Verslag commissie Waterkering en Waterzuivering 27 februari 2008

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Home > Bestuur > Agenda´s en verslagen > Commissie Waterkering en waterzuivering > Verslag commissie Waterkering en Waterzuivering 27 februari 2008

Verslag commissie Waterkering en Waterzuivering 27 februari 2008

De onderliggende stukken van deze vergadering kunt u vinden bij de agenda van de VV van 12 maart 2008

Verslag commissie Waterkering en Waterzuivering

woensdag 27 februari 2008, aanvang 14.00 uur, Archimedesweg 1 te Leiden, D&H-kamer

1. Opening

2. Verslag vergadering d.d. 16 januari 2008 en actiepuntenlijst

3. Mededelingen

4. Agendapunten VV 12 maart 2008

VV-voorstellen

5. Krediet Goejanverwelledijk - traject Gouda; krediet MER-fase

VV-mededelingen

12a. Tweede evaluatie collegebeleidsprogramma 2005-2008
12c. Beantwoording schriftelijke vragen van de heer E. de Meijer op grond van artikel 30 van het Reglement van Orde voor de VV
12d. Voorlopig resultaat jaarrekening 2007

5. Rondvraag

6. Sluiting

1. Opening

De voorzitter opent om 14.05 uur de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom, in het bijzonder mevr. Langeveld en de heer Den Dekker als vervanger van resp. de heren Schouffoer en Smits. Door hun aanwezigheid is, gelet op het grote aantal afzeggingen,  aan het vergaderquorum voldaan.

Spr. zegt dat bericht van verhindering is ontvangen van mevr. Binnendijk en mevr. Manni en de heren Bremer, Schouffoer, Smits en De Jong.

2. Verslag 16 januari 2008 en actiepuntenlijst

Tekst:

Op verzoek van de heer Van Warmerdam wordt aan de bovenaan blz. 3 vermelde tekst over het toezenden van een aangepaste versie van het voorstel “Van zuiveringsbeheer naar integraal afvalwaterketenbeheer” het volgende toegevoegd : “De  heer Van Warmerdam zegt het te betreuren dat de aangepaste versie niet tijdig is toegezonden”.  

Naar aanleiding van:

De heer Buijze zegt dat bij punt 2. niets wordt vermeld over zijn vragen over de kade aan de Vossenlaan en de Zaadbank op het strand van Noordwijk. De notulist zal dit nagaan.

Naar aanleiding van actiepuntenlijst:

De voorzitter zegt dat dit punt aan de orde komt bij agendapunt 5d.

3. Mededelingen

Er zijn geen mededelingen.

4. Agendapunten VV 12 maart 2008

VV-voorstellen

5.  Krediet Goejanverwelledijk – traject krediet MER-fase

De heer Groen benadrukt in zijn korte toelichting dat het hier gaat om het 1e traject en geeft vervolgens gelegenheid tot het stellen van vragen.

De heer Den Dekker zegt dat de financiering zijn categorie zorgen baart.

De heer v/d Weijden vraagt naar de criteria van een MER-rapportage en waarom dit gedeelte waterkering als primaire waterkering wordt aangemerkt.

De heer Van Warmerdam zegt de zorg over de financiering te delen en zegt van mening te zijn dat de voorbereidingskosten ook t..l.v. het Rijk moeten komen. Spr. ziet graag dat voordat tot aanbesteding wordt overgegaan, in de VV een rapportage komt over de financiering van dit project. Tevens zegt spr. van mening te zijn dat indien de provincie Zuid-Holland en de gemeente Gouda iets willen, zij daaraan moeten meebetalen. Tot slot vraagt spr. of Gouda al heeft gereageerd op het verzoek tot samenwerking.

Antwoord( en) op vra(a)g(en) van:

De heer Den Dekker

De voorzitter geeft aan dat hier sprake is van een zgn. categorie C waterkering. Voor deze categorie heeft het rijk de randvoorwaarden nog niet vastgesteld. Het rijk heeft toegezegd deze voor het eind van dit jaar beschik-baar te stellen. Tot die tijd kan de verbetering van dergelijke keringen niet worden opgenomen op het hoogwaterbeschermingsplan. Tot die tijd heeft Rijnland besloten de planvorming voor te financieren. Overigens is Rijnland van mening dat dit gedeelte waterkering onder de categorie A zou moeten vallen omdat dit gedeelte onder invloed staat  van eb en vloed en Centraal Holland beschermt tegen overstroming. Over deze kwestie wordt door waterschappen met het Rijk reeds langere tijd een principiële discussie gevoerd. Met de vaststelling van de randvoorwaarden, eind van dit jaar, kan deze naar verwachting worden afgerond.

