Verslag commissie Waterkering en Waterzuivering 4 juli 2007

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Home > Bestuur > Agenda´s en verslagen > Commissie Waterkering en waterzuivering > Verslag commissie Waterkering en Waterzuivering 4 juli 2007

Verslag commissie Waterkering en Waterzuivering 4 juli 2007

Verslag

Presentatie “Van zuiveringsbeheer naar afvalwaterbeheer” door Paul Versteeg

1. Opening

2. Mededelingen

3. Agendapunten VV 18 juli 2007

3.1 Structurering en standaardisatie van het onderhoud

3.2 Renovatie Grote Sluis

3.3 Voortgang Waterbeheersplan (WBP3)

3.4 Voorjaarsnota

3.5 Jaarrekening 2006

4. Overige punten: Ter kennisname

4.1 1e TUssentijdseRAPportage; periode jan. - apr. 2007

5. Verslag 23 mei 2007

6. Rondvraag

7. Sluiting

1. Opening

De voorzitter opent de vergadering om 14.00 uur. Hij meldt dat de heer Versteeg een presentatie zal geven over “Van zuiveringsbeheer naar afvalwaterbeheer”. De sheets van de presentatie zullen bij het verslag worden gevoegd.

2. Mededelingen

De voorzitter meldt dat bericht van verhindering is ontvangen van mevrouw Manni-Bersee en de heer Schouffoer. De heer v/d Weijden meldt dat de heer Zandwijk is verhinderd.  

3. Agendapunten V.V. 18 juli 2007
      

3.1  Structurering en standaardisatie van het onderhoud

De voorzitter stelt de leden in de gelegenheid over het voorstel op- en/of aanmerkingen te maken.

De heer Van Warmerdam zegt het een goede zaak te vinden dat deze kwestie nu wordt geregeld. Wel spreekt  hij zijn verbazing uit over het feit dat ook hier weer werk wordt uitbesteed. Vervolgens stelt hij de volgende vragen:

a) Krijgt de indruk dat al het nodige is uitgegeven.

b) Waarom wordt het gevoteerde bedrag pas in 2010 en niet in 2008 in de begroting opgenomen.

c) Op welk onderhoud heeft het onderhoudssysteem betrekking.  

De heer Smits zegt dat dit onderwerp al eerder aan de orde is geweest en dat hij ook al eens naar de stand van zaken heeft geïnformeerd. Spr. zegt voorstander te zijn van een dergelijk onderhoudssysteem. Hij vraagt wel hoe het staat met achterstallig onderhoud

Mevr. Binnendijk verwijst naar de presentatie die in Katwijk heeft plaatsgevonden en vraagt of dat een voorzet was voor dit verhaal. Tevens zegt zij dat het haar ook is opgevallen dat de kosten hoger zijn uitgevallen dan voorheen.

De heer v/d Weijden vindt het ook een goede zaak dat het onderhoud wordt geregeld. Hij vraagt of de hogere kosten het gevolg zijn van uitstel of omdat het zo lang heeft geduurd?

Antwoorden op vragen van de heer Van Warmerdam:

Voordat de voorzitter over gaat tot het beantwoorden van de gestelde vragen vermeldt hij eerst nog dat het onderhoud nu ook wel goed is geregeld maar dat dit allemaal in de hoofden van de diverse medewerkers zit terwijl daarover niets op papier staat. Eén van de redenen van de plaatsgevonden fusie is juist dergelijke zaken goed te regelen.

Ad a) De voorzitter geeft als reden van het uitbesteden van het werk aan dat er onvoldoende capaciteit en deskundigheid in huis is. Daarnaast is het opzetten van een onderhoudssysteem een specialistisch werk. Tevens wordt toegezegd dat wat tot nu toe aan geld is uitgegeven, zichtbaar zal worden gemaakt.

Ad b) Dat de uitgaven pas in de begroting van 2010 worden opgenomen is omdat het project dan pas is afgerond en conform de begrotingssystematiek, de afschrijving dan pas start.

Ad c) Het systeem geldt alleen voor het elektrisch en mechanisch onderhoud van Rijnlands installaties. Wel is het mogelijk het systeem naderhand te gebruiken voor b.v. sluizen en stuwen.

