De onderliggende stukken van deze vergadering kunt u vinden bij het verslag van de VV van 12 maart 2009
1. Opening
2. Verslag vergadering d.d. 15 januari 2008
3. Mededelingen
4. Agendapunten VV 12 maart 2008
a. Kosten project Vernieuwend Peilbeheer
b. Peilbesluit polder Oudendijk, Vrouwgeestpolder en Bruimadeschepolder
12a. Tweede evaluatie collegebeleidsprogramma 2005-2008
12d. Voorlopig resultaat jaarrekening 2007
5. Peilbesluit Rodepolder
ter visie legging ontwerppeilbesluit
6. Presentatie Nieuwe werkwijze gemeentelijke waterplannen en maatlat
7. Presentatie Bestrijding cyanobacteriën
8. Presentatie Stand van zaken Veenweideproject
De voorzitter opent om 9.00 uur de vergadering. Hij doet bericht van verhindering van mevrouw van der Laan en de heren Den Dekker, Van Dorp en Postma.
Naar aanleiding van het verslag van de vorige vergadering geeft de heer Laban aan dat hij discussie rondom de Nieuwe Driemanspolder erg summier verwoord vindt. De voorzitter geeft hierop aan dat qua feiten het verslag wel akkoord is, maar dat er blijkbaar weinig herkenning voor de bestuursleden is.
Voor het overige wordt het verslag tekstueel en inhoudelijk goedgekeurd.
De voorzitter doet verslag van het feit dat op de bouwlocatie bij Valkenburg die gebruikt zal worden voor de verwerking van bagger een archeologisch onderzoek plaats zal vinden. Hierdoor zal ongeveer drie maanden vertraging optreden.
De heer Straathof zal om kwart voor 11 de vergadering verlaten in verband met een andere afspraak, waardoor er in de agenda geschoven zal worden.
Aan de orde is het peilbesluit polder Oudendijk, Vrouwgeestpolder en Bruimadeschepolder. De heer Straathof legt uit dat het hier een traditioneel peilbesluit betreft. Dat wil zeggen dat het nog niet in een watergebiedsplan is opgenomen. Er zijn diverse zienswijzen ingediend die ten dele gehonoreerd zijn.
De heer Sanders geeft aan dat hij verheugd is om te zien dat er nu ook eens een zienswijze gehonoreerd wordt. Vervolgens vraagt hij zich dan wel af waarom het niet opnieuw ter visie gelegd hoeft te worden. De heer Laban sluit zich aan bij de heer Sanders en heeft nog een vraag over bepaalde peilen op de kaart.
De heer De Meijer vraagt zich af waarom de ene zienswijze wel gehonoreerd is, terwijl een andere, zijn inziens, gelijke zienswijze afgewezen is.
Verder kan hij niet instemmen met het besluit als er niet is opgenomen dat de VV instemt met de gegeven reacties op de zienswijzen.
De heer Straathof geeft aan op de vraag van de heer Sanders dat het peilbesluit niet opnieuw ter visie gelegd hoeft te worden omdat het slechts een kleine wijziging betreft die afgestemd is met belanghebbenden.
Verder geeft hij op de vraag van de heer De Meijer aan dat de zienswijze van de familie Van Harten niet gehonoreerd is, omdat de maaiveldhoogte daar anders is. Het rapport dat zij hebben ingediend kan mogelijk gebruikt worden om een zwaarwegend belang aan te geven. Ook geeft de voorzitter nog aan de heer De Meijer mee dat de zienswijze van de familie Van Harten niet gericht was tegen het peilbesluit, maar tegen het (dreigend) vervallen van de onderbemaling.
De voorzitter geeft aan dat in het besluit opgenomen zal worden dat de VV instemt met de gegeven reacties op de zienswijzen.
De voorzitter en de heer Straathof geven op een opmerking van de heer Laban aan dat zij bij hun bezoek aan de familie Kroes (wiens zienswijze niet gehonoreerd is) het standpunt van het college verwoord hebben. Zij hebben zich niet inhoudelijk over de zienswijze van de heer Kroes uitgelaten, maar hebben daar wel het beleid van Rijnland m.b.t. onderbemalingen verwoord.
Op een vraag van mevrouw Van Ruiten geeft de heer Straathof aan dat de gemeente de zorg voor de riooloverstorten heeft en dat Rijnland daar vergunning voor verleent. Rijnland probeert wel in overleg met de gemeente om de frequentie van een overstort omlaag te brengen.
Met toevoeging van de tekst van de heer De Meijer wordt het voorstel verder goedgekeurd en kan als hamerstuk worden geagendeerd.