De heer v/d Berg voegt hieraan nog toe dat over deze kwestie al eerder in de VV is gediscussieerd bij de totstandkoming van het WBP3. In dat kader is besloten de planvorming voor te financieren en voor de uitvoering een bestuurlijk” go no go” moment in te voeren. De kwestie blijft een aandachts-punt.

De heer Van der Weijden

De voorzitter stelt dat de provincie beslist over de noodzaak van het wel of niet houden van een MER-procedure. Uit de voorstudie van dit plan is de noodzaak naar voren gekomen. Volgens de heer v/d Berg is er in principe altijd sprake van een MER-procedure maar dat dit afhankelijk wordt gesteld van een analyse van de milieuaspecten.  

Men is het eens met de conclusie van mevr. Langeveld dat M(ilieu) veel breder moet worden gezien dan alleen milieu.  

De heer Van Warmerdam  

De voorzitter zegt dat naar verwachting dit jaar het standpunt van de Min. van V&W bekend wordt over de financiële bijdrage van het Rijk en dit ter kennis zal worden gebracht van de VV. Tevens vermeldt spr. dat hij aanwezig is bij het bestuurlijke overleg dat binnenkort plaats vindt met de gemeente Gouda en dat hij met de betreffende wethouder wil praten over deze aangelegenheid.

De voorzitter concludeert dat de commissie instemt het voorstel met positief advies als hamerstuk voor te leggen aan de VV.

VV-mededelingen

12a.  Tweede evaluatie collegebeleidsprogramma 2005 - 2008

De heer Groen deelt mee dat het hier een mededeling aan de VV betreft en vraagt of iemand hier iets over wil vragen. 

De heer Van Warmerdam komt met de volgende vragen:

a. Wil graag wat meer horen over de bovenaan blz. 2 aangegeven conclusie dat “de externe communicatie voor verbetering vatbaar is”.

b. Zegt n.a.v. hetgeen staat vermeld op blz. 7 bij punt 4 de indruk te krijgen dat er sprake is van temporisering in de afhandeling van peilbesluiten.

c. Wordt het mogelijk dat VV-leden (beperkte) toegang krijgen tot het Intranet.

d. Wanneer wordt, zoals aangegeven op blz. 17 bij punt 5.,  een milieuzorgsysteem voor Rijnland ingevoerd?

De heer Buijze vraagt n.a.v. hetgeen op blz. 12 onder punt 5 staat vermeld over  bestuurlijk overleg met allerlei organisaties, of dit ook mogelijk is met de 6 kustgemeenten over het strandgebruik. Volgens spr. zijn er over dit onderwerp veel vragen en hij stelt voor dit overleg te betrekken bij de bestaande bestuurlijke overleggen.

De heer Zandwijk vraagt aandacht voor het communiceren met belanghebbenden bij het uitvoeren van baggerwerk.

De heer Den Dekker vraagt of er nog iets gebeurt met de vele voornemens die nog niet zijn uitgevoerd.

Antwoord( en) op vra(a)g(en) van:

De heer Van Warmerdam

Ad a.  De heer Haitjema geeft een toelichting op de Communicatieplan. Spr. vermeldt dat wel het nodige wordt gedaan aan Corporate- en Projectcommunicatie. Door personele (wisselingen) gaat alles echter niet zoals het college voor ogen heeft. Tevens meldt spr. dat men nu volop bezig is met de voorbereidingen van de communicatie rondom de verkiezingen. We zijn op dit moment bezig de communicatiefunctie te versterken.

Als reactie hierop doet de heer Van Warmerdam de suggestie om op bepaalde momenten in het jaar de ingelanden wat extra informatie te geven en dit niet te beperken tot de verkiezingen. Spr. zegt ook eens bij andere waterschappen te kijken.

Spr. zegt wel van mening te zijn dat het effect van communiceren moeilijk te meten is.   

De heer Den Dekker reageert hierop door te stellen dat communicatie ook tot doel heeft om je te verantwoorden richting de belastingbetaler en dat je moet relativeren op dit punt. 

