De onderliggende stukken van deze vergadering kunt u vinden op Agenda VV vergadering 14 maart 2007
3. Agendapunten VV 14 maart 2007
3.1 (nr. 6) Aanvullend voorbereidingskrediet Spaarndammerdijk en Goejanverwelledijk
3.2 (nr. 7) Kredietaanvraag grondaankoop t.b.v. aanpassing awzi Velsen
5. Verslag 17 januari 2007 + Actielijst
De voorzitter opent de vergadering om 14.00 uur. Er zullen presentaties worden gehouden bij de agendapunten 3.3 en 4. Verder zijn er geen wijzigingen af aanvullingen op de agenda.
De voorzitter meldt het bericht van verhindering van de heren Groen, De Jong en Van der Weijden. De heer Schouffoer komt iets later.
De heer Groen is met spoed voor overleg naar Zandvoort. Naar aanleiding daarvan vraagt de heer Buijze wie verantwoordelijk is voor de losgeslagen olie- en septictanks op de stranden als gevolg van recente stormen. De voorzitter antwoordt dat dit de vraag is die de heer Groen op dit moment met de gemeente bespreekt.
Verder zijn er geen mededelingen.
De leden zien de noodzaak van het onderzoek, maar uiten hun verwondering over de overheveling van kredieten en stellen de vraag of dit eigenlijk wel kan. De ontwikkelingen bij de Goejanverwelledijk roepen vragen op over de kostenverdeling. De indruk bestaat dat Rijnland meebetaalt aan gemeentetaken. De heer Bremer informeert of het hier een veendijk betreft en of het werk in 2016 echt haalbaal is. De heren Zandwijk en Smits werpen de vraag op of uitbesteding van het onderzoek noodzakelijk is. De heer Schouffoer komt ca. 14.20 uur in de vergadering.
De heer Heijnis antwoordt dat het toetsen van de beide dijken volgens het WBP een wettelijke verplichting betreft, die, mede in verband met eventuele Mer-studies, doorgaans een lange doorlooptijd kent. Nu wordt Rijnland daarnaast geconfronteerd met nieuwe ontwikkelingen op de gebieden van ontwerphoogte en gemeentelijke wensen. Dit brengt met zich mee dat de gedachten over de benodigde voorbereidingskredieten moeten worden bijgesteld. Waar eerst ruimte in het krediet leek en kon worden ‘geschoven’, blijkt nu extra krediet nodig. Dat schuiven met krediet is naar zijn mening toegestaan omdat beide projecten volgens het WBP feitelijk onder dezelfde noemer vallen. Het onderzoek bij de begraafplaats, sluis en brug over de N207 in Gouda is voor Rijnland van belang uit oogpunt van waterkeringszorg. Bij de begraafplaats is voorlopig een 50/50 kostenverdeling met de gemeente afgesproken, maar uiteindelijk zal verrekening plaastvinden gerelateerd aan ieders eigen taak.
De Goejanverwelledijk is een oude dijk met een zand/klei structuur, althans bij Gouda. Naar verwachting zal de reconstructie in 2016 gereed kunnen zijn, zoals ook in het WBP is vastgelegd.
HKV is een adviesbureau met specifieke kennis in huis over het toetsen van dijklichamen. Rijnland heeft het bureau ingeschakeld mede met het oog op het beleid om de eigen organisatie niet teveel te laten groeien.
Op de vraag van mevrouw Binnendijk of de sluiswachter in dienst van de gemeente kan overgaan antwoordt de heer Heijnis dat die mogelijkheid wordt onderzocht.
De voorzitter concludeert dat de commissie zich kan vinden in het voorstel, maar in hoofdzaak vragen heeft over de verrekening van kosten tussen Rijnland en de gemeente. De heer Heijnis zal dit aspect verder verduidelijken.
Het voorstel wordt met positief advies en als hamerstuk voorgelegd aan de VV.
(Noot secretaris: De beide projecten lopen voor op het bekend worden van randvoorwaarden voor de nieuwe dijk en de gemeente en provincie stellen er hoge prijs op dat we toch spoedig duidelijkheid kunnen geven over voorwaarden bij de realisatie van hun projecten. Wij halen die werkzaamheden, die we later toch zouden doen naar voren en daarover is met partijen afgesproken de daarmee nu samenhangende kosten te delen.)
De leden zijn positief over het voorstel, maar wijzen in het bijzonder op de risico’s van de uitbreiding van het bewoning in relatie tot de effectiviteit van de geurbeperkende maatregelen aan de awzi. Voorkomen moet worden dat de bewoners straks alsnog gaan klagen over stankoverlast. Verder bevat het voorstel verschillende bedragen voor aankoop en krediet, hetgeen verduidelijking vraagt. De heer Schouffoer betwijfelt daarnaast of de geraamde €220.000 voor de geurbeperkende maatregelen zullen volstaan. De heer Smits kan zich vinden in de prijs voor de grond, maar informeert of Rijnland zelf een visie heeft over de waarde ervan en zou de overdrachtsbelasting in het krediet willen meenemen. Voorts vraagt hij wat er de komende vier jaar met de grond wordt gedaan. De heer Van Warmerdam zou graag een kadastrale kaart van het gebied zien en vraagt of die aan de VV kan worden nagezonden.
