Verslag Commissie Bestuur en Concernzaken 4 juli 2007

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Home > Bestuur > Agenda´s en verslagen > Commissie Bestuur en concernzaken > Verslag Commissie Bestuur en Concernzaken 4 juli 2007

Verslag Commissie Bestuur en Concernzaken 4 juli 2007

Verslag

1. Opening

2. Verslag 23 mei en actiepuntenlijst

3. Mededelingen

4. Agendapunten VV 18 juli 2007

4.1  Jaarrekening 2006

4.2 Vaststellen overzicht af te sluiten en lopende kredieten 2006

4.3 Reactie op Bestuursbrief accountant bij jaarrekening 2006

4.4 Voorjaarsnota 2007

4.5 Modernisering kostenverdeling afvalwatertransportwerken met gemeenten

4.6 Ambtstoelage Dijkgraaf

5. Overige punten: Ter kennisname:      

5.1 1e TUssentijdseRAPportage (periode jan. – april 2007)

5.2 Wijzigings Reglement Rijnland overleg ex art. 4 Waterschapswet

5.3 Terugkoppeling missies Zuid-Afrika en Roemenië febr./mrt      

5.4 Project "invoering nieuwe waterschapswet binnen Rijnland"

5.5 Jaarverslag       

6. Rondvraag

7. Sluiting

1. Opening

De voorzitter opent de vergadering om 09.00 uur met een woord van welkom.

2. Verslag 23 mei 2007 en actielijst

Het verslag wordt vastgesteld met inachtneming van de toevoeging van de bijdrage van mevr. Oosterloo, die zij heeft verwoord in de discussie over de gedragscode integriteit.

De actielijst wordt doorgenomen en bijgewerkt.

3. Mededelingen

Geen.

4. Agendapunten VV 18 juli 2007

4.1 Jaarrekening 2006

De heer Van Velsen geeft een korte inleiding op hoofdlijnen, waarna de commissieleden de gelegenheid wordt geboden in algemene zin te reageren.

De heer Thijssen en mevr. Oosterloo vinden het een goed leesbaar stuk. De heer Van Leeuwen ziet nog graag een nadere toelichting op de frictiekosten. Mevr. Jong vindt dat Rijnland de plank weer eens mis slaat omdat andermaal blijkt dat er een achterstand is op de voorgenomen investeringen.

De heer Van Velsen licht toe dat in 2006 € 12,5 mln. is begroot voor de reorganisatie. Gaandeweg wordt duidelijk wat de werkelijke kosten zijn en dat heeft te maken met zaken als afvloeiing van medewerkers, verbouwingskosten en sluiten van districtskantoren. Een overzicht wordt in september aan de commissie overgelegd.

Voor wat betreft het achterblijven van de investeringen acht hij de opmerking terecht. Om dit probleem te verhelpen is er een plan van aanpak gemaakt zoals dat in de Voorjaarsnota is beschreven. De heer Thijssen meent dat voor wat betreft de frictiekosten in verband met de reorganisatie op dit moment alleen nog gesproken kan worden over restanten. Wat bekend is, is dat er te veel is geraamd en dat kan terugvloeien naar de belastingbetalers. De heer Van Velsen acht dat verantwoord zodra er duidelijkheid is en die is er in september.

Vervolgens vragen meerdere leden om een toelichting op de financiële verantwoording van de fusiekosten en de reorganisatiekosten.

De heer De Jong licht toe dat de organisatie is gestart in 2005 met een bestemmingsreserve van € 19,2 mln. wegens fusiekosten. Daarvan vindt overheveling plaats van € 850.000 naar het egalisatiefonds. Na herberekening is een bedrag van € 1,3 mln. overgehouden en dit wordt via de begroting 2008 overgeheveld naar het egalisatiefonds.

Voor wat betreft de reorganisatie in 2007 is een bedrag van € 12,5 mln. geraamd. Wat hiervan resteert wordt via de begroting 2008 overgeheveld.

De heer Thijssen stelt voor de bedragen reeds nu bij te stellen.