Ad b. De heer Haitjema zegt toe deze al eerder geuite wens vanuit de  VV mee te zullen nemen en opnieuw te zullen bekijken. Spr. zegt dat hij op dit moment geen capaciteit beschikbaar heeft om  Grote ICT inspanningen extra te doen. 

Ad c.  De voorzitter zegt dat hier al het mogelijk aan wordt gedaan. De heer Van Velsen voegt hieraan nog toe dat de VV-leden in de gebieds-commissies steeds worden geïnformeerd over de stand van zaken.  

Ad d.  De heer Haitjema zegt dat dit jaar het milieuzorgsysteem bij Rijnland wordt opgepakt. Men is bezig met het inventariseren (2008) De opzet van het systeem zal in 2009 ter hand genomen worden, zodat er op z’n vroegst in 2010 voor het eerst sprake kan zijn van een externe rapportage, aldus spr.

De heer Buijze

De voorzitter zegt dat het bekend is dat er bij de betrokken gemeenten soms onduidelijkheden bestaan. Spr. meldt dat er al actie is genomen in de vorm van het maken van een folder over de “jaarrondpaviljoens”. Ook wordt er een presentatie gemaakt over dit onderwerp. Tevens vermeldt spr. dat met de beide collega-waterschappen wordt gestreefd naar éénduidig beleid met betrekking tot het strandgebruik.

De heer Zandwijk 

De voorzitter antwoordt dat met een gebied wordt gecommuniceerd indien er nieuwe baggerprojecten worden uitgevoerd.

De heer Den Dekker

De voorzitter geeft aan dat er alles aan wordt gedaan om het programma uit te voeren maar geeft toe dat we er nog lang niet zijn!

De mededeling wordt voor kennisneming aangenomen.

12c.  Beantwoording schriftelijke vragen van de heer E. de Meijer op grond van art. 30 van het Reglement van Orde voor de VV   

   De heer Van Warmerdam zegt dat men binnen zijn categorie de beantwoording onbevredigend vindt. Er is onvoldoende duidelijk gemaakt waarom er geen natuurvriendelijke oever kan worden gemaakt. De voorzitter antwoordt dat een natuurvriendelijke oever op die plek niet alleen kostbaar is, maar ook niet duurzaam. Deze oever wordt bij iedere zuidwestelijke storm geteisterd door golfslag. Het is niet voor niets, zo gaat spr. verder, dat deze kade al diverse keren is verstevigd met puin. Dezelfde situaties doen zich voor in andere plassen.  Op andere plaatsen langs de plassen (meer in de luwte)is het veel beter mogelijk om natuurvriendelijk overs aan te leggen, zo besluit spr.

De beantwoording wordt voor kennisneming aangenomen.

12d. Voorlopig resultaat Jaarrekening 2007.  

De voorzitter geeft over dit punt het woord aan de heer Van Velsen

De heer Van Velsen begint met te constateren dat hij blij was dat eind 2007 al de nodige gegevens bekend waren. De feiten die verwoord zijn in het aan de orde zijnde stuk, richten zich op het Bedrijfsresul-taat en het Investeringsresultaat. Spr. vermeldt dat het één en ander al is besproken in de VV en dat is besloten tot een andere koers.

De heer Van Warmerdam complimenteert de heer van Velsen met de snelheid en de  duidelijkheid van het stuk. Spr. vraagt vervolgens wat wordt bedoeld met het woordje “gewenning ” op pag. 4 onder punt 8.

De heer Van Velsen zegt de complimenten te zullen overbrengen op de medewerkers die hieraan hebben gewerkt. Op de vraag wat onder “gewenning” moet worden verstaan antwoordt de voorzitter dat hier mee wordt bedoeld  “de onbekendheid” met de nieuwe subsidierege-lingen. 

De heer Buijze informeert of er in de toekomst  nog meer van derge-lijke superdividenden zijn te verwachten (pag. 2, onder punt 20.). De heer Van Velsen antwoordt dat er jaarlijks ongeveer  € 1-2 miljoen aan dividend wordt uitgekeerd door de NWB. Of er weer zo’n super-dividend te verwachten is valt volgens spr. niet in te .

De heer Zandwijk vraagt of Rijnland recht heeft op teruggave van de energiebelasting. In zijn antwoord geeft de heer Van Velsen aan dat, mede door de gezamenlijke inschrijving van 6 waterschappen op de levering van energie, er minder is uitgegeven dan was gedacht. 

