Verslag commissie Waterbeheer 8 april 2008

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Home > Bestuur > Agenda´s en verslagen > Commissie Waterbeheer > Verslag commissie Waterbeheer 8 april 2008

Verslag commissie Waterbeheer 8 april 2008

De onderliggende stukken van deze vergadering kunt u vinden bij de VV agenda van 23 april 2008.

Verslag

1. Opening

2. Verslag vergadering d.d. 26 februari 2008 en actiepuntenlijst

3. Mededelingen
Aanleg wellenbestand; mondeling

4. Agendapunten VV 23 april 2008

VV-voorstellen

4. Ambitienota WBP4
5. Peilbesluit Hogeveensepolder
6. Pilot met gebiedsgerichte uitwerking van KRW-maatregelen in veenweidegebieden
7. Vaststelling Waterplan Haarlemmermeer

VV-mededelingen

16a. Waterplan Aalsmeer (vrijgave voor inspraak)
16c. Wijze van effectueren ontvangstplicht verspreidbare baggerspecie

5. Memo Stand van zaken project legger oppervlaktewater

6. (Optioneel) Presentatie ‘Overname onderhoud stedelijk water’ (door Aart Haitjema)

7. Presentatie ‘Uitwerking toewijzing onderhoudsplicht landelijk en stedelijk gebied’(door Erwin de Groot)

8. Rondvraag

9. Sluiting

1. Opening

De voorzitter opent om 09.00 uur de vergadering. Hij doet bericht van verhindering van de heren Laban en de Meijer.          

2. Verslag vergadering d.d. 26 februari 2008

Het verslag wordt tekstueel en inhoudelijk goedgekeurd, met dank aan Carolien Persoon.

Actielijst blijft ongewijzigd. N.a.v. een vraag van de voorzitter inz. vernatting van het gebied Stein geeft de heer Van der Smit aan dat hij zich afvraagt wat de mogelijke effecten kunnen zijn van vernatting (bodemdaling). Deze vraag zal worden behandeld als technische vraag.

3. Mededelingen

De voorzitter meldt dat de VV een krediet heeft verleend voor een pilot wellen uitvoeren. Wij constateren een toename van de verzilting. Een dringend advies is dan ook om de wellen (aantallen, situatie) in kaart te brengen. Pilot is opgestart in drie verschillende gebieden.

De heer Straathof deelt een memo uit inzake Greenport-ontwikkelingen bollenstreek.

De memo kan worden gezien als een vooraankondiging.

4. Agendapunten VV 23 april 2008

4. 4 Ambitienota WBP4

De voorzitter spreekt zijn grote waardering uit voor deze nota. Alle aanwezigen zijn het hier grotendeels mee eens.

Mevrouw Reijs vraagt zich af waar bij duurzaam ondernemen de nadruk op ligt.

De voorzitter geeft aan dat de nadruk in uitwerking ligt op het verduurzamen van de huidige bedrijfsvoering, de gedachte van meer marktwerking zit hier niet achter.

Mevrouw Reijs wil graag de term robuust verduidelijkt zien. De voorzitter geeft aan dat het hier gaat om een bredere aanpak zodat we een stootje kunnen hebben.

Mevrouw Reijs en de heer Postma vinden de financiën beperkt in beeld gebracht.

De voorzitter meldt dat de commissie zich financieel niet committeert aan de uitvoering van het WBP4. Men bindt zich aan de ambitie om de activiteiten in het WBP4 zoveel mogelijk uit te werken naar een B-investering.

De heren Postma, Sanders, Dekker en Bus vragen zich af wat de status is van de toekomstverkenningen (zie achtergrondrapport, m.n. blz. 37, inz. beperkte kennis van bestuurders). De voorzitter geeft aan dat in de toekomstverkenningen de individuele meningen staan van experts. Er is hun gevraagd een spreekwoordelijke spiegel voor Rijnland te houden. Het antwoord van Rijnland op deze verkenningen is de ambitienota. Het standpunt over de beperkte inhoudelijke kennis van bestuurders is ongelukkig geformuleerd. Hier neemt het college afstand van. Echter, de opmerking over het beter faciliteren van bestuurlijke organisaties blijft waardevol.

