Verslag commissie Waterbeheer 23 mei 2007

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Home > Bestuur > Agenda´s en verslagen > Commissie Waterbeheer > Verslag commissie Waterbeheer 23 mei 2007

Verslag commissie Waterbeheer 23 mei 2007

De onderliggende stukken van deze vergadering kunt u vinden bij VV agenda 6 juni 2007

Verslag

1. Opening

2. Mededeling

3. Agendapunten VV 6 Juni 2007

3.1 (nr. 10) Studie toekomstig waterbezwaar 2e fase

4. Overige punten

5. Verslag 11 april 2007 + Actielijst

6. Rondvraag

7. Sluiting

1. Opening


De voorzitter opent om 9.00 uur de vergadering.

2. Mededelingen

Mw. Veninga en de heer Van der Smit zijn afwezig. Voorts heeft de heer Van Dorp zich afgemeld.

Mevrouw Rosendal licht toe waarom voor de bestrijding van blauwalg geen VV-stuk komt, dit agendapunt vervalt. Rijnland voert momenteel in samenwerking met andere waterschappen en de Stowa een proefproject uit in de Westeinderplassen. Voor deze eerste fase van het proefproject is geen apart krediet vereist.

In de discussie met de leden komt naar voren dat de situatie in Rijnlandse wateren relatief ongunstig blijkt, mede door de concentratie van nutriënten. Doel van dit proefproject is om te komen tot een signaleringsmethodiek om burgers te kunnen waarschuwen wanneer de waterkwaliteit in gevaar komt. Deel van het project maakt uit een proef met mobiele menginstallaties en actief doorspoelen. Deze tactiek voor ondiepe wateren wijkt af van die bij diepe putten zoals de Zegerplas en het Nieuwe Meer.

De voorzitter sluit de discussie af met het vooruitzicht dat het onderwerp in de commissie terug kan komen wanneer er meer over bekend is.

3. Agendapunten V.V. 6 juni 2007

3.1 (nr.10) Studie toekomstig waterbezwaar 2e fase    

De heer Straathof licht het agendapunt kort toe.

De leden van de commissie spreken hun waardering uit voor het vele werk dat hier aan is besteed en het resultaat dat is bereikt.

Mevrouw Van der Laan verwacht dat er nog veel meer werk aan vast zal zitten, die veel van de beschikbare capaciteit zal vragen. Verder stelt zij voor zoveel mogelijk te aan te sturen op een win/win-situatie in overleg met andere overheden en misschien toch verdere uitbreiding van de gemaalcapaciteit te overwegen.

Mevrouw Louwe Kooijmans vindt dat Rijnland wel erg makkelijk schadevergoeding in het vooruitzicht stelt en dringt aan op voorzichtigheid met voormalen; in plotselinge perioden van droogte kan dat verkeerd uitpakken.

De heer De Meijer vraagt aandacht voor een te strakke handhaving van de normering. Een soepele interpretatie geeft naar zijn mening veel meer ruimte voor acceptatie en succes. Wel waarschuwt hij de peilvakken robuust te houden. De Meijer is evenwel voorstander van differentiatie van de normering in het beheerdersoordeel. Voorts vraagt hij of de berging in de 10m³m/sec berging in de boezem na uitbreiding van gemaal Katwijk is. Tot slot wijst hij op de ongelijke verdeling van de capaciteit van de noodpompen, zie pag. 21.

Naar het gevoel van de heer Buijs is het Masterplan een degelijk stuk, zijn complimenten. Minder tevreden is hij over het VV-voorstel. De trits onder punt 2 in het conceptbesluit vindt hij onduidelijk geformuleerd, bij punt 6 mist hij een referentiedatum voor wijziging van het grondgebruik, bij de kosteneffectiviteit van punt 8 vraagt hij naar de financiële consequenties en in punt 10 is hem niet duidelijk of de voorwaarden alternateif of cumulatief zijn bedoeld.

De heer Sanders vraagt naar de invloed van het bestuur op het beheerdersoordeel. Daarnaast wijst hij erop dat punt 2 in het conceptbesluit op gespannen voet staat met punt 10. Wat is nu het voorstel voor afvoeren en bergen? Verder zou hij de capaciteit voor de noodpompen liever in uitbreiding van de gamalen geïnvesteerd zien. Tot slot bepleit hij een creatieve aanwending van infrastructurele werken in samenwerking met andere overheden. Geef een aarden geluidwal bijvoorbeeld een functie in compartimentering.

Naar de mening van de heer Bus zou het kaartmateriaal meer actueel kunnen zijn. Daarnaast is hij van mening dat schade bij afwenteling voor rekening van Rijnland zou moeten zijn. Stedelijk gebied ligt meestal hoger.

Mevrouw Van Ruiten kan zich op een aantal punten niet vinden in het voorstel wat betreft de afvoer (punten 2 en 3). Zij betwijfelt of opvang in de boezem van 10m³/minafdoende zal zijn. Verder wijst zij op de hoge prijs voor bollengrond. In het voorstel onder punt 13 zou daar rekening mee moeten worden gehouden, adus spreekster.

Ook de heer Laban ziet liever grotere gemalen dan noodpompen. Verder vraagt hij bij wijze van voorbeeld of in polder de Noordplas ruimte zou zijn voor berging.

De heer Den Dekker is voorstander van innovatieve oplossingen en zou dar het bedrijfsleven meer toe aan willen sporen. Voorzie vaste pompen bij voorbeeld van een mobiele aandrijving.

