Verslag commissie Waterkering en Waterzuivering 5 september 2007

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Home > Bestuur > Agenda´s en verslagen > Commissie Waterkering en waterzuivering > Verslag commissie Waterkering en Waterzuivering 5 september 2007

Verslag commissie Waterkering en Waterzuivering 5 september 2007

De onderliggende stukken van deze vergadering zijn te vinden bij: VV agenda 19 september 2007

Verslag

1. Opening

2. Mededelingen

3. Agendapunten VV 19 september 2007

3.1 Verzoek gemeente Katwijk om bijdrage in afkoppelen. 

3.2 Stedelijk Waterplan K5 gemeenten en afkoppelbijdrage wijk Stein in gemeente Vlist.

3.3 Kustverdediging Noordwijk; voorschot schadeuitkering paviljoenhouders strand Noordwijk.

Evaluatie Schouw

4. Overige punten: Ter kennisname 

5. Verslag 4 juli 2007

6. Rondvraag

7. Sluiting

1. Opening

Mevr. Rosendal opent om 13.30 uur de vergadering en deelt mee dat de heer Groen afwezig is in verband met diens aanwezigheid bij de activiteiten rondom de start van de versterking van de zeewering in o.a. Noordwijk. Zij deelt mee dat de heer Van Velsen later het voorzitterschap weer van haar zal overnemen. Voor wat betreft de agenda merkt zij op dat de presentatie “1e opzet integrale presentatie Schiphol” komt te vervallen.

2. Mededelingen

De voorzitter deelt mee dat bericht van verhindering is ontvangen van de heer Bremer.

Vervolgens deelt zij mee dat onlangs in NIPO-verband het ‘Landelijk Bestuursakkoord Waterketen’ is vastgesteld. In het akkoord vindt een verdere uitwerking plaats van kosteneffectieve, kostenbesparende en efficiëntere maatregelen op het terein van riolering. Zij zegt toe dat in een volgende vergadering op dit punt terug zal worden gekomen.

Tevens meldt zij de uitspraak van de Rechter waarbij Rijnland in het gelijk is gesteld tegen het opleggen van een dwangsom aan Schiphol wegens het verontreinigen van sloten als gevolg van “de-icing” van vliegtuigen. Spr. vindt de uitspraak een opsteker voor het Rijnlands beleid op het punt van de waterkwaliteit. Op een desbetreffende vraag van de heer Van Warmerdam antwoordt de secretaris dat de vordering in handen is gesteld van een Gerechtsdeurwaarder. Zij voegt daaraan nog toe dat door de positieve uitspraak een  belangrijk signaal wordt gegeven naar de buitenwereld.

3. Agendapunten V.V. 19 september 2007    

3.1  Verzoek gemeente Katwijk om bijdrage in afkoppelen

De voorzitter geeft een toelichting op het voorstel inzake het afkoppelen van 3,2 ha verhard oppervlak. Ten aanzien van het afkoppelen merkt spr. dat in 2003 door het bestuur over dit onderwerp is gesproken. Tevens vermeldt spr. nog dat er bij het afkoppelen veelal zuiveringsvoorzieningen worden aangebracht en dat er een aantal pilots lopen over afkoppelen die eind 2007 aflopen. De gemeente Katwijk heeft zelf, zo vervolgt spr., op eigen initiatief maar in overleg met Rijnland het initiatief genomen. Deze maatregel vormt ook een onderdeel van het waterplan van de gemeente Katwijk. Tevens wijst spr. op de relatie met de perikelen rondom “de blauwe vlag”.   

De voorzitter stelt hierna de leden in de gelegenheid over het voorstel op- en/of aanmerkingen te maken.

De heer De Jong zegt voorstander te zijn van dergelijke maatregelen. Spr. zegt zich wel af te vragen of er nog meer maatregelen genomen kunnen worden. Spr. zegt dat de op pagina 2 staande zinsnede “dat vrijwel alle maatregelen genomen zijn”, hem de indruk geeft dat er nog meer maatregelen mogelijk zijn. De voorzitter antwoordt dat dit niet het geval is. De maatregelen die genomen zijn hebben betrekking op de basisinspan-ningen.

De heer Janse noemt in zijn toelichting de problemen met grondsaneringen waardoor het niet lukt alles op tijd te realiseren.