De heer Van Velsen zegt toe het bedrag van € 4,5 mln. zoals verwoord in het VV voorstel terug te brengen naar 3 mln. zodat bijstelling van 1,5 mln. plaatsvindt. Een en ander zal in een wijziging van het concept besluit tot uitdrukking gebracht worden.

Diverse commissieleden stellen de onderstaande vragen, die door de heren Van Velsen en Van Rijn als volgt worden beantwoord.

- de stijging van de personeelskosten per fte worden veroorzaakt door verandering in de arbeidsvoorwaarden, de inhuur van arbeidskrachten en de wijze van verantwoorden van vakantie- en verlofrechten.

- In de afrekening van de kosten i.v.m. grensoverschrijdend afvalwater is achterstand ontstaan, deze wordt nu ingelopen.

- Dienstwoningen vallen onder het beleidsveld “niet reglementaire taken”, dat is de reden waarom de kosten onder de rubriek bestuur zijn verantwoord.

- De reden dat  de post personeel van derden is gestegen heeft te maken met de inhuur van extra capaciteit.

- De aan Schiphol opgelegde dwangsom is nog niet geïnd, er is een verzetsprocedure gaande.

Mevr. Oosterloo geeft de organisatie een pluim dat het ziekteverzuim laag is gebleven tijdens het reorganisatieproces. Verder is zij blij met het hoge percentage interne benoemingen op de vacatures.

Vervolgens geeft de commissie de jaarrekening met een positief advies in behandeling aan de VV., met inachtneming van het wijzigingsvoorstel voor wat betreft het concept besluit.

4.2 Vaststellen overzicht af te sluiten en lopende kredieten 2006

Geconstateerd wordt dat Bijlage 1 ontbreekt bij de stukken en alsnog toegezonden zal worden. Desgewenst kan in VV verband op dit stuk gereageerd worden.

De commissie neemt kennis van Bijlage 2, de lopende kredieten.

4.3 Reactie op de Bestuursbrief accountant op de jaarrekening 2006

Accountant de heer Van Dijk brengt het volgende naar voren.

- De VV stelt de jaarrekening vast en bepaalt daarmee dus de inhoud. Nu de commissie heeft voorgesteld een wijziging aan te brengen, verandert de jaarrekening op een punt en daarover komt dan ook een accountantsadvies.

- De jaarrekening bevat een overzicht van de structurele en incidentele afwijkingen en gaat vergezeld van een goede analyse.

- Het controleproces is naar wens en vlot verlopen. Rijnland werk binnen de “fout”marges die de accountant hanteert overeenkomstig de op dit punt geldende voorschriften.

- De accountantsverklaring is dit jaar afgegeven zonder de rechtmatigheidstoets, deze komt volgend jaar in beeld.

- De jaarrekening is met het management doorgenomen. Geadviseerd is de administratieve procedures na de reorganisatie vast te gaan leggen. De interne controle wordt gedaan, maar mag nog aan integraliteit winnen. Concerncontrol wordt een belangrijke rol toebedacht. Een trend uit het verleden was dat er gewerkt werd met begrotingsoverschotten; het advies is deze trend te verlaten. De aanbesteding van baggerwerken is nieuw bij Rijnland; de registratie daarvan kan beter. Tenslotte: de organisatie heeft veel veranderingen meegemaakt. Met name de laatste plaatsingsprocedure was daarin een kritisch proces. Gebleken is dat de administratie doorgaans op orde is en deze een positief beeld bij de accountants heeft achtergelaten. Daarnaast is men met de taakuitoefening van het hoogheemraadschap doorgegaan en daarvoor heeft de accountant veel waardering.

De heer Thijssen vraagt of investeringen, nodig voor meetnetten t.b.v. controle op naleving van vergunningvoorschriften, doorberekend kunnen worden aan de vergunninghouder. De heer Van Dijk antwoordt dat dit via de begroting dient te worden geregeld en afgewogen moet worden hoe dit instrument in te zetten.