De heer Heijnis antwoordt dat naar huidig inzicht de te treffen geurbeperkende maatregelen voldoende effectief zullen zijn en zullen passen binnen het gestelde bedrag. Het woonwagenterrein moet worden vergroot vanwege brandveiligheidsvoorschriften. De woonwagens staan nu te dicht op elkaar. Hij beaamt dat de woonfunctie naast de awzi altijd een zeker risico met zich meebrengt. Klachten zijn er evenwel tot op heden nooit geweest en verwacht de heer Heijnis ook niet in de nieuwe situatie. Met een groter terrein voor de awzi kan bovendien flexibeler worden omgegaan met de inrichting ervan in relatie tot eventuele geuroverlast. De te verwerven grond zal de komende jaren niet in bijzonder gebruik worden gegeven. De prijs ervan komt min of meer overeen met wat Rijnland daarbij in gedachten had. Niet-bouwrijpe grond verwerft Rijnland zonder BTW, de overdrachtsbelasting is niet in het voorstel meegenomen. De heer Heijnis zal het voorstel op dit punt nader bezien, alsmede ten aanzien van de twee verschillende bedragen voor aankoop en krediet. Hij zal een kaart nazenden aan de VV.
De voorzitter concludeert dat de commissie zich kan vinden in het voorstel. Het wordt met positief advies en als hamerstuk voorgelegd aan de VV.
(Noot secretaris: Op de overdracht van niet-bouwrijpe grond is geen overdrachtsbelasting verschuldigd. Wel betaalt Rijnland overdrachtskosten voor de notaris en het Kadaster. De schatting van die kosten verklaren het verschil tussen de aankoopprijs en het gevraagde krediet. Een kaart wordt aan de VV-leden nagezonden.)
Volgt een presentatie van de heer J. Stoop (PRO). De sheets zijn bij het verslag gevoegd.
De leden erkennen de noodzaak van de kredieten. Wel plaatsten zij enige kanttekeningen, vooral bij het recreatief medegebruik bij kadeverbetering. Zij bepleiten een meer aktieve houding van Rijnland om gemeenten hierin mee te krijgen. De heer Van Warmerdam is van mening dat de tariefconsequenties op pag. 4 van het voorstel niet helder zij, nu het voorbereidingskrediet er nog niet in is verwerkt. Verder vraagt hij of de startnotitie beschikbaar is voor de VV-leden. De heer Schouffoer sluit daarop aan met de suggestie de startnotitie met kaarten op de website te plaatsen.
De heer Heijnis antwoordt dat het medegebruik en de beperkte aktie van Rijnland daarbij zijn opgenomen in het WBP. Mogelijk is de tekst van het voorstel iets te terughoudend in dat opzicht. Het voorbereidingskrediet is berekend in de tarieven in het voorstel, de uiteindelijke tariefstijging kan pas worden berekend als de totale investering is gedaan. De startnotitie met toelichting en kaarten heeft ter inzage gelegen. Hij zal nagaan of het op korte termijn mogelijk is de startnotitie met kaarten op de website te plaatsen; zo niet, dan ontvangen de VV-leden in elk geval de kaarten.
De voorzitter concludeert dat de commissie zich kan vinden in het voorstel. Het wordt met positief advies en als hamerstuk voorgelegd aan de VV.
(Noot secretaris: De kaarten zijn aan de publicatie op inter- en intranet toegevoegd.)
- Visie en strategie van Rijnland in de afvalwaterketen
De voorzitter leidt het onderwerp in. Naar aanleiding van het principebesluit de samenwerking in het waterketenbedrijf Noordwijkerhout te continueren, heeft in het college een gedachtewisseling plaatsgevonden over Rijnlands beleid t.a.v. zuiveren en de afvalwaterketen. De samenwerking in het waterketenbedrijf moet beoordeeld worden in het kader van dat beleid. De voorzitter wil deze discussie ook met de commissie voeren.
Volgt een presentatie van M. Frauenfelder (PLA) over zuiveren en de afvalwaterketen en een vooruitblik naar een mogelijk waterketenbedrijf (sheets bijgevoegd).
De commissie wisselt van gedachten aan de hand van de in de presentatie geschetste stellingen en dilemma’s. De voorzitter geeft aan dat dit onderwerp in een volgende commissievergadering verder behandeld zal worden.
Verder kennis genomen.
- pag. 1: De heer Schouffoer meldt bericht van verhindering te hebben gedaan.
- pag. 2: De heer Van Warmerdam mist in het verslag de opmerking van mevrouw Rosendal dat een definitief besluit over de samenwerking in de waterketen later nog aan de VV wordt voorgelegd.
Met deze aantekeningen wordt het verslag vastgesteld.
N.a.v. agendapunt 3.2 vraagt de heer Van Warmerdam of er beroepen zijn ingediend tegen het dijkversterkingsplan voor de zwakke schakel Noodwijk. De heer Heijnis zegt toe dat in het verslag een antwoord wordt opgenomen.
(Noot secretaris: GS van Zuid-Holland hebben het plan goedgekeurd. Het plan ligt momenteel ter inzage bij de provincie. Gedurende de inzageperiode van 5 maart tot 13 april 2007 kunnen belanghebbenden beroep instellen tegen het goedkeuringsbesluit van GS bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.)
- Mevrouw Binnendijk betreurt geen uitnodiging voor het afscheid van het hoofd Communicatie (1 maart 2007, 16.00 uur, VV-zaal) te hebben ontvangen.
De voorzitter sluit de vergadering om 16.40 uur.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Waterkering en Waterzuivering van 11 april 2007,
voorzitter, secretaris
