De onderliggende stukken van deze vergadering kunt u vinden bij de VV agenda van 23 april 2008
Aanvang: 14.00 uur, D&H kamer
2. Verslag vergadering d.d. 27 februari 2008 en actiepuntenlijst
4. Agendapunten VV 23 april 2008
16b. Stand van zaken maatregelenonderzoek zwemwater Katwijk
16d. Stimuleringsregeling afkoppelen
De bij de presentatie gebruikte sheets zijn te vinden aan de rechterkant van deze pagina
De presentatie geeft de heer Buijs aanleiding tot het stellen van een tweetal vragen, nl.:
1. Is er een “gedoogbeschikking” nodig voor lozingen op eigen water die niet voldoen aan de vergunningsvoorschriften?
2. Wat zijn de (financiële) gevolgen voor Rijnland van een onlangs in de Tweede Kamer ingediend amendement op de Waterwet om 50% korting te verlenen op lozingen op Rijkswateren?
Op de eerste vraag antwoordt de heer Hoogkamer dat in dat geval daartegen op de gebruikelijke manier handhavend wordt opgetreden. Op de tweede vraag antwoordt de heer Grovenstein dat Rijnland voor de lozingen bij Gouda en Velsen die 50% korting al heeft zodat er niets wijzigt.
De voorzitter bedankt de heer Knaapen voor de gegeven presentatie.
De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Spr. deelt mee dat bericht van verhindering is ontvangen van mevr. Manni-Bersee en de heren Schouffoer, Smits en Bremer.
Blz. 4: Op aangeven van de heer Van Warmerdam wordt de halverwege de bladzijde staande verdeling in de juiste alfabetische volgorde gezet.
Blz. 5, punt 12c: Op verzoek van de heer Van Warmerdam wordt de aanduiding “binnen zijn categorie” gewijzigd in “binnen het Groenberaad”.
Blz. 8: Op aangeven van de heer Buijze wordt in de 3e alinea van blz. 8 “met een aantal” gewijzigd in “met een paviljoenhouder”.
De heer Buijze zegt nog even terug te willen komen op de kwestie van de kade langs de Vosselaan te Hillegom en schetst wat er tot nu toe zoal over is gezegd. Volgens spr. heerst er bij belanghebbenden nog steeds onduidelijkheid over wat er met de kade gaat gebeuren. Hij vraagt hoe er naar betrokkenen toe wordt gecommuniceerd. Ook zegt hij in de vorige vergadering van de commissie erop te hebben gewezen dat door Rijnland is aangekondigd dat begin 2008 nadere info over de kade aan de Vosselaan kon worden verwacht en dat hij heeft gevraagd hoe het intussen staat met de planvorming over de kade en wanneer/hoe met name de betrokken woonbooteigenaren door Rijnland zullen worden geïnformeerd (eventueel voorlopig als we nog steeds in afwachting zouden zijn van een presentabel plan).
De voorzitter geeft aan hoe het contact met de gemeente Hillegom over deze aange- legenheid is verlopen en vermeldt tevens dat de plannen voor het verbeteren van de kade worden voorbereid.
De heer Buijze zegt dat hij, gelet op de eerder door de voorzitter weergegeven reactie van de gemeente Hillegom, best begrijpt dat de gemeenteraad door Rijnland nu niet nader is geïnformeerd en ook dat er niet samen met de gemeente een publieksinformatieavond o.i.d. is gehouden maar dat dit niet wegneemt dat belanghebbenden nog steeds niet weten waar ze aan toe zijn.
De voorzitter reageert hierop met toe te zeggen dat zodra de plannen gereed zijn, hierover op de gebruikelijke manier zal worden gecommuniceerd met belanghebben-den. Tevens zegt spr. toe een en ander te zullen nagaan en zonodig de belanghebben-den op de hoogte te zullen stellen van de huidige stand van zaken.
Met de voorgestelde aanpak gaan alle leden akkoord.
