De onderliggende stukken van deze vergadering zijn de vinden bij VV agenda 6 juni 2007
3. Agendapunten VV 6 juni 2007
3.1 (nr. 8) Krediet toets Kunstwerken
3.2 (nr. 13a) Verordening Waterkering West Nederland
5. Verslag 11 april 2007 + Actielijst
De voorzitter opent de vergadering om 14.00 uur.
De voorzitter meldt het bericht van verhindering van de heren Van der Weijden, Smits en Schouffour, allen met kennisgeving en de heer De Jong (zonder kennisgeving).
De heer Groen deelt mede om 16.00 uur te moeten vertrekken in verband met de feestelijkheden in Noordwijk vanwege het versterkingsplan.
De heer Groen geeft uitleg over het vervallen van agendapunt 3.2 (nr. 9 VV-agenda): aanvullend krediet zwakke schakel Noordwijk.
De aanbesteding van dit project was in tweeën geknipt. Een deel zandsuppletie en een deel aanleg dijk in duin.
De eerste bleek hoger uit te vallen, vooral omdat de m³-prijs voor het zand hoger uitviel dan de vaste prijs waarmee in opdracht van het Rijk rekening was gehouden in de raming. Dit ondanks waarschuwingen van Rijnlandse medewerkers dat die vaste prijs te laag was.
Gelukkig bleek de tweede aanbesteding gunstiger uit te vallen dan geraamd.
Gevolg hiervan is dat de totale som net iets onder de oorspronkelijke raming blijft. Een aanvullend krediet is derhalve niet noodzakelijk.
Op de vraag van mw. Binnendijk geeft de heer Groen aan dat er drie bezwaren zijn die betrekking hebben op het verminderde uitzicht op het strand door de aanleg van het verbreedde duin. Twee andere bezwaren richten zich in feite op de bouwmogelijkheden die er vanuit het RO-spoor mogelijk worden, waarvoor doorverwezen wordt naar de gemeente.
En omdat er geen voorlopige voorziening is gevraagd kan het werk gestart worden.
Tot slot geeft de heer Groen nog aan dat ook voor wat betreft de problematiek rond kabels en leidingen in overleg met de gemeente tot een creatieve oplossing is gekomen. Als uitvloeisel hiervan hoeven de ondernemers daaraan niet bij te dragen.
De voorzitter meldt dat ook het punt van het krediet voor het Waarschuwingssysteem voor de blauwalgen (11 VV-agenda) van de agenda is gehaald. Dit omdat bleek dat hiervoor al een bedrag gereserveerd was.
Zij geeft aan dat er momenteel een 1e fase onderzoek plaatsvindt in een testgebied (de Westeinder). Een aantal waterschappen en de Stowa participeren daarin.
In de 2e fase zullen de uitkomsten hiervan verder ontwikkeld worden, waarvoor te gelegener tijd een voorstel tot kredietvotering aan de VV zal worden voorgelegd.
De heer Groen merkt op dat hier sprake is van de uitvoering van de wettelijke verplichting om de primaire keringen inclusief de daarin gelegen kunstwerken elke 5 jaar te toetsen. De keringen zijn al gedaan, maar daarin waren nog niet de kunstwerken meegenomen. Voor deze toetsing was €150.000,-- geraamd. Nu blijkt dat het € 165.000,-- is geworden. Met andere woorden een zeer acceptabele marge. Met dit bedrag is overigens in de meerjarenraming al rekening gehouden, zodat de effecten daarvan in de tarieven zijn verwerkt.
(In het voorstel moet op blz. 2 onder “financiële gevolgen” overigens waar de tweede keer wordt geschreven: omslag gebouwd gewijzigd worden in omslag ongebouwd.)
Op de vraag van de heer Zandwijk antwoord de heer Groen dat de BTW niet door waterschappen is te verreken, zodat daarmee gerekend moet worden.
Met betrekking tot de aanbesteding legt de heer Groen n.a.v. een vraag van de heer Bremer uit, dat er enige jaren geleden al een (Europese) verzamelaanbesteding is geweest, waaruit Grontmij naar voren is gekomen. Met de Grontmij is nu een soort raamovereenkomst gesloten, waarin is bepaald dat zij aan bepaalde daarin met name genoemde werkzaamheden een concreet bepaald aantal uren van concreet benoemde functionarissen zullen besteden.
In die prijs zit natuurlijk wel – gelet op het verloop van tijd tussen aanbesteding en uitvoering – een prijsindexering.
Voordeel van deze manier van aanbesteden is ook dat niet voor elk werk apart opnieuw behoeft te worden aanbesteed.
