Verslag Commissie Waterkering en Waterzuivering 17 oktober 2007

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Home > Bestuur > Agenda´s en verslagen > Commissie Waterkering en waterzuivering > Verslag Commissie Waterkering en Waterzuivering 17 oktober 2007

Verslag Commissie Waterkering en Waterzuivering 17 oktober 2007

1. Opening

2. Verslag van de vergadering van 5 september 2007 + actielijst

Actiepuntenlijst

3. Mededelingen

4. Agendapunten V.V. 31 oktober 2007

4.1  Krediet voor investeringen en toetsen van de niet-waterkerende objecten in primaire waterkeringen

4.2 Tussenbericht begroting 2008 - 2012

4.3 Krediet menginstallatie Zegerplas

4.4 Overeenkomst kostenverdeling en uitvoeringskrediet aanleg Tweede Zoetermeerleiding

4.5 Evaluatie overstorten en ongerioleerde lozingen

4.6 2e Tussentijdse rapportage 2007 (TURAP)

4.7 Bestuursakkoord Waterketen 2007

5. Rondvraag

6. Sluiting

1. Opening

De heer Groen opent om 14.07 uur de vergadering en deelt mee dat aan de agenda als extra punt is  toegevoegd het ‘Bestuursakkoord Waterketen 2007’. Hij deelt vervolgens mee dat bericht van verhindering is ontvangen van mevr. Manni-Bersee en de heren Zandwijk en Bremer.

2. Verslag van de vergadering van 5 september 2007 + actielijst

Mw. Binnendijk excuseert zich voor het feit dat ze zonder kennisgeving afwezig was. De heer Buijze miste de pagina’s 2 en 4, die worden voor hem gekopieerd.

Tekstueel: - 

N.a.v.: punt 3.3. De heer Buijze zegt benieuwd te zijn of de voorschotten al verleend zijn en vraagt tevens of de paviljoenhouders daar zelf om hebben verzocht.. Tevens informeert hij of er nog een (juridisch) advies komt over de gevolgde procedure. Op de eerste vraag antwoordt de voorzitter dat de voorschotten nog niet zijn betaald en dat de betreffende paviljoenhouders zelf hebben verzocht om een voorschot op de door hun te lijden schade. De verzoeken zijn door een extern bureau beoordeeld en ook in handen gesteld van de schadecommissie van Rijnland. Voor wat betreft het antwoord op de tweede vraag verwijst de voorzitter naar de per email toegezonden memo. 

De heer Warmerdam zegt vraagtekens te blijven houden bij de gang van zaken omdat DH een besluit heeft genomen over iets waartoe de VV bevoegd is. Hij geeft als suggestie om dergelijke gevallen tussentijds aan de VV voor te leggen. De voorzitter zegt toe dat in het vervolg de formele procedure zal worden gevolgd.

Het verslag wordt  vervolgens vastgesteld.

Actiepuntenlijst

Betrekken profielhoogten van wegen bij opstellen Waterplannen

Naar aanleiding van een desbetreffende vraag licht de secretaris toe dat hier aandacht voor is bij het opstellen van Waterplannen. Volgens mw. Rosendal wordt  deze maatregel al toegepast in de wijk ‘De Kooy’ in Leiden.

Verstrekken info over risico van overstroming van de buitendijkse gebieden langs Spaarndammerdijk en of de ingelanden aldaar dezelfde omslag betalen.

De heer Van Warmerdam zegt op het eerste deel van zijn vraag over de Spaarndammerdijk wel een antwoord te hebben gekregen maar over het tweede deel, of de ingelanden aldaar dezelfde omslag gaan betalen, nog niet.

De voorzitter vraagt aan de heer Van Velsen of hij deze vraag kan beantwoorden. In zijn antwoord geeft de heer Van Velsen  aan dat er thans op grond van de huidige wetgeving geen differentiatie in de omslag mogelijk is. In de nieuwe Waterschapswet wordt die mogelijkheid wel geboden. Spr. verwijst naar de voor 21 november a.s. geplande informatieve VV waar dit punt ongetwijfeld aan de orde komt.    

