De onderliggende stukken van deze vergadering zijn te vinden bij: agenda VV 6 juni 2007
2. Verslag 11 april 2007 en actiepuntenlijst
4. Agendapunten VV 6 juni 2007
4.1 (nr. 5) Gedragcode integriteit bestuursleden rijnland 2007
4.2 (nr. 6) Delegatie Verordening Schadevergoeding
4.3 (nr. 7) Verlengen contract externe accountants
7. Workshop "Op één lijn met het bestuur"
De voorzitter opent de vergadering om 11.00 uur en heet de aanwezigen welkom. Hij geeft aan dat de vergadering om organisatorische redenen om 11.00 uur begint en uiterlijk 12.00 uur zal eindigen in verband met een workshop.
De heer Vegter geeft aan dat de naam van prof. Thoonen (blz. 1) verkeerd is gespeld.
De heer Thijssen vraagt de actie over de verantwoordelijkheid voor de nieuwe werkwijze in de actielijst op te nemen (blz. 3). Hiertoe wordt besloten.
Mevr. Oosterloo vraagt om midden op blz. 7 het woord “zag” te wijzigen in “sloeg”.
Met in achtneming van deze wijzigingen wordt de redactie vastgesteld
Er zijn geen mededelingen.
De heer Vegter stelt voor dat in het V.V. besluit wordt verwezen naar de bijlage.
De heer Thijssen ziet de gedragscode als een dik en duur boek, waaraan geen behoefte bestaat. Door middel van het afleggen van de eed of belofte en met het publiceren van nevenfuncties heeft elke bestuurder zijns inziens al aan de eis van integriteit voldaan. Bovendien worden in de code de waterschaps-, gemeente- en provinciebestuurders gelijkgeschakeld, terwijl een qua rechten (bijv. vergoedingenniveau) niet opgaat. Bovendien vindt hij de bepaling over de nevenfuncties in de code niet juist; als voorbeeld noemt hij de leden van de rekenkamercommissie in relatie tot de vergoeding voor de VV-leden van deze commissie
Mevr. Van Proosdij vraagt of de code wel in de pas loopt met de eed of belofte die bestuurders bij aantreden afleggen. Ook vraagt zij zich af waarom iemand die uit het bestuur vertrekt niet binnen een jaar voor Rijnland zou mogen werken, alsof het zou gaan om topbeloningen.
Mevr. Langeveld meent dat de code een open deur is, maar wat gebeurt er als men zich niet aan de code houdt? Is het niet zo dat een rechter de code kan overrulen?
De heer Alkemade vraagt aandacht voor het begrip vertrouwelijkheid. Dat begrip kan moeilijk gekoppeld worden aan communicatie met VV-leden omdat daar juist openheid en transparantie dienen te gelden. Als voorbeeld noemt hij het in de gedragscode gestelde over de vertrouwelijkheid bij e-mailverkeer. Vertrouwelijkheid past meer bij communicatie tussen collegeleden onderling dan met VV-leden.
De voorzitter licht toe dat de code een product is, voortgebracht vanuit koepelorganisaties. Die kring heeft een praktisch hanteerbare opzet gekozen, die voor waterschappers soms aan de ruime kant kan worden ervaren. Dat behoeft op zich geen knelpunt op te leveren. Bij het opstellen van de code is gekeken naar de eed of belofte. De code geeft daar nadere invulling aan. De handhaving van de code gebeurt door elkaar op gedragingen aan te spreken. Van buitenaf wordt de code gezien als kader, waaraan wij als bestuurders gehouden kunnen worden.
De secretaris voegt er nog aan toe dat de formulering van de eed en belofte in de wet is voorgeschreven en dus geen vrijheid voor Rijnland biedt.
De heer Thijssen en mevr. Van Proosdij zijn nog niet overtuigd van de noodzaak van een code.
De heer Vegter vindt dat er geen woorden aan gewijd moeten worden en dat de code als hamerstuk aanvaard moet worden.
De voorzitter geeft aan dat de code door de wetgever wordt verwacht en ook past in de huidige maatschappelijke verhoudingen.