De heer De Jong zegt met belangstelling uit te kijken naar de uitkomsten van de pilots. Op zijn vraag welke voordelen de  maatregelen opleveren voor Rijnland antwoordt de heer Janse dat dit moeilijk is te kwantifice-ren. De secretaris voegt hieraan nog toe dat de maatregelen zijn genomen op basis van landelijke normen. Wel kunnen de maatregelen effect hebben op het achterwege blijven van investeringen. Op de vraag van de heer De Jong of de gemeente nog verder gaat dan de genoemde 20% antwoordt de voorzitter dat zowel de  gemeente als Rijnland uitgaan van 20%.

De heer Van Warmerdam vindt ook dat het nemen van dergelijke maatregelen een positieve bijdrage levert aan de waterkwaliteit. Op zijn vraag of er nog meer van dergelijk aanvragen komen antwoordt de voorzitter dat er in de toekomst meer aanvagen zullen worden ingediend in het kader van de waterplannen. Tevens vraagt de heer Van Warmerdam te kijken naar de verdeling tussen de bijdrage Rijnland en gemeente. De heer Janse zegt dat de gemeente zich heeft gebaseerd op oude cijfers.

De heer Buijze spreekt zijn twijfel uit over het effect van het afkoppelen op de waterkwaliteit. De voorzitter geeft toe dat het slechts een bijdrage is.

De heer Schouffoer zegt te hebben begrepen dat de bijdrage is gebaseerd op cijfers van omliggende water-schappen die voor het afkoppelen een regeling hebben vastgesteld. Spr. zegt ook akkoord te gaan en stelt voor het voorstel als hamerstuk in de VV te behandelen.

De heer Buijze  zegt daar geen voorstander van te zijn.

De heer Smits zegt dat  hij graag van te voren een evaluatie had gehad. Hierop antwoordt de secretaris dat dit zo is gedaan om de voorgedane kans te benutten.   

De heer Smits stelt de vraag of het nadelige effect van riolering op de waterkwaliteit niet wordt veroorzaakt door achterstallig onderhoud. In dat geval zou een bijdrage worden gegeven om achterstallig onderhoud weg te werken. Spr. stelt dat de bijdrage expliciet de meerkosten voor het afkoppelen betreffen en geen relatie hebben met achterstallig onderhoud.

Volgens de heer De Jong is dat hier niet aan de orde omdat er wordt afgekoppeld van een bestaand gemengd rioolstelsel. Tevens vraagt hij zich af of Rijnland van de gemeente kan eisen een gescheiden stelsel aan te leggen. De heer Janse voegt hieraan nog toe dat de problematiek rondom het vervangen van riolering landelijk (Rioned) wordt bekeken. In dit geval betaalt Rijnland alleen een deel van de afkoppeling.

De heer Zandwijk zegt dat hij bij de uitvoering heeft gezien dat men ook gelijktijdig andere werken uitvoert. Spr. vraagt of dit niet vertragend werkt. De voorzitter geeft toe dat bij het uitvoeren van werkzaamheden aan riolering vaak andere werken meelopen. Dit zgn. “werk met werk maken” komt veel voor en wordt meestal gedaan uit een oogpunt van efficiency. In een aantal gevallen zal dit leiden tot vertraging in de uitvoering van werkzaamheden.

De heer Van Warmerdam informeert of er bij het afkoppelen ook gekeken wordt naar het profiel van de straat. De heer Schouffoer zegt dit een interessante opmerking te vinden en adviseert dit aspect te betrekken bij het opstellen van waterplannen.

De voorzitter concludeert dat de commissie akkoord gaat met het voorstel en dat op aangeven van de heer Buijze wordt besloten het voorstel niet als hamerstuk te agenderen.

3.2 Stedelijk Waterplan K5 gemeenten en afkoppelbijdrage wijk Stein in gemeente Vlist

De voorzitter licht toe dat het voorstel alleen betrekking heeft op het ten noorden van de Hollandsche IJssel gelegen gedeelte van Haastrecht (gemeente Vlist) en dat het gaat om één maatregel.

De voorzitter stelt hierna de leden in de gelegenheid over het voorstel op- en/of aanmerkingen te maken.

De heer De Jong vraagt of het subsidiebeleid (en de subsidie) van de andere betrokken waterschappen gelijk is aan die van Rijnland. De heer Bogaard antwoordt dat dit met de andere waterschappen is afgestemd. 

De voorzitter concludeert dat de commissie instemt het voorstel met positief advies en als hamerstuk voor te leggen aan de V.V.