Antwoord op vraag van de heer Smits

Op de vraag of er nog verrassingen kunnen komen antwoordt de voorzitter dat er al een inventarisatie heeft plaatsgevonden en dat voor het onderhoud ook beleid is vastgesteld. Spr. zegt hierdoor geen verrassingen te verwachten.
Antwoorden op vragen van mevr. Binnendijk

Over de presentatie in Katwijk antwoordt de voorzitter dat daar gebruik is gemaakt van een eigen computer-model hetgeen echter te beperkt bleek te zijn. Wel zullen de beschikbare gegevens zoveel mogelijk worden geïmplementeerd in het nieuwe systeem. Over de hoger uitgevallen kosten merkt spr. op dat het te investeren bedrag 2 x zo hoog is als het vorige systeem. Dit komt omdat het systeem waar we het nu over hebben veel uitgebreider is. De hoge kosten zitten vnl. in de uren die gemoeid zijn met het verzamelen en invoeren van gegevens van ca. 400 objecten.

De voorzitter concludeert dat de commissie instemt het voorstel met positief advies en als hamerstuk voor te leggen aan de V.V.

Presentatie “Van zuiveringsbeheer naar afvalwaterketenbeheer”       

Mevr. Rosendal geeft aan dat de presentatie een vervolg is op eerdere discussies binnen de commissie over Rijnlands beleid inzake de afvalwaterketen. Vervolgens schets zij het belang van een goed functionerende riolering in de waterketen. Om dit te bewerkstelligen is het nodig om te zoeken naar meer samenwerking met gemeenten. Mevr. Binnendijk verwijst naar een in een ander VV-voorstel staande kostenverdeling van rioolgemalen. Op haar vraag of deze kostenverdeling, gelet op de verbondenheid van de onderwerpen, terugkomt in de presentatie antwoordt de heer Versteeg ontkennend.

Hierna geeft de heer P. Versteeg aan de hand van sheets, welke bij het verslag zijn bijgevoegd, een presentatie, genaamd “Van zuiveringsbeheer naar afvalwaterketenbeheer”.

Mevr. Binnendijk zegt dat voor dit onderwerp al veel geld is uitgetrokken en vraagt of de in de presentatie vermelde kosten hier bovenop komen. Volgens mevr. Van Duin gaat het er hierbij om wat we nu al doen en dat de kosten hier niet bovenop komen.

De voorzitter concludeert dat uit de presentatie het belang blijkt van samenwerking met gemeenten op het punt van het transport van afvalwater. Ook het college is voorstander van de aangedragen ideeën en stemt in met het benaderen van nog meer gemeenten.

Op de vraag van de heer Van Warmerdam waar de grens ligt tussen de kosten die voor rekening zijn van de gemeenten en Rijnland antwoordt mevr. Rosendal dat de verantwoordelijkheden wettelijk zijn vastgelegd. Het transport van het afvalwater komt voor rekening van de gemeenten en het zuiveren bij de kwaliteits-beheerder i.c. Rijnland. Er wordt naar gestreefd de kostenverdeling te vereenvoudigen omdat dit nu gebaseerd is op ingewikkelde berekeningen. De heer Versteeg voegt hieraan nog toe dat de voorgestelde samenwerking besparingen oplevert die moeten worden verdeeld. Mevr. Binnendijk vraagt of er nog meer samenwerkingsverbanden zijn in Nederland en of daarnaar is gekeken. Mevr. Rosendal zegt dat men bezig is te kijken hoe en door wie bepaalde werkzaamheden momenteel worden uitgevoerd. Mevr. Binnendijk spreekt haar voorkeur uit dat de werkzaamheden binnen Rijnland worden uitgevoerd waarbij ook gedacht kan worden aan een bepaalde organisatievorm (o.a. B.V.). Mevr. Van Duin vermeldt dat er contacten zijn gelegd met andere waterschappen om ervaringen te delen en van elkaar te leren. Mevr. Rosendal voegt hieraan nog toe dat het college van mening is dat “al werkende weg” gekeken moet worden hoe dit het beste zou kunnen.

De heer De Jong zegt dat het wel belangrijk is dat we een helder beeld krijgen van het resultaat. Spr. noemt als voorbeeld de overname van riolering in veengebieden.

Mevr. Van Duin geeft aan dat kostenbesparing niet het enige doel is en dat het verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater tegen lagere maatschappelijke kosten als doel is geformuleerd.

De heer Van Warmerdam geeft aan dat samenwerking met gemeenten op dit punt belangrijk is..

De heer Van der Weijden vraagt of de bassins die boomkwekers hebben om regenwater op te vangen niet als alternatief kunnen dienen voor de opvang van rioolwater uit overstorten. Hierop antwoordt de heer Versteeg dat in de gemeente Noordwijk overtollig rioolwater wordt opgevangen in foliezakken. De heer De Jong informeert of er geen andere maatregelen te bedenken zijn om afvalwater te scheiden aan de bron. Als voorbeeld van een andere maatregel noemt mevr. Rosendal het scheiden van urine.     

