Verslag commissie Waterkering en Waterzuivering 21 mei 2008

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Home > Bestuur > Agenda´s en verslagen > Commissie Waterkering en waterzuivering > Verslag commissie Waterkering en Waterzuivering 21 mei 2008

Verslag commissie Waterkering en Waterzuivering 21 mei 2008

De onderliggende stukken van deze vergadering kunt u vinden bij de VV agenda van 4 juni 2008

Verslag commissie Waterkering en Waterzuivering, woensdag 21 mei 2008, aanvang 14.00 uur, Archimedesweg 1 te Leiden, D&H-kamer

1. Opening

2. Verslag vergadering d.d. 9 april 2008

3. Mededelingen

4. Agendapunten VV 4 juni 2008

VV-voorstellen

14. Afvalwatertransportgemaal Alphen Sportlaan

15. Legger regionale waterkeringen

16. Voorbereidingskrediet renovatie/vervanging boezemgemaal Spaarndam

5. Rondvraag

6. Sluiting

1. Opening

De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Spr. deelt mee dat bericht van verhindering is ontvangen van de heren Smits en Zandwijk. Van de afwezigheid van de heer Schouffoer is niets bekend.

2. Verslag vergadering 9 april 2008

Tekstueel:
Blz. 4, laatste alinea: Op aangeven van de heer Van Warmerdam wordt het jaar ‘2015’ gewijzigd in ‘2050’.

Aan de één na laatste alinea op blz. 6 wordt op verzoek van de heer De Jong de volgende zin toegevoegd: “Te veel afkoppelen heeft tot gevolg dat het riool verstopt raakt omdat er te weinig doorspoeling plaatsvindt.”.

Blz. 6, zesde alinea: Op verzoek van de heer Buijs wordt in eerste zin van de alinea de volgende wijziging aangebracht: “De heer Buijs zegt een groot voorstander te zijn van het stimuleren van afkoppelen van bestaande aansluitingen”.

Naar aanleiding van:
Blz. 3, onder 3. Mededelingen: De heer Buijs informeert naar de suggestie die hij gedaan heeft om infoborden te plaatsen bij het strand in Noordwijk.. De heer Groen antwoordt dat naast een bronzen plaquette er ook een infobord komt te staan waarop men kan zien welke werkzaamheden zijn uitgevoerd in het kader van het herstel van de Zwakke Schakel Noordwijk.

De heer Buijze vraagt of er al iets bekend is over de kwestie van de kade langs de Vosselaan te Hillegom. Volgens zowel de heer Groen als mevr. Van Duin is men hier nog mee bezig. De heer Groen zegt toe hiernaar a.s maandag te zullen informeren in het Portefeuilleoverleg.

Actie-/Toezeggingenlijst

Besloten wordt het eerstgenoemde punt van de lijst te schrappen omdat dit punt thuis hoort bij de cie. Bestuur en Concernzaken.

3. Mededelingen

a.  Brief van Rechtbank ’s-Gravenhage inzake beroep B&W van Noordwijk tegen def. Legger- en beleidswijzigingen n.a.v. het ontwerpversterkingsplan Zwakke Schakel Noordwijk

De heer Van Warmerdam vraagt naar een toelichting op deze kwestie. In zijn antwoord geeft de heer Groen aan dat e.e.a. is veroorzaakt  doordat het adviesbureau   de beschermingskernzone foutief heeft aangegeven op een bij de legger behorende tekening. De tekening wordt gecorrigeerd. De legger zal weer in procedure worden gebracht en komt daardoor ook weer in de VV.

Naar aanleiding van deze gang van zaken ontstaat er een discussie over het aansprake-lijk stellen van ingehuurde bureaus in dergelijke gevallen. Mevr. Van Duin zegt dat men bij Rijnland hier al mee bezig is maar dat het niet zo eenvoudig is als op het eerste gezicht lijkt.

b. Brief van Dierenbescherming inzake het discussiestuk ‘Muskusrattenbestrijding: twijfel over nut en noodzaak verder toegenomen’

De heer De Jong hoopt dat men wel door gaat met de muskusrattenbestrijding. Volgens spr. heeft men het nu aardig onder controle maar als er (tijdelijk) gestopt wordt zal men weer van voren af aan moeten beginnen. Dit gaat dan veel kosten.

De heer Van Warmerdam zegt dat het resultaat van het onderzoek aanleiding geeft om de muskusrattenbestrijding nog eens nader te bekijken. In het rapport staan een aantal interessante onderzoeksvragen die het waard zijn om te worden onderzocht. Spr. zegt dat in de tussentijd wel doorgegaan moet worden met de bestrijding van muskusratten.