Mevr. Van Proosdij vraagt om sturing op realistische ramingen, maar ziet dat in de praktijk makkelijk afgegleden wordt. De heer Van Dijk geeft aan dat dit veelvuldig voorkomt, maar dat er manieren zijn om dit te managen. Als voorbeeld noemt hij de inschakeling van een kosten-engeneer. Een andere mogelijkheid is dat het management kritischer is op begrotingen en dat medewerkers zich er van bewust zijn. Bestuurlijk kan bij begrotingen worden doorgevraagd naar onderbouwingen.

Onder dankzegging aan de accountants besluit de commissie de bestuursbrief 2006 en de reactie daarop ter kennisneming voor te leggen aan de VV.

4.4 Voorjaarsnota 2007

De heer Thijssen vraagt de aandacht van de commissie voor het superdividend van € 21,7 mln, dat door de NWB wordt uitgekeerd. Dit geld komt de waterschappen blijkbaar toe maar vraagt om een nadere verklaring. Bovendien vraagt de verhouding tussen bank en Rijnland om opheldering, evenals de salariëring van de directieleden van de bank.

De heer Van Velsen legt uit dat de NWB een bank is, opgericht door de waterschappen om op zo goedkoop mogelijke wijze in hun financieringsbehoeften te voorzien. Op dit ogenblik zijn alle waterschappen aandeelhouder en de aandelen zijn niet verhandelbaar. Rijnland is grootaandeelhouder en de bank heeft een zeer hoog eigen vermogen. Mede hierdoor is het superdividend tot stand gekomen. Via de aandeelhoudersvergadering is afgesproken extern onderzoek te doen naar de triple A status van de bank en het terugbrengen van het eigen vermogen.

Voor wat betreft de vergoeding van de directie is afgesproken dat de code Tabaksblatt wordt gehanteerd.

Mevr. Jong vraagt of Rijnland ook concurrerende banken benadert. De heer Van Velsen bevestigt dat. Er worden offertes gevraagd, maar meestal blijkt de NWB goedkoper en dat laat zich verklaren door de positie van deze bank.

Presentatie van R. Pennings “ambities in actie”.

De sheets zijn bij het verslag gevoegd.

Naar aanleiding van de presentatie komen de onderstaande vragen naar voren, die als volgt beantwoord worden door de heren Pennings en De Jong.

- Bij de prognoses van de tarieven wordt rekening gehouden met bij-effecten zoals stijging van de WOZ waarden.

- De kostprijs is gebaseerd op gegevens uit de meerjarenraming.

- Het superdividend wordt verwerkt in de egalisatiereserve per 2012.

- Er is op dit ogenblik voldoende geld om te kunnen sturen op een 0% tariefstijging in 2008. Ambtelijk zal hiervoor een berekening gemaakt worden.

- Op dit ogenblik worden geen grote tegenvallers voorzien.

De heer Van Velsen concludeert, dat de commissie als wens heeft om qua tarief op een gelijk niveau te blijven. De effecten daarvan zullen inzichtelijk worden gemaakt.

Mevr. Jong vraagt de verdere aandacht voor de wijze van begroten om overschotten te vermijden.

De heer Haitjema geeft aan dat het financiële model waarmee gewerkt voor projectramingen  10% ruimte biedt voor onvoorziene uitgaven. Indien een groot aantal projecten wordt gegroepeerd, blijkt dat het met minder kan. Dat leidt tot het toepassen van een zogenaamde managementtoets, waarbij 10% van het budget wordt verminderd. Hij bestrijdt de opvatting dat het zou gaan om een cosmetische ingreep, het is een werkwijze die in de praktijk zijn nut kan bewijzen. Het gaat evenmin om het nemen van extra risico aan de projectleiderskant, maar vraagt wel om het nemen van verantwoordelijkheid.

Mevr. Jong vraagt waarom geen rijksgeld beschikbaar is voor de Spaarndammerdijk. De heer Groen legt uit dat er wel een claim bij het Rijk is gelegd binnen het keringenproject “veiligheid in kaart”.

