4. Agendapunten VV 31 oktober 2007
4.1 Tussenbericht Begroting 2008 - 2012
4.2 Verkoop voormalig districtskantoor Leiderdorp
4.4 Wijziging Verordening behandeling bezwaarschriften Rijnland 2005
4.5 2e Tussentijdse rapportage 2007 (TURAP)
4.6 Begrotingsvergelijking 2007
5.1 4e Rapportage frictiekosten doelmatigheid
5.2 Vooronderzoek samenwerking belastingen met gemeenten
5. 3 Weergave van bestaande verantwoordelijkheden
De voorzitter opent de vergadering om 9:05 uur met een woord van welkom. Hij maakt melding van de berichten van afwezigheid van mevrouw Jong, mevrouw Goudswaard, mevrouw Oosterloo en de heer Doornbos. De heer Vegter komt later.
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
Naar aanleiding van het verslag vraagt mevrouw Langeveld zich af of er actie is ondernomen op haar vraag en die van mevrouw Oosterloo in de rondvraag op 5 september over de manier van afhandeling van de schadeclaims (communicatieve aspecten). De voorzitter antwoordt dat hierop in de volgende vergadering zal worden teruggekomen. In verband met de afwezigheid van de heer Doornbos kan hij deze vraag niet inhoudelijk beantwoorden.
De actiepunten worden doorgenomen.
Criteria Verordening Schadevergoeding, van 11 april loopt nog. Actie eind 2007.
Weergave bestaande bestuurlijke verantwoordelijkheden: staat op agenda. Punt kan vervallen.
Contract accountant, van 23 mei: gemeld wordt dat bij verlenging contract in 2007 rekening is gehouden met nieuwe wettelijke werkwijzen voor accountant. Punt kan vervallen.
Tekst in bijsluiter aanslagbiljet herzien, van 23 mei: toegezegd wordt dat Rijnland blijft vasthouden aan de beknopte bijsluiter (is gepeilde behoefte van belastingbetalers), maar dat de tekst meer gericht zal worden op concrete actiepunten in het komende belastingjaar en minder op populistische algemeenheden (bijv. klimaatverandering). De raakvlakken met het Rijnlandbrede communicatietraject krijgt zeker de nodige aandacht. Punt kan vervallen.
Het punt Grondwateronttrekking DSM, van 4 juli, is meer een punt voor commissie Waterbeheer volgens de voorzitter. Mevrouw Langeveld en mevrouw Van Proosdij denken dat het wél een bestuurlijk punt is. Op voorstel voorzitter zal de secretaris nagaan hoe dit onderwerp in de commissie is besproken en of dan afhandeling in deze commissie of die van commissie Waterbeheer wenselijk is.
Randvoorwaarden en efficiencyvoordelen samenwerking belastingen, van 5 september staat op agenda. Punt kan vervallen.
Er zijn geen mededelingen
De voorzitter geeft een korte inleiding.
De heer Thijssen vindt het een goed stuk, het besluit van de VV om de tarieven voorlopig gelijk te houden staat er correct in maar hij vraagt zich of de reserves niet te lang op een hoog niveau in stand worden gehouden. Verder is hij van mening dat het achterblijven op de geraamde investeringen een teleurstellende constatering is en dat het management hiervoor een belangrijke verantwoordelijkheid draagt.
Mevrouw Van Proosdij zegt het een duidelijk stuk te vinden maar mist een stuk over Communicatie. De secretaris geeft aan dat dit onderwerp wel in het voorstel over de definitieve Begroting 2008 – 2012 zal worden opgenomen.
Mevrouw Langeveld zou graag de tekst op blz. 12 over de tarieven toegelicht willen zien in relatie tot de passage in de VV-mededeling over het uitgangspunt m.b.t. het kostprijstarief.
De voorzitter zegt dat in de VV van 18 juli is besloten dat de Begroting “scherper” moet worden. Hieraan is gevolg gegeven en op de ramingen voor investeringen ten behoeve van de afschrijvingen is nu zelfs 20% korting toegepast. Door te werken met gelijkblijvende omslagtarieven zullen de reserves geleidelijk afgebouwd worden. Verder gaat hij in op de vraag van mevrouw Langeveld door uit te leggen dat in het jaar 2012 het omslagtarief gelijk zal zijn aan dat van 2007 en niet meer in het laatste jaar in de cyclus gelijk aan kostprijstarief .