Aan de hand van door de heer Buijze aangeleverde tekst worden in het verslag van de vergadering van 28 november 2007 alsnog de volgende wijzigingen aangebracht:
Onderzoek ophoging waterkering (De Vosselaan in Hillegom)
De heer Buijze zegt dat hij de brieven die Rijnland heeft gezonden aan de heren Schaap en Dofferhof en iets later die aan de heer De Groot over de waterkering langs de Vosselaan te Hillegom per Email heeft ontvangen. De inhoud van beide brieven zijn verschillend hetgeen tot verwarring heeft geleid bij betrokkenen. In de brief aan de heren Schaap en Dofferhof staat o.m. “Er is een start gemaakt met het opstellen van verbeteringsmogelijkheden voor de kade” en “naar verwachting wordt begin 2008 de communicatie met de bewoners voortgezet”! In de meer omvattende brief aan de heer De Groot staat echter dat “De kade langs de Vossevaart zal met het verbreden van de Vossevaart worden verlegd en worden vervangen door een nieuwe kade. Het aanleggen van deze waterkering is met een keurvergunning geregeld”. Spr. zegt daarover te zijn benaderd maar omdat er teveel tijd zat tussen de verzenddatum van de brieven en het tijdstip waarop hij de brieven ontving kon hij de vragen niet beantwoorden en heeft hij hen moeten verwijzen naar B&W van de gemeente Hillegom. Kortom, de mensen weten nog steeds niet waar ze aan toe zijn. Wordt de kade soms eerst verbeterd en later vervangen door een nieuwe? Sinds het voorjaar van 2006 verkeren m.n. de woonbootbewoners in onzekerheid en lukt het hen niet meer ter plekke een woonboot voor een redelijke prijs te verkopen. Gelet op de nog steeds bestaande onduidelijkheid stelt de voorzitter voor dat Rijnland deze kwestie gaat toelichten in de gemeenteraad. Met dit voorstel wordt van harte ingestemd.
De voorzitter geeft een toelichting op de stand van zaken met betrekking tot de werk-zaamheden van de zwakke schakel Noordwijk. Spr. deelt mee dat de werkzaamheden nagenoeg gereed zijn, dat de strandtenten weer zijn opgesteld en dat op 24 april a.s. met de nodige festiviteiten het strand weer wordt teruggeven aan de gemeente. Tevens vermeldt spr. nog dat het Infocentrum a.s. zondag voor het laatst open is. Mevr. Van Duin voegt hieraan toe dat de werken binnen de planning en raming zijn uitgevoerd.
De heer Buijs doet de suggestie infoborden te plaatsen zodat men kan zien hoe de ver-betering van de kust ter plaatse is uitgevoerd. De voorzitter zegt toe dit te zullen nagaan.
Bij de behandeling van dit punt arriveren mevr. Veenhoven en de heer Tamboer.
De voorzitter geeft aan welke rol de Ambitienota vervult bij het tot stand komen van het WB4 en verwijst ook naar de behandeling hiervan in de informatieve VV en de samenwerking met de Klankbordgroep. Mevr. Veenhoven voegt hieraan toe dat de Ambitienota aan de drie commissies is voorgelegd met de intentie vanuit de VV aandachtspunten te krijgen die meegenomen kunnen worden bij het opstellen van het WBP4.
De heer De Jong zegt het een heel goede nota te vinden waarin naar de toekomst wordt gekeken en dat hij erg blij is met de bijgevoegde korte versie. Ook vindt spr. het een goede zaak dat Rijnland straks de rol krijgt van ‘Waterautoriteit’ en ‘duur-zaam ondernemer’. Spr. zegt ook blij te zijn met de aandacht die geschonken gaat worden aan de waterkeringen teneinde droge voeten te houden. Tot slot staat spr. nog even stil bij het zgn. “buitendijks bouwen’ en dat hij zich afvraagt of dit wel Rijnlands belang is.
Mevr. Binnendijk vindt het een goed leesbaar stuk maar mist daarin wel de samen-werking met kennisinstituten zoals TU en Hoge Scholen. Tevens wijst spr. op de mogelijkheid aan deze aangelegenheid de nodige publiciteit te geven. Vervolgens staat spr. stil bij de veel gepropageerde aanleg van natuurvriendelijk oevers. Spr. zegt dat uit de praktijk blijkt dat er na het aanleggen van een dergelijk oever vaak niets meer wordt gedaan aan onderhoud en vraagt aandacht hiervoor. Ook zegt zij vraag-tekens te stellen bij de vraag of Rijnland moet zorgen voor zwemwater. Volgens spr. moet Rijnland zich houden aan zijn Corebusiness en niet aan recreatie. Tot slot reageert spr. zeer ontstemd op hetgeen staat vermeld op blz. 37 van het Achtergrond-rapport onder ‘Nieuwe waterschapswet en lekenbestuur’ en vindt dat dit eruit moet worden gehaald.
Mevr. Veenhoven zegt begrip te hebben voor de reactie van mevr. Binnendijk. Spr. zegt dat over dit punt ook opmerkingen zijn gemaakt in de andere twee commissie-vergaderingen. Het college neemt afstand van deze essay-politiek. In toekomstverken-ningen staan de individuele meningen van experts. Er is hun gevraagd een spreek-woordelijke spiegel voor te houden voor Rijnland. Het antwoord van Rijnland op deze verkenningen is de Ambitienota. Het standpunt van de schrijver van de betreffende essay over de beperkte inhoudelijke kennis van bestuurders (pag. 37) is ongelukkig geformuleerd. Hier neemt het college afstand van. Echter, de opmerking over het beter faciliteren van bestuurlijke organisaties blijft waardevol.
