woensdag 16 januari 2008, aanvang 14.00 uur, Archimedesweg 1 te Leiden, D&H-kamer.
De onderliggende stukken van deze vergadering kunt u vinden bij de VV agenda van 30 januari 2008
2. Verslag vergadering d.d. 28 november 2007
4. Agendapunten VV 30 januari 2008
4a. Krediet zwakke schakel Katwijk
4b. Krediet renovatie en aanpassing AWZI Leiden Noord
4c. Aanwijzing ligging en breedte waterkering Leiderdorp (Essenpark)
4d. Kadeverbetering Rijnsaterwoudse polder
4f. P&C kalender
4g. Evaluatie en beëindiging subsidieregeling riolering buitengebied
De voorzitter opent om 14.05 uur de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom, in het bijzonder de heer De Jong die herstellende is van een heupoperatie en de heer Buijs, die namens de categorie Gebouwd aanwezig is als vervanger van de heren Bremer en Schouffour.
Spr. zegt dat bericht van verhindering is ontvangen van de heren Bremer, Schouffoer en Zandwijk.
Tekst:
Op aangeven van de heer Smits wordt aan de 2e alinea op blz. 5 toegevoegd: “en dat dit in deze bestuursperiode ook niet plaatsvindt onacceptabel vindt”.
Naar aanleiding van:
Punt 11. De heer Buijs zegt in een krantenartikel te hebben gelezen dat begin februari de gemeente Haarlem bestuurlijk overleg wil met Rijnland over uitstel van de renovatie van de Grote Sluis te Spaarndam. Dit i.v.m. het vernieuwen van een brug. Spr. zegt, onder verwijzing naar de besluitvorming in de VV, dat naar zijn mening geen uitstel van de renovatie moet plaatsvinden, te meer daar bedoelde brug een onderdeel vormt van een weg die pas in 2010 gereed is. De heer Groen zegt dat vóór eind januari bestuurlijk overleg plaatsvindt. Vooralsnog is Rijnland niet van plan haar planning aan te passen.
De heer Van Warmerdam merkt op dat blijkens het krantenartikel over de Grote Sluis de gemeente Haarlem € 100.000,-- bijdraagt terwijl in het voorstel van de VV wordt gesproken over € 140.000,--. Volgens de heer Groen is de bijdrage van de gemeente Haarlem gisteren besproken in B & W en dat hij daarover nog niets heeft vernomen.
Spr. zegt toe de VV van nieuwe ontwikkelingen op de hoogte te zullen houden.
Actie-/toezeggingenlijst
Info over muskusrattenbestrijding:
Aan de aanwezigen wordt een memo uitgereikt over dit punt. De heer De Jong dringt er met klem op aan met de bestrijding van de muskusratten door te blijven gaan. De heer Groen zegt toevallig vanmorgen een bijeenkomst te hebben bijgewoond over de muskusratten-bestrijding en dat één van de conclusies was dat de bestrijding gewoon door gaat. De voorzitter zegt toe dat zodra meer bekend is over dit onderwerp, hierop zal worden teruggekomen in deze commissie
Toezending aangepaste versie naar gemeenteraden van voorstel “Van zuiverings-beheer naar integraal afvalwaterketenbeheer”
De voorzitter zegt dat aan een “populaire versie” nog wordt gewerkt en dat deze, na gereedkomen, zal worden verzonden.
Het verslag wordt vervolgens, met inachtneming van bovenstaande tekstuele wijzigingen, vastgesteld.
Geen.
De heer Knaapen zegt dat uit de presentatie, waarvan de sheets nog zullen worden toegezonden, blijkt dat Rijnland goed scoort in de vergelijking t.a.v. effluenteisen, kosten en innovatie, maar achterblijft tav milieu. Voor 2008 heeft Rijnland een aantal speerpunten benoemd: waaronder voldoen aan lozingseisen, slibontwatering en innovatie. Tevens meldt spr. dat begonnen wordt met het opstellen van een Zuiveringsbeheerplan en dat dit nog in 2008 aan de VV zal worden voorgelegd.
De voorzitter bedankt Peter Knaapen voor de presentatie.
De heer Groen geeft op uitnodiging van de voorzitter een toelichting op het voorstel en noemt daarbij Noordwijk als voorbeeld van een goede procesvoering.