De secretaris vult nog aan dat begin 2008 aan de VV een nieuwe nota reservebeleid zal worden voorgelegd.
Op de vraag van de heer Van Leeuwen over de 20% korting op investeringsramingen antwoordt de voorzitter dat deze korting is gebaseerd op voortschrijdend inzicht en verwijst verder naar het agendapunt Turap.
Het Tussenbericht wordt voor kennisgeving aangenomen.
De heer Alkemade vindt dat de verkoopopbrengst niet in de exploitatiebegroting maar in een bestemmingsreserve hoort. De secretaris zegt dat de volgens de Comptabiliteitsvoorschriften het resultaat via de exploitatiebegroting moet lopen en dat bij de jaarrekening de VV alle vrijheid heeft om het resultaat te bestemmen (bijvoorbeeld door storting in een reserve of voorziening.
Het voorstel zal als hamerstuk voor de V.V.-bijeenkomst worden geagendeerd.
De heer Thijssen vraagt wiens verantwoordelijkheid de vervuiling van de sloot langs de snelweg is.
De voorzitter geeft aan dat dit een landelijk maatschappelijk probleem is. Rijnland blijft echter, als eigenaar/onderhoudsplichtige, probleemhouder en dus verantwoordelijk.
Mevrouw Langeveld informeert waarom er geen rekening met deze investering is gehouden in de meerjarenraming. De voorzitter beaamt dat dit niet is opgenomen in de begroting, wellicht betreft dit nog een zaak die al bij de fusie in 2005 speelde.
De heer Alkemade vraagt zich af of het juist is dat op grond wordt afgeschreven. De secretaris zegt dat dit is gebaseerd op de nota Afschrijvingenbeleid.
Het voorstel zal als hamerstuk worden geagendeerd.
Geen opmerkingen. De commissie gaat akkoord met het voorstel, dat als hamerstuk voor de V.V. -bijeenkomst zal worden geagendeerd.
De voorzitter geeft een korte inleiding.
De heer Van Leeuwen merkt op dat het te verwachten was dat er een overschot ontstaat. Het gelijk blijven van de tarieven, zoals eerder ter sprake gekomen, lijkt dus een goede beleidslijn te zijn.
De heer Alkemade vindt de conclusie op pagina 38 een goede weergegeven en duidelijke conclusie.
De heer Thijssen is enigszins teleurgesteld in het wel mooie en goed verzorgde rapport. Hij is van mening dat er erg veel energie in het rapport is gestoken om uitleg te geven waarom doelen niet gehaald zijn. Deze energie had beter in werkzaamheden gestopt kunnen worden om de doelen wel of anders te kunnen halen en zegt teleurgesteld te zijn over het achterblijven op allerlei voornemens. Spreker geeft tot slot aan dat wat hem betreft dergelijke uitgebreide tussentijdse rapportages voortaan achterwege kunnen blijven en dat volstaan kan worden met de essentie van de bedrijfsvoering.
De voorzitter zegt dat ook het college teleurgesteld is over het niet bereiken van resultaten, voor zover dat gaat om investeringen. Zoals bij het Tussenbericht over de begroting reeds is aangegeven zijn maatregelen getroffen om dit in de toekomst te beperken. Verder zal wat de normale bedrijfsvoering betreft slechts een gering exploitatieoverschot van zo’n 3,5% ontstaan. Naar aanleiding van de opmerking van de heer Thijssen over de manier waarop aan de Turap is vormgegeven onstaat een korte gedachtewisseling, waaruit blijkt dat de overige commissieleden een dergelijke manier van rapporteren wel op prijs stellen.
De heer Vegter komt in de vergadering om 9.45 uur. Mevrouw Langeveld vraagt of het haalbaar is om de legger in 2010 gereed te hebben. Zij heeft het idee dat er iedere keer een probleem is en dat stelt haar niet gerust.