Op de vraag van mw. Binnendijk over het gebruik van oude gegevens wordt aangegeven dat hier sprake is van een geheel nieuwe toets (de kunstwerken). Maar alle gegevens die beschikbaar zijn zullen uiteraard daar waar mogelijk gebruikt worden. Wel dient bedacht te worden dat een toets over kunstwerken een wezenlijk andere is dan een toets over dijken of duinen. Overigens gaat het hier over soms redelijk oude kunstwerken, zodat de gegevens niet altijd even goed bruikbaar zijn.
Kunstwerken van anderen (zoals de Woerder Sluis van HDSR) worden in principe door die anderen getoetst. Zo is de Woerder Sluis ook al door HDSR getoetst.
Wel worden in de Rijnlandse toetst de kunstwerken in beheer bij gemeenten meegenomen.
De Commissie gaat akkoord met het als “hamerstuk” agenderen van dit voorstel.
De heer Groen memoreert dat deze verordening al vaker aan de orde is geweest. Nu is deze verordening vanaf oktober 2006 van kracht, na een periode van twee jaar van overleg.
De heer Warmerdam heeft een viertal vragen te weten:
1. is al bekend hoeveel het opstellen van het beheersplan gaat kosten?
2. is er zicht op de kosten van de verbeterslagen die er als uitvloeisel van de nieuwe normering ongetwijfeld zullen moeten komen?
3. hij begrijpt niet waarom de Spaarndammerdijk (voor een deel) is opgenomen, omdat dat een primaire kering is en geen regionale kering.
4. en hij vraagt zich af of er ook voor het Rijnlandse gebied een commissie ex artikel 12 van de verordening zal worden ingesteld. Hierop wordt al direct nee-schuddend geantwoord dat dat niet het geval is.
De heer Den Dekker vraagt zich nog af of het mogelijk is dat – met economische waarde in een polder als criterium – in één polder twee veiligheidsklassen waterkering aanwezig zijn.
De heer Groen stelt voor deze vraag en de vraag over de Spaarndammerdijk van de heer Warmerdam als beantwoording technische vragen te behandelen.
Met betrekking tot de overige vragen geeft hij aan dat de kosten voor het opstellen van het beheerplan nog niet bekend zijn. Mevrouw Van Duin verwacht dat dit beperkt zal zijn.
Voor wat betreft de kosten van de verbeterslagen is in het WBP een bandbreedte aangegeven. Maar deze zijn uiteraard ook afhankelijk van de toets en de te hanteren criteria. Bovendien zal er ook sprake zijn van polders waarin door ontwikkelingen de economische waarde en daardoor de veiligheidsklasse zal stijgen.
De heer Den Dekker is van mening dat dan – zoals ook in de Studie Waterbezwaar wordt aangegeven – de kosten bij de veroorzaker zouden moeten worden gelegd. Beaamd wordt dat dat in dit kader ook zo het geval is.
Van de verordening wordt kennisgenomen.
Geen.
Tekstueel:
De heer Warmerdam geeft aan zich in de rondvraag geen zorgen te hebben gemaakt over het sluipverkeer op zich. Hij maakt zich zorgen dat de discussie rondom dit sluipverkeer ertoe zal leiden dat de ondernemer die zijn medewerking heeft toegezegd voor wat betreft de tijdelijk aanleg van een brug enhet gebruik van zijn grond, hierop zal terugkomen.
De heer Groen geeft aan dat in het regelmatig overleg met betrokkene daarvan nog geen sprake is.
Namens de heer Chouffour wordt in het verslag aangegeven dat hij in de vorige vergadering met bericht afwezig was en niet zonder.
Het verslag wordt – met inachtneming van hetvorenstaande - vastgesteld.
Naar aanleiding van:
- Op de vraag van de heer Warmerdam over het onderzoek naar alternatieven om de stremming van de Grote Sluis te bekorten, geeft de heer Groen aan dat er diverse alternatieven beoordeeld zijn om de stremming tot een half jaar terug te kunnen brengen. Een variant is de bouw van de hoofden in aparte bouwkuipjes te verrichten. In die tijd kan de sluis nog (enigszins beperkt) functioneren. Daarna zou de hoofden in verbinding gebracht moeten worden met de sluis. Deze variant is aanzienlijk duurder.
In verband daarmede wordt ook onderzoek gedaan naar de mogelijkheden/noodzaak dat andere belanghebbende organisaties/instanties een bijdrage zouden kunnen of zelfs moeten leveren in deze renovatie en de meerkosten van deze alternatieven die tot aanzienlijke reductie van de hinder zouden kunnen leiden. Als het bedrijfsleven voor een half jaar stremming opteert, dan mag daar ook wat tegenover staan.
