwerken naar het nieuwe stelsel. Uitgangspunten voor het bepalen van het aandeel passief waterkwaliteit en aandeel natuurterreinen is de berekende kostenverhouding actief en passief waterkwaliteit uit de begroting 2008 respectievelijk de berekende oppervlakte natuurterrein en overige ongebouwd (begrotingsjaar 2008).
Het VV voorstel over de omzetting algemene- en egalisatiereserves per 1 januari 2009 aan de VV voor te leggen.
Vergaderstuk: 08.04965
Ingediend door: van Velsen/ADV
Met invoering van de Wet modernisering waterschapsbestel, geëffectueerd vanaf 1 januari 2009, worden met betrekking tot de organisatie en de control(e) van het traject van beleidsvoorbereiding tot en met verantwoording de P&C-cyclus (onder andere Meerjarenperspectief, Programmabegroting, Jaarrekening) ingedeeld in programma’s.
Om de indeling in programma’s eenvoudig en overzichtelijk te houden, wordt voorgesteld bij de reeks Veiligheid, Voldoende water en Gezond water aan te sluiten. Vooruitlopend op de ambitienota WBP4 worden vast rekening gehouden met de toevoeging van de programma’s Duurzaamheid en Waterautoriteit aan de reeks. Om alle activiteiten van Rijnland af te kunnen dekken, wordt hieraan nog Bestuur, organisatie en dienstverlening toegevoegd.
Bijgaand voorstel over de programma-indeling aan de VV voor te leggen.
Vergaderstuk: 08.05668
Ingediend door: DGF/ADV
Bij brief d.d. 12 april 2007 verzoekt de advocaat van de heer Kempenaar, ingevolge artikel 40 Wet op de waterhuishouding, om vergoeding van de gewasschade die zijn cliënt in augustus 2002 heeft geleden. Deze schade zou zijn veroorzaakt door een door het voormalig waterschap De Oude Rijnstromen ingestelde maalstop in verband met de brand van het gemaal polder Nieuwkoop.
De schade is getaxeerd op een kleine € 17.000,-- incl. BTW. Dit schadegeval speelde in dezelfde periode en onder dezelfde omstandigheden als dat van Van Mastwijk e.a. Gelet op de uitspraak van de Rechtbank Den Haag in die kwestie ligt een schadevergoeding aan de heer Kempenaar in de rede. Evenals in de zaak Van Mastwijk e.a. is door Rijnland en de heer Kempenaar de mogelijkheid van een minnelijke regeling afgetast. Dit gelet op het relatief geringe schadebedrag en ter voorkoming van een voor beide partijen langdurige en kostbare juridische procedure.
De heer Kempenaar is bereid akkoord te gaan met een minnelijke regeling tot een bedrag van € 7.000,- all-in, d.w.z. geen afzonderlijke vergoeding van wettelijke rente en kosten. De minnelijke regeling met Van Mastwijk e.a. was gebaseerd op een 50/50-verdeling. In vergelijking daarmee is een door Rijnland te betalen bedrag van € 7.000,-- alleszins acceptabel. Het afhandelen van het formele verzoek om schadevergoeding had naar verwachting geleid tot een uitkering van ten minste 50% van het schadebedrag van een kleine € 17.000,--.
Advies: Akkoord te gaan met de voorgestelde minnelijke regeling en daartoe een bijdrage van maximaal € 7.000,-- beschikbaar te stellen.
Advies inzake voorschot schadevergoeding aan H.J. de Boer
Toelichting: Bert de Boer te Hillegom heeft om een voorschot gevraagd op zijn verzoek om schadevergoeding. De Adviescommissie Nadeelcompensatie heeft hierop een advies uitgebracht.
Uw college wordt voorgesteld:
In te stemmen met bijgevoegd concept VV-voorstel;
In te stemmen met een bemiddelende rol van de Adviescommissie Nadeelcompensatie
Vergaderstuk: 08.06105
Ingediend door: DGF/SER
De Stichting Vrienden Stoomgemaal Halfweg verzoekt uw college om een financiële bijdrage aan het restauratiefonds omdat de stichting zich in de komende jaren geconfronteerd ziet met een uitgaaf van € 390.000,--. in verband met onderhoud en verbetering van de bouwkundige en technische toestand van het stoomgemaal c.a.
Het stoomgemaal is in 1985 in eigendom overgedragen aan de stichting.
Geadviseerd wordt, omdat wij het gemaal in goede staat hebben overgedragen en inmiddels geen eigenaar meer zijn, geen substantiële bijdragen te leveren in de restauratiekosten van het stoomgemaal.
Gelet op de historische relatie wordt voorgesteld de jaarlijkse bijdrage in de onderhoudskosten c.a. vanaf 2009 te verhogen tot € 10.000,--. en daarnaast in 2008, een extra bedrag van € 5.000,-- (boven de toegezegde € 5.000,-- voor 2008) beschikbaar te stellen.
I. Niet akkoord te gaan met het subsidieverzoek ten bedrage van € 390.000,--.
II. Op bestuurlijk niveau (dijkgraaf als portefeuillehouder) in overleg met de Stichting Vrienden Stoomgemaal Halfweg te treden en in dat overleg, naast de strekking van dit concept- besluit (verwoord onder III. en IV.) onder meer de mogelijkheid van een structurele oplossing aan de orde te stellen door de overdracht van het gemaal aan Vereniging Hendrick de Keyser. Het is ook wenselijk in dat gesprek te verkennen in hoeverre er mogelijkheden bestaan om afspraken te maken over communicatieve activiteiten van Rijnland.
III. Het college besluit om de financiële steun aan de Stichting Stoomgemaal Halfweg vanaf 2009 te bepalen op een jaarlijkse som van € 10.000,--.
IV. Voorts besluit het college om aan de stichting in 2008, vanwege de bijzondere situatie, éénmalig een extra bedrag van € 5.000,-- boven de al toegezegde € 5.000,--. beschikbaar te stellen.