Mevr. Jong  toont zich content met de samenwerking met gemeenten in het kader van de belastingen.

Mevr. Oosterloo wil precies weten hoe het superdividend nu wordt ingezet. De heer Van Velsen legt uit dat het bedrag eerst volledig in de egalisatiereserve terecht komt, maar dat pas vanaf 2012 daadwerkelijk aanwending van de middelen plaatsvindt.

Verder vraagt zij de aandacht voor detaillering in de tabel op blz. 6 van de Nota. De heer Van Velsen wijst er op dat het om indicaties gaat.

Tenslotte vraagt zij naar de risico’s die optreden bij de invoering van de nieuwe regels van de Waterschapswet. De heer Van Velsen merkt op dat implementatie in de nabije toekomst plaatsvindt.

De heer Van Leeuwen is tevreden met het voornemen om voortaan 10% lager te ramen, dat zal ongetwijfeld leiden tot een beter evenwicht tussen begroting en rekening. Verder spreekt hij uit, het niet eens te zijn met de wijze waarop het geld volgens het voorgestelde scenario wordt verdeeld en zegt te willen kiezen voor scenario A.

De heer Van Velsen wijst er op dat de tekst in het concept besluit onder 4. wordt aangepast.

De voorzitter concludeert dat de commissie positief is over het voorstel aan de VV en dat het egalisatiescenario inhoudt dat de tarieven in 2008 niet stijgen.

4.5 Modernisering kostenverdeling afvalwatertransportwerken met gemeenten

Presentatie door H. de Jong.

De sheets zijn bij het verslag gevoegd.

De heer Thijssen toont zich voorstander van vereenvoudiging en stelt voor in een maal schoon schip te maken. Mevr. Oosterloo vraagt naar de financiële gevolgen. Is er een link te leggen tussen consumentengedrag enerzijds en hoeveelheid afvoer en kosten anderzijds? Tenslotte vraagt spreekster of er nu wel of geen particuliere aansluitingen kunnen plaatsvinden omdat de nota zich op blz. 11 en op blz. 17 weerspreekt.

De heer Van Leeuwen informeert naar de redenen van een investeringsbijdrage van € 20 mln. Mevr. Jong vraagt of een en ander een herziening van de waterplannen met zich meebrengt. Mevr. Van Proosdij meent dat de planning nogal ambitieus is en informeert naar landelijke ontwikkelingen.

De heer Van Velsen antwoordt als volgt.

Het betreft contracten met de gemeenten, wat betekent dat er overeenstemming moet komen. Een directe overgang naar de nieuwe regeling leidt tot complicaties omdat er bijvoorbeeld hiaten kunnen ontstaan. Een geleidelijke overgang biedt bovendien praktische voordelen omdat met meer dan 30 gemeenten moet worden gesproken. De financiële gevolgen zijn circa € 800.000.

Het gaat meestal om bestaande afvalwaterwerken (transportleidingen), waarop geen particuliere aansluitingen gemaakt kunnen worden. Wel is mogelijk dat bij wijkuitbreidingen aankoppeling plaatsvindt.

De investeringsbijdrage heeft betrekking op bestaande afspraken, dat is toegelicht in de nota op blz. 17.

De waterplannen worden herzien, omdat Rijnland inzet op verlaging van de aanvoerdebieten door middel van afkoppeling.

Tenslotte geeft spreker aan dat de werkwijze aansluit bij een landelijke trend om te streven naar vereenvoudiging, en daaraan is een doorlooptijd van enkele jaren verbonden.

Op de vraag van de heer Thijssen of het afkoppelingsbeleid wel in de pas loopt met het streven te voldoen aan de KRW normen, antwoordt de voorzitter dat deze vraagt thuishoort in het waterkwaliteitsbeleid.

De commissie besluit het voorstel door te geleiden naar de VV met het voorstel dit als hamerstuk te behandelen.

4.6 Ambtstoelage dijkgraaf

De heer Doornbos verlaat de vergadering.