De heer Postma zou graag willen vernemen hoe de voorfinanciering zich verhoudt tot het rapport van de cie. Vellinga. De voorzitter meldt dat dit rapport geen status heeft.

De heer Postma stelt een aantal tekstuele aanpassingen voor in het VV Voorstel:

  • Beheer grondwater: met de gemeenten
  • Indeling van beslispunten wijzigen om trits (veiligheid-voldoende water-gezond water) consequent vast te houden
  • In 2008 opstellen en in 2009 vaststellen WBP4

De heer Bus en mevrouw Van Ruiten waarschuwen voor het verschil in verziltingsnormen tussen de waterschappen onderling. We moeten vooral niet de gebruikers, m.n. in het bollengebied, uit het oog verliezen. De voorzitter geeft aan dat via de provincie een discussie wordt aangegaan over de verziltingsnormen binnen de verschillende waterschappen. Rijnland stelt een hogere norm dan de buurwaterschappen. De voorzitter geeft aan dat wij ernaar streven een goed waterbeheerder te zijn, echter wij kunnen op termijn niet langer garanderen voldoende zoet water te kunnen leveren.

Mevrouw Van Ruiten geeft aan dat blauwalg echt een probleem wordt. De voorzitter merkt op dat de groei van blauwalg te maken heeft met minder doorspoelen en met de opwarming van de aarde.

De heer Den Dekker geeft aan een deel van de stukken pas jl. zaterdag te hebben ontvangen. De voorzitter biedt  namens Rijnland excuus aan. Er is een klacht ingediend bij TNT.

Mevrouw v.d. Laan maakt kritische kanttekeningen bij het SMART maken van onze doelstellingen en vraagt zich af of wij daar als organisatie klaar voor zijn. M.n. het maatschappelijk verantwoord ondernemen en een proactieve organisatie verdienen de aandacht. De voorzitter geeft aan dat het een uitdaging blijft in onze huidige organisatie.

Mevrouw v.d. Laan zou graag het verschil WBP3/WBP4 zien. De voorzitter zegt toe dat de VV op de hoogte gesteld zal worden van WBP3-acties die niet gestart zijn en hoe we daarmee omgaan in het WBP4.

Het PlanMER zal apart op de agenda gezet worden van de VV commissie. Vooral aandacht voor welke alternatieven in beeld gebracht worden en met welk doel een PlanMER wordt uitgevoerd.

Mevrouw v.d.Laan vraagt zich af of wij uit moeten gaan van het meest ongunstige klimaat-scenario gezien de hoge kosten en de evt. effecten. De voorzitter geeft aan dat de discussie wordt gevoerd met de provincie over NBW werknormen en het gebruik van nieuwe klimaatscenario’s.

De heer Sanders waarschuwt ervoor het begrip duurzaam niet te vaak te gebruiken. Het kan dan zijn inhoudswaarde verliezen net als destijds het populaire woord milieu.

Spreker ziet natuurvriendelijke oevers als een speerpunt binnen ons beleid. De voorzitter meldt dat het effect vooralsnog onduidelijk is. Juridische instrumenten anders aanwenden zodat wellicht natuurvriendelijke oevers verplicht kunnen worden gesteld.

Mevrouw Reijs vraagt nogmaals aandacht voor deze oevers in kleine wateren.

Op verzoek van de heer Sanders de aanvoer van zoetwater nog niet afserveren, echter als optie meenemen in de verziltingsnota.

Tenslotte meldt de voorzitter dat de invulling van de rol als waterautoriteit (proactief in samenwerking) vraagt om verschillende competenties uit de organisatie. Op dit moment zijn niet alle competenties in huis. Hier zal Rijnland meer in investeren, ook in financiële zin. Tot zover de ronde van reacties.

In de VV zal de Ambitienota WBP4 worden voorgelegd voor besluitvorming.

4.5  Hogeveense Polder

De heer Straathof geeft een korte toelichting.

De heer Bus wil een toelichting op de zinsnede het “af en toe” verlagen van het waterpeil. De heer Straathof geeft aan dat het gehele jaar door het juridisch peilbesluit gehanteerd wordt. Echter, in bijzondere gevallen is het mogelijk maatwerk te leveren. Denk hierbij aan de plant-/rooitijd bij de bollenkwekers.