Op de vraag van de heer De Jong of hij het goed begrijpt dat IBA’s los staan van de zuivering antwoordt mevr. Rosendal dat dit afzonderlijke zuiveringssystemen zijn die wel in beheer bij Rijnland zijn.

Nadat niemand meer het woord verlangd bedankt de voorzitter de heer Versteeg voor zijn heldere presentatie.  

3.2   Renovatie Grote Sluis te Spaardam

De voorzitter deelt mee dat, mede naar aanleiding van de mailwisseling die er over dit punt met de heer Van Warmerdam heeft plaatsgevonden, ter verduidelijking van een en ander de heer Meeuwisse als projectleider van de renovatie van de Grote Sluis zal proberen aan de hand van een presentatie e.e.a. te verduidelijken.

Aan het begin van zijn presentatie verwijst de heer Meeuwisse naar en eerdere presentatie over dit onder-werp. Mevr. Binnendijk vraagt wat vaarklasse 4 inhoudt. De heer Meeuwisse geeft aan dat de vaarklasse is gerelateerd aan de afmetingen van schepen. Zo heeft scheepvaart voor die vaarklasse een diepte nodig van 3,50 m terwijl de sluis zelf 4,70 m diep is. Spr. legt uit dat bij variant 2 de nieuwe landhoofden naast de bestaande worden gebouwd. Tegelijkertijd wordt dan als maatregel tegen de zoutindringing de sluis met instemming van belangenvereniging voor de binnenvaart ‘Schuttevaer’ versmald van 24,00 m naar 17,00 m. Daarnaast worden de drempels verhoogd en wordt er een tussenhoofd gebouwd.

De heer Buijze vraagt of de sluis wel moet voldoen aan vaarklasse 4. In zijn antwoord geeft de voorzitter aan dat dit door een andere overheid is bepaald en dat Rijnland verplicht is die vaarklasse te handhaven. Tevens heeft  het college bij de renovatie gekeken naar de komende 50 jaar.   

De heer Van Warmerdam zegt dit te betwijfelen, aangezien op de Binnen Spaarne vaarklasse 3 geldt terwijl er ontwikkelingen zijn dat de industrie weggaat.

De voorzitter antwoordt dat e.e.a. is gecheckt bij de Kamer van Koophandel en bij ‘Schuttevaer’ en dat dergelijke signalen van die kant niet zijn gekregen,

De heer Meeuwisse licht toe dat met het aanbrengen van een tussendeur en het versmallen van de sluiskolk  veel winst wordt behaald bij het terugdringen van de zoutindring.  

De heer Buijze zegt dat het hem nu wel duidelijk is dat variant 2 als grootste voordeel heeft dat de zoutindringing wordt teruggedrongen maar dat dit in het voorstel niet zo duidelijk tot uiting komt. De voorzitter beaamt dit en zegt toe dat dit punt in het voorstel zal worden verduidelijkt.   

Naar aanleiding van de mededeling dat 95% van het zoutbezwaar door sluizen in Rijnlands gebied wordt  veroorzaakt door de sluis bij Spaarndam vraagt de heer Van Warmerdam of  de zoutlozing bij Spaarndam wordt meegerekend als lokale puntbron of als bron die het hele systeem beïnvloedt. Mevr. v/d Wateren geeft aan dat het zout bij de sluis binnenkomt maar dat het ook gedeeltelijk door het nabij gelegen gemaal wordt afgemalen. De heer Van Warmerdam denkt dat het zout daarom niet verder komt dan de aldaar gelegen jachthaven. In haar reactie geeft mevr. v/d Wateren aan dat metingen hebben aangetoond dat de invloedsgrens van het zout dat via de sluis in Spaarndam binnenkomt loopt tot aan Cruquis.

De heer Van Warmerdam informeert of de ‘Kolksluis’ niet ingebruik kan worden genomen voor de recreatievaart waardoor een reductie van de zoutbelasting wordt verkregen. De bediening zou wellicht door een stichting van vrijwilligers kunnen worden verzorgd. De voorzitter antwoordt dat de verantwoordelijkheid van het schutten bij Rijnland ligt en het dan ook geen aanbeveling verdient dit door anderen te laten verzorgen.

Vervolgens geeft de voorzitter aan dat de nieuwe varianten er de oorzaak van zijn dat de onderhandelingen met de gemeente, provincie en ‘Schuttevaer’ zo laat zijn gestart. In het reeds plaatsgevonden overleg met de gemeente heeft de wethouder blijk gegeven niet afwijzend te staan tegenover een bijdrage van gemeentezijde en dat hij heeft toegezegd te zullen kijken wat mogelijk is.