De heer Groen licht het voorstel toe en geeft de volgende argumenten.

- bij het aantreden van de huidige functionaris zijn rond de arbeidsvoorwaarden afspraken gemaakt, die leiden tot verwachtingen bij betrokkene.

- betrokkene voldoet blijkens evaluatiegesprekken aan de verwachtingen die Rijnland bij aantreden heeft neergelegd.

- de arbeidsvoorwaardenregeling voor dijkgraven biedt beperkte mogelijkheden

- nagenoeg alle ambtsdragers in Nederland genieten een ambtstoelage volgens deze landelijke regeling.

- uit integriteitsoverwegingen worden onkosten e.d. op declaratiebasis vergoed, dit kan simpelweg vervangen worden door de voorgestelde regeling.

Spreker acht het een kwestie van fatsoen en vertrouwen deze toch wel gevoelige kwestie –het is al eerder aan de orde geweest- af te kaarten. Het voorstel heeft hij gesondeerd bij de categorievoorzitters.

Hij verzoekt de leden van de commissie zich uit te spreken.

De heer Thijssen zoekt naar de argumenten onder het voorstel: is het een zuivere onkostenvergoeding of is er sprake van een toelage in verband met goed functioneren?

Mevr. Oosterloo zegt een dubbel gevoel te hebben: betreft het verkapt salaris, dan wil zij geen behandeling in de VV; of betreft het invulling van afgesproken arbeidsvoorwaarden?

Mevr. Jong meent dat de salariëring van de dijkgraaf goed geregeld is. Van de functionaris mag verwacht worden dat hij goed functioneert, zo niet dan is vertrek op zijn plaats. Dat functionaris onkosten maakt is logisch maar om daarvoor een vaste vergoeding van circa € 500 per maand te verstrekken acht zij aan de hoge kant en daarom onjuist. Tenslotte ziet zij geen redenen om wegens goed functioneren een ambtstoelage toe te kennen.

Op verzoek van commissielid mevr. Langeveld brengt mevr. Jong naar voren dat zij geen nieuwe redenen heeft gezien akkoord te gaan met het voorliggende voorstel.

Mevr. Van Proosdij vindt het een kwestie met emotionele lading. Het voorstel dient los te worden gezien van het functioneren van betrokkene. Spreekster is van oordeel dat gelet op eerdere discussies geen van de VV leden een toelage toekomt, en daarmee ook de dijkgraaf niet.

De heer Groen antwoordt als volgt.

Er is geen sprake dat het functioneren een rol speelt in het voorstel, het gaat om een onkostenvergoeding, als onderdeel van de rechtspositie. Er is daarmee geen sprake van verkapt salaris.

De situatie is dat de rechtspositie van de dijkgraven landelijk is geregeld, alleen waar het gaat om het toekennen van een gemaximeerde onkostenvergoeding is een bestuursbesluit van de eigen organisatie noodzakelijk. Door deze juridische positie wordt de VV in een lastige parket gemanoeuvreerd. Tenslotte geeft hij aan dat eerdere dijkgraven bij Rijnland ook een dergelijke vergoeding genoten.

Mevr. Van Proosdij wijst er op dat de realiteit is dat er landelijk geen regeling is. De reden daarvoor is dat er geen meerderheid te vinden is. Zij vertrouwt er op dat dit op langere termijn wel in orde komt.

De heer Haitjema vraagt het woord en wil vanuit zijn rol als adviseur van het bestuur zijn waarneming naar voren brengen.

- De ambtstoelage was een onderdeel van het arbeidsvoorwaardengesprek met betrokkene.

- In de discussie worden op dit moment gevoelens gemengd over andere onderwerpen, het zou beter zijn de onderwerpen te scheiden.

- Er is op dit moment een sfeer om vanuit de juiste insteek dit onderwerp bestuurlijk af te kaarten.

