2. Presentatie Evaluatie overname onderhoud stedelijk water
3. Presentatie Project legger oppervlaktewateren
6 Agendapunten VV 31 oktober 2007
6.5 Uitvoeringskrediet baggeren kopsloten Aalsmeer
6.1 Beleid WVO-vergunningen boom- en vaste plantenteelt
6.4 Vaststellen Waterplan Leiden
De voorzitter opent om 9.00 uur de vergadering. Hij stelt de mensen voor die in deze vergadering extra aanwezig zijn. Mevrouw Reijs schuift als toekomstig commissielid voor de eerste maal aan.
Alvorens mevrouw Van der Hulst met haar presentatie begint geeft mevrouw Rosendal uitleg over de geschiedenis van dit onderwerp. De heer Haitjema is hierbij aanwezig vanwege het themadirecteurschap. Er is in een eerder stadium afgesproken dat de kostenverdeling 50/50 zou zijn, maar een aantal gemeenten heeft hier problemen mee.
Er ontstaat een discussie over de ruimte rond de 50/50 verdeling. Op een vraag van de heer De Meijer wordt toegezegd om uit te zoeken hoe de overeenkomst in het verleden met de gemeente Zoetermeer en Haarlemmermeer tot stand is gekomen.
De heer Van der Smit en de heer Laban zien graag het waterschap in Zeeland die alles doen (stedelijk en landelijk) als voorbeeld uitgewerkt.
Concreet vraagt de portefeuillehouder ruimte om de 50-50 verdeling niet te rigide te hoeven toepassen en via een verdeling op taken (Rijnland baggeren, de gemeente afvoer/verwerking van slib (bagger is 90% vd kosten)).
De meeste VV-commissieleden voelen wel wat voor een ruimere interpretatie en om vooral via maatwerk tot de invulling van de 50-50 beleidslijn te komen.
Rijnland zal met een aantal gemeenten aan de slag gaan. De portefeuillehouder zal die voorbeelden dan bespreken met de commissie. Dan zal blijken hoe dicht we bij de 50/50 beleidslijn kunnen blijven. Verder zal de discussie over het gehele gebied (stedelijk en landelijk) in het najaar van 2008 gevoerd worden, nadat direct na de zomer ambtelijk de legger klaar is. Hiertoe zal een voorstel in de commissie Waterbeheer gebracht worden waarin ook de kosten en baten geïnventariseerd worden.
Allereerst presenteert de heer de Groot dat er samenhang is tussen de legger, baggeren, ontvangstplicht, onderhoud stedelijk water, overname onderhoud particulieren en onderhoud in het landelijk gebied. De legger is nodig om hoeveelheden (en kosten) van baggerverplichtingen te kunnen bepalen. De inschatting van de kosten kunnen relevant zijn bij het besluit al het beheer en onderhoud over te nemen. De legger heeft verder een wettelijke grondslag: die moet er komen.
Naar aanleiding van de presentatie van de heer De Groot vraagt de heer Buijs hoe het zit met de verschuivingen die plaats zullen vinden in de onderhoudsplicht. Dit heeft met name betrekking op het voornemen van een verschuiving van een deel van het onderhoud van aangeland naar bv. kadastrale eigenaar. De uitgangspunten die bij de kredietaanvraag geformuleerd zijn, zullen teruggelegd worden in de commissie. Legger en baggernota incl. financiële consequenties zullen in de zomer van 2008 in de commissie aan de orde komen. Daarna zal de legger de inspraakprocedure ingaan.
In het verleden is de afspraak gemaakt dat de verdeling, voor het baggeren van de kopsloten in Aalsmeer, van de kosten 1/3 (aangelanden) – 1/3 (provincie) – 1/3 (Rijnland) zou zijn. Er is toen ook al vrij snel afgesproken dat het aandeel van de aangelanden door Rijnland gefinancierd zou worden. Er is inmiddels een schatting van de kosten gemaakt die neerkomt op € 900.000. Nu blijkt dat de provincie slechts € 100.000 bijdraagt. Dit is geen betaling van 1/3 van de kosten, maar slecht 1/9 is de conclusie van de aanwezigen.
Mevr. Van der Hulst legt uit dat de hoeveelheid bagger die eruit moet minder is dan in eerste instantie gedacht werd. Rijnland wil echter onder de leggermaat baggeren. De provincie heeft hier echter geen belang bij. Hierdoor is het bedrag voor de provincie lager uitgevallen: 1/3 van 1/3 dus € 100.000.
De heer De Meijer geeft vervolgens aan dat in een besluit van 18 juli jl. besloten is om de provincie sowieso te verzoeken meer dan 1/3 deel bij te dragen. Hij constateert nu dat dit nog niet gebeurd is. De heer Van der Hoeven zal hierover een gesprek met de gedeputeerde Moens voeren.
Verder zal uitgezocht worden waarom de kredietaanvraag net zo hoog uitvalt als de indicatie destijds van € 900.000 terwijl nu blijkt dat er minder gebaggerd hoeft te worden.
Mevr. Rosendal geeft aan dat met dit voorstel Rijnland beleid vaststelt dat met de sector afgestemd is.
Op een vraag van de heer Postma antwoordt mevr. Rosendal dat de vergunningen destijds vernietigd zijn door de Raad van State omdat er een alternatief voor het gesloten systeem is, te weten het hanteren van een bemestingsplan. Rijnland heeft wel een voorkeur voor het gesloten systeem, maar kan dit om bovengenoemde reden niet afdwingen.
Geborgde (gecertificeerde) registratie kan juridisch niet afgedwongen worden, maar de sector zal dit wel aanbieden aan die telers die niet kiezen voor gesloten grond. De teler mag hier echter van afwijken.