Door de lobby van Rijnland is zowel Katwijk als Zandvoort hoger op het hoogwater-beschermingsprogramma gekomen.
De heer van Warmerdam vraagt zich af of de toezegging van € 1 miljoen van het Rijk is gewaarborgd. Hij vindt de zinsnede dat “Er bij veel overslag kans op doorbraak achter-liggende kering (afslagrisico) ontstaat met grote kans op overstroming van het oude dorp” onduidelijk en hij vraagt zich af wat wordt bedoeld met “crashactie”.
De heer Buijs vraagt of er niet al te veel door Rijkswaterstaat wordt voorgesorteerd op de goedkoopste variant en welk risico loopt Rijnland bij keuze van een tussenvariant? Het is hem onduidelijk waarom Rijnland nu niet kiest voor een evenredige bijdrage in de plan-vorming en of de subsidie van toepassing is op alle kosten? Daarnaast wijst hij er op dat de bedragen in het voorstel verschillen.
De heer Buijze benoemt dat het hier gaat om de veiligheid van Katwijk. Tijdens de vorig jaar plaatsgevonden excursie in Katwijk werd verteld dat de Buitensluis een groot risico-factor blijkt te zijn. De sluis maakt echter geen onderdeel uit van het voorliggende plan. Spr. vraagt hoe hij dit moet zien. Verder geeft spr. aan dat zijn voorkeur uit gaat naar scenario 3 en zegt er voor te willen pleiten dat hier serieus naar wordt gekeken.
De heer Van der Weijden vraagt hoe kosten over een periode van 50 jaar kunnen worden doorgerekend. De heer Remijn zegt dat deze doorrekening plaats vindt aan de hand van een bepaalde systematiek.
De heer Groen geeft aan dat Rijnland in het kader van het Hoogwaterbeschermings-programma zijn best heeft gedaan dit kustgedeelte op de rit te krijgen. De basis hiervoor is het indienen van een goed plan. Rijkswaterstaat heeft het standpunt dat ze meebetalen aan de veiligheid en dat meerwaarde door anderen moet worden betaald, echter zal Rijnland en de gemeente Katwijk inzetten op een breed gedragen variant. Beide instanties zien het belang van het binnen de kering brengen van de buitendijks gelegen gebieden. Het kasritme heeft betrekking op het feit dat de Staatsecretaris per jaar ruimte ziet om planvormingskosten uit haar budgetten te bepalen.
Op uitnodiging van de heer Groen geeft Johan Remijn een toelichting op de vraag Hierbij geeft spr. aan dat bij een huidige toetsing de aanwezige kering niet acceptabel is. Uitgaande van de voorspelde zeespiegelstijging krijg je bij een “superstorm” te maken met overslag.
De heer Groen bevestigt dat de Buitensluis een zwakke schakel vormt bij een eventuele overstroming. Spr. deelt mee dat de sluis dit jaar wordt onderzocht. Het Rijk draagt niet bij in de noodzakelijk herstelkosten. Op verzoek van de voorzitter voegt de heer Remijn hier nog aan toe dat er dit jaar een studie wordt gedaan naar de sluis.
De heer Smits vraagt waarom de rentekosten wel voor rekening van Rijnland komen.
In zijn antwoord geeft de heer Groen aan dat Rijnland de rentekosten van de voorfinanciering te zijner tijd zoveel mogelijk zal verrekenen in het totaalplan.
Op verzoek van mevr. Binnendijk geeft de heer Remijn een toelichting op de tekeningen.
Tot slot geeft mevr. Binnendijk als suggestie mee de communicatie over dit project op dezelfde wijze plaats te laten vinden als bij Noordwijk. Dit wordt toegezegd.
De voorzitter concludeert dat de commissie instemt het voorstel met positief advies voor te leggen aan de VV.
De heer Groen geeft een toelichting op het voorstel. In zijn toelichting geeft spr. o.m. aan dat het wel weer om een flink bedrag gaat maar dat hiermee weer een goed functionerende Awzi wordt verkregen voor de komende 15 jaar.
Op de vraag van mevr. Binnendijk of bij de renovatie wordt gekeken naar de meest moderne technieken antwoordt de heer Groen dat hier zoveel mogelijk naar wordt gekeken.
