De onderliggende stukken van de agenda punten zijn te vinden bij de VV agenda van 25 april 2007
2. Verslag 28 februari en actiepuntenlijst
4. Agendapunten VV 25 april 2007
4.1 (nr. 6) Schadevergoeding kampeervereniging Helios
4.2 (nr. 9) Evaluatie commissiestructuur
De voorzitter opent de vergadering om 10.00 uur en heet de aanwezigen welkom.
De secretaris geeft aan dat bij de aanwezigen de naam van de heer Den Dekker moet worden toegevoegd. Verder merkt mevrouw Oosterloo op dat op pagina 5 onder 4.2 in de vierde regel het woord ‘bestuurlijk’ voor ‘… werk van Rijnland’ moet worden geplaatst.
Naar aanleiding van het verslag komen de volgende onderwerpen aan de orde.
Blz. 5: Jeugdadviesraad
Mevrouw Oosterloo constateert dat de notitie over Kindergemeenteraad niet bij het verslag zit. Dit staat wel in het verslag gemeld. Zij stelt voor deze zin te schrappen.
Hiertoe wordt besloten.
De heer Vegter vraagt hoe het college aankijkt tegen het inschakelen van een externe deskundige van de afdeling Bestuurskunde van de Universiteit Leiden (prof. Toonen) bij het voeren van een discussie over de rollen van het algemeen en dagelijks bestuur van het hoogheemraadschap.
De voorzitter zegt dat hierover geen concreet besluit is genomen, maar dit kan worden meegenomen bij de bespreking van agendapunt 4.2. van deze vergadering.
Naar aanleiding van de actiepuntenlijst komende de volgende onderwerpen aan de orde.
De voorzitter meldt dat hij samen met de heer van Velsen overleg heeft gehad met de SBOH omtrent de hardheidsclausule. Model staat de regeling van de gemeente Haarlemmermeer ( vanaf 2002 geen gebruik van gemaakt ). De SBOH verwacht dat hiervan – mede om de 20 jaar overgangstermijn - voorlopig geen gebruik van zal worden gemaakt. De uitwerking van een hardheidsclausule zal daarom nog niet gebeuren. Dit brengt namelijk veel werk met zich mee. Wanneer er zich een concrete situatie voordoet zal dit onderwerp opnieuw ter sprake worden gebracht.
De heer Haitjema deelt mede dat er verkennende gesprekken zijn gevoerd met de gemeente Leiden in verband met de parkeervoorziening naast het kantoorgebouw aan de Archimedesweg. In het bestemmingsplan is aangegeven dat de braakliggende grond voor het kantoorpand de bestemming bouwen heeft. Rijnland dient voor 2008 op deze grond te bouwen, anders treedt de boeteclausule in werking. Er is echter een groot parkeergebrek in de omgeving rond het gebouw, dus wellicht dat de gemeente bereid is de bestemming te wijzigen. Het kost echter tijd voor dat dit goed is uitgewerkt. Momenteel is daarvoor geen capaciteit beschikbaar.
De voorzitter geeft aan dat er in de loop van het jaar een plan zal komen waarin naar een oplossing van de knelpunten zal worden gezocht.
Er zijn geen mededelingen.
De voorzitter merkt ter inleiding van dit onderwerp op dat het College nog zal terugkomen op het punt van de delegatie. Hiervoor zal het algemeen delegatiebesluit moeten worden aangepast. In het onderhavige geval is besloten een gedeelte van de kosten van de kampeervereniging Helios te vergoeden, ondanks het feit dat er geen Keurvergunning aanwezig was. Hiertoe is besloten omdat een handhavend optreden tegen de illegale situatie tot legalisering zou hebben geleid.
De heer Vegter geeft aan dat voor deze gevallen mandaat verleend dient te worden aan het College. Wat hem betreft had het hele bedrag vergoed mogen worden.
De heer Alkemade wil graag de criteria zien die tot deze afweging hebben geleid. Het is een onvolledig stuk. De voorzitter laat weten dat de criteria in de Verordening Schadevergoeding Rijnland 2005 staan. Deze verordening en haar criteria is door de V.V vastgesteld. Aan de hand hiervan is getoetst.