De heer Straathof  benadrukt dat Rijnland er niet alleen voor staat. Behalve dat vrijwel alle waterschappen het NBW uitvoeren, werken ook de overige overheden mee, vooral op gebied van de ruimtelijke ordening. Rijnland wordt steeds eerder in de planologie betrokken. Toch zal uitvoering van het Masterplan veel werk met zich meebrengen. Rijnland is zich daarvan bewust. De nieuwe organisatie verwacht dit aan te kunnen in een combinatie van zelf doen en waar nodig uitbesteden. Het college onderschrijft de visie dat opknippen in peilvakken minder gewenst is en streeft naar robuustheid. Grondverwerving zou wel eens een remmende werking kunnen krijgen in de voortgang van het proces. Uiteraard speelt ook de prijs daarbij een rol want Rijnland dient met publiek geld zorgvuldig te handelen. De capaciteit van gemalen is aan de orde in het kader van kostenefficiency, los van dit voorstel. Waar mogelijk zal Rijnland meeliften met infrastructurele werken, maar dat is voor deze studie minder urgent. Voor de gegevens voor polder de Noordplas verwijst de heer Straathof naar pagina 54/55 van het Masterplan.

Wanneer schade optreedt is Rijnland zeker niet automatisch het juiste loket. Eigen verantwoordelijkheid staat voorop. In het voorstel wordt vooral op inundatieschade gedoeld, dat is dus schade waarbij een zekere inbreng van Rijnland is aan te wijzen. Situaties boven de norm vallen hier buiten. Schade hangt ook samen met normering. Als de huidige werknormen uiteindelijk anders worden geformaliseerd, kan dat de schadeomvang beïnvloeden.

Desgevraagd door de heer De Meijer antwoordt de heer Straathof dat Rijnland een actieve rol nastreeft in aanpassing van de werknormen, eventueel aan te vullen met gebiedsspecifieke normen. Op sommige punten is Rijnland echter strenger dat de werknormen benadrukt de heer Straathof, zie bijvoorbeeld inundatie van bollenteelt. Verder zal in het gebiedsproces genuanceerd naar de normering worden gekeken. Gebiedsspecifiek gebruik kan leiden tot afkoppeling naar de boezem. In de polder zal naar verwachting een mogelijke afkoppeling van 10m³/min volstaan, indien voldoende open water voorhanden is. Een nader uitwerking zal onderwerp van het gebiedsproces zijn. De bergingscapaciteit op de boezem wordt echter niet op voorhand over polders verdeel. In geval van nood moet er ruimte blijven in de boezem. Die ruimte is gerekend na uitbreiding van gemaal Katwijk, we bespreken nu immers fase 2.

De heer Straathof beaamt dat het kaartmateriaal indicatief is en de redactie van het voorstel duidelijker kan, daar zal een Nota van Wijziging voor komen. De kaarten worden waar nodig geactualiseerd, de punten 2 en 10 worden opnieuw geformuleerd, aansluitend op het NBW. Het kostenveroorzakersbeginsel is daar bijvoorbeeld al tot uitgangspunt genomen. De criteria in punt 10 zijn vooral bedoeld als afwegingspunten voor het beheerdersoordeel. Bezien zal worden of de capaciteit van de noodpompen tot aanpassing van het stuk moet leiden. Verder zal in de Nota van wijzigingen worden verduidelijkt dat het beheerdersoordeel in het gebiedsproces nader tot uitdrukking zal komen, zal er meer aandacht zijn voor creatieve samenwerking met andere overheden om tot een voor beide partijen gunstig resultaat te komen (win/win) en zal Rijnland op landelijk niveau aandacht voor de normering vragen.

De voorzitter sluit af met de conclusie dat de commissie positief tegenover het voorstel staat, met inaanmerking neming van de door de heer Straathof toegezegde Nota van Wijzigingen.

Het voorstel wordt met positief advies aan de VV voorgelegd.

(Noot secretaris: Over het beheer in extreme omstandigheden, waaronder begrepen de (verdeling van) de capaciteit voor noodpompen zal de VV op een later moment worden geïnformeerd.)

4. Overige punten

- planning gebiedscommissies: 

Noord: 19 juni

Midden: 20 juni

Zuid: 21 juni

5.  Verslag 11 april 2007 en actielijst

Tekstueel:

- Pag. 10: De heer De Meijer heeft gevraagd naar de notitie peilbeheer.

Met deze wijziging wordt het verslag vastgesteld.

N.a.v.

- pag. 7: De heer Buijs herinnert aan de actiepunten midden op pagina 7.

De voorzitter bevestigt dit.

- pag. 10:De heer De Meijer vraagt wanneer de notitie peilbeheer gereed is.

De voorzitter antwoordt dat de notitie afgelopen week in het portefeuillehoudersoverleg is besproken. De notitie zal binnenkort in de commissie komen.

6. Rondvraag

* De heer Sanders informeert naar het programma van de VV-excursie.

De voorzitter antwoordt dat dit een verrassing is. De thuiskomst is rond 23.00 uur.

* De heer Sanders informeert naar de inschatting van schade bij polder de Noordplas.

De voorzitter antwoordt dat dit voor advies bij de Schadeadviescommissie ligt.   

* De heer Sanders informeert naar de proef met infiltratiedrainage in Zegveld.
De heer Straathof antwoordt dat er een mededeling komt over de stand van zaken in               combinatie met het project in de Vlietpolder in de VV van juli of september 2007.   

* Mevrouw Louwe Kooijmans wijst het college op azolla in sloten. Zij zag hierover een programma op TV West. De voorzitter neemt hier kennis van.

7. Sluiting

De voorzitter sluit de vergadering om 11.30 uur

 

Naar boven