Tenslotte brengt de heer Haitjema vanuit zijn rol als directeur naar voren dat Rijnland groot belang heeft bij een goed bestuur met dito boegbeeld in de persoon van de dijkgraaf. Daar horen goede secundaire arbeidsvoorwaarden bij.

De heer Thijssen acht het merkwaardig dat er om een besluit wordt gevraagd om een klein onderdeel van de arbeidsvoorwaarden. Verder ziet hij het argument van de arbeidsvoorwaarde niet terug in het voorstel.

Mevr. Oosterloo constateert dat het voorwerk met de categorievoorzitters is gedaan, maar dit is niet doorgetrokken naar de overige leden. Vertrouwelijke behandeling door de leden van deze commissie zou op zijn plaats zijn geweest.

Mevr. Jong blijft bij haar opvatting vanuit rationele overwegingen.

De heer Thijssen is van mening dat het voorstel niet de juiste argumenten bevat.

De heer Groen concludeert dat het onderwerp nog niet rijp is voor behandeling in de VV. Hij stelt voor de kwestie te agenderen voor het categorie-overleg en vervolgens opnieuw voor de commissie Bestuur en Concernzaken.

De commissie stemt daarmee in. Mevr. Jong zegt in te stemmen met dit procedurevoorstel maar is niet van plan van mening te veranderen.

De heer Doornbos verschijnt weer in de vergadering en neemt het voorzitterschap over.

5. Overige punten

5.1  TURAP

Mevr. Jong toont zich tevreden met de rapportage.

Mevr. Oosterloo heeft enkele vragen, die door de heer De Jong als volgt worden beantwoord.

- De projectrapportage uit E.P.M. kan inderdaad wat beter, daaraan zal verdere aandacht besteed worden.

- De voorbereidingskredieten gaan soms over in uitvoeringskredieten. Vanuit dit gegeven moeten de toelichtingen gelezen worden.

- Er zijn inderdaad projecten waar de ramingen achterlopen op de uitgaven. Het besef is er om dit beter met elkaar in overeenstemming te brengen.

De heer Thijssen vindt het geen probleem dat er wat schoonheidsfoutjes in de rapportage voorkomen. Van belang is dat het leesbaar is en een actueel inzicht verschaft. Hoe actueler, hoe beter.

De voorzitter geeft aan dat de rapportage qua actualiteit iets achter loopt, dit heeft te maken met de route die het stuk doorloopt voordat het bij de commissie komt.

De commissie neemt kennis van de TURAP.

5.2  Wijziging Reglement Rijnland

De commissie neemt kennis van het stuk.

5.3  Terugkoppeling missies Zuid-Afrika en Roemenie

De commissie neemt kennis van de rapportage.

5.4  Project “invoering nieuwe waterschapswet binnen Rijnland”

De commissie neemt kennis van het stuk.

5.5  Jaarverslag 2006

De heer Thijssen vraagt of Rijnlands kengetallen aan het verslag toegevoegd kunnen worden. De voorzitter zegt dat toe.

Mevrouw Oosterloo vraagt rond het thema bereikbaarheid geen defensieve houding aan de nemen.

6. Rondvraag

Mevr. Jong is afwezig bij de vergadering van de VV op 18 juli.

Mevr. Goudswaard vraagt naar de gevolgen voor Rijnland in verband met de stopzetting van de grondwateronttrekking van DSM in Delft. De heer Van Velsen zegt dat Delfland daar studie naar verricht en laat nagaan of er relaties zijn met Rijnlands beheer.

De heer Van Leeuwen vraagt de vergaderstukken voortaan weer te nummeren.

De heer Van Leeuwen vindt de workshop “Op één lijn met het bestuur”, zoals na de vorige vergadering gehouden, voor herhaling vatbaar voor de gehele V.V.. De voorzitter zegt dat er een vervolg in voorbereiding is.

De heer Thijssen toont een recente publicatie, waarbij verouderd kaartmateriaal is toegepast. De voorzitter zegt aandacht toe.

7. Sluiting

De voorzitter sluit de vergadering om 12.40 uur.

 

Naar boven