De commissie concludeert dat het stuk als hamerstuk naar de V.V doorgeleid kan worden.
Aangetekend wordt dat over de criteria van de Schadevergoedingsverordening nog eens nader moet worden gesproken.
De voorzitter legt de commissie de evaluatie commissiestructuur voor. Het stuk spreekt voor zich.
De heer Thijssen vindt het een helder stuk. Er ontbreekt echter wie waar verantwoordelijk voor is. De heer Haitjema geeft hierbij aan dat deze verantwoordelijkheden vastliggen in procedures en verordeningen. De voorzitter voegt hier aan toe dat het voor de helderheid goed is om aan te geven wie welke verantwoordelijkheden heeft. Dit punt zal worden opgepakt.
Mevrouw Jong geeft te kennen geen voorstander te zijn van de gebiedscommissies. Verder is het voor haar niet duidelijk hoeveel respondenten er geweest zijn. De secretaris antwoordt dat 2/3 van de leden heeft gereageerd. Mevrouw Jong geeft verder nog aan dat er sprake is van onevenwichtigheid in de agenda’s van de vaste commissies.
Geconcludeerd wordt dat dit per commissie soms verschillend is en dat hieraan niet valt te ontkomen.
Mevrouw Oosterloo vindt het een duidelijk stuk. Het cultuuraspect wordt goed weergegeven. Het is belangrijk dat dit wordt opgepakt. Verder is zij van mening dat beslispunt 5 sterker mag worden gesteld door de rol van de V.V met betrekking tot agendering van onderwerpen voor verschillende commissies meer te benadrukken.
De voorzitter vraagt zich af of dit wenselijk is. Het is voor de flexibiliteit beter de keuze aan het College te laten waar welke onderwerpen behandeld zullen worden in de vaste commissies. De V.V heeft in alle gevallen het recht er over te praten. Het gaat hier om de rolverdeling binnen de commissies.
Daarnaast is voor mevrouw Oosterloo de status van de informatieve V.V niet helder, waarbij zij verwijst naar de tekst in het conceptbesluit bij artikel 57, tweede lid van het Reglement van Orde.
De secretaris geeft aan dat het betreffende artikellid voorziet in de mogelijkheid van een gecombineerde commissievergadering en het artikel geen betrekking heeft op de informatieve V.V.
De heer Vegter merkt hierbij op dat zijn categorie bezwaren heeft bij de status van de informatieve V.V. Het mag niet zo zijn dat in een informatieve V.V beleidsvoorbereiding geschiedt.
De heer Haitjema geeft aan dat in het verleden de informatieve V.V werd gebruikt voor beleidsvoorbereiding. Dit is nu aangescherpt. De informatieve V.V zal alleen informatief van karakter zijn. De voorzitter voegt hier aan toe dat onderliggend voorstel er op ziet dat voorkomen wordt dat aan beleidsvoorbereiding wordt gedaan in een informatieve V.V.
De heer Van Leeuwen heeft problemen met beslispunt 12. Het is volgens hem niet wenselijk dat er vier discussierondes komen. Hij stelt voor het in drie rondes te doen. Als eerste dient het standpunt van de categorie naar voren te komen. Deze ronde is expliciet bedoeld voor de woordvoeders. Dan een reactie afhankelijk van het antwoord van het College en een laatste ronde. De voorzitter voelt hier wel voor, maar vraagt of dit moet worden geregeld. Er moet flexibiliteit blijven. Het beslispunt is bedoeld om de vergadering efficiënt te laten verlopen. Het is meer een werkafspraak.
De secretaris merkt op dat het niet de bedoeling is meer dan twee discussierondes te houden; het gaat er om dat woordvoerders per categorie in beide spreektermijnen aan bod kunnen komen. De voorzitter geeft aan dat er nog eens goed naar de tekst zal worden gekeken zodat er geen misverstanden kunnen ontstaan.
De heer Alkemade vindt dat de rol van de gebiedscommissies niet goed wordt opgepakt. De bedoeling van deze commissies was om de betrokkenheid met het gebied duidelijk te tonen. In de gebiedscommissie kan bijvoorbeeld gesproken worden over de peilbesluiten. Een onderwerp dat leeft bij de burgers in het gebied.