Onderzoek verhoging waterkering (De Vossenlaan in Hillegom)

De heer Buijze zegt wel problemen te hebben met de be-/afhandeling van deze kwestie. In het voorjaar van 2006 heeft Rijnland de woonbootbewoners aangekondigd dat zij opstallen e.d. bij de woonboten moeten verwijderen en ze weten nu nog steeds niks. Dit terwijl er 1,5 jaar geleden is gezegd dat er sprake is van een onveilige situatie. De voorzitter geeft toe dat deze aangelegenheid door Rijnland communicatief niet correct is behandeld. Hij zegt toe dat hier op korte termijn uitsluitsel over wordt gegeven. Daarnaast  kondigt hij aan dat er een info-avond zal worden belegd voor betrokkenen.

3. Mededelingen

Aanvraag vergunningen voor renovatie Grote sluis te Spaarndam

De voorzitter deelt mee dat om tijdwinst te behalen de voor de renovatie van de Grote sluis in Spaarndam benodigde vergunningen reeds zijn aangevraagd. In het kader van de vergunningprocedure zullen binnenkort publicaties verschijnen in plaatselijke bladen. Van de zijde van zowel de provincie als de gemeente is toegezegd dat zij de procedure van de vergunningverlening met voortvarendheid zullen uitvoeren.

Spr. zegt dat bij Rijnland tevens het idee bestaat om met de mensen ter plaatse te gaan communiceren,waarbij gedacht wordt aan een info-avond. De heer Van Warmerdam vindt dit een goed idee en adviseert hier niet te lang mee te wachten. Dit ter voorkoming van bezwaren. De voorzitter zegt aan dit punt aandacht te schenken.   

Invliegen gegevens legger waterkeringen  

De voorzitter meldt dat de gegevens van de legger voor het watersysteem ook gebruikt kunnen worden voor de legger van de waterkeringen. Dit betekent dat de legger voor de waterkeringen wel kan worden opgesteld (m.u.v. regio Schiphol). Tegen de opdrachtnemer voor de waterkeringen, die niet aan zijn opdracht kan vol-doen, worden stappen ondernomen. Tevens meldt spr. dat de opdrachtnemer ook slechts gedeeltelijk is betaald.

De mededelingen worden voorkennisgeving aangenomen.

4. Agendapunten V.V. 31 oktober 2007
      

4.1  Krediet voor investeringen en toetsen van de niet-waterkerende objecten in primaire waterkeringen

De voorzitter geeft in zijn toelichting op het voorstel aan dat het krediet is opgesplitst in 2 delen, t.w. een deel voor het inwinnen van de benodigde gegevens voor de toetsing en een deel voor het uitvoeren van de daadwerkelijke toets.

Hierna stelt hij de leden in de gelegenheid over het voorstel vragen te stellen of op- en/of aanmerkingen te maken.

De heer De Jong vraagt of de gegevens die hier worden bedoeld hetzelfde zijn als die hiervoor aan de orde zijn geweest en of die hiervoor ook kunnen worden gebruikt.

Mw. Binnendijk zegt niet te begrijpen dat, zoals in het voorstel staat aangegeven, het niet bekend is welke  objecten in de waterkeringen zitten.

De heer Van Warmerdam vraagt wanneer het vervolgkrediet wordt gevraagd. Ook vraagt hij wat wordt bedoeld met kabels die door Rijnland worden beheerd. Ook is het hem niet duidelijk wanneer waterkeringen wel of niet veilig zijn.

De heer Buijze zegt het vreemd te vinden dat op blz. 4 bij punt 1.5.4 van het Plan van aanpak wordt gesproken over het “Vaststellen van randvoorwaarden categorie C-keringen” terwijl die randvoorwaarden pas eind 2008 door het Rijk beschikbaar worden gesteld. De voorzitter zegt dat hierover in Unieverband al is gesproken met het Rijk maar dat dit niet heeft geleid tot een snellere levering van de randvoorwaarden.

De gestelde vragen worden door de heer v/d Berg als volgt beantwoord:

Vraag heer De Jong: Het hier gaat om kabels in de dijk. Deze kunnen niet met een helikopter in kaart worden gebracht. 

Vraag mevr. Binnendijk: Het hier gaat om de ontbrekende gegevens, zoals kabels en leidingen, dus zaken die juist niet bekend zijn en ook moeilijk te zien.

