De bijbehorende stukken van deze vergadering kunt u vinden bij de VV agenda van 12 december 2007.
2. Verslag 17 oktober 2007 en actiepuntenlijst
4. Agendapunten VV 12 december 2007
4B. Verzamelkredieten kleine en reguliere vervangingsinvesteringen 2008
5. Wijzigen Omslagverordening artikel 12, 1e lid (tarief gebouwd)
10. Krediet waterschapsverkiezingen 2008
23. Modernisering kostenverdeling afvalwatertransportwerken met gemeenten
27g. Wijziging rechtspositie waterschapsbestuurders
5. Overige punten
5.1 Weergave van bestaande verantwoordelijkheden (actiepunt vergadering commissie B&C van 11 april 2007)
5.2 Stand van zaken Samenwerking belastingen en gemeenten
5.3 Communicatieve aspecten afhandeling schadeclaims
5.4 Presentatie stand van zaken Schiphol
De voorzitter opent de vergadering om 9:00 uur met een woord van welkom.
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
Naar aanleiding van het verslag vraagt mevrouw Oosterloo zich af of er actie is ondernomen op haar vraag over de manier van afhandeling van de schadeclaims (communicatieve aspecten). De voorzitter antwoordt dat hierop dit punt op de actielijst staat en er een aanpassing is gemaakt in de standaardbrief, ter informatie is een kopie bij de stukken gevoegd. Een ieder onderschrijft het belang van enerzijds een heldere en anderzijds een persoonlijke benadering en toonzetting.
Er zijn geen mededelingen
De voorzitter geeft een korte inleiding.
De heer Van Velsen meldt dat de begroting voor 2008 van 8 tot 21 november ter inzage heeft gelegen en dat er geen bezwaren, op- en/of aanmerkingen zijn geweest.
Mevrouw Oosterloo zegt het een goed leesbaar stuk te vinden. Zij geeft aan dat het goed is dat het een formeel vastgestelde begroting voor 2008 is en de dat volgende jaren ter kennisneming kunnen worden aangenomen. In het stuk over “Verbetering beheersing projecten” staat geschreven dat meer verantwoordelijkheid gelegd wordt bij externe adviesbureaus en dat de controle op de producten van de adviesbureaus zal afnemen. Hierover wenst mevrouw Oosterloo enige toelichting. De heer Bol geeft aan dat de tekst inderdaad een verkeerd beeld kan oproepen. Rijnland is en blijft verantwoordelijk voor de projectresultaten, waarbij het niet uitmaakt of het project in eigen beheer of door derden wordt uitgevoerd. Uiteraard zal Rijnland ook de geleverde resultaten door derden blijven controleren op de met leveranciers gemaakte afspraken en deze bedrijven daarop aanspreken als het niet goed is. Rijnland zal echter niet meer het inhoudelijke werk dat door derden wordt uitgevoerd nog eens voor de zekerheid “dunnetjes”overdoen en het hele uitvoeringsproces nauwgezet volgen. Er wordt gestuurd en getoetst op resultaatafspraken.
Mevrouw Oosterloo merkt op dat de tabellen op pagina 34 en 44 (aantal belastingeenheden) niet over dezelfde cijfers gaan. De heer Van Velsen legt uit dat de tabel op blz 34 het bruto aantal belastingeenheden is dat wordt aangeslagen, zonder rekening te houden met aftrek voor kwijtschelding en oninbaar. Dit is dus het productieresultaat van het beleidsveld belastingheffing. De tabel op blz. 44 is het aantal belastingeenheden dat netto wordt ontvangen, dus na aftrek van kwijtschelding, oninbaar en de reductiefactor Amsterdam-West (-/- 49%). Dit is dus het opbrengstresultaat van de belastingheffing ter dekking van de Rijnlandse taakkosten.
Volgend jaar zal in de begroting één gecombineerde tabel worden opgenomen.
Mevrouw Oosterloo zegt het communicatieplan niet te kennen waarover gesproken wordt op pagina 37. De voorzitter geeft aan dat het communicatiebeleidsplan eerder in de VV is behandeld.
Mevrouw Oosterloo geeft verder aan dat er geen toelichting is op de stijging van de personeelkosten bestuur van € 47.000,--.
Deze stijging komt door reguliere CAO-stijging en door reis- en verblijfkosten.
Mevrouw Jong geeft haar complimenten over de toegankelijkheid en leesbaarheid van het stuk. Zij merkt op dat waterschap Rijn en IJssel ook meedoet in samenwerking onderzoek Rekenkamercommissie.
De begroting wordt ter behandeling aan de VV voorgelegd.
De heer Van Velsen geeft korte inleiding. Dit verzamelkrediet wordt voorgesteld voor een duidelijk besluitvormingsproces. Mevrouw Jong vraagt zich af in hoeverre er bij alle renovatie van gemalen gebruik wordt gemaakt van visvriendelijke vijzel (-pomp). De voorzitter zegt toe dat dit inderdaad bij alle renovatie gebeurt.
Het voorstel zal als hamerstuk voor de V.V.-bijeenkomst worden geagendeerd.
