De onderliggende stukken van deze vergadering kunt u bekijken op VV agenda 31 januari 2007.
4.1 (nr. 10) Eigendommenbeleid; herziening / aanpassing methodiek opstalrechten
2. Verslag 29 november 2006 en actiepuntenlijst
4. Agendapunten VV 31 januari 2007
4.2 (nr. 12) Benoeming leden Schadeadviescommissie
4.3 (nr. 13) Benoeming en beëdiging leden Rekenkamercommissie
4.4 (nr. 14) Delegatie eigendommenbeheer
4.5 (nr. 20b) P&C kalender 2007
De voorzitter opent de vergadering om 09.00 uur en heet de aanwezigen welkom.
Inspreekrecht betreffende het eigenommenbeleid
Mr. De Geer spreekt in namens de SBOH.
De inspraaknota is aan de notulen gehecht.
De heer Koenen, tweede inspreker, maakt duidelijk dat het nu voorliggende voorstel ongelijkheid tot gevolg heeft voor individuele bewoners. Dat betekent dat er geen sprake is van harmonisatie. Zijn conclusie is dat het Rijnland te doen is om inkomsten te genereren.
Verder wijst de heer Koenen er op dat Rijnland brieven heeft verstuurd over vergoeding voor het hebben van steigers. Daarin wordt € 0 gevraagd voor een periode van 3 jaar en dat vraagt om opheldering. Bovendien vereist Rijnland in dezelfde brief om een keurvergunning terwijl op steigers algemene regels van toepassing zijn en dus geen vergunning meer nodig is.
In verband met het aantal aanwezigen wordt agendapunt 4.1 (nr. 10 agenda VV) als eerste behandeld.
Presentatie door mw. P. de Lange en de heer B. Schippers, waarin een nadere uitzetting wordt gegeven over het nieuw voorgestelde beleid en de gevolgen daarvan in een aantal praktijksituaties.
Eerste termijn.
De voorzitter nodigt de commissieleden uit zich over het voorstel uit te spreken.
De heer Van Leeuwen geeft aan dat het doel is te komen tot een marktconform tarievenbeleid. Dat doel was al met het tweede voorstel bereikt. Het derde, nu voorliggende voorstel voldoet daar ook aan, met dien verstande dat het huidige voorstel beter is toegesneden op de praktijk en op overgangssituaties.
De heer Vegter heeft in het spreekrecht het verwijt vernomen dat de procedure onzorgvuldig zou zijn geweest en vraagt om een check op procedurefouten. In dat geval gaat zorgvuldigheid van het voorstel boven snelheid. Verder vraagt hij duidelijk te maken hoe de verminderde meeropbrengst wordt verwerkt en hoe de communicatie met de betrokken opstalhouders gestalte wordt gegeven.
De heer Thijssen meent dat met het voorstel voldaan wordt aan de eerder vastgestelde uitgangspunten, en dat deze terecht zijn. Het nu voorliggende voorstel doet recht aan de discussie die geweest is en bevat een gedegen uitwerking. Het enige punt waarvoor hij nog aandacht vraagt is of eeuwigdurende uitgifte wel verantwoord is.
De heer Van Warmerdam is geen commissielid maar wenst als lid van de VV opheldering op een aantal punten.
- Is de WOZ waarde als uitgangspunt wel de goede; het kan namelijk leiden tot verschillende uitkomsten in gelijke individuele gevallen. Een gevolg is dat Rijnland er aan verdient.
- De grondquote komt voort uit een vergelijking met gemeenten, maar gemist wordt een correctiefactor in verband met de waterstaatsbestemming.
- Waarom wordt bij onbebouwde grond niet de WOZ waarde gehanteerd maar een individuele taxatie uitgevoerd?
- Spreker is ziet graag de uitwerking van de hardheidsclausule terugkomen in de V.V..
- Er worden landelijk verschillende uitgiftetermijnen gehanteerd. Waarop is Rijnlands keuze gebaseerd?
- Spreker kan zich vinden in een eeuwigdurende overeenkomst.
- In de rapportage van RIGO worden verschillende rentepercentages genoemd. Wat is nu het juist toe te passen rentepercentage?
- Is RIGO ook door andere waterschappen geconsulteerd en is de methodiek al eens onderworpen aan een rechterlijke toets?
- Het rekenvoorbeeld uit de presentatie is zijns inziens niet representatief.
Mw. Van Proosdij meent eveneens dat het voorstel voldoet aan de eis van marktconformiteit. Dat de WOZ waarde als uitgangspunt wordt gehanteerd ziet zij als een verbetering, omdat deze transparant is, onafhankelijk en actueel gehouden wordt. Zij vraagt zich nog af hoe het zit met aankoop onder het oude regime. Verder vraagt zij wie de zorg uitoefent over andere voorzieningen op de ringdijk (infrastructuur). Tenslotte vraagt zij om zorgvuldige communicatie met de belanghebbenden.