De heer Postma vraagt zich af of er een schadevergoeding moet worden uitgekeerd in geval van wijziging peilbesluit. De heer Straathof vermeldt dat dit in het verleden zelden is voorgekomen maar dit zal worden nagegaan.

Antwoord: In het verleden is dit bij de voormalige inliggende waterschappen meermalen voorgekomen. Bij Rijnland niet of nauwelijks, maar zie VV 23 april 2008, punt 8. Advies inzake voorschot schadevergoeding H.J. de Boer uit Hillegom. Ook de heer De Boer heeft zijn schadeverzoek mede gebaseerd op artikel 40 Wet op de waterhuishouding. Er wordt dus wel degelijk gebruikgemaakt van de mogelijkheid die dit artikel geeft.

Op verzoek van de heer Postma zal de tekst in de laatste alinea van het concept-besluit concreter worden gemaakt m.b.t. het moment van inwerkingtreding.

De heer Bus vraagt zich af of individuele wensen m.b.t. het waterpeil gehonoreerd zijn. De heer Straathof denkt dat dit niet het geval is.Verder verbazen de heren Bus evenals de heer Van Dorp zich over het feit dat geen van de 26 zienswijzen hebben geleid tot aanpassingen.

De heer Bus vraagt waarom er niet twee peilvakken zijn gerealiseerd in Noord (Industrie-terrein Delfweg). De heer Kern geeft aan dat het uitgangspunt “zo min mogelijk versnippering” hierbij is gehanteerd.

Mevrouw Van Ruiten geeft aan dat het de jonge bollentelers zeer tegenvalt dat geen enkele zienswijze is gehonoreerd en pleit nogmaals voor een lager peil in plant-/rooitijd. Ook het voormalen blijft van groot belang bij langdurige regenval. De heer Straathof merkt op dat in de Nota peilbeheer nader wordt ingegaan op de verschillende beheersaspecten.

De heer Van Dorp merkt op dat de peilvakken 1.041.1 en 1.041.2 worden gekoppeld en dat het waterpeil 4 cm. wordt verhoogd. Mevrouw Desmense geeft aan dat dit niet het geval is. Het agrarisch peil blijft hetzelfde peil als voorheen.

Mevrouw v.d. Laan vraagt zich af of het om nieuwe zienswijzen gaat. De heer Kern meldt dat het merendeel oude zienswijzen zijn, aangevuld met één nieuwe zienswijze, t.w. die van de fam. Langeveld.

De heer Smit vraagt zich af hoe lang wij specifieke wensen van specifieke bedrijven kunnen blijven honoreren. Voorts benadrukt hij een zorgvuldige afweging m.b.t. de grote investering.

De heer Sanders meldt dat de vuilstortplaats niet is meegenomen. De heer Kern geeft aan dat de vuilstortplaats niet hoeft te worden uitgesloten van het peilbesluit, ondanks het feit dat deze in maaiveldhoogteanalyse, beschrijving landgebruik, etc. niet is meegenomen. Het peilbesluit heeft namelijk betrekking op het oppervlaktewater in een bepaald vlak (het peil-gebied). Omdat de vuilstortplaats geen oppervlaktewater heeft, kan deze gewoon binnen het vlak van het peilgebied blijven.

Tot slot zegt de voorzitter toe dat de redactie over de invoering van het peilbesluit verfijnd zal worden.

Het VV-voorstel wordt goedgekeurd en voor besluitvorming voorgelegd aan de VV.

4.6  Pilot met gebiedsgerichte uitwerking van KRW-maatregelen in veenweidegebieden

Mevrouw v.d. Laan pleit ook voor een pilot in Wijk en Wouden en vraagt zich af of het plan haalbaar is in twee jaar.