De heer Van Velsen antwoordt dat in de commissie Noord peilbesluiten zijn besproken. Maar ook andere onderwerpen zijn hier aan bod gekomen. De gebiedscommissie is er om in de voorfase haar opmerkingen te plaatsen die daarna meegenomen kunnen worden in het vervolgtraject via de VV-commissies en de VV. In deze voorfase kunnen de leden van de gebiedscommissie hun kennis van het gebied inbrengen.
De heer Alkemade hoopt dat er meer ruimte voor de burgers komt bij de gebiedscommissies. Zij moeten hierbij meer betrokken worden. Daarnaast wil hij graag in de gelegenheid gesteld worden om bij gebiedscommissievergaderingen al kennis te nemen van brieven van ingelanden gericht aan de V.V. Ook wil hij zien hoe er om wordt gegaan met suggesties van ingelanden. De heer Vegter is het eens met de heer Alkemade. Goede voorbereiding door de gebiedscommissies kan later ontlastend werken bij de V.V.
De heer Haitjema merkt op dat de principiële keuze is gemaakt door de gebiedscommissies geen beleidsvoorbereidende taken toe te kennen. De bevoegdheden van de gebiedscommissies kunnen gewijzigd worden, maar dit heeft verschillende consequenties. Hoe verhoudt de wijziging zich tot andere procedures? Bijvoorbeeld bij het nemen van peilbesluiten.
Volgens mevrouw Langeveld zijn beslispunten 2 en 3 tegenstrijdig. Indien nodig meerdere vergaderingen staat in punt 2, maar in 3 staat zo veel mogelijk gelet op de relatief lage vergaderfrequentie. Hier spreekt volgens haar geen enthousiasme uit voor het organiseren van een extra vergadering.
De voorzitter ziet hier geen discrepantie. Drie gebiedscommissievergaderingen per jaar, waarbij deze commissies zo veel als mogelijk gelet op de frequentie zullen worden betrokken in de voorfase van de beleidsvoorbereiding. Hiermee is niet uitgesloten dat er extra vergaderingen kunnen worden uitgeschreven.
De heer Alkemade hecht veel belang aan het cultuuraspect. Dit betekent ook dat men open moet staan voor verbeteringen die naar aanleiding van deze evaluatie naar voren komen. De wisselwerking tussen het College en de V.V moet optimaal zijn. Het is aan te bevelen een extern bureau naar dit cultuurprobleem te laten kijken.
De voorzitter beaamt hetgeen de heer Alkemade heeft gezegd. In het voorstel is opgenomen dat er een kleine club zal worden ingesteld om naar de cultuurproblemen te kijken. Hierbij kan worden meegenomen de mogelijkheid van het inhuren van externe expertise, zoals ook al eerder door de heer Vegter naar aanleiding van het verslag van de vorige vergadering is opgemerkt.
De heer Vegter voorziet, gelet op de beperkte omvang van zijn categorie, grote problemen met betrekking tot beslispunt 6. Hij wil voorstellen het mogelijk te maken voor externen om als vervanger tijdens vergaderingen op te treden. Dit gebeurt bijvoorbeeld al in gemeenten. Tevens stelt hij voor de naam van de V.V te veranderen.
De voorzitter erkent de problemen met de vertegenwoordiging. Echter deze zullen zich eventueel pas na de verkiezingen van 2008 voor doen, maar mogelijk ook beter kunnen worden opgelost. Zo ook de gevolgen van andere wijzigingen in de waterschapswet. De voorzitter zegt toe voor de verkiezingen van 2008 uit te zoeken wat er op het punt van de vertegenwoordiging geregeld kan worden, waarbij rekening moet worden gehouden met de eventuele juridische beperkingen. Wat betreft de naamswijziging is de voorzitter snel klaar. Als de V.V besluit om de naam opnieuw te wijzigen, zal deze worden gewijzigd.
Mevrouw Langeveld vindt het lastig met betrekking tot beslispunt 5 te onderscheiden wat nu precies de taakvelden van de verschillende vaste commissies zijn.