Voor wat betreft de vertrouwelijkheid meent de voorzitter dat de heer Alkemade een punt heeft. Vertrouwelijkheid is ten aanzien van VV leden aan de orde in een besloten bijeenkomst.
De secretaris stelt voor in artikel 3 lid 1 van de code de woorden “en dat computerbestanden beveiligd zijn” te schrappen en af te spreken dat vertrouwelijke stukken uitsluitend in schriftelijke vorm aan bestuursleden worden toegestuurd.
De commissie stemt hiermee in.
De voorzitter geeft aan de discussie te willen besluiten. Hij adviseert de commissie de code over te nemen en te zien als basis om elkaar in voorkomende gevallen te kunnen aanspreken op bepaalde gedragingen .
De heer Van Velsen stelt voor om in de overwegingen van het besluit te verwijzen naar de publicatie “Integriteit van politieke ambtsdragers bij gemeenten, provincies en waterschappen” De commissie stemt hiermee in.
Het agendapunt kan met inachtneming van een Nota van wijziging als hamerstuk voor de VV worden geagendeerd.
De heer Thijssen vraagt of de toegezegde criteria aan het stuk kunnen worden toegevoegd. De heer Vegter sluit zich hierbij aan.
De heer Van Leeuwen vraagt zich af hoe de verantwoording geschiedt als er grote bedragen in het geding zijn.
De secretaris wijst er op dat bij kleine bedragen rapportage plaatsvindt via de TURAP en bij grotere bedragen een afzonderlijk kredietvoorstel wordt gedaan.
De voorzitter verwacht binnenkort enkele schadeclaims. Hij stelt voor in de julivergadering het stuk, gecompleteerd met de criteria, te behandelen.
De commissie stemt daarmee in en het onderhavige voorstel wordt dan ook aangehouden
De heer Vegter is geen tegenstander van het voorstel, maar wijst op de mogelijkheid afscheid te nemen van de opdrachtnemer, indien het college niet tevreden is.
De heer Van Velsen zegt dat dit niet speelt, het gaat slechts om instemming om te verlengen tegen dezelfde condities en voor het overige zoals in het voorstel is verwoord.
De heer Alkemade vraagt aandacht voor criteria om de werkwijze te optimaliseren. Daarvoor dient zich nu een kans aan.
De heer Van Velsen zegt aandacht op dit punt toe.
Vervolgens besluit de commissie het voorstel als hamerstuk door te geleiden naar de VV.
Geen.
Op een vraag van de heer Van Leeuwen zegt de secretaris dat het programma voor de VV-excursie van 6 juni nog niet helemaal rond is, maar dat er hard aan wordt gewerkt. Het zal zo spoedig mogelijk worden toegezonden.
De heer Thijssen vindt de tekst, zoals deze is afgedrukt in de bijsluiter bij het aanslagbiljet belastingen van Rijnland, geen correct antwoord geeft op de vraag “Wat doet Rijnland met uw geld”. In de huidige tekst staat een politiek getint antwoord, wat hij verkeerde PR vindt. Hij ziet in de toekomst graag een betere tekst verschijnen.
De voorzitter zegt hiermee rekening te zullen houden.
De heer Thijssen heeft uit de D&H besluitenlijst van 1 mei 2007 gelezen dat de agrarische sector een aantal forse WVO-overtreders kent en vraagt om meer inzet van het college.
De voorzitter geeft aan dat het college zich niet neerlegt bij wat de rapportages laten zien in de waarnemingen van de waterkwaliteit. Het gaat om een klein aantal veroorzakers, dat buitengewoon moeilijk op te sporen is. Het college zet in op een twee- sporenbeleid, te weten scherpere handhaving en dialoog met de sector.
De heer Vegter vindt het opsturen van de stukken rommelig. De secretaris zegt dat dit wel strakker kan, maar dat het verloop ook voor een deel een gevolg is van onze werkwijze.
De heer Vegter bepleit bij (bouw-) projecten borden te plaatsen om Rijnland beter te positioneren. De voorzitter zegt dat dit de aandacht heeft en dat aan verdere verbetering wordt gewerkt.
De voorzitter sluit onder dankzegging de vergadering om 12.00 uur.
Vastgesteld in de vergadering van 4 juli 2007.