De heer Groen antwoordt dat onderscheid moet worden gemaakt tussen de legger voor het watersysteembeheer en de legger voor de keringen. Hij licht de ontstane vertraging toe en merkt tevens op dat conform de afspraak die in het WBP is gemaakt de leggers op het aangegeven tijdstip gereed dienen te zijn.
De heer Bongenaar meldt een wijziging op pagina 3: 40 fte moet 60 fte zijn.
De heer Thijssen merkt op dat de formuleringen in de teksten niet duidelijk zijn. Deze geven geen uitleg over de redenen waarom de Rijnlandse tarieven onder of boven het gemiddelde liggen. De secretaris geeft aan dat een belangrijke verklaring is dat Rijnland een dichtbevolkt gebied is. Een vergelijking op afzonderlijke tarieven zegt overigens niet veel. Belangrijker is te vergelijken op wat belastingbetalers in totaal moeten betalen aan waterschapsbelastingen. Dan blijkt Rijnland tot de goedkoopste waterschappen in West-Nederland te behoren. De heer Alkemade merkt op dat de ambities van Rijnland niet vergelijkbaar zijn met die van waterschappen in het oosten van Nederland. Er zal dus een nadere analyse van de cijfers moeten worden gemaakt om tot een betere benchmarking te komen.
De voorzitter stelt dat de ambities inderdaad niet vergeleken kunnen worden maar de feiten wel.
De heer Vegter vraagt zich bij punt “Verantwoording en transparantie” af wat de consequenties zouden moeten zijn, de formulering van de tekst is onduidelijk. Wat is nu het nut van een dergelijke begrotingsvergelijking?
De secretaris antwoordt dat er vergelijkingen zijn waarvan we kunnen leren met als doelstelling de bedrijfsvoering te verbeteren.
Verder zal in december 2007 een voorstel over een nieuwe Kostentoedeling (naar aanleiding van de Modernisering Waterschapswet) worden voorgelegd, waarbij op het door de heer Vegter aangegeven aspect zal kunnen worden ingegaan. Het gaat daarbij vooral om het punt dat bedrijven, door de wijziging van de Waterschapswet, minder verontreinigingsheffing gaan betalen. Hieraan zal in 2008 ook speciale aandacht in de communicatie worden besteed.
De heer Vegter vraagt zich af waarom deze regeling aangeboden is aan de commissie.
De voorzitter antwoordt dat dit komt omdat het een aanpassing aan de nieuwe organisatie is en dus een wijziging.
De heer Nomen geeft aan dat de regeling een uitwerking is van de Verordening Financieel Beheer, die door de VV is vastgesteld en wijst op artikel 16 van de Budgethoudersregeling, waarbij een relatie ligt met het budgetrecht van de VV.
De secretaris merkt nog op dat het een regeling is welke gedelegeerd is aan D&H en deze daarom nu aan de orde is.
De heer Alkemade vraagt of de hoogte van het bedrag zoals genoemd in artikel 16 nog wel in de huidige bedrijfsvoering past.
Na enige discussie kan worden geconcludeerd dat de commissie adviseert om een bedrag van € 100.000 aan te houden, in plaats van € 50.000.
De heer Vegter stelt voor om bij grotere kredieten de ruimte voor overschrijding in het betreffende kredietvoorstel aan te geven. De voorzitter zegt dat de suggesties van de heren Alkemade en Vegter opgenomen, bekeken op de mogelijkheden en teruggekoppeld worden op de commissie.
De voorzitter deelt mede dat geen enkele commissievergadering tegelijkertijd is gepland, zodat de VV-leden, indien gewenst, ook andere commissievergaderingen kunnen bezoeken.
De commissie neemt het vergaderschema voor kennisgeving aan.
De commissie neemt de beantwoording voor kennisgeving aan.
De heer Thijssen informeert naar de passage bij het onderdeel “Financiering doelmatigheid “ over het aanwenden van de boekwinst bij de verkoop van het kantoorpand in Leiderdorp voor uitbreiding van het parkeerterrein aan de Archimedesweg. Ook is de actuele raming van het Sociaal Statuut in het kader van de 55+ regeling erg hoog.