De heer v/d Weijden vraagt wat er uiteindelijk naar de algemene reserve wordt doorgeschoven. De heer Van Velsen geeft resultaten naar bestem-mingsreserves gaan en verhogen dus niet de algemene reserves. Het is wel zo dat beide vormen van reserves bijdragen aan het totale weerstandsver-mogen, maar bij bestemmingsreserves ligt de bestemming vast. Op de vraag van de heer v/d Weijden waarom dit stuk aan de VV wordt aangeboden antwoordt de heer Van Velsen dat dit is beloofd!

De mededeling wordt voor kennisneming aangenomen.

Ter kennisneming

a. Toelichting Schadeadviescommissie

De heer Buijze zegt te hebben geconcludeerd dat er als gevolg van de voorgestelde wijzing van de ‘Verordening Schadevergoeding Rijnland’ er een verschuiving plaats vindt in de beslissingsbevoegdheid van VV naar D&H.  Spr. zegt aan te nemen dat dit ook het geval is indien er wordt afgeweken van beslissingen van de onafhankelijke schadeadviescommissie. De voorzitter antwoordt hierop bevestigend en voegt hieraan nog toe dat de mandatering aan D&H landelijk gebruik is. Spr. vermeldt nog dat er wel altijd terugkoppeling plaats vindt naar de VV, in de vorm van het afleggen van verantwoording.. De heer Van Warmerdam zegt een voorstander te zijn om voor dit soort gevallen een plafond aan te geven. Spr. De voorzitter geeft aan dat dit onderzocht is, maar door adviseurs is afgeraden: de bestuurlijke betekenis van een klein bedrag kan groter zijn dan in een ander geval van een veel groter bedrag. Je kunt er dus geen objectieve norm voor maken.

b. Awzi Noordwijk

De heer Zandwijk spreekt zijn verbaasdheid uit over het feit dat er in het perceel archeologische resten zijn aangetroffen. De voorzitter antwoordt dat het resultaat van het proefonderzoek van dien aard is dat de provinciaal archeoloog heeft besloten dat er een onderzoek moet plaatsvinden. De heer Van Warmerdam zegt graag te willen worden geïnformeerd over wat er zo allemaal gevonden is. Volgens de voorzitter zal Rijnland te zijner tijd het rapport van de archeoloog ontvangen zodat kennis kan worden genomen van de vondsten.  

c. Afschrijvingstermijn Awzi Leiden-Noord

Wordt voor kennisgeving aangenomen.

d. Renovatie Grote Sluis Spaarndam

De voorzitter deelt mee dat de toezegging inmiddels schriftelijk is bevestigd. Spr. vermeldt tevens het overleg dat hij heeft gehad met de betrokken wethouder.

De heer Van Warmerdam vraagt of er iets bekend is over de geruchten die de ronde doen over de plannen de brug/sluis op afstand te gaan bedienen en over een eventuele overdracht van de sluis naar de provincie. De voorzitter antwoordt dat zowel de Provincie als het Rijk bruggen/sluizen op afstand bedienen. Ook bij de Grote Sluis wordt dit bekeken. Bij de renovatie zal hiermee rekening worden gehouden en zullen er voorzie-ningen worden getroffen. Over een eventuele overdracht van de sluis merkt spr. op dat hier van de zomer bestuurlijk overleg over komt. In zowel de provincie NH als ZH wordt momenteel geïnventariseerd welke objecten voor overdracht in aanmerking komen.

a. Normen Buitensluis Katwijk plus effect boezemgemaal

De voorzitter geeft toelichting op dit punt en geeft aan dat er geen relatie bestaat tussen de noodzakelijke werkzaamheden en de plannen voor een aangepaste jachthaven. De heer Buijze zegt nu te begrijpen dat de zorg zich concentreert op de Buitensluis waar nog iets aan moet gebeuren.

b. Zwakke Schakel Zandvoort

De heer Van Warmerdam informeert naar het standpunt van het college over de inhoud van de “ondertekeningsbrief” die ontvangen is van de gemeente Zandvoort. Mevr. Le Gallou bevestigt dat de toegezonden brief de juiste versie is en dat de brief alleen tot doel heeft de plannen te versnellen. De brief leidt niet tot financiële verplichtingen en er worden geen toezeggingen gedaan.