De heer Bogaard antwoordt hierop dat de termijn van twee jaar voor de pilot inderdaad kort is. Rijnland krijgt binnen deze tijd wel zicht op de mogelijkheid van het invoeren van deze diensten. Voor het meten van resultaten en voor de continuïteit van de afspraken met agrariërs is deze periode kort. Een belangrijk punt voor de keuze van 2 jaar is het feit dat het programmabeheer vanaf 2010 ook met vernieuwde maatregelpakketten komt. Omdat de KRW-pakketten naadloos aansluiten op programmabeheerpakketten is het goed om een go, no go moment in 2010 in te bouwen. De wens van het bestuur om met de deelnemers de pilot nog bijvoorbeeld drie jaar voort te zetten zal op dat moment zeker meegenomen worden.

Voorts merkt de heer Straathof op dat het zeker de bedoeling is de pilot ook in Wijk en Wouden te houden. Dit geeft zekerheid aan de deelnemers voor de eerste twee jaar en daarna wellicht voor vijf jaar. Probleem is dat Rijnland maatregelen neemt op basis van huidige pakketten vanuit het programmabeheer. In 2010 komen er nieuwe pakketten programmabeheer en zal er beoordeeld worden of de waterpakketten hierop aan blijven sluiten. Dit dient verder uitgewerkt te worden.

De heer Den Dekker geeft aan dat de agrariërs graag een vergoeding ontvangen. De heer Straathof meldt dat de vergoedingen aan de bovenkant worden begrenst door de EU en dat er bij te lage vergoedingen geen deelnemers zullen zijn.

Op de vraag van de heer Postma: Wat is een “warm beloningssysteem”? antwoordt de heer Bogaard dat deze term, o.a. genoemd in de samenvatting, geen betrekking heeft op het betalen van hoge vergoedingen voor diensten van agrariërs. Het  “warme” heeft wel betrekking op een persoonlijke, bedrijfsgerichte en gebiedgerichte benadering voor diensten die in het gebied effectief zijn en inpasbaar zijn binnen het bedrijf.

Op de vraag van mevrouw Van Ruiten of andere waterschappen ook dergelijke pilots houden kan de heer Bogaard bevestigend antwoorden. Het lijkt de juiste aanpak.

De heer Bus wil graag meer oog voor blauw.

Tot slot geeft de heer Bogaard nog antwoord op een vraag die is gesteld in de informatieve VV van 26 maart: Wat onderscheidt deze pilot van het veenweideonderzoek in de Vlietpolder? Het Vlietpolderproject is een onderzoeksproject op polderniveau, waarbij Rijnland veel meet naar waterkwaliteit en ecologische effecten van genomen maatregelen op het gebied van agrarisch- en peilbeheer. Rijnland heeft in deze polder een directe samenwerking met de agrariërs. Het doel van de pilot is het beoordelen van de mogelijk-heden om KRW maatregelpakketten via bestaande structuren (de agrarische natuurvereni-ging) op een vernieuwende manier aan agrariërs te “verkopen”. Daarnaast worden nieuwe maatregelen voorgedragen voor opname in de groen-blauwe diensten catalogus.

Het VV-voorstel wordt goedgekeurd en kan als hamerstuk worden geagendeerd.

4.7  Vaststelling Waterplan Haarlemmermeer

De voorzitter verwelkomt de heer Timo Steenwijk van het afdelingsbestuur LTO Noord.

De heer Steenwijk meldt dat het LTO-N graag een discussie wil aangaan met Rijnland m.b.t. de toekomst van de Haarlemmermeer. Daarnaast zijn er probleemvakken in de Haarlemmermeer waarvoor oplossingen bedacht moeten worden. Het LTO-N zou het op prijs stellen als Rijnland het onderzoek naar de toekomst van de akkerbouw zou kunnen ondersteunen. In peilvak 9 zou men graag een gemaal zien. Dit wordt ondersteund door mevrouw Van Ruiten en de heer Bus.

Mevrouw Rosendal geeft aan dat het peilvak 9 reeds de aandacht heeft van Rijnland. Rijnland staat positief tegenover ondersteuning van het onderzoek naar de toekomst van de akkerbouw. In de zomer van 2008 zal definitieve afstemming plaatsvinden.

Mevrouw Reijs mist de urgentie, waar is de piekberging en hoe zijn de financiën geregeld?