De secretaris meldt dat de zin “De vrijkomende middelen kunnen mede worden ingezet voor het aanpassen van het parkeerterrein naast het pand aan de Archimedesweg.” onjuist is en verwijderd dient te worden. Het onderdeel 55+ regeling van het Sociaal Statuut is een recht. En in die zin is de raming juist aangegeven.
De heer Nomen geeft nog aan dat voor “fusiekosten” “frictiekosten” moet worden gelezen.
De commissie neemt de rapportage verder voor kennisgeving aan.
De voorzitter geeft een korte inleiding. Het Eindrapport Vooronderzoek is door de partijen geaccordeerd. Vrijdag 19 oktober is een vervolgoverleg. De heer Vegter vraagt zich af of er een verklaring is voor het feit dat de elf gemeenten alleen Zuid-Hollandse gemeenten zijn.
De voorzitter benadrukt dat wel alle gemeenten uit Rijnlands gebied zijn uitgenodigd deel te nemen.
De secretaris voegt toe dat een mogelijke verklaring is dat er al twee gemeentelijke samenwerkingsverbanden in Noord-Holland zijn nl. Haarlem – Haarlemmermeer en binnen het gebied van Kennemerland.
Tevens merkt hij op dat de samenwerking met gemeenten in allerlei opzichten een positief effect heeft. Onder andere betere contacten.
De voorzitter benoemt nog één ontwikkeling welke nog niet aan de orde geweest is nl. de horizontale samenwerking tussen de waterschappen Delfland en Schieland.
Tot slot zegt hij dat elke van belang zijnde vordering die over dit onderwerp gemaakt wordt in de commissie gemeld zal worden.
De commissie ondersteunt de samenwerkingskoers van harte en onderstreept het belang dat Rijnland zich, als belangrijke speler, actief en alert in de samenwerking blijft inzetten.
De commissie neemt de mededeling verder voor kennisgeving aan.
Het blijkt dat niet iedereen het stuk ontvangen heeft. Dit punt wordt aangehouden voor de volgende commissie.
De heer Thijssen constateert dat het aantal overstorten nauwelijks afneemt en vraagt zich af wat Rijnland doet in de regulering. In het kader van de KRW gaat Rijnland flink meer investeren in de waterkwaliteit. Zijn er juridische instrumenten om overstorten te verminderen, m.a.w. de gemeenten hiertoe te dwingen?
De heer Alkemade is van mening dat overstorten wettelijk zijn toegestaan en ook niet te vermijden zijn in ons gebied. Regulering vindt plaats via het vergunningentraject. Rijnland zou de waterkwaliteitsdoelstellingen goed helder moeten maken.
De heer Groen deelt in dit verband nog mede dat bij het overleg over de KRW-maatregelen over de problematiek met de overstorten indringend is en wordt gesproken met alle gemeenten.
De heer Haitjema komt in de vergadering om 11.10 uur.
De heer Vegter informeert naar de voortgang van het dossier Schiphol, i.c. de dwangsomprocedure.
De heer Haitjema antwoordt dat Schiphol nog niet voldoet aan de Rijnlandse eisen in het kader van de WVO. Schiphol heeft eerder aangegeven dat de maatregelen die zij moeten treffen om aan de Rijnlandse eisen te voldoen niet kosteneffectief zijn.
Schiphol heeft tot eind oktober de tijd gekregen om aan te tonen welke maatregelen, op basis van bestaande technieken, noodzakelijk zijn en waarom deze niet kosteneffectief zouden zijn. Als dit laatste inderdaad het geval zou zijn dan is Rijnland wettelijk verplicht de eisen bij te stellen. Haitjema benadrukt dat deze procedure van toepassing is op ieder bedrijf.
Met betrekking tot de rechtmatigheid van de dwangsom heeft de rechter Rijnland in het gelijk gesteld. Tegen de hoogte van de dwangsom is Schiphol een civiele procedure gestart. Deze procedure loopt nog en het is niet bekend wanneer dit door de rechtbank wordt afgerond.
De voorzitter sluit de vergadering om 11.30 uur.