Vragen heer Van Warmerdam: Het vervolgkrediet zal volgend jaar worden gevraagd. Met de bij Rijnland in beheer zijnde leidingen wordt in hoofdzaak bedoeld de persleidingen. Voor de elektriciteitskabels zullen de energieleveranciers worden aangeschreven. Het wel of niet veilig zijn van een waterkering wordt getoetst aan 1. de waterkerende toestand 2. een stabiliteitstoets en 3. de toestand van de aanwezige kunstwerken.

Vraag heer Buijze:  Erkend wordt dat het Rijk uitermate traag is met het leveren van de randvoorwaarden.

De heer De Jong informeert of Rijnland voor leidingen in waterkeringen ook precario heft. Volgens spr. doen veel gemeenten dit wel en schijnt het een leuke bron van inkomsten te zijn. De voorzitter zegt toe dat dit zal worden nagegaan. 

De voorzitter concludeert dat de commissie instemt het voorstel met positief advies en als hamerstuk voor te leggen aan de V.V.

4.2 Tussenbericht begroting 2008 - 2012

Op uitnodiging van de voorzitter geeft de heer Van Velsen een toelichting op het  voorstel. 

De voorzitter stelt hierna de leden in de gelegenheid tot het stellen vragen en het maken van op- en/of aanmerkingen.

Mevrouw Binnendijk vraagt of het op de Monumentenlijst zetten van het gemaal Katwijk effect heeft op de aangevraagde vergunningen c.q. op de bouwkosten van het nieuwe gemaal. De heer Van Velsen geeft een toelichting op de procedure bij de aanwijzing van een object voor de Monumentenlijst en zegt dat dit geen effect heeft op de plannen. Tevens, zo vervolgt spr., blijft het huidige gebouw intact blijft en zijn alle benodigde vergunningen al verleend.

De heer Van Warmendam vraagt of de kosten van de op blz. 11 genoemde ‘Renovatie Spaarndammerdijk’ niet worden gedekt door het Rijk en hij in dat verband de dekking mist in het stuk. De voorzitter licht toe dat het hier gaat om een aankondiging van projecten met een C-status.

De voorzitter concludeert dat de commissie instemt het voorstel met positief advies en als hamerstuk voor te leggen aan de V.V.

4.3 Krediet menginstallatie Zegerplas

Mevr. Rosendal geeft een toelichting op het voorstel en vermeldt daarbij dat door de V.V. in september 2006 een voorbereidingskrediet beschikbaar is gesteld. Tevens vermeldt spr. dat de gemeente Alphen aan den Rijn de provincie Zuid-Holland de aanleg van de menginstallatie mede-financieren en dat bij het bepalen van de keuze van de installatie de ervaringen die zijn opgedaan bij twee andere installaties zijn meegenomen.

De voorzitter stelt hierna de leden in de gelegenheid tot het stellen vragen en het maken van op- en/of aanmerkingen.

De heer Buijze vindt het een sympathiek maar moeilijk leesbaar voorstel. Hij zegt dat uit het voorstel niet valt op te maken of de aanlegkosten in het krediet zitten. Tevens vraagt hij zich af hoe de financiering van de 2 andere installaties waar naar wordt verwezen in het voorstel, heeft plaatsgevonden. Ook vindt hij het vreemd dat de bijdragen van de gemeente en provincie vast staan en van Rijnland niet. Komen tegenvallers dan voor rekening van Rijnland? Daarnaast zegt spr. bang te zijn voor precedentwerking. Er zal ongetwijfeld belangstelling zijn van anderen voor dergelijke installaties. Tevens vraagt hij hoe dit in het verleden is geregeld. Spr. besluit met de opmerking dat hij het voorstel ad hoc vindt overkomen. 

De heer v/d Weijden vraagt hoe hoog de explotatiekosten zijn en of er nog meer van dergelijke projecten te verwachten zijn

De heer Van Warmerdam zegt blij te zijn dat dit project naar voren is gehaald. Hij vraagt of de bedrijven die de installaties hebben geleverd in de Nieuwe Meer en de Haarlemmermeerse Bosplas ook betrokken zijn geweest bij de voorbereiding van deze installatie.  

Mevr. Binnendijk zegt hier voorstander van te zijn omdat Rijnland waterkwaliteitsbeheerder is en hoopt dat de menginstallatie aan de verwachtingen zal voldoen.