Mw. Langeveld sluit zich aan bij de vorige sprekers. Zij neemt afstand van het verwijt dat Rijnland zou zwalken in de discussie. De discussie heeft juist laten zien dat Rijnland open staat voor dialoog en kiest voor verbetering waar dat mogelijk is. Vast uitgangspunt is steeds geweest het bereiken van marktconformiteit en daaraan voldoet het voorstel. Zij pleit er tenslotte voor om de hardheidsclausule verder uit te werken.
Beantwoording
De heer Van Velsen is ingenomen met de steun die de commissieleden in algemene zin geven aan het voorstel.
Op de vragen gaat hij als volgt in:
- Als met de voorstellen wordt ingestemd, zal dit een lagere meeropbrengst van circa 20% betekenen. De gevolgen worden pas op termijn zichtbaar en zullen in de meerjarenbegroting worden verwerkt.
- Er wordt geen afkoop mogelijk gemaakt voor percelen met een niet-woonbestemming, omdat die een andere planologische bestemming kunnen krijgen. Overigens betekent afkoop slechts dat er geen verdere financiële verplichtingen zijn, de rechtsverhouding tussen eigenaar en opstalhouder blijft dezelfde.
- Het nu gekozen systeem kan in individuele gevallen tot verschillen aanleiding geven. Dat is helaas niet anders.
- Een waterstaatsbestemming, of welk ander voor- of nadeel, zit al verdisconteerd in de WOZ waarde.
- Er zijn geen onbebouwde percelen betrokken. Gedoeld wordt kennelijk op bedrijfspanden. Daar leidt de WOZ waarde niet tot een logisch herleidbare grondquote.
- De hardheidsclausule zal nader worden uitgewerkt en te zijner tijd aan de V.V. worden voorgelegd.
- De invoerdatum van het nieuwe beleid is mede afhankelijk van de voorbereiding van de benodigde akten en de communicatie met de betrokkenen.
- De keuze voor een uitgiftetermijn kan naar voorkeur gedaan worden. Daarvoor zijn geen richtlijnen.
- Het rentepercentage wordt gekozen op basis van een gemiddelde. De verschillende percentages in de presentatie waren slechts rekenvoorbeelden.
- De opstalrechtendiscussie speelt bij andere waterschappen niet in die mate waarin deze bij Rijnland speelt zodat daarmee geen vergelijking kan worden gemaakt.
- Rekenvoorbeelden uit de presentatie waren bedoeld ter verduidelijking en niet als representatief bedoeld.
- Het beheer van de weg op de ringdijk is jaren geleden al aan de gemeente overgedragen. Rijnland is wel eigenaar.
- Aankoop onder de oude regels is een aflopende zaak.
De voorzitter schetst de stand van zaken als volgt.
- Er is veel informatie uitgewisseld met alle betrokkenen.
- Gebleken is dat er geen overeenstemming zal komen over de tarieven.
- Rijnland streeft naar marktconformiteit in de tarifering.
- Rijnland ziet geen redenen voort te borduren op wat in het verleden tot stand is gekomen.
- Rijnland wil de verbindende stap naar de toekomst zorgvuldig nemen.
- Rijnland is een overheidslichaam maar handelt in deze niet in die hoedanigheid maar als privaatrechtelijk rechtspersoon.
- Rijnland staat open voor een rechterlijke toets en wil in de kosten van een procedure bijdragen.
- Hij stelt voor vast te houden aan behandeling van het voorstel in de VV-bijeenkomst van 31 januari 2007.
Op verzoek van de voorzitter geeft de aanwezige vertegenwoordiger van RIGO nog een laatste toelichting.
Door te werken met een stelsel dat uitgaat van de WOZ waarde en een grondquote, wordt een transparante en pragmatische berekeningswijze gehanteerd. Dat leidt in de praktijk soms tot verschillen. Het alternatief is te gaan werken met taxateurs maar dat schept een afhankelijkheid. Er wordt nadrukkelijk niet voor dit alternatief gekozen.
De afkoopregeling is in de lijn met de landelijke trends. Er is geen sprake van verkoop van eigendom omdat de ringdijk wordt gezien als belangrijk waterstaatswerk. Het hebben van een woning op een waterstaatswerk heeft voor- en nadelen, de invloed daarvan op de waarde is verwerkt in de WOZ waarde.