Op een vraag van de heer Postma geeft de heer Caris aan dat de CIW geen wet voorschrijven, maar een richtlijn opstellen. De rechter zal in zijn overwegingen wel deze richtlijnen meenemen.
Naar het voorstel van de heer Postma om diverse tekstuele wijzigingen in het besluit door te voeren zal gekeken worden.
Verder zal naar aanleiding van een vraag van de heer Van der Smit in een Nota van wijziging aangegeven worden hoe de overgangsregeling geregeld is voor telers op gesloten grond met een opvangbassin. In het verleden was de capaciteit 500 m² en dat is nu 1200 m² per ha. teelt.
Er vindt een uitgebreide discussie plaats over het wel of niet starten van een proef tot weldichting. Onder andere het feit dat de Stowa niet positief tegenover deze proef staat is voor sommigen een struikelblok, maar ook het feit dat niet bekend is of de wel, na dichting, niet ergens anders naar boven komt.
De heer Van der Smit geeft aan dat hij dit nieuwe onderzoek, ook vanwege de geringe kosten, een warm hart toedraagt. Ook al omdat de andere opties van dichten vaak duurder lijken of niet succesvol.
De heer Van der Hoeven zegt dat in het WBP staat dat we een proef gaan doen. De 1e fase die nu afgerond is, is een literatuurstudie geweest. De uit deze studie voortvloeiende uitvoering moet nu plaats gaan vinden. Een van de belangrijkste zaken is het monitoren van deze proef.
Verder zal worden nagegaan of er in de Noordplas structureel iets veranderd is door het boren voor de aanleg van de HSL.
Ingestemd wordt met het beschikbaar stellen van een krediet met dien verstande dat er goede monitoring moet komen en dat als blijkt dat deze proef geen kans van slagen heeft, dit stopgezet moet worden.
De heer van der Hoeven stelt verder voor om de discussie over verziltingsbestrijding bij het WBP-4 aan de orde te stellen.
Mevr. Rosendal geeft aan dat zij proeft dat er met gemengde gevoelens kennis is genomen van het waterplan Leiden. Zij geeft vervolgens aan dat de relatie met de gemeente Leiden gedurende de uitwerking van dit plan steeds beter is geworden. Wat nu voorligt is nog geen ambitieus plan, maar de eerste stap is gezet.
De gemeente draagt het meeste bij en is ondertussen druk bezig met o.a. de riolering.
De overdracht van stedelijk water staat wel genoemd in het waterplan, maar dit zal nog verder uitgewerkt moeten worden.
De inzet van het plan is om in 2015 in Leiden de boel kwalitatief en kwantitatief op orde te hebben.
Op een vraag van de heer Bus zal bekeken worden of de kosten alleen op de kostendrager waterkwantiteit teruggevoerd moeten worden of dat het verdeeld moet worden over kwaliteit en kwantiteit.
Noot: alle kosten van het waterplan worden doorberekend naar de kostendrager waterkwantiteit omdat daar nu het grootste aandeel zit. Vanaf 1 januari 2009 hebben we echter een watersysteemheffing waar alle kosten van een waterplan onder vallen De meeste uitgaven komen pas in 2009 ten laste van de exploitatie.
Op een vraag van mevr. Van Ruiten geeft mevr. Rosendal aan dat de problemen die in de wijk De Kooi spelen voor rekening van de gemeente komen. Hier heeft Rijnland geen taak net als bij de onkruidbestrijding.
Het gevraagde krediet zal goedgekeurd moeten worden door de VV, maar voor het waterplan lijkt slechts instemming nodig.
Noot: Het waterplan Leiden is een gezamenlijk beleidsplan van de gemeenten Leiden en van Rijnland. In de tekst van het waterplan staat op pagina 2 dat het daarom zowel door de gemeenteraad als door de VV wordt vastgesteld. Door ondertekening van het plan spreken beide organisaties af dat zij de maatregelen samen gaan uitvoeren en bekostigen.
De algemene 15% beleidsregel die onderdeel uitmaakt van de Nota dempingen en verhard oppervlak zal nader bekeken worden als het gaat om het toepassen van deze regel in gebieden waar het nu 100% verhard is.
Naar aanleiding van 6.6 2e Tussentijdse Rapportage 2007 licht de heer Van der Hoeven de rode smiley met betrekking tot baggeren stadswateren Leiden toe. De overige mededelingen worden in deze vergadering voor kennisgeving aangenomen.
Naar aanleiding van een vraag van mevr. Van Ruiten m.b.t. pagina 13, agendapunt 4.1 geeft de voorzitter aan dat het plan inderdaad de inspraak in gaat.
Verder geeft mevr. Van Ruiten aan dat zij, naar aanleiding van pagina 14, punt 6 Rondvraag nog geen antwoord heeft gekregen op haar vraag wanneer de gezonken woonboot uit de Haarlemmertrekvaart verwijderd zal worden. Het antwoord zal met dit verslag worden meegestuurd (zie bijlage memo).
Er zijn geen mededelingen.
De heer De Meijer moet tot zijn spijt concluderen dat, ondanks toezegging van de heer Van der Hoeven, de afkoppeling van de Reeuwijkse Plassen niet op de agenda van de VV van 31 oktober a.s. staat. De voorzitter heeft met diverse partijen overleg over dit punt gevoerd en de verwachting is dat de zaak ambtelijk 1 november afgerond kan worden. Daarna zal het zo spoedig mogelijk voorgelegd gaan worden aan de VV.
De heer Sanders merkt op dat er in de Zuidkade in Boskoop een, voor hem onbekend, plantje groeit dat zich snel verspreidt. Hier zal op korte termijn onderzoek naar plaatsvinden.
Niets meer aan de orde zijnde sluit de voorzitter de vergadering