Antwoord op vraag heer Buijze 

Mevr. Rosendal merkt op dat het gebruik van menginstallatie niet uit de lucht komt vallen maar is gebaseerd op  het WBP. Het gaat hier om de bestrijding van blauwalgen. Zij geeft toe dat Rijnland weliswaar geen beheerder is van zwemwater maar wel waterkwaliteitsbeheerder. Van een ad hoc beslissing is hier dan ook geen sprake. Op de vraag hoe de financiering van de beide andere installaties heeft plaatsgevonden antwoordt de secretaris dat de installatie ‘Nieuwe Meer’ geheel door Rijnland is betaald en die in de ‘Haarlemmermeerse Bosplas’ met mede-financiering van de gemeente en provincie. De provincie Zuid- Holland financiert mee aan de installatie inde Zegerplas vanuit het oogpunt van innovatie. Van de provincies is voor andere installaties geen bijdrage meer te verwachten.

Op uitnodiging van de voorzitter vermeldt de heer De Rijk nog dat dempen van een plas geen oplossing is om van blauw algen af te komen. De heer Heuzen  geeft nog een toelichting op het verschil in gebruikte technie-ken. Het voordeel van dit systeem is dat het beschikt over een regelaar die zorgt dat ieder beluchtingspunt dezelfde waterstraal krijgt.

Mevr. Rosendal geeft aan dat uiteindelijk € 550.000,-- ten laste van Rijnlands begroting komt. Tevens meldt zij dat voor dit bedrijf is gekozen omdat zij het patent hebben op dit systeem. De heer Buijze zegt dat het wat hem betreft onduidelijk blijft.

De heer Van Velsen stelt voor het besluit door middel van een nota van wijzigingen aan te passen teneinde de kostenverdeling te verduidelijken. 

Mevr. Rosendal besluit met de constatering dat Rijnland als kwaliteitsbeheerder zijn verantwoordelijk neemt bij het bestrijden van de blauwe alg en daarbij zoekt naar mede-financiering.

De voorzitter concludeert dat de commissie, met aantekening van de twijfels die de heer Buijze hierover  heeft, instemt het voorstel met positief advies en als hamerstuk voor te leggen aan de V.V.

4.4 Overeenkomst kostenverdeling en uitvoeringskrediet aanleg Tweede Zoetermeerleiding

De voorzitter stelt de leden in de gelegenheid tot het stellen vragen en het maken van op- en/of aanmerkingen.

De heer Van Warmendam vraagt hoe het komt dat er 4 jaar is gedelibreerd over de verdeling van de kosten.

Op uitnodiging van de voorzitter antwoordt de heer Smit dat dit is veroorzaakt door de discussie over grensoverschrijdend afvalwater. Spr. vermeldt nog dat het resultaat van de aanbesteding niet tegen viel.

De voorzitter concludeert dat de commissie instemt het voorstel met positief advies en als hamerstuk voor te leggen aan de V.V.

4.5 Evaluatie overstorten en ongerioleerde lozingen

Mevr. Rosendal geeft een toelichting op het voorstel. Spr. zegt dat vorig jaar een voortgang van de sanering van ongezuiverde lozingen is gepresenteerd en nu dan één van de sanering van overstorten en ongerioleerde lozingen. Tevens meldt spr. dat kan worden geconcludeerd dat over de hele linie de peildatum van 31 december 2006 niet is gehaald. Verwacht wordt wel dat rond 2010 alle overstorten zijn gesaneerd.

De voorzitter stelt de leden in de gelegenheid tot het stellen vragen en het maken van op- en/of aanmerkingen.

Gestelde vragen

De heer Van Warmerdam zegt dat de evaluatie een helder inzicht geeft in wat er nog allemaal moet gebeuren. Spr. zegt het inspanningspercentage van 42 % wel laag te vinden en vindt dat een aantal lozingen wellicht door handhaving is te verbeteren.  Tevens zou spr. graag antwoord willen hebben op de volgende vragen:

a. Welke maatregelen moet Rijnland nog nemen?

b. Wat wordt verstaan onder buitengebied?

c. Hoe staat het met de samenwerking met Rijk/gemeenten?

d. Wanneer komt er Rijksbeleid?

e. Waarom krijgende gemeenten Gouda en Haarlemmermeer zo lang de tijd om orde op zaken te stellen?

f. Gaat Rijnland gemeenten strenger aanpakken?