De heer De Jong vraagt of de installatie tijdens de renovatie operationeel blijft en of er geen nieuwbouw is overwogen. De heer Groen zegt dat de installatie blijft functioneren tijdens de renovatie. Op de vraag of nieuwbouw is overwogen antwoordt spr. dat bij het ontwerpen van plannen altijd de mogelijkheid van nieuwbouw wordt betrokken maar dat dit in dit geval geen optie bleek te zijn.
De heer v/d Weijden vraagt waarom in het voorstel is aangegeven dat bij het realiseren van de renovatie van de Awzi 1 fte. van Rijnland is gemoeid terwijl het hier toch gaat om een geplande en voorziene activiteit. Volgens de heer Groen wordt met het vermelden alleen maar aangegeven dat hier in de personeelsbezetting rekening is gehouden.
De heer Smits vraagt of het niet mogelijk is dat de leden van deze cie. de gemaakte kosten-specificatie vóór de vergadering kunnen inzien. Na enige discussie wordt afgesproken voortaan ter inzage liggende stukken een uur voorafgaande aan de commissievergadering ter inzage te leggen.
Mevr. Manni-Bersee zegt dat ze in het voorstel een toelichting mist op de werken die, zoals aangegeven, in een eerder stadium hebben plaatsgevonden. Spr. geeft aan dat het in feite gaat om een terugkoppeling van plaatsgevonden werken. De voorzitter zegt dat er al op allerlei manieren wordt teruggekoppeld (TURAP; Jaarverslag) maar dat dit niet erg aanspreekt. Mevr. Van Duin doet de suggestie om dit te doen via een excursie naar het gereed gekomen werk. Er kan dan worden verteld hoe het werk is verlopen en of alles binnen het krediet is gebleven. Deze suggestie wordt overgenomen.
De heer Buijs vraagt waarom in dit voorstel de kosten excl. BTW worden genoemd en in het voorgaande voorstel incl. BTW. De heer Groen antwoordt dat dit komt omdat het renoveren van een Awzi wel onder kan worden gebracht bij de SBG maar een kustverbetering niet.
De voorzitter concludeert dat de commissie instemt het voorstel met positief advies als hamerstuk voor te leggen aan de VV.
De heer Groen geeft een toelichting op het voorstel. Spr. vermeldt dat dit een (eigenlijk te) lang lopende kwestie is uit de tijd van één van de rechtsvoorgangers van Rijnland, t.w. het waterschap De Oude Rijnstromen. Volgens spreker gaat het hier om de juridische veilig-stelling van de positie van Rijnland als kadebeheerder. Straks komt dit terug in het kader van het nog op te stellen waterkeringsbeheersplan. Tevens vermeldt spr. nog dat de kwestie tevens is behandeld door de Bezwarencommissie Rijnland en de Voorzieningen-rechter.
De heer Van Warmerdam wijst op de motie “flankerend beleid” en vraagt waarom dit nu moet worden geregeld. Bovendien is de Keur nog onder de Rechter. Kan dit niet via het nog op te stellen Waterplan worden geregeld? Spr. zegt de bij het voorstel gevoegde kaart erg onduidelijk te vinden. Spr. vraagt of de kade nu te laag is en de tuin dus omhoog moet. Hij had graag een kaartje gezien met daarop de huidige en nieuwe situatie. Spr. pleit voor aanhouden van het voorstel.
Antwoord:
De heer Van der Vlist beaamt dat deze zaak inderdaad nog onder de Rechter is. Tevens vermeldt spr. dat is onderzocht waar de kade als zodanig altijd heeft gelegen. Uit dit onderzoek is komen vast te staan dat de kade in 1923 ook op die plaats lag. Aan het slot van zijn toelichting geeft spr. nog aan dat deze procedure wordt gevolgd om door te kunnen gaan in de Keurprocedure.
De voorzitter voegt hieraan nog toe dat, omdat betrokkenen bezwaar hebben aangetekend, het besluit tot doel heeft betrokkenen duidelijkheid te verschaffen. Spr. besluit met de toezegging dat er een nieuw kaartje zal worden gezonden aan de VV-leden.
Op de vraag van de heer Buijs of een waterkering die op particuliere grond ligt ook eigendom van die particulier is antwoordt de heer Groen bevestigend. Spr. voegt hieraan nog toe dat de meeste kaden in Rijnlands beheergebied particulier eigendom zijn.