Toegelicht wordt dat alleen de wijzigingen t.o.v. de verordening van vorig jaar formeel moeten worden goedgekeurd. Het is dus niet nodig ieder jaar de volledige verordening opnieuw goed te keuren.
Het tarief 2008 in Amsterdam-West wijzigt niet t.o.v. 2007, daarom komt dit niet terug in het wijzigingsvoorstel.
Het voorstel zal als hamerstuk worden geagendeerd.
Ruud Oudshoorn (teamleider Heffingen, afdeling Belastingen) geeft een presentatie, zie bijlage aan de rechterkant van de pagina.
De conclusie is dat veel principiële zaken rondom kostentoedeling en belastingheffing zijn dichtgetimmerd via de nieuwe wetgeving. Er is nog wel duidelijke keuzevrijheid voor de VV over:
De belangrijkste opmerkingen uit de commissie zijn:
Deze laatste 2 opmerkingen/vragen worden alleen gemaakt door de heer Van Leeuwen en mw. Langeveld en worden niet gedeeld door de overige commissieleden.
Naar aanleiding van de gemaakte opmerkingen antwoorden de voorzitter en de heren Van Velsen en Bol het volgende:
N.a.v. deze discussie wordt besloten vóór de VV van 12 december a.s. een antwoord te geven op 2 concrete vragen:
1. Op welke termijn is het mogelijk te starten met een haalbaarheidsonderzoek voor de invoering van zuiveringsheffing o.b.v. waterverbruik, zo mogelijk in samenwerking met andere waterschappen, drinkwaterbedrijven en gemeenten.
2. Wat zijn de wettelijke mogelijkheden om de lasten voor Ongebouwd te drukken door:
a. een verhoging van het aandeel Ingezetenen.
b. tariefsdifferentiatie.
Op basis hiervan zal verdere behandeling in de VV van 12 december plaatsvinden.
De voorzitter geeft een korte inleiding en spreekt over een aanzienlijke besparing. Gelet op alle maatschappelijke aandacht ligt er een extra druk op waterschappen om te bewijzen dat we internetstemmen aankunnen.
Mevrouw Jong heeft wel een tweeslachtig gevoel bij internetstemmen. Op zich een prima methode, maar waterschappen hebben als enige overheid geen stembureau. Dat geeft weer het beeld van het “buitenbeentje”.
Mevrouw Oosterloo vindt dat er extra aandacht in de communicatie moeten worden besteed aan de evenwichtige verhouding in het bestuur (aandacht voor vrouwen) en vraagt wie projectleider is voor de verkiezingen en of de financiële bijdrage van alle waterschappen komt. De voorzitter antwoordt dat er landelijk nadrukkelijk aandacht besteed is aan beschikbaar stellen voor vrouwen.
Voor het stembureau worden twee leden en twee plaatsvervangende leden door het College benoemd. Afgesproken wordt dat vóór de VV van 12 december, via de categorievoorzitters, kandidaten worden aangedragen. Bij voorkeur kandidaten die zich niet verkiesbaar stellen. Op basis hiervan zal het College de leden definitief benoemen.
Het voorstel zal als hamerstuk worden geagendeerd
De heer Van Velsen geeft aan dat het voorstel is bedoeld om het eerder vastgestelde principebesluit definitief vast te stellen.
De commissie vindt het een positieve ontwikkeling. Het past in de filosofie van Rijnland als gewaardeerde waterautoriteit.
Benadrukt wordt dat dit voorstel financieel positief is voor gemeenten, maar dat Rijnland geen zeggenschap heeft op het tarievenbeleid van gemeenten. Wel zal worden onderhandeld over het inzetten van de financiële voordelen van gemeenten voor investeringen ten gunste van het watersysteem binnen gemeenten.
Het voorstel zal als hamerstuk worden geagendeerd.
Om 10.40 uur komt de heer Haitjema de vergadering binnen
De voorzitter en de heren Haitjema en Bol geven een nadere toelichting op dit voorstel. Het gaat om een voorbereidingskrediet voor de herhuisvesting met de intentie om dit later gefaseerd uit te voeren. Indien de VV positief is over deze ideeën zal uiteraard op een later moment een uitvoeringskrediet aan de VV worden gevraagd.
Gememoreerd wordt dat er net na de fusie al plannen waren om het gebouw van binnen aan te pakken om eenzelfde uitstraling te bereiken als de buitenkant van het gebouw oproept. Deze plannen zijn toen opgeschort i.v.m. het doelmatigheidsonderzoek en de reorganisatie.
Nu de reorganisatie op 1 juni formeel is ingegaan is nu het moment geschikt voor dit huisvestingsplan. Er is noodzaak tot aanpassing i.v.m. meer benodigde ruimte door centralisatie (opheffing districtskantoren). Daarnaast wordt de nieuw gewenste procesgerichte werkstructuur niet goed ondersteund door huisvesting en werkvoorzieningen die passen bij de nieuwe werkwijze. We willen een open structuur waar mensen elkaar gemakkelijk vinden en gemakkelijk met elkaar communiceren. Daarin hoort ook een huisvesting met meer ruimte voor flexibiliteit en dat gaat verder dan alleen het plaatsten van een aantal flexwerkbureaus. Op dit moment is er nog sprake van veel “hokjes” terwijl we willen ontschotten. Een andere manier van huisvesten kan daar een enorme impuls aan geven.