De heer Van der Weijden zegt wel enig begrip te hebben voor de kwalitatieve aan-duiding van bestuursleden, dit bezien tegen de achtergrond dat het steeds moeilijker wordt om mensen te vinden die verstand hebben van de zaken waarmee waterschap-pen bezig zijn. Spr. zegt het ook eens te zijn met de onderwerpen die tot nu toe naar voren zijn gebracht. Wel vindt spr. het m.n. van belang dat er gekeken wordt naar de verziltingsproblematiek, dit in relatie tot de zoutgevoeligheid van sommige gewassen.
De heer Van Warmerdam zegt dat de nota een realistisch en overzichtelijk beeld geeft van de plannen en spreekt de hoop uit dat er meer dan 50% van wordt gerealiseerd. Spr. zegt wel het op langere termijn kijken te missen. Spr. zegt een voorstander te zijn van een visie over twee gedeelten. Een deel tot 2015 en een deel waaruit blijkt wat dit concreet betekent voor een periode van 6 jaar. Ook vindt hij het een goede zaak dat het waterschap het aanspreekpunt wordt voor alles wat met water te maken heeft en dat daartoe ook de vaarwegen moeten worden gerekend. Spr. zegt ook graag te zien dat Rijnland net als AGV 100% groene stroom gaat gebruiken. Tot slot zegt spr. er vanuit te gaan dat het waterketenbeheer voordeel gaat opleveren.
De heer Buijze zegt eveneens in te stemmen met de in de Ambitienota voorgestelde bestuurlijke beslispunten. Spr. staat stil bij het voornemen de samenwerking met andere overheden te intensiveren, het bepalen van een strategie voor de verziltings-bestrijdingen alsmede het niet geschikt zijn van de “IJsselmeerroute” voor de aanvoer van water vanuit het IJsselmeer.
De heer Buijs zegt de indruk te krijgen dat Rijnland het op orde krijgen van de veiligheidsketen voor alle waterkeringen in zijn beheersgebied in zijn eentje wil trekken. Spr. zegt in het stuk wel de complexiteit te missen van de rol die water-schappen hebben in de veiligheidsketen en zegt dit te baseren op een artikel in ‘Het Waterschap’. Blijkens dit artikel is bij calamiteiten feitelijk alleen de burgemeester in beeld. Spr. vraagt of hetgeen in de oplegnotitie is gesteld ook wordt geconcretiseerd.
Op het laatste antwoordt mevr. Veenhoven dat de opzet van het geheel is een goed uitvoerbaar realistisch totaalbedrijfsplan te krijgen.
Over de rol van waterschappen in de veiligheidsketen merkt mevr. Van Duin dat men momenteel bezig is met de reorganisatie van de veiligheidsregio’s maar dat de samen-werking veel te wensen over laat. Rijnland streeft ernaar de samenwerking eind 2008 op orde te hebben. Dit onderwerp heeft veel aandacht van de dijkgraaf maar het blijkt erg moeilijk te zijn om met gemeenten over dit onderwerp in overleg te treden. Spr. zegt dat dit onderwerp de volle aandacht heeft.
De heer De Jong stelt de vraag wat er gebeurt als hetgeen in de Ambitienota is aangegeven leidt tot grote tariefstijging. De voorzitter antwoordt dat een mogelijke oplossing zou kunnen zijn het uitvoeren van de doelstellingen over een langere periode uit te smeren.
De heer Van Warmerdam geeft als oplossing een minimum en maximum variant te hanteren.
De commissie acht het voorstel geschikt om behandeld te worden door de V.V.
Mevr. Rosendal geeft een toelichting op deze zaak en noemt de Awzi Katwijk en de riooloverstorten van de gemeente Katwijk als de belangrijkste oorzaken van het overschrijden van de normen voor de zwemwaterkwaliteit bij Katwijk. Omdat het opheffen van voornoemde bronnen geen afdoende oplossing biedt voor het probleem is door de gemeente Katwijk, de provincie Z-H en RWS besloten een onderzoek naar maatregelen te laten uitvoeren. Dit onderzoek wordt getrokken door RWS directie Noordzee.
Op de vraag van mevr. Binnendijk of de gemeente Katwijk haar riolering gaat aanpassen antwoordt mevr. Rosendal dat de gemeente hiermee aan de slag gaat.