Mevr. Binnendijk betreurt het dat gemeenten zo achterlopen en vraagt zich af of Rijnland niet harder moet/kan optreden. Spr. vraagt ook of er nog aandacht wordt besteed aan de subsidieregeling en of het overschot niet alsnog kan worden aangewend. Tevens vraagt zij wat onder saneren moet worden verstaan.

De heer v/d Weijden vraagt wat het effect van grote neerslag is op de werking van overstorten.

De heer Buijze zegt te hebben gelezen dat 2 fusiegemeenten geen rioleringsplan hebben. Spr. beveelt aan dit onder de aandacht te brengen van de raadsleden van de betreffende gemeente zodat deze kwestie kan worden opgepakt. Tevens mist spr. in de evaluatie het nadelige effect van de overstort in Katwijk op de volksgezond-heid.

Antwoord op vragen

Mevr. Rosendal zegt dat de oorzaak van de vertraging moet worden gezocht in het feit dat men tegenwoordig in hoofdzaak aandacht heeft voor meer duurzame oplossingen.

De heer Janse zegt dat onder saneren wordt verstaan “dat de overstort voldoet aan de eisen”.  Op de vraag van de heer Warmerdam wat onder risicovolle overstorten wordt verstaan antwoordt de heer Janse dat er dan sprake is van gevaar voor de gezondheid van mens en dier.

De heer De Jong vindt het een vrij ruime formulering.

Mevr. Rosendal vermeldt nog dat er altijd overstorten zullen blijven bestaan.

In aansluiting daarop wijst de secretaris op dat het Rijksbeleid uit gaat van:

1. Het emissiespoor, dit betreft het terugdringen van de vuilemissie met 50 %, dus geen nullozing.

2. Waterkwaliteitsspoor, waarbij de invloed van de vuiluitworp op het ontvangende water getoetst wordt.

Als antwoord op de vraag over de onduidelijkheid van de verantwoordelijkheden zegt mevr. Rosendal dat de gemeente verantwoordelijk is voor de uitvoering en Rijnland toets ten aanzien van het waterkwaliteitsspoor.

De heer Janse zegt dat het lozen op Rijkswater is geregeld in het landelijk Lozingsbesluit en dat er goed overleg is tussen Rijnland, de gemeenten en het Rijk.

Op de vraag over het handhaven antwoordt mevr. Rosendal dat dit al wordt gedaan. Zelfs terwijl Rijnland bezig is met het opstellen van een Waterplan voor de gemeente in kwestie. 

Mevr. Binnendijk merkt op dat het natuurlijk wel vreemd is dat Rijnland zijn rwzi’s wel op orde heeft maar de gemeenten de rioleringen niet. Spr. vraagt of er geen pressiemiddelen zijn richting de gemeenten om hun rioleringen op orde te maken. De secretaris deelt mee dat dit nu nog wel mogelijk is maar dat Rijnland door de nieuwe Waterwet de pressiemogelijkheid kwijt raakt.

Op de vraag wat onder het buitengebied wordt verstaan antwoordt mevr. Rosendal dat dit het gebied is  gelegen buiten de bebouwde kom.

Op de vraag waarom bij de gemeenten Gouda en Haarlem een lange termijn is gegeven antwoordt de heer Janse dat dit verband houdt met het Waterplan van die gemeenten. Daarin zijn de nodige afspraken op het gebied van lozingen/rioleringen vastgelegd.

De algemene conclusie is dat er te weinig wordt geïnvesteerd door de gemeenten.

De heer Buijze  stelt voor de communicatie over deze kwestie niet alleen onder de aandacht te brengen van  de geëigende contacten maar deze evaluatienota ook toe te zenden aan de raadsleden. De voorzitter zegt dit een goed voorstel te vinden. 

Op de vraag wat het effect van veel neerslag is op lozingen antwoordt mevr. Rosendal dat het voordeel van veel neerslag is een goede doorspoeling plaats vindt.

De heer Van Warmerdam vraagt nog of er gemeten wordt bij overstorten. De heer Janse zegt dat wel het

aantal keren dat de overstort inwerking treedt wordt geregistreerd maar niet de kwaliteit van het geloosde rioolwater. Voor belangrijke overstorten is in de vergunning voorgeschreven dat er gemeten moet worden.

De voorzitter concludeert dat de commissie instemt het voorstel maar dat wordt besloten het voorstel niet als  hamerstuk voor te leggen aan de V.V.