De heer Buijs vindt de vraag van de Dierenbescherming heel legitiem. Spr. zegt het met de heer Van Warmerdam eens te zijn dat de kwestie rondom de muskusbestrijding nog eens wordt bekeken. Tevens vraagt spr. aandacht voor de overdracht van de muskusrattenbestrijders van de provincie naar de waterschappen.

Mevr. Binnendijk pleit ervoor om over deze kwestie overleg te plegen met de provincie N-H en de aanliggende waterschappen.

In zijn reactie geeft de heer Groen aan dat de overdracht van muskusrattenbestrijders wettelijk is geregeld zodat daar geen discussie over hoeft te worden gevoerd. Ook zijn de van belang zijnde partijen het allemaal eens over de nut en noodzaak van de muskusrattenbestrijding. Tevens geeft spr. aan dat er in de loop der jaren al tonnen zijn uitgegeven voor allerlei onderzoeken op het gebied van de muskusratten-bestrijding. Spr. vermeldt nog dat er nog een onderzoek plaats vindt naar de vangst-methoden van de muskusratten. Afgesproken wordt dat Rijnlands antwoord op de brief van de Dierenbescherming ter kennisneming zal worden gezonden aan de VV.

c. Brief van Unie v. Waterschappen inzake ‘Het waterschap als waterkeringsbeheer-der in de toekomst’

De heer De Jong informeert naar de conceptbrief die door de ad hoc-commissie wordt voorbereid en vraagt wat bedoeld wordt met de in de brief genoemde verandering van de tariefsopbouw. De heer Groen zegt de brief nog niet te hebben gezien en dat de veranderde tariefsopbouw voortvloeit uit de nieuwe wetgeving.

4.  Agendapunten VV 4 juni 2008

VV-voorstellen

12. Afvalwatertransportgemaal (Awtg) Alphen Sportlaan

De heer Groen geeft een toelichting op het voorstel en geeft daarbij aan dat in goed overleg met de gemeente Alphen is gekomen tot het voorstel tot verplaatsing van het Awtg.

Mevr. Manni zegt akkoord te gaan met het voorstel.

De heer Buijs vraagt om een toelichting op de verschillende afschrijvingstermijnen.

De heer De Jong zegt van mening te zijn dat als de gemeente Alphen aan den Rijn iets wil zij dan ook voor de kosten moet opdraaien.

De heer Van der Weijden zegt met het voorstel in te stemmen en dat het goed is dat Rijnland heeft meegedacht over deze aangelegenheid.

Mevr. Binnendijk merkt op dat het huidige gemaal nog niet is afgeschreven. Tevens krijgt de gemeente, na verplaatsing van het gemaal, de beschikking over dure bouwgrond. Spr. zegt het prima te vinden als Rijnland meebetaalt maar dat zij het niets eens is met de voorgestelde verdeling van de kosten. Volgens spr. ligt een verdeling van 1/3 - 2/3 meer voor de hand.

De heer Van Warmerdam vraagt of de voorgestelde kostenverdeling per definitie geldt bij vervanging van een Awtg en vraagt of dit gemaal ook in de SBG terecht komt.

De heer Den Haan beantwoordt de vraag over de gehanteerde afschrijvingstermijnen. Spr. zegt dat dit termijnen betreffen die door Rijnland worden gehanteerd. Volgens spr. krijgt Rijnland voor haar bijdrage er een mooi gemaal voor terug. Mevr. Van Duin voegt hier nog aan toe dat over 5 jaar het elektro-mechanisch deel van het gemaal zou moeten worden vervangen en het dus zonde is om nu niets te doen.

De heer Groen vermeldt dat het college het een goede deal vindt. Over het opnemen van dit gemaal in de SBG zegt spr. dat hierin een plafond is gelegd waar dit gemaal onder zit. Daarbij komt dat de  bouw van het gemaal door Alphen aan den Rijn wordt uitgevoerd en dat Rijnland hier een bijdrage in verleent. Aangaande de verdeling van de kosten merkt spr. tot slot op dat hier diverse factoren een rol spelen maar dat het ook een kwestie van onderhandelen is.  

De voorzitter concludeert dat de commissie instemt het voorstel met positief advies als hamerstuk voor te leggen aan de VV.

13. Legger regionale waterkeringen

De heer Groen wijst in zijn toelichting op de afspraak die is gemaakt in het WBP3 dat de legger in 2010 gereed zou zijn. Tevens schetst spr. nog even de problemen die er zijn geweest met betrekking tot het aanleveren van de benodigde gegevens.