De vraag van heer Smits of het voorstel aansluit bij de uiteindelijke oplossing wordt met ja beantwoord door de heer Groen.
De vraag van de heer De Jong of het 3,00 m of 10,00 m blijft wordt geantwoord dat het in de legger waarschijnlijk ook 3,00 m wordt. Het onderhavige voorstel loopt daarop vooruit.
De voorzitter concludeert dat de commissie instemt het voorstel met positief advies als hamerstuk voor te leggen aan de VV. De heer Van Warmerdam onthoudt zich van het geven van een oordeel.
De heer Groen geeft een toelichting op het voorstel. In zijn toelichting vermeldt spr. dat dit het 1e project is in het kader van de Verordening Waterkeringen West-Nederland.
Mevr. Binnendijk wijst op het genomen risico bij het voorbereidende werk en merkt op dat de lay-out van de folder over het ontwerp-versterkingsplan wat haar betreft wat soberder had gemogen. Als antwoord hierop zegt de heer Groen dat de lay-out van het ontwerp-versterkingsplan goed is voor de PR van Rijnland.
De heer Van der Weijden vraagt waar de compensatie op eigen grond plaatsvindt. De heer Hoogwerf geeft aan dat alles wat in de hoofdwatergang gedempt wordt zal worden gecompenseerd op het terrein van een aldaar gelegen Awzi (voormalige slibvelden), dus op grond van Rijnland.
De heer De Jong zegt met enige verwondering al in de krant te hebben gelezen dat het werk wordt uitgevoerd. Tevens vraagt spr. of het werk Europees moet worden aanbesteed. De heer Groen zegt dat de stukken openbaar zijn en dat om die reden het werk reeds in de krant staat. Het werk hoeft niet Europees te worden aanbesteed omdat het niet voldoet aan de daarvoor gestelde criteria.
De heren Smit, Van Warmerdam en Buijze zeggen benieuwd te zijn naar de antwoorden op de door de heer Bus stelde vragen, waaronder één inzake deze kadeverbetering.
Afgesproken wordt de antwoorden mee te zenden bij het verslag.
De voorzitter concludeert dat de commissie instemt het voorstel met positief advies als hamerstuk voor te leggen aan de VV.
Op verzoek van de voorzitter geeft de heer Van Velsen een toelichting op de kalender. Spr. zegt dat de tabel op blz. 23 van de kalender het belangrijkst is.
Niemand van de aanwezigen heeft iets te vragen en/of op of aan te merken.
De voorzitter concludeert dat de commissie er mee akkoord gaat dat de kalender ter kennisneming wordt aangeboden aan de VV.
De heer Van Warmerdam vraagt waarom aan de egalisatievoorziening voor riolering buitengebied vanaf 2005 geen rente meer wordt toegevoegd. De heer Pennings antwoordt dat dit vanaf 2005 volgens de door de VV vastgestelde notitie Reserves en Voorzieningen (3 januari 2005) niet meer is toegestaan. Dit is conform de Comptabiliteitsvoorschriften. De gedachte hierachter is dat als een waterschap beschikt over voorzieningen het daardoor geen of minder beroep hoeft te doen op de kapitaalmarkt en het daarom aan deze voorzieningen geen rente hoeft toe te rekenen.
De heer De Jong zegt het jammer te vinden dat de regeling ophoudt. De voorzitter zegt dat er nog plannen zijn om panden aan te sluiten. Aansluiting op riolering is wel mogelijk. Ook worden er nog diverse IBA’s geplaatst.
De voorzitter merkt nog op dat de gemeenten Alphen a/d Rijn en Rijnwoude tot voor kort niet meededen met de zgn. brede zorgplicht voor de aanleg van IBA’s. Onlangs heeft men bij de gemeente Alphen a/d Rijn besloten toch mee te doen. Met de gemeente Rijnwoude wordt nog overlegd.
De heer Van Warmerdam zegt een krantenartikel te hebben gelezen over de verdeling van de Randstad in compartimenten. Rijnland wordt in het artikel niet genoemd. Spr. vraagt of Rijnland hierbij toch is betrokken.
De heer Groen zegt dat dit een foutje van de betreffende verslaggever moet zijn want de CdK van Noord-Holland heeft in zijn nieuwjaarstoespraak de betrokken waterschappen nog aangehaald.
De voorzitter sluit de vergadering om 16.35 uur.