4.6 2e Tussentijdse rapportage 2007 (TURAP)

De voorzitter stelt de leden in de gelegenheid tot het stellen vragen en het maken van op- en/of aanmerkingen.

De heer De Jong vindt het een helder stuk. Spr. zegt wel dat de met rood aangegeven punten hem zorg baren en verzoekt daar de nodige aandacht aan te schenken. De voorzitter zegt dat het college die zorg deelt.

Mevr. Binnendijk zegt problemen te hebben met het niet halen/uitvoeren van de geplande investeringen.

De heer Van Warmerdam zegt niet te begrijpen hoe men komt tot een afnameverplichting van 4%. Deze wordt niet behaald en er wordt toch een groene smiley gegegeven. Het op verzoek van de secretaris gegeven antwoord van de heer Knaapen op deze vraag luidt als volgt: De afnameverplichting is de hoeveelheid afvalwater (inclusief hemelwater) die een gemeente maximaal mag aanbieden. Rijnland verplicht zich deze hoeveelheid te verwerken. Concreet betekent dit dat de capaciteiten van rioolgemalen en afvalwater-zuiveringsinstallaties voldoende moet zijn om aan de afnameverplichting te voldoen. De afnameverplichting wordt vastgelegd in aansluitvergunningen. In een inhaalslag worden in 2007 aansluitvergunningen vastgesteld voor gemeenten die dat nog niet hadden. Eind 2007 hebben dus alle gemeenten een aansluitvergunning.

Omdat capaciteiten van objecten (met name rioolgemalen, als gevolg van vervuiling van persleidingen)  kunnen teruglopen, moet jaarlijks de actuele capaciteit worden gemeten. Op basis daarvan kan dan het actuele tekort aan capaciteit worden vastgesteld. Dat kan leiden tot onderhoudsacties. Daar waar

rioolgemalen (of awzi’s) substantieel tekort vertonen zal renovatie nodig zijn. Door het nieuwbouw- en renovatieprogramma voor awzi’s en rioolgemalen (sinds 2002 loopt een grootschalig renovatieprogramma van rioolgemalen)  worden structurele tekorten in capaciteit opgeheven. Op basis van dat programma is in de begroting 2007 opgenomen dat het tekort maximaal 4 % mag zijn. Daarbij is destijds uitgegaan van aannames m.b.t. de afnameverplichting. De verwachting is dat eind 2007 het tekort hooguit 4 % zal zijn (vandaar de groene smiley).

Tevens zegt de heer Van Warmerdam de op blz. 24 gegeven toelichting op punt 7 ten aanzien van de achterstand in bollenvergunningen erg summier te vinden en vraagt om nadere toelichting. Mevr. Rosendal antwoordt hierop dat dit komt omdat voorrang is gegeven aan de problematiek rondom de emissie bij boom- en vaste plantenteelt. Spr. verwijst naar de agenda van de VV van 31 oktober a.s. waar deze problematiek aan de orde wordt gesteld.

Spr. vraagt wat bedoeld wordt met Risicomanagement koppelen aan weerstandsvermogen.  

De heer Van Velsen deelt in dit verband mee dat begin volgend jaar een aanpak van de risicoposten wordt besproken in de VV.    

4.7 Bestuursakkoord Waterketen 2007

Mevr. Rosendal licht toe dat het doel van de betrokken partijen, i.c. de drinkwaterbedrijven, gemeenten en waterschappen, is te komen tot optimalisatie van de waterketen. Rijnland zelf is op verschillende manieren bezig met de Waterketen. Tevens vermeldt spr. nog de bestaande structurele samenwerking met gemeenten op dit punt. Daarnaast zal er nog moeten worden geïnventariseerd.

De secretaris deelt mee dat in een volgende VV hierop nog wordt teruggekomen. Ook zal dit punt op de agenda komen van de voor 21 november a.s. geplande informatieve VV.

5. Rondvraag

De heer v/d Weijden zegt uit wel ingelichte bron te hebben vernomen dat als vervanging van de te vernieuwen brug in De Kwakel te Nieuwveen (gemeente Nieuwkoop) een dam wordt gelegd zonder duiker. Spr. informeert wat hier bij Rijnland van bekend is. Volgens de voorzitter komt er een noodbrug (pontonbrug). De voorzitter zegt dat dit zal worden uitgezocht.

6. Sluiting

De voorzitter sluit de vergadering om 16.20 uur.   

 

 

Naar boven