Mevrouw Oosterloo en mevrouw Jong voelen zich enigszins overvallen door dit voorstel en vragen zich af wat het huidige huisvestingsprobleem is. Het gaat om een aanzienlijke investering en gaat dit juist niet ten koste van de doelmatigheid? Gaat de cultuur wel echt veranderen door een andere huisvesting? En waarom is communicatie met medewerkers zo belangrijk voor draagvlak? Het zou toch juist een bottom-up wens moeten zijn?
De heren Haitjema en Bol geven aan dat een andere huisvesting nooit dé oplossing kan zijn voor een gewenste cultuurverandering. Dit voorstel moet dan ook vooral worden gezien als één van de vele pijlers waarop het reorganisatieproces rust. De reorganisatie kan alleen slagen door een gecombineerde verandering van organisatiestructuur, aansturing werkprocessen, leiderschap en management, besturing en gedrag/houding (cultuur). Een andere huisvesting is dus één van de middelen daarin. Het past in een groter geheel aan maatregelen.
De communicatie met medewerkers is niet alleen van belang voor het huisvestingsproject op zich, maar veel meer voor de achterliggende doelstellingen van de reorganisatie, zoals de fundamenteel andere procesgerichte werkwijze en de gewenste veranderingen in samenwerken, houding en gedrag. Dit is een proces van lange adem en vraagt continu aandacht. Uiteraard worden medewerkers ook intensief betrokken bij de feitelijke herhuisvesting, zoals ook is gebeurd bij de pilot. Juist de ideeën van de medewerkers zelf hebben ook grote invloed gehad op het nieuwe huisvestingsconcept.
Mevrouw Langeveld is enthousiast over de beoogde “ontschotting” en de aanpak van de “hokjes”. De heer Van Leeuwen is zeer blij met dit voorstel. De reorganisatie vraagt op alle fronten andere eisen aan de organisatie en daar hoort de huisvesting gewoon bij. Hij pleit voor een snelle en goede aanpak.
Mevrouw Oosterloo neigt, ondanks haar vraagtekens, wel naar het wel beschikbaar stellen van het voorbereidingskrediet. Daarbij moeten ook zeer goed de gevolgen en de aanpak van het project in kaart worden gebracht. De verbouwing en de verhuizing vragen veel van de organisatie en er is ook behoefte aan wat meer rust. De heer Bol geeft aan dat dit ook terdege binnen de organisatie als cruciaal aandachtspunt wordt gedeeld. Dit vraagt een zorgvuldige voorbereiding en zal ook speciale aandacht krijgen in het vooronderzoek.
Dit voorstel zal in de V.V. -bijeenkomst van december verder worden besproken
De secretaris deelt mee dat het bedrag onderaan pagina 3/5 voor de totale herhuisvesting
€ 3.300.000 moet zijn.
De commissie neemt deze mededeling voor kennisgeving aan.
De commissie neemt de mededeling voor kennisgeving aan.
De voorzitter licht toe dat aan het landelijk besluit gehouden dient te worden. Het is nog niet helder hoe om te gaan met de onkostenvergoedingen. De finale besluitvorming moet nog plaatsvinden.
De heer Nomen deelt nog mede dat per 1 januari 2009 de vergoeding dan € 383 (op basis van de cijfers voor het jaar 2008) per maand zou gaan bedragen.
De commissie neemt de mededeling voor kennisgeving aan.
De heer Van Velsen informeert de commissie. Er zijn twaalf partijen (elf gemeenten en Rijnland) die thans overleggen hoe verder te gaan. Er zal nog vóór de jaarwisseling een bestuursopdracht worden geformuleerd voor een verdiepingsonderzoek. Elke partij zal beslissen of hij deze bestuursopdracht accepteert of niet. De JA zeggende partijen zijn de potentiële deelnemers aan de toekomstige Gemeenschappelijke Regeling. Mevrouw Oosterloo vraagt wat er gebeurt als een van de partijen niet akkoord gaat? De heer Van Velsen meldt dat allen de JA zeggers over het vervolg gaan beslissen, doch elke partij later alsnog kan toetreden. De secretaris voegt toe dat de sfeer in de project- en stuurgroep erg goed is.
Om 11:25 uur wordt de vergadering enig moment geschorst.
Mevrouw Goudswaard verlaat de vergadering
Dit punt is afgehandeld tijdens het bespreken van de actiepunten.
De heer Caris (afdelingshoofd P&V) geeft een presentatie(zie bijlage aan de rechterkant van de pagina) Mw Jong en mevrouw Oosterloo informeert naar het wel of niet gedogen tijdens het bouwen.
De heer Caris geeft aan dat er geen sprake is van gedogen.
Geen
De voorzitter verlaat de vergadering om 11.50 