De heer Buijs zegt er geen probleem mee te hebben dat Rijnland meewerkt aan een oplossing van het probleem maar dat hij er geen voorstander van is dat er een bijdrage wordt verleend voor maatregelen die hoger zijn dan de wettelijke norm, zoals de Blauwe Vlag.
Volgens de heer Buijze gaat het hier om zwemwater dat niet voldoet aan de wettelijke norm. Ook zegt hij te begrijpen dat de intentie er is om tot een financiële verdeling van de kosten te komen. Spr. wijst daarbij op een in februari uitgebracht persbericht van de gemeente Katwijk.
Mevr. Binnendijk deelt het standpunt van de heer Buijs en zegt dat Rijnland zijn Awzi en de gemeenten Katwijk, Leiden, Rijnsburg, Oegstgeest en Valkenburg eerst hun rioleringen op orde moeten brengen.
De heer Stroom voegt hier nog aan toe dat Rijnland wacht op het resultaat van het onderzoek voordat tot het treffen van maatregelen op de Awzi Katwijk wordt overgegaan. Dit om te voorkomen dat er een oplossing komt waar maatregelen niet nodig blijken te zijn. Mevr. Van Duin merkt dat dit niet wegneemt dat Rijnland aan de lozingseisen moet voldoen.
Mevr. Rosendal schetst de ontstaansgeschiedenis van de stimuleringsregeling. De ervaringen die zijn opgedaan bij 3 pilots heeft geleerd dat het stimuleren van afkoppelen een positief gevolg heeft voor het watersysteem en de afvalwaterketen. Van belang is wel het in werking treden per 1-1-’08 van de Wet Gemeentelijke Watertaken waardoor de gemeente beheerder is geworden van het hemelwater. Daardoor ontstond de vraag of er moet worden doorgegaan met generieke subsidieverlening. Door de positieve gevolgen van het afkoppelen wordt voorgesteld de huidige beleidslijn voort te zetten. Wel zal het beleid worden aangepast aan de aangepaste wetgeving en de opgedane ervaringen met de pilots.
De heer Buijs zegt een groot voorstander te zijn van het stimuleren afkoppelen maar vraagt zich af wat het rendement daarvan is. Ook stelt hij de vraag welke oppervlakten je zoal kunt afkoppelen. Tevens zegt spr. in de Nota afkoppelen verhard oppervlak 2003 een definitie te missen van wat onder verhard oppervlak moet worden verstaan.
De heer Buijze vraagt of het nog steeds de bedoeling is dat er tot 2015 wordt gestreefd naar 10% afkoppelen.
Zowel de heer De Jong als de heer Van der Weijden zijn van mening dat je niet onbeperkt kunt afkoppelen.
Mevr. Binnendijk zegt ook voorstander te zijn van het benutten van de mogelijkheden tot afkoppelen en geeft als voorbeeld een bedrijventerrein met een verbeterd gescheiden riolering waarbij de eerste 10 mm via het riool wordt afgevoerd en de rest naar het polderwater.
Mevr. Rosendal beaamt dat afkoppelen niet altijd een goede oplossing is. Voort-schrijdend inzicht heeft geleerd dat er in bepaalde situaties beter niet afgekoppeld kan worden. Dit nieuwe beleid zal worden meegenomen in het WBP4.
De heer Dijkstra licht toe dat de gemeenten zich moeten houden aan streefpercentages
Als kenmerk van een verhard oppervlak vermeldt spr. dat hieronder moet worden verstaan ieder verhard oppervlak dat niet is aangesloten op de riolering. Tevens meldt spr. nog dat aan de hand van het GIS wordt geïnventariseerd hoeveel verhard oppervlak er binnen een gemeente aanwezig is. Vaak wordt geconstateerd dat er meer verhard oppervlak is dan werd gedacht.
Mevr. Rosendal deelt mee dat de door Rijnland afgegeven WVO-vergunning voor de Coupépolder in Alphen a/d Rijn voor de 3e keer door de Raad van State is vernietigd. In de vergunning was de eis gesteld dat er een waterdichte afdeklaag moest worden aangebracht. Door de gemeente Alphen a/d Rijn is bezwaar gemaakt tegen deze eis die € 10,-- mln. gaat kosten. Ook is door een particulier bezwaar ingediend dat de eisen niet streng genoeg zijn. Het bezwaar is door de Raad van State gehonoreerd.
De heer Van der Weijden informeert of er al iets bekend is over de door de heer Buijs via een ingediende Technische vraag gesignaleerde problemen over een lozing van Schiphol. De voorzitter adviseert de beantwoording van de technische vraag af te wachten.
De voorzitter sluit de vergadering om 16.00 uur