Mevrouw Rosendal geeft aan dat de gemeente en Rijnland samen de kosten voor de uitvoering van het waterplan delen.

De heer Den Dekker is teleurgesteld in het waterplan. Hij mist Schiphol. Eveneens geen aandacht voor waterbeleving. Het heeft een conservatieve uitstraling en het is niet ambitieus. Mevrouw Rosendal geeft aan dat het waterplan een begin is van een lang proces en dat er ongetwijfeld meer aandachtspunten naar boven zullen komen gedurende het proces.

Mevrouw v.d. Laan is teleurgesteld in de ambitie bij de uitvoering. Dit is minder dan 50% van de doelen die gesteld zijn.

De heer Sanders vindt het waterplan realistisch en vraagt aandacht voor natuurvriendelijke oevers.

De heer Bus geeft aan dat er problemen zijn met afvoer van water naar het gemaal in park Zwanenburg. Er komt extra geld beschikbaar voor goede afwatering. Mevrouw Rosendal geeft aan de andere knelpunten nader te bekijken.

De heer Postma verwijst naar het dynamisch contract. Mevrouw Rosendal meldt dat er een afspraak is gemaakt met de gemeente Haarlemmermeer over een tijdstip van actualisatie. Dit zal meerdere keren geschieden.

Het VV-voorstel wordt goedgekeurd en kan als hamerstuk worden geagendeerd.

4.16a  Waterplan Aalsmeer

De heer Postmazou graag op blz. 2 een redactionele aanpassing zien.

4.16c  Wijze van effectueren ontvangstplicht verspreidbare baggerspecie

De heer Van Dorp vraagt zich af hoe de ontvangstplicht is geregeld.

De voorzitter meldt dat men verplicht is de bagger te ontvangen en dat men daar ook een vergoeding voor krijgt. Uitvoering in 2009, vergoeding ook in 2009. Het uitgangspunt is: verspreiden waar mogelijk.

Zowel de heer Postma als de heer Sanders vinden de term “particulieren” verwarrend. Dit zou beter omschreven moeten worden. Overheden zijn “indirect”ook eigenaren.

5. Memo stand van zaken project legger oppervlaktewater

De heer Den Dekker plaatst een kanttekening bij de kartering via China. De voorzitter meldt dat wij dit hebben uitbesteed aan een bedrijf dat vervolgens weer de opdracht in China heeft neergelegd. Dit is tegenwoordig niet ongewoon en de resultaten zijn tot nog toe goed. Dit zijn de consequenties van Europese aanbestedingen.

6. Presentatie Overname onderhoud stedelijk water 

De heer Haitjema geeft een presentatie en de commissie heeft kennis genomen van de oplossing Haarlem. Besproken is dat het nog best een lastig traject is geweest door 50-50 verdeling. Veel knelpunten kunnen worden voorkomen als 100% wordt overgenomen.

Het volgende punt is als suggestie meegegeven aan de portefeuillehouders:

  • Welk argument heeft de gemeente m.b.t. extra breed water (was vroeger ook al zo).
  • Indien op orde (diepte) brengen is gewaarborgd (= voorwaarde), kan de overname plaatsvinden.

De commissie vraagt zich af of het systeem op orde is op het moment van overname.

Mevrouw Rosendal antwoordt dat dit een voorwaarde is van Rijnland. In 2009/2010 wordt er gebaggerd.

7. Presentatie “Uitwerking toewijzing onderhoudsplicht landelijk en stedelijk gebied”

Dit agendapunt komt te vervallen.

8.  Rondvraag

De heer Sanders zou graag zien dat insprekers meer gelegenheid krijgen hun standpunt kenbaar te maken.

De heer Van Dorp verbaast zich over de werkwijze bij Rhynenburg waar 1000 liter dieselolie per dag wordt verbruikt om de verontreinigde bagger naar Nieuw Vennep te vervoeren. Is hier geen andere oplossing voor? De voorzitter antwoordt dat hier wetgeving aan ten grondslag ligt.

De heer Van Dorp wacht nog steeds op het peilbesluit Groenendijk.

9. Sluiting

Niets meer aan de orde zijnde sluit de voorzitter de vergadering om 12.35 uur.

Naar boven