De heer Van Warmerdam vraagt of het op blz. 2 van het voorstel genoemde ‘Plan van Aanpak’ zinnige informatie bevat voor de VV. Mevr. Van Duin antwoordt dat het gaat om heel technische informatie. Spr. zegt zich tevens af te vragen of in het voorstel ook de interne kosten inzichtelijk moeten worden gemaakt. Mevr. Van Duin geeft aan dat is afgesproken dit alleen te doen bij Bouwzaken.

De heer De Jong zegt er vanuit te gaan dat het vaststellen van de legger voor bestaande en toekomstige keringen goed en efficiënt gebeurt. Spr. wijst nog op de op blz. 4 vermelde voorbeelden van minimaal vereiste kruinhoogten en de invloed van opwaaiing van water. Als voorbeeld van opwaaiing noemt spr. de noordkant van de Nieuwkoopse Plassen. De heer Groen antwoordt dat de situatie waar de heer De Jong op doelt geen waterkering betreft maar een waterscheiding. Mevr. Van Duin merkt nog op dat er bij waterkerende hoogte vaak sprake is van maatwerk.

De heer De Jong zegt dat in de eerste alinea van blz. 4 wordt gesproken over “een in rekening te brengen toeslag (reserveringsstrook voor verwachte maaivelddaling) variërend tussen 0 en 5 m in veengebieden”. Spr. zegt een maaivelddaling van 5 m wel erg veel te vinden. De heer De Groot antwoordt dat hier geen zakking van 5 m wordt bedoeld maar een 5 m brede strook (bij een zakking van max. 1,00 m/100 jr. ).

De heer Buijze zegt de reserveringsstrook bij maaivelddaling in zandgronden te missen. De heer De Groot antwoordt dat waterkeringen niet op zandgrond liggen. 

De voorzitter concludeert dat de commissie instemt het voorstel met positief advies als hamerstuk voor te leggen aan de VV.

14. Voorbereidingskrediet renovatie/vervanging boezemgemaal Spaarndam

De heer Groen begint met te vermelden dat hij bij dit punt de heer Van Velsen waar- neemt die i.v.m. het waarnemen van de dijkgraaf bij een gelegenheid, hier helaas niet aanwezig kan zijn. Vervolgens geeft spr. een toelichting op het voorstel. Hierbij geeft hij aan dat zoals bij iedere vernieuwing van gemalen gekeken is naar de mogelijkheid om het nieuwe gemaal wat meer capaciteit te geven. Ook vermeldt hij dat er met Rijkswaterstaat overlegd is over het uitmalen van een iets grotere hoeveelheid water in het kader van het Waterakkoord.

Naar aanleiding van een desbetreffende vraag van mevr. Binnendijk geven de heer Groen en mevr. Van Duin een toelichting op het bestuurlijke proces dat moet resulteren in de goedkeuring van het renoveren/vervangen van het Boezemgemaal te Spaarndam.

Mevr. Manni geeft aan met het voorstel in te stemmen.

Volgens de heer Buijze kloppen de gegevens in het voorstel niet. Blijkens de ‘Nota Bemalingsbeleid Rijnland 2007’ zou de benodigde bemalingscapaciteit van dit gemaal 32 m3/s zijn. In het voorstel wordt 36 m3/s genoemd. Tevens wordt in voornoemde Nota als optionele uitbreiding 36-39 m3/s genoemd en géén 39 m3/s.

De heer Buijs merkt op dat het gemaal toch niet zo lang geleden is gerenoveerd en dat het toch om een goed werkend en betrouwbaar gemaal gaat. Tevens vraagt hij of het de bedoeling van het onderzoek is het streven naar een volledig geautomatiseerd gemaal. Spr. wijst tevens op de invloed van de financiële boekwaarde op de plannen.

De heer De Jong geeft aan dat hij instemt met het voorstel.

De heer Van der Weijden vraagt of het mogelijk is het bestaande gemaal naast het nieuwe gemaal te handhaven zodat er extra bemalingscapaciteit beschikbaar is.

Mevr. Binnendijk zegt dat alles 15 jaar geleden is vernieuwd en dat het gemaal goed werkt maar dat het alleen niet geautomatiseerd kan worden. Spr. vraagt of het plaatsen van een vaste noodbemaling geen oplossing biedt. Het gaat hier weer om een grote kostenpost. Spr. zegt tevens voorstander te zijn dit plan door te schuiven, gelet op de bestaande plannen om de boezemgemalen in Katwijk en Gouda te renoveren.