De heer Straathof geeft in het kort aan dat het project Vernieuwend Peilbeheer vooral over dynamisch peilbeheer gaat.
Er wordt aangegeven dat men verheugd is om te horen waar het over gaat omdat dat in het voorstel niet duidelijk aangegeven stond.
De heer De Meijer vraagt waarom de kosten van Waterpas niet in het project genoemd staan. Mevrouw Reijs geeft aan dat haar niet duidelijk is waar Waterpas voor ingezet wordt.
De heer Van der Smit vindt dat, voor de duidelijkheid, het project Vlietpolder beter afgeraamd had kunnen worden en hiervoor een nieuw krediet aangevraagd had kunnen worden. Spreker vraagt of het instrument waterpas ook het vaststellen van schadedrempels inhoudt. Als dat het geval is dan zou dat expliciet vermeld dienen te worden.
De heer Sanders geeft aan infiltratiedrainage te missen.
De heer Straathof legt uit dat de presentatie bij agendapunt 8 inhoudelijk meer toe kan voegen aan dit voorstel.
Ook legt hij uit dat Waterpas een rekenmodel is dat helpt bij het vertalen van de te nemen maatregelen tegenover het agrarische belang van de functie (vergoeding). Voor 2009-2010 staat deze vergoeding nog niet opgenomen in het voorstel.
Er ontstaat een discussie over de verdere behandeling van dit voorstel. Vervolgens wordt besloten dat er geprobeerd zal worden dit voorstel aan te bieden in de komende VV met een Nota van Wijziging. Als dit niet lukt zal het voorstel doorgaan naar de volgende VV.
In deze Nota zal inhoudelijk meer op het project ingegaan worden en het begrip Waterpas uitgelegd worden. De presentatie bij agendapunt 8 kan verder als informatief beschouwd worden.
De heer Straathof geeft aan dat het voorliggende ontwerp-peilbesluit al in een eerder stadium door de VV is vastgesteld, maar door Gedeputeerde Staten niet is goedgekeurd.
Daarna heeft D&H, rekening houdend met de argumenten van de provincie, nogmaals het ontwerp-peilbesluit vastgesteld. Afgesproken is dat dit alvorens ter visie te leggen eerst nog voorgelegd zal worden aan de commissie Waterbeheer.
Op vragen vanuit de commissie geeft de heer Straathof aan dat het peilbesluit voor 10 jaar vastgesteld wordt. Het kan dus niet zo zijn, naar aanleiding van een vraag van de heer Sanders, dat de peilverlaging van 1 cm per 3 jaar automatisch doorloopt na de periode van 10 jaar. Ook niet als het nieuwe peilbesluit dan nog niet gereed is.
In het op te stellen watergebiedsplan zal monitoring van de maaivelddaling plaatsvinden. Dit kan dan als input voor het nieuw op te stellen peilbesluit gebruikt worden.
Verder betreft het hier het polderpeil en zullen onderbemalingen in een later stadium aan de orde komen. De onderbemalingen die er nu zijn zullen vervallen en nieuwe kunnen aangevraagd worden na goedkeuring van het peilbesluit.
Op een vraag van mevrouw Van Ruiten geeft de heer Straathof aan dat flexibel peilbeheer alleen kan als dit in een peilbesluit opgenomen is.
Na beantwoording van de vragen stemt de commissie in met ter visie legging van het ontwerp-peilbesluit, waarbij de heer Sanders nog aangeeft dat hij zijn opmerkingen over de peilaanpassing wenst te handhaven.
Er zijn geen vragen of opmerkingen met betrekking tot de tweede evaluatie collegebeleidsprogramma.
Mevrouw Reijs vraagt zich af of de overschotten altijd teruggaan naar de belastingbetaler. De voorzitter geeft hier op aan dat overschotten, wettelijk gezien, altijd toegevoegd moeten worden aan de egalisatiereserves van de categorieën. Hier mag niet een apart geldpotje van gemaakt worden.
Naar aanleiding van een opmerking van de heer Laban geeft mevrouw Veenhoven aan dat de organisatie werkt aan het sneller uitvoeren van met name de kleinere investeringswerken.
De uitvoerders hebben, zo heeft de heer Laban begrepen, nog te vaak last van de interne bureaucratie.
De heer Haitjema merkt op dat geprobeerd wordt om de verantwoordelijkheden zo laag mogelijk te leggen in de organisatie. Daarnaast is ook het personeelstekort een probleem. Aanvullend merkt spreker nog op dat ook gelet moet worden op de rechtmatigheid van aanbestedingsprocedures en dat dit vertragend kan werken.