Ook de gemeente Haarlem, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Rijkswaterstaat en de Provincie zijn al benaderd over hun belang en aandeel in deze renovatie.
Daar komt nog bij dat Rijnland zich de vraag stelt of het zoeken van deze alternatieven wel core-business is voor het waterschap.
Dit alternatief levert iig minder claims op, kan wellicht een bijdrage leveren in de vermindering van de zoutlast, en levert mogelijk ook een vermindering van de hinder voor het brugverkeer op.
Daarbij wordt nog gekeken naar de effecten van het aanbrengen van een extra deur halverwege de sluis.
De uitvoering is gepland in de winter van 2008-2009, waarvoor overigens 13 vergunningen nodig zijn.
Spreker meldt in dit verband dat door dit onderzoek het voorbereidingskrediet wordt overschreden. Hij neemt aan dat de VV hiermee kan instemmen in afwachting van een voorstel tot aanvulling van dit krediet, dat in de maak is.
Mevrouw Binnendijk wijst op een vergelijkbare situatie bij de Gooise Brug, waar Rijkswaterstaat kennelijk vrij makkelijk de brug voor een jaar afsluit.
De heer Groen geeft ook nog aan dat ook alternatieven met een opvangbak en een retourpomp, zoals de heer Warmerdam noemt, tegen het alternatief van de tussendeur als remedie tegen de zoutbelasting zijn afgezet. De tussendeur komt daarbij als meest gunstige uit de vergelijking. Vooral ook omdat daarmee ook een snellere afhandeling van de te schutten schepen kan plaatsvinden.
Schuttevaer zou daar tevreden mee zijn.
Het onderwerp waterketen komt pas in een volgende informele VV aan de orde. Dit omdat het college zelf nog in beeld wil brengen wat we als Rijnland er nu zelf mee willen en kunnen voor wat betreft de waterkwaliteit. Hiervoor zal het onderwerp ook nog terugkomen in deze commissie.
a. De heer Zandwijk wordt bevestigd dat de VV-excursie al bij de eerstvolgende vv in juni plaatsvindt.
b. Kennisgenomen wordt van zijn melding van een Rijnlandse medewerker die met behulp van een GPS-apparaat bij hem hoogtemetingen op zijn percelen kwam verrichten.
c. De jaarrekening wordt – zo wordt gemeld in antwoord op de vraag van de heer Bremer – waarschijnlijk in de juli-VV behandeld.
d. De heer Buijze meldt dat de gemeente Katwijk twee blauwe vlaggen heeft gekregen. Daarbij werd vermeld dat Rijnland nog iets zou moeten doen aan de riooloverstorten. De heer Groen geeft aan dat dit een misverstand is omdat riooloverstorten een gemeentelijke aangelegenheid zijn. Wel zal Rijnland werken aan verbeteren van de kwaliteit van het effluent van de AWZI Katwijk. En dat is ook wat de burgemeester in zijn toespraak ter gelegenheid van het verkrijgen van die vlaggen heeft gemeld.
Over deze zaken heeft goed overleg plaats tussen Rijnland en de gemeente.
e. De heer Buize vraagt zich ook nog af in hoeverre gemeenten verrast zullen worden door de ruimteclaims die er vanuit KRW en de Studie Waterbezwaar 2e fase op het gebied gelegd zullen gaan worden.
Mevrouw Van Duin merkt op dat dit in feite meer iets is voor de commissie Waterbeheer. Daarnaast geeft zij aan dat sommige gemeenten, die bijeenkomsten over dit onderwerp ook niet bijwonen, zeker verrast zullen zijn en zich wellicht ook overvallen zullen voelen.
De heer Groen voegt hier aan toe, dat Rijnland ook vertegenwoordigt is in het Pact van Teylingen is vertegenwoordigd en waarvan hij vindt dat daarin een steviger positie ingenomen zou mogen worden, al aan de voorkant van het proces, in het “gevecht om de m²-s”.
De heer Zandwijk vreest inderdaad dat gemeenten en gemeenteraden zich niet goed realiseren wat er staat te gebeuren, o.a. vanuit de nieuwe ontwikkelingen in het kader van de Greenport Teylingen bijvoorbeeld.
f. De heer Warmerdam vraagt of het mogelijk is in de volgende commissievergadering informatie te kunnen geven over het gemaal Spaarndam en de gedachten over nieuwbouw e.d.
De heer Groen merkt op dat daar een stuk over wordt opgesteld. Hierover zal op 5 september a.s. een extra informele VV worden belegd.
De voorzitter sluit de vergadering om 15.30 uur.