De heer Van Warmerdam geeft aan in het voorstel een onderbouwing van de ongeschiktheid van het gemaal te missen. Spr. zegt graag te willen weten waarom het gemaal nu moet worden vervangen. Waarom zoveel haast? Ook vraagt hij schriftelijk te worden geïnformeerd over de mankementen van het gemaal. Op dit moment kan hij niet instemmen met het voorstel.

Mevr. Van Duin zegt de verwarring te begrijpen over het voorstel omdat het gemaal 15 jaar geleden al is gerenoveerd. Spr. zegt dit gemaal een groot bedrijfsrisico te vinden. Niet omdat het gemaal niet is te automatiseren. Het probleem is niet de planken die bij storm uit de schepraderen vliegen maar de erg complexe hydraulische aandrijving van die schepraderen. Dit is zo complex dat slechts 1 man dit momenteel kan onderhouden/bedienen. Het is in Nederland een uniek aandrijfsysteem. Daarbij komt dat het systeem ook niet meer kan worden onderhouden.

De heer De Ru merkt voor de goede orde nog op dat de 15 jaar geleden plaatsgevon-den renovatie niet de schepraderen betrof maar de aandrijving.

Mevr. Van Duin concludeert dat de bedrijfszekerheid van dit gemaal het grote probleem is. Hetzelfde speelt bij het boezemgemaal in Gouda waar onderdelen uit Engeland moeten komen. Ook die bemaling is erg kwetsbaar. Vandaar dat daar ook gekozen is voor nieuwe aandrijving van de pompen.

Volgens de heer De Ru is aandrijving van de schepraderen door een elektrische motor technisch niet mogelijk.

Op de vraag van de heer Van Warmerdam of de schepraderen zoals vroeger door een dieselmotor kunnen worden aangedreven antwoordt de heer De Ru dat dit geen optie is omdat je dan weer met een uniek aandrijfsysteem zit en, zoals nu het geval is, moet beschikken over unieke kennis.

Mevr. Van Duin vult aan dat je dan weer teveel afhankelijk bent van mensen. Gestreefd wordt naar een gestandaardiseerde aandrijving, aldus spr. Tevens verwijst spr. naar het gemaal Lynden waar dezelfde problematiek speelde. Uiteindelijk is daar gekozen voor een nieuw op afstand bestuurbaar gemaal.

Mevr. Binnendijk zegt zich af te vragen of er een nieuw gemaal kan/mag worden gebouwd naast het bestaande gemaal i.v.m. het feit dat je te maken hebt met het beschermde dorpsgezicht van Spaarnwoude.

De heer De Ru geeft aan dat er op dit moment twee opties in beeld zijn, t.w. in het oude gemaalgebouw of er naast.

De conclusie van mevr. Binnendijk dat met het realiseren van dit gemaal een jaar of tien gemoeid is wordt onderschreven door mevr. Van Duin. Volgens laatstgenoemde is dit ook de reden dat er nu begonnen wordt met de onderzoeken. Tevens vermeldt zij nog dat dit project niet gelijktijdig met het boezemgemaal in Gouda zal plaatsvinden.

Mevr. Binnendijk vraagt of het nieuwe gemaal niet op een andere locatie kan worden gebouwd waarbij gedacht wordt aan het nabij gelegen Boezemkanaal. De voorzitter zegt dat op voorstel van de commissie deze variant zal worden meegenomen in het onderzoek. Zij concludeert vervolgens dat:

a. De commissie na de gegeven toelichting overtuigd is geraakt van de noodzaak om de bemaling van de boezem in Spaarndam te vernieuwen.

b. De noodzaak primair bestaat uit de bedrijfsrisico van het huidige boezemgemaal Spaarndam.

c. Er aan de VV een aantal varianten zal worden voorgelegd met daarbij een voorkeuzevariant van het college.

d. Bij het bepalen van de voorkeur rekening zal worden gehouden met het beschermde dorpsgezicht van Spaarnwoude.

e. Het door de heer Buijze geconstateerde verschil in bemalingscapaciteit zal worden nagegaan.

f. Het aspect van de bedrijfsrisico door middel van een ‘Nota van wijziging’ in het VV-voorstel zal worden opgenomen.

5. Rondvraag

De heer Van Warmerdam overhandigt een artikel dat gaat over het vervallen van lozingsvergunningen. Nagegaan zal worden wat de impact van partijen is.

De voorzitter deelt mee dat het plan bestaat om in september een excursie te houden naar het gemaal Katwijk.

6. Sluiting

De voorzitter sluit de vergadering om 16.00 uur

 

 

Naar boven