Verder wordt dit agendapunt ter kennisgeving aangenomen.
Om 10.30 uur verschijnt mevrouw Rosendal en verlaat de heer Straathof de vergadering.
De presentatie van mevrouw Loeffen is als bijlage bij dit verslag gevoegd.
Mevrouw Rosendal geeft aan dat deze presentatie ook in de gebiedscommissies aan de orde is geweest, maar dat de opmerkingen uit de commissies nu in deze presentatie verwerkt zijn.
Aangegeven wordt dat men graag duidelijk gemaakt ziet hoeveel het waterplan bijdraagt aan de realisatie van het WBP-3.
Verder ziet men de maatlat ook graag gebruikt worden voor de evaluatie van de uitvoering.
Mevrouw Rosendal legt uit dat Rijnland bezig met diverse onderzoeken naar maatregelen om blauwalgen tegen te gaan. De heer Stroom geeft een presentatie waarin de verschillende mogelijkheden uitgelegd worden. Deze presentatie is als bijlage bij dit verslag gevoegd.
Op een vraag van de heer De Meijer met betrekking tot de prioritering van de locaties legt de heer Stroom uit dat de WBP-3 studie “prioritering luchtmenginstallaties” is uitgebreid door alle, niet alleen diepe, wateren erbij te betrekken. Via een multicritera-analyse zijn alle overlastlocaties op mate van ernst geprioriteerd. Daarnaast is voor een stapsgewijze aanpak gekozen om zo rekening te houden met de noodzakelijke kennisontwikkeling. De uiteindelijke volgorde is het resultaat van die afwegingen.
De kaart in de presentatie geeft drijflaaglocaties aan, dit houdt niet perse in dat ter plaatse ook overlast is. Dit is bv. ook het geval in de westelijke Ringvaart. Door de beweging van het water treedt er geen overlast op. Op een vraag van de heer De Meijer antwoordt de heer Stroom dat de haalbaarheid van duurzamere maatregelen is meegenomen. Ook landelijk blijken momenteel geen kansrijke en tegelijkertijd duurzame maatregelen voorhanden. In WBP4 en nadien zal blijvend gezocht worden naar duurzamere maatregelen.
Op een vraag van de heer De Meijer antwoordt de heer Stroom dat in het WBP-4 is afgesproken om zo breed mogelijk te kijken naar de haalbaarheid van duurzame maatregelen. Overigens wordt geprobeerd de maatregelen alleen in te zetten als er daadwerkelijk overlast dreigt. Dit zou voorspeld kunnen worden door het waarschuwingssysteem drijflagen (in ontwikkeling, WBP-3 actie en een Stowa-project).
Op de vraag van mevrouw Van Ruiten, met betrekking tot de co-financiering zandwinners ’t Joppe, antwoordt de heer Stroom het volgende. De vergunning was al verleend voordat de menger in beeld was. Bovendien is het sinds de nieuwe zwemwaterrichtlijn een waterschapstaak om maatregelen te nemen.
De voorzitter merkt tot slot nog op dat eventuele alternatieven in het WBP4 zullen worden opgenomen.
Besloten wordt het voorstel in te brengen als hamerstuk.
Er zijn geen vragen voor de rondvraag.
De presentatie van de heer Reitsma is als bijlage bij dit verslag gevoegd.
Naar aanleiding van de presentatie vraagt de heer Laban of er in Rijnland ook meer last van maaisel is. Deze geluiden hoort hij vanuit de provincie Zeeland. De heer Reitsma antwoordt hierop dat hij hier (nog) niets over gehoord heeft.
De heer Sanders geeft aan dat hij het goed vindt om te horen dat infiltratiedrainage een kans krijgt. Op zijn vraag over inzage in de rapportering antwoordt de voorzitter dat dit teruggemeld wordt aan het bestuur zodra rapportering voorhanden is.
De heer Reitsma geeft verder aan op een vraag van de heer Sanders dat maaivelddaling niet in een periode van drie/vier jaar te meten is. Alterra is daarom bezig deze meetreeks te verlengen.
De heer Van der Smit vraagt of onderzocht kan worden wat het effect bij Stein is, oftewel als referentiepunt vernatting nemen. De voorzitter geeft aan dit als actiepunt mee te nemen.
Niets meer aan de orde zijnde sluit de voorzitter de vergadering om 12.10 uur.
Bijlagen:
Presentatie Nieuwe werkwijze gemeentelijke waterplannen; (Powerpoint document)
Presentatie Bestrijding cyanobacteriën; (Powerpoint document)
Presentatie Stand van zaken Veenweideproject. (Powerpoint document)