Zowel mevr. Binnendijk als de heer Van Warmerdam hebben hun twijfels of eventuele claims wel voor rekening van Rijnland komen.

De heer De Jong zegt dat we het hier toch hebben over het herstel van een sluis die bij Rijnland in beheer en onderhoud is en over het verminderen van zoutindringing. Ook erkent spr. de mogelijkheid dat hoogheemraad Groen, die de onderhandelingen voert met partijen, met lege handen terugkomt.      

De voorzitter onderkent het probleem van de financiële onderhandelingen. Mevr. Van Duin geeft aan dat in november 2006 het besluit is genomen dat beperking van de zoutterugdringing bij de renovatie van de sluis wordt meegenomen.

De heer Van Warmerdam adviseert bij de renovatie voorzieningen aan te brengen om het gebruik van een pomp mogelijk te maken (variant 1).  Toegezegd wordt hier nog nadere informatie over te verstrekken.

Vervolgens stelt mevr. Van Duin de vraag of verder gegaan mag worden met variant 2.

De heer v/d Weijden zegt akkoord te gaan, onder voorwaarde dat wordt onderzocht of van de andere belanghebbende instanties een financiële bijdrage kan worden gekregen.

De heer Buijze vraagt variant 1 in beeld te brengen met maximale terugdringing van de zoutbelasting en ziet graag dat de € 9.000.000,-- die zijn geraamd als kosten voor extra maatregelen voor de bestrijding van zoutindringing naar voren wordt gehaald en dat hierover nog een besluit wordt genomen door de V.V. 

De voorzitter vermeldt nog dat het college zich zodanig zorgen maakt over de technische staat van de sluis en dat echt in 2008/2009 moet worden begonnen. Hij geeft toe dat het een ambitieus plan is maar dat er geen verder uitstel mogelijk is. Tevens geeft hij nog aan dat hij alles in het werk zal stellen om mede-financiers te vinden. Hij zegt ook toe nog eens te zullen kijken naar de € 9.000.000,--.

Hierna vraagt de voorzitter aan de commissie of doorgegaan kan worden met het plan tot renovatie van de Grote Sluis.

Het idee van de heer Bremer om een variabele drempel te maken wordt technisch niet uitvoerbaar gevonden.

Op de vraag van de heer Buijze hoe het bedrag van de maatschappelijke kosten tot stand is gekomen antwoordt de voorzitter  dat dit is gebeurd op basis van een extern opgesteld rapport.

De heer Smits vraagt of het mogelijk is vanuit het te bouwen bedieningsgebouw de brug op afstand te bedienen. De voorzitter zegt toe dat dit zal worden nagegaan.

Vervolgens concludeert de voorzitter dat de meerderheid van de commissie akkoord gaat met het voorstel en de suggestie van de heer Buijze, om in het besluit de passage t.a.v. de mede-financiering te wijzigen door middel van een nota van wijziging. Gelet op de hoge kosten die zijn gemoeid met de renovatie wordt besloten het voorstel niet als hamerstuk te agenderen.

3.3   Voortgang Waterbeheersplan (WBP3)

De voorzitter geeft de gelegenheid tot het stellen van vragen of opmerken over de aan de orde zijnde rapportage.                                                                  

De heer Van Warmerdam  geeft aan dat het rapport een goed inzicht geeft van de stand van zaken inzake de  uitvoering van WBP-maatregelen/projecten. Tevens geeft hij aan met instemming kennis te hebben genomen van het voornemen tot aanstelling van een programmamanager die het WBP zal aansturen. Ook zegt hij kennis te hebben genomen van het feit dat de aanleg van natuurlijke oevers volgens planning verloopt. Tot slot vraag hij aandacht voor het deel van de Spaarndammerdijk, gelegen tussen Velserbroek – Spaarndam-Oost, omdat dat deel volgens hem buitendijksgebied is.

De heer Buijze merkt op dat er wordt gesproken over het versterken van primaire keringen en vraagt in dit verband hoe het staat met Katwijk. De voorzitter wijst op het krediet dat vorig jaar is verstrekt voor het verrichten van vooronderzoek en de samenwerking tussen de gemeente, Rijnland en de provincie. Tevens geeft hij aan dat gesproken is met de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat over  de wens om eerder met het versterken van de kust bij Katwijk te beginnen. Spr. zegt de indruk te hebben dat de Staatssecretaris niet onwelwillend stond tegenover de wens om eerder te beginnen.        

Ook mevr. Binnendijk vindt het hartstikke goed dat er een programmamanager wordt aangesteld voor het WBP.