Tweede termijn
De heer Vegter vraagt verdere verduidelijking over de gevolgen van de verminderde opbrengst. Bovendien vraagt hij verder in te gaan op de voorgenomen communicatie met de opstalhouders.
De heer Van Velsen antwoordt dat de opbrengst enkele tonnen minder is dan volgens het eerdere voorstel. Het gat dat hierdoor ontstaat, zal aangevuld moeten worden met opbrengst uit de belastingen die Rijnland heft. De financiële gevolgen zijn nog niet in de meerjarenbegroting verwerkt.
De heer Van Leeuwen vraagt of ook gekeken is naar mogelijkheden tot erfpacht.
De vertegenwoordiger van RIGO antwoordt dat gekeken is naar bouweconomische aspecten en niet naar juridische alternatieven.
De voorzitter sluit de discussie met de constatering dat de commissie het voorstel met een positief advies doorgeleidt naar de VV, met de aantekening dat nadere aandacht dient te worden besteed aan de hardheidsclausule en de communicatie met de opstalhouders.
De belangstellenden verlaten de vergadering tijdens een korte schorsing.
Het verslag wordt vastgesteld en ondertekend.
Naar aanleiding van het verslag komen de volgende onderwerpen aan de orde.
Blz. 2, evaluatie commissiestructuur
De heer Van Leeuwen meent dat een informele discussie in deze commissie op zijn plaats is. Enkele andere leden ondersteunen hem in deze wens. De secretaris merkt op dat er een enquête is uitgezet en de formele behandeling van de evaluatie van de commissiestructuur is voorzien in de V.V.-bijeenkomst van 14 maart.
De voorzitter zegt toe over dit onderwerp een meer informele gedachtewisseling te houden. Gedacht wordt aan een lunchbespreking van de commissie Bestuur & Concernzaken direct aansluitend op de commissievergadering van 28 februari.
Blz. 3, Afdeling handhaving op orde
De secretaris reikt een memo dd. 5 januari 2007 uit, die aan het verslag wordt gehecht.
Blz. 7, gevolgen wijziging Waterschapswet
De heer Van Velsen zegt dat dit onderwerp op 21 februari aan bod komt in de informatieve VV. De voorzitter wil graag voeding uit het categorie-overleg over de gewenste omvang van de VV, de toedeling van het aantal zetels aan de categorieën, de omvang van het college en het wel of niet instellen van kiesdistricten.
De secretaris zegt dat een notitie over dit onderwerp zal worden geagendeerd voor de VV-bijeenkomst van 31 januari a.s. Deze notitie zal zo spoedig mogelijk worden toegezonden aan de VV-leden in verband met het te voeren categorie-overleg.
De heer Van Velsen meldt de recente verzending van 235.000 aanslagen WVO-heffing.
De voorzitter meldt dat hij de bestuursstructuur van Het Waterschapshuis aan de orde heeft gesteld in het bestuur van de Unie van Waterschappen. De Unie voelt er echter weinig voor een nieuwe discussie te starten omdat de huidige vorm (stichting) voldoet en ook voldoende democratisch gelegitimeerd is.
De voorzitter zegt dat een gedeelte van het personeel van Het Waterschapshuis wordt gehuisvest in het Rijnlandshuis aan de Breestraat.
De heer Thijssen ziet graag richtlijnen voor de vergoeding van de leden.
Mevrouw Van Proosdij vraagt naar de plaatsvervangingsregeling en is van mening dat de vergoedingsregeling moet worden afgestemd op die van de leden van de Rekenkamercommissie.
Mevrouw Langeveld vraagt of ook expertise van buiten de commissie wordt gevraagd.
De voorzitter antwoordt als volgt. De commissie bestaat uit deskundigen met verschillende disciplines. De herkomst van de deskundigen is divers. Dat leidt er toe dat niet met een vaste richtlijn qua vergoeding kan worden gewerkt. De vergoeding heeft wel de nadrukkelijke aandacht van het college.
De commissie bestaat formeel uit enkele leden en plaatsvervangers. In de praktijk zal facultatief gewerkt worden, al naar gelang de gewenste expertise. Dat betekent ook dat soms aanvullende expertise ingeschakeld moet worden.
De heer Groen wijst er op dat de eerste zaken zich aandienen.
De commissie geleidt het voorstel door naar de VV om het als hamerstuk te behandelen.
De secretaris meldt dat een externe kandidaat zich heeft teruggetrokken, maar dat een andere kandidaat op de voordracht zal worden geplaatst.
Mw. Van Proosdij vraagt of de kandidaten uit de VV in aanmerking komen voor een vergoeding. De voorzitter beaamt dit in de wetenschap dat op de wetswijziging wordt geanticipeerd.