De heer Van Velsen legt aan de hand van de begroting uit wat de verschillende taakvelden zijn. Als het gaat om bijvoorbeeld het hoofdstuk aanleg en onderhoud waterkeringen dan kan dit worden behandeld in de commissie Waterkering en Waterzuivering. Er dient dus naar die onderwerpen in de begroting te worden gekeken, welke tot de taakstelling van een commissie behoren. De heer Haitjema voegt hier aan toe dat de bedoeling van de taakvelden is dat wordt voorkomen dat bijvoorbeeld de hele Turap drie keer wordt behandeld.
De meerderheid van de commissie concludeert dat het stuk ter bespreking wordt doorgeleid naar de VV
Geen
De heer Vegter heeft vernomen dat het Polderhuis in Hoofddorp een functiewijziging krijgt. Hij wil graag weten wat hier de achtergrond van is.
De heer Van Velsen antwoordt dat het Polderhuis mogelijk op de commerciële markt in de verhuur zal gaan. Als voorwaarde zal gelden dat het pand zijn cultuurhistorische waarde dient te bewaren, zoals door de V.V is bepaald.
De voorzitter voegt hier aan toe dat geprobeerd is om met de gemeente Haarlemmermeer tot een overeenkomst te komen. Rijnland heeft de gemeente hierbij een zeer voordelig aanbod gedaan. Uiteindelijk hebben de onderhandelingen tot nu toe niet tot een overeenstemming geleid. Op zeer korte termijn moet de gemeente uitsluitsel geven.
Verder wil de heer Vegter weten met betrekking tot agenda punt 5 van de V.V of er contact is geweest op bestuurlijk niveau met Nuon.
De voorzitter meldt dat hij contact heeft gehad met Nuon.
De heer Thijssen vindt dat in deze commissie gesproken dient te worden over de situatie omtrent Schiphol. Het heeft grote impact in dit gebied. Er zal een keer over de grote lijnen moeten worden gesproken. Het is belangrijk een bestuurlijke lijn uit te zetten.
De heer Haitjema merkt op dat op dit moment intensief contact is met Schiphol. Er wordt nu gesproken over een nieuw te verlenen vergunning. Het doel is om straks Schiphol als enige aansprakelijk te maken voor de lozingen vanaf de Mainport. Nu zijn nog de verschillende luchtvaartmaatschappijen hiervoor verantwoordelijk. Dit is onoverzichtelijk. Verder constateert hij dat er nog veel meer speelt. Schiphol zal in de toekomst alleen maar verder groeien. Het is inderdaad van belang om naar een strategie voor op de langere termijn te kijken. Eerst zal dit in het College moeten worden besproken en daarna zal dit aan de commissie worden voorgelegd.
De secretaris voegt hier aan toe dat er met betrekking tot Schiphol ook in andere commissies vragen zijn gesteld. Gedacht wordt daarom dit onderwerp te agenderen voor er een informatieve V.V.
De voorzitter is het met de heer Thijssen eens. Hij vraagt de commissie het College tijd te geven om met duidelijke plannen te komen.
Mevrouw Oosterloo wil graag weten waarom agendapunt 13a van de VV niet bij deze commissie is geagendeerd. De motie Flankerend Beleid zag vooral op de communicatie bij grote projecten. Dat is een onderwerp dat volgens haar in de commissie Bestuur en Concernzaken behandeld dient te worden.
De voorzitter weet niet waarom dit punt niet voor deze commissie is geagendeerd. Hij geeft aan dat hier naar gekeken zal worden.
Verder merkt mevrouw Oosterloo op dat in het collegeprogramma van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland een passage over het waterbeheer is opgenomen die sterk afwijkt van het uitgangspunt “Vasthouden, bergen, afvoeren”.
De voorzitter zegt toe dit te zullen bespreken in zijn kennismakingsgesprek met de nieuwe gedeputeerde voor het waterbeheer.
Mevrouw Langeveld vraagt of de volgende keer op de agenda het kamernummer, waar de vergadering zal plaats hebben, gezet kan worden.
De secretaris zal er voor zorgen dat het kamernummer voortaan duidelijk wordt aangegeven op de commissieagenda’s.
De voorzitter sluit onder dankzegging de vergadering om 12.10 uur.
Vastgesteld in de vergadering van 23 mei 2007.