De heer v/d Weijden zegt geen opmerkingen te hebben maar verzoekt, in verband met de afwezigheid van de heer Zandwijk, het stuk niet als hamerstuk te agenderen. 

Ook de heer Smits kan zich vinden in het voorstel.

De voorzitter concludeert dat de commissie akkoord gaat met het voorstel en dat wordt ingestemd met het verzoek van de heer v/d Weijden het voorstel niet als hamerstuk te agenderen.

3.4 Voorjaarsnota

De voorzitter deelt mee dat het voorstel vanmorgen integraal is besproken in de andere commissies en stelt de leden van de commissie in de gelegenheid tot het stellen van vragen.

De heer Van Warmerdam komt met de volgende vragen:

a) Wanneer wordt de ‘Nota strandbeleid’ verwacht.

b) Welk deel van de Spaarndammerdijk gaat over naar AGV.

Mevr. Binnendijk informeert of er naast de kosten van de investeringen voor de Goejanverwelledijk en de Spaarndammerdijk nog sprake is van bijkomende kosten. Tevens zegt ze dat het haar verbaast dat er al een keuze is gemaakt voor de aanpassing van gemaal Spaarndam.

De voorzitter antwoordt eerst op de vragen van de heer Van Warmerdam en geeft aan dat de ‘Nota strandbeleid’ eind 2007 wordt verwacht. Over de nota heeft afstemming plaatsgevonden met andere waterschappen en Rijkswaterstaat. In verband met de dubbele heffing zal het deel van de Spaarndammerdjk in Amsterdam-West per 1-1-’09 worden overgedragen aan AGV.

Naar aanleiding van de vraag van mevr. Binnendijk zegt de voorzitter dat Rijnland zijn verantwoordelijkheid neemt voor deze keringen door in de komende jaren plannen voor versterkingen verder voor te bereiden. Mevrouw Van Duin verontschuldigt zich voor de passage in de Voorjaarsnota dat er al een keuze zou zijn  gemaakt over het boezemgemaal Spaarndam. De verschillende variante worden momenteel nog onderzocht en zullen voor het maken van een keuze aan de V.V. worden voorgelegd.

De voorzitter concludeert dat de commissie instemt het voorstel met positief advies en als hamerstuk voor te leggen aan de V.V.

3.5 Jaarrekening 2006

De voorzitter geeft de gelegenheid tot het stellen van vragen of opmerken over de aan de orde zijnde Jaarrekening 2006.

De heer Smits zegt er moeite mee te hebben dat het voordelige resultaat wordt overgeheveld naar het egalisatiefonds. Spr. zegt voorstander te zijn van direct uitkeren. Afgesproken wordt hier in een ander verband eens over van gedachten te wisselen.

De heer Van Warmerdam  vraagt of er met het voordeel dat is ontstaan door de vele vacatures rekening is gehouden in de begroting. Mevr. Van Duin antwoordt hierop dat er geen voordeel maar juist een nadeel is in verband met het inhuren van krachten. De voorzitter voegt hieraan nog toe dat in de zojuist behandelde ‘Voorjaarsnota’ is aangegeven dat dit voorkomen gaat worden.

De voorzitter concludeert dat de commissie instemt het voorstel met positief advies en als hamerstuk voor te leggen aan de V.V.

4. Overige punten: Ter kennisname

4.1  1e TUssentijdseRAPportage; periode jan. – april 2007

De heer Van Warmerdam  in formeert hoe het is afgelopen met de waterkering in Hazerswoude-Dorp. Volgens de voorzitter is alles onder controle en wordt er gewerkt aan het herstel van de waterkering.

Tevens merkt de heer Van Warmerdam op dat er in de rapportage niets wordt vermeld over het experiment bij de RWZI Zuidwest. Mevrouw Van Duin zegt toe hier in de volgende Turap op terug te komen.

De voorzitter concludeert dat de commissie instemt het voorstel met positief advies en als hamerstuk voor te leggen aan de V.V.

5. Verslag van de vergadering van 23 mei 2007 + actielijst

Tekstueel: Aandacht wordt gevraagd voor de juiste spelling van de namen van enkele leden van de commissie.

Het verslag wordt – met inachtneming van het vorenstaande - vastgesteld.

Naar aanleiding van:

De technische  vraag van de heer Van Warmerdam over de fout op de kaarten van de provincie was juist. In overleg met de provincie worden de kaarten aangepast.

6. Rondvraag

De heer Buijze merkt op dat in een prospectus over de KRW de oude benaming van gemeenten is gebruikt. Hiervan wordt nota genomen.

7. Sluiting

De voorzitter sluit de vergadering om 16.40 uur.   

 

 

Naar boven