De heer Vegter informeert naar de procedure voor wat betreft de interne kandidaten. De voorzitter meldt dat er een procesafspraak is dat de kandidering via de categorieën loopt.
De commissie kan zich met het voorstel verenigen en geleidt dit door naar de VV.
De heer Thijssen geeft aan dat het voorstel aangevuld zou kunnen worden met rapportageplicht aan de VV.
Mevrouw Van Proosdij ziet geen efficiencyvoordeel in het voorstel en vindt het voorstel slecht onderbouwd.
De heer Van Velsen wijst op uniformiteit en de praktische werkwijze. De suggestie van de heer Thijssen zal hij in beraad nemen.
De secretaris merkt op dat op grond van het Delegatiebesluit het college een periodieke rapportageplicht naar de V.V. heeft over de op basis van delegatie genomen besluiten.
De commissie besluit het voorstel door te geleiden naar de VV om dit als hamerstuk te accorderen.
De heer Thijssen vindt het een helder stuk, maar zou de feitelijke P&C-stukken ook graag helder gepresenteerd zien.
De heer Vegter mist inhoud, hij zou graag inzicht hebben op wat op ons afkomt.
De heer Van Velsen merkt op dat dit in de voorjaarsnota in beeld komt.
De commissie besluit het stuk ter kennisneming door te geleiden naar de VV.
Geen.
De heer Van Leeuwen refereert aan de nieuwjaarsbijeenkomst van 2 januari jl, waarin een opmerking is gemaakt over de positie van enkele zittende directeuren. Deze opmerking heeft hem verrast en zegt dat hij hierover graag eerder geïnformeerd had willen zijn.
De heer Groen antwoordt dat hij, als loco-dijjkgraaf, tijdens de nieuwjaarstoespraak aandacht heeft besteed aan het –inmiddels via intranet bekendgemaakte- nieuws dat de heren Nomen en Heijnis zich niet beschikbaar stellen voor een directiefunctie per 1 juni. De voorzitter constateert dat het intranet niet toegankelijk is voor VV leden. Hij acht het in menselijke verhoudingen gepast dat aan dergelijk nieuws ook richting algemeen bestuur aandacht wordt besteed.
De heer Vegter vindt de parkeersituatie aan de Archimedesweg armoedig en vraagt het college te komen met een verbetering.
De secretaris antwoordt dat dit onderwerp wordt meegenomen in het lopende herhuisvestingsplan.
De heer Vegter wenst dat de uitgangspunten voor de parkeervoorziening aan de commissie Bestuur & Concernzaken worden voorgelegd.
Dit wordt toegezegd.
De heer Vegter vraagt de toegang tot intranet voor VV leden mogelijk te maken. En tevens afscheid te nemen van papieren agenda’s.
De voorzitter meent dat het bestaande intranet ongeschikt is voor VV leden.
De heer Haitjema zegt dat een eigen informatievoorziening voor VV leden, voor zover het betreft het langs digitale weg beschikbaar stellen van commissie- en VV-stukken, realiseerbaar is, als de behoefte daaraan blijkt. Tot nu toe wordt invulling gegeven aan de wens om slechts papieren documenten te verstrekken.
De secretaris zegt dit punt mee te zullen nemen in de evaluatie van de commissiestructuur.
De heer Vegter vraagt de door Al Gore gemaakte film te vertonen over de klimaatsverandering.
De secretaris antwoordt dat de film binnenkort wordt aangeschaft en ook aan de VV-leden zal worden vertoond.
De heer Vegter vraagt naar de koppeling van belastingbestanden tussen Rijnland en de gemeente Haarlemmermeer.
De heer Van Velsen geeft aan dat Rijnland zoekt naar samenwerking met meerdere gemeenten. Samenwerking met Haarlem en Haarlemmermeer behoort hiertoe. Overigens is de toegezegde informatie van deze twee gemeenten nog niet ontvangen.
De heer Thijssen uit zijn waardering voor de folder “Dijk in Duin” , die over de verbetering van de zwakke schakel Noordwijk gaat.
De heer Thijssen toont een folder van STOWA en uit zijn verbazing dat Rijnland als grootste betaler niet in het bestuur participeert.
De heer Van Velsen had toegezegd terug te komen op de frictiekosten naar aanleiding van het doelmatigheidsonderzoek. De rapportage hierover kan gebeuren nadat de plaatsing in mei gerealiseerd is, omdat er dan pas beter zicht is op de uit de reorganisatie voortvloeiende financiële consequenties.
De voorzitter sluit onder dankzegging de vergadering om circa 12.00 uur.
Vastgesteld in de vergadering van 28 februari 2007.