3.3 Kustverdediging Noordwijk; voorschot schadeuitkering paviljoenhouders strand Noordwijk

Op verzoek van de voorzitter geeft de heer Zonneveld een toelichting op het aan de orde zijnde voorstel.  

Hierbij geeft hij aan dat de door de kustverdedigingswerken ontstane schade wordt vergoed op basis van de Verordening Schadevergoedingsregeling Rijnland 2005. Involge deze regeling beoordeelt een (schade)adviescommissie de geclaimde schade. Spr. vermeldt dat de schade in beeld is gebracht door de Grontmij/Marktplan Adviesgroep. De daarbij gehanteerde methode heeft de instemming van Rijnland. Het definitieve schadebedrag zal worden vastgesteld door de adviescommissie en zal daarna het gebruikelijke bestuurlijke traject doorlopen. Tevens vermeldt spr. nog dat de totale kosten van de schadevergoeding in de subsidie zit die Rijnland krijgt van het Rijk. Spr. deelt vervolgens mee dat met de ondernemers die schade lijden is afgesproken dat aan hen bij aanvang van de werken een voorschot ad 75% van de te lijden schade zal worden verleend. Bij het verlenen van het voorschot wordt het voorbehoud gemaakt dat het voorschot te allen tijde is terug te vorderen en dat aan het verlenen van het voorschot geen aanspraken kunnen worden ontleend.

De heer Buijze informeert of het voorschot te allen tijde is terug te vorderen. Spr. zegt te doelen op de situatie dat een paviljoenhouder is verdwenen. Volgens de heer Zonneveld is het voorschot dan opvorderbaar.

Hierna vindt een discussie plaats over de vraag of de VV dan geen besluit moet nemen over het verlenen van de  voorschotten. De voorzitter zegt toe dat zal worden nagegaan wiens bevoegdheid het is om over voorschotten te besluiten.

De heer Zonneveld merkt nog op dat de factor tijd een belangrijke rol speelt bij deze aangelegenheid. Hij  verwijst daarbij naar de toezegging aan de gedupeerde paviljoenhouders dat zij bij aanvang van de werk-zaamheden een vergoeding van de te lijden schade zouden krijgen. De secretaris zegt dat de belangen die hierbij een rol spelen noodzaken om tot uitkering van de voorschotten over te gaan.

De voorzitter concludeert dat de commissie kennis neemt van de mededeling. Om pragmatische redenen heeft de commissie geen bezwaar tegen de voorgestelde werkwijze. Zij onderkend het belang van een tijdige betaling  van de gevraagde voorschotten, mede gelet op de ter zake met de gedupeerde paviljoenhouders gemaakte afspraken.

Om 14.30 uur neemt de heer Van Velsen het voorzitterschap van mevr. Rosendal over.

Evaluatie Schouw

Op uitnodiging van de voorzitter begint de heer Hoogland, met assistentie van de heer Smit, met de presentatie ‘Evaluatie Schouw”.

Bij aanvang van de powerpoint-presentatie (de sheets zijn bij het verslag gevoegd) deelt de heer Hoogland mee dat deze betrekking heeft op de in 2006 gehouden schouw.

De presentatie geeft een totaalbeeld van de schouw over 2006. Tevens worden daarin voorstellen gedaan met als doel een nog efficiëntere wijze van schouwen te bewerkstelligen. De heer Hoogland geeft aan dat één van de maatregelen is het achterwege laten van de zgn “waarschuwingsbrief”.

Volgens de heer Smits is destijds in de commissie bij de behandeling van de Keur/Nota van Handhaving afgesproken dat altijd een waarschuwing wordt verzonden aan degene die niet aan zijn onderhoudsplicht heeft voldaan. De voorzitter zegt toe dat dit zal worden nagegaan. Tevens stelt hij voor deze “koerswijziging” nader te beargumenteren!

Op de desbetreffende vraag van de heer De Jong antwoordt de heer Smit dat de recidivisten dit jaar nog een brief krijgen.

Tevens vraag de heer De Jong of het mogelijk is iemand op basis van de Nota Handhaving in afwijking van de normale schouwdata aan te schrijven. De heer Smit zegt dat dit altijd mogelijk is op grond van de Keur.