De voorzitter meldt nog dat alle partijen (Rijk, Provincie, Gemeente) hun medewerking al hebben toegezegd en dat de belangrijkste financiële bijdrage van het Rijk komt.

De heer Den Dekker zegt dat hij bij de aanpak van de Zwakke Schakel Noordwijk al de indruk had dat Rijnland koploper was maar dat hij door deze plannen daar nu helemaal van overtuigd is. Hij is daar blij mee.

6. Rondvraag

De heer Van Warmerdam zegt in een ontvangen overzicht van op 19 februari door D&H genomen besluiten te hebben gelezen dat er een besluit is genomen op een bezwaar tegen een besluit dat uit 2005 dateert. Spr. vraagt hoe dat kan. In zijn antwoord zegt de voorzitter dat de provincie in deze zaak een belangrijke rol speelt. Het gaat om een in 2005 door Rijnland verleende vergunning  aan de

gemeente Leidschendam-Voorburg voor het leggen van een rioolleiding in een kade langs de plas Vlietlanden. Tegen het verlenen van de vergunning was bezwaar ingediend. Veel aspecten, waaronder de zandwinning in deze plas, zijn er de oorzaak van dat zo laat op het bezwaarschrift is beslist.  Soms is er ook sprake van extra benodigde tijd voor onderzoek aan de kant van de bezwaar-maker, dat bezwaarprocedures lang lopen.

De heer Van Warmerdam informeert of de leden van de VV nog een uitnodiging ontvangen over de bijeenkomst ‘Westflank van de Haarlem-mermeerpolder’.  De voorzitter zegt dat de uitnodiging eerdaags komt.

De heer Buijze zegt te hebben gesproken met een aantal paviljoenhouders en dat hij van hen heeft gehoord dat de zandsuppletie voor de kust niet wordt uitgevoerd. De voorzitter antwoordt dat de zandsuppletie voor de kust wordt uitgevoerd. Spr. zegt dat het gesprek met de paviljoenhouders hem aanleiding geeft tot de volgende vragen:

a. Is er een bijeenkomst geweest met medewerkers van Rijnland waarin   is geadviseerd zelf voor juridisch bijstand te zorgen.

b. In het Rapport van de Grontmij. zou zijn aangegeven dat kosten voor juridische bijstand door Rijnland worden gedragen.

c. Is het, omdat er door Rijnland al jarenlang bepaalde zaken worden gedoogd, mogelijk om de gebruikte betonplaten (buiten het seizoen) te mogen laten liggen.

d. Is de inrichting van het gebied tussen het strand en de boulevard afkomstig van de gemeente. Een aldaar gelegen pad blijkt niet meer terug te komen.

e. De nu uit betonplaten bestaande strandafritten zo steil zijn dat het voor een valide persoon al moeilijk is om hierover naar het strand te gaan.

Hierna gaat de voorzitter puntsgewijs in op de gestelde vragen.

Ad a. Klopt! Indien nodig moet men daar zelf voor zorgen.

Ad b. De Verordening Schadevergoeding Rijnland 2005 biedt daartoe de mogelijkheid. Hierbij geldt als restrictie dat de kosten daarvan wel als redelijk zijn te achten.

Ad c. Er wordt zand voor de kust aangebracht. Onbekend is nog wat dit doet voor zandtransport op het strand. Het laten liggen van betonplaten kan daarom tot veel overlast zorgen.

Ad d. Neen, het betreft een door Rijnland opgesteld totaalplan. Op verzoek van anderen dan Rijnland (o.a. de gemeente) is het pad uit het plan gelaten. Daar krijgt men nu achteraf spijt van. Het opgestelde plan wordt nu eerst uitgevoerd om het werk (in verband met mogelijk nieuwe vergunningsprocedures) niet te vertragen.

Ad e. Het is bekend dat de afritten vrij steil zijn. Er wordt nog gekeken naar een oplossing. Gedacht wordt aan een trap.

Tot slot zegt de heer Buijze dat het op de VV-agenda staande onder-zoeksvoorstel over de WVO-heffing naar zijn mening niet compleet is. De heer Van Velsen adviseert aanvullingen op papier te zetten zodat deze kunnen worden meegenomen.

7. Sluiting

De voorzitter sluit de vergadering om 16.15 uur.

 

Naar boven