De secretaris merkt naar aanleiding van het voornemen bij de schouw geen waarschuwingsbrief maar gelijk een aankondiging bestuursdwang te zenden op dat als je uit gaat van het gegeven dat bijna iedereen weet wanneer men aan zijn schouw-/onderhoudsverplichting moet voldoen, er eigenlijk weinig beletselen zijn om hiertoe over te gaan. In dit verband merkt de heer Smit nog op dat gekeken is bij andere waterschappen. Bij een aantal wordt de waarschuwingsbrief ook niet meer gebruikt. Tevens merkt spr. op dat de Flora- en Faunawet een belangrijke (belemmerende) rol speelt bij het schouwen. De secretaris voegt hier nog aan toe dat deze maatregel wel leidt tot een vermindering van de benodigde capaciteit, tot efficiëncy en duidelijkheid naar de buitenwacht.

De heer Smits zegt het onverstandig te vinden geen waarschuwingsbrief meer te zenden. Hij zegt voorstander te zijn om mensen te wijzen op hun onderhoudsverplichting.

De heer Schouffoer zegt een voorstander te zijn van een professionele handhaving. Hij zegt tevens in te stemmen met een krachtige aanpak van notoire nalatigen en geen onderscheid te maken bij overheden.

Met betrekking tot de recidivisten stelt spr. bij wijze van tussenoplossing voor aan hen een foldertje te zenden waarin de consequenties staan aangegeven.

Op een desbetreffende vraag van de heer De Jong antwoordt de heer Smit dat men altijd uitstel kan vragen maar dat dit wel tijdig moet worden gevraagd. De heer De Jong doet de suggestie de mogelijheid tot uitstel te vermelden in de aankondiging.

De secretaris zegt te constateren dat over de handelwijze bij recidivisten instemming bestaat. Voor wat betreft het nalaten van de waarschuwingsbrief merkt zij op dat dit wel een flinke bezuiniging oplevert.

De heer Buijze zegt voorstander te zijn van strikte handhaving.

De heer Hoogland wijst op de mogelijkheid dat in sommige akkerbouwpolders het schouwen zonder problemen een jaar kan worden overgeslagen.

De heer Zandwijk vraagt naar eventuele problemen die de schouwdata geeft in de gebieden met bollenteelt. De voorzitter zegt dat dit via uitstel kan worden opgelost.

De secretaris zegt toe dat het verslag van de vergadering waarin volgens de heer Smit besloten is om  waarschuwingsbrieven te zenden zal worden opgezocht. Een toelichting op de werkwijze voor 2007 en de besluitvorming zal bij de VV-stukken worden aangeleverd. Dit zal eerst met de heer Groen als portfeuillehouder worden besproken..

De voorzitter bedankt de heren Hoogland en Smit voor hun presentatie.

4. Overige punten: Ter kennisname

Geen.

5. Verslag van de vergadering van 23 mei 2007 + actielijst

Tekstueel: punt 3.3, 2e alinea, laatste zin. De heer Van Warmerdam geeft aan dat hij geen aandacht heeft gevraagd voor het deel van de Spaarndammerdijk, gelegen tussen Velserbroek- Spaarndam-Oost maar dat hij heeft gevraagd om “informatie over het risico van overstroming van de buitendijkse gebieden en of de ingelanden aldaar dezelfde omslag betalen. De secretaris zegt toe deze vraag als technische vraag te laten beantwoorden.     

Het verslag wordt – met inachtneming van het vorenstaande - vastgesteld.

Naar aanleiding van:
Geen.

6. Rondvraag

De heer Buijze zegt dat er een onderzoek is geweest over een verhoging van de kade (De Vossenlaan) te Hillegom. De kade blijkt slecht te zijn en er zou een reëel gevaar bestaan voor overstroming. Over deze kwestie heeft iemand aan Rijnland een brief gestuurd. Betrokkene heeft alleen een ontvangstbevestiging van de brief gekregen. De voorzitter zegt dat dit zal worden uitgezocht.

De heer Buijze informeert  naar de reactie op de brief van Van Leeuwen. Spr. zegt daar nooit iets van te hebben gezien. Volgens de voorzitter zou dit wel gebeuren en zegt toe dat dit zal worden nagegaan. 

De heer Van der Weijden zegt dat de laatste keer de uitnodiging voor ‘het agrarisch beraad’ niet is  verzonden. De voorzitter adviseert over dit punt contact op te nemen met de heer Nomen.

7. Sluiting

De voorzitter sluit de vergadering om 15.30 uur.   

Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Waterkering en Waterzuivering van 17 oktober 2007.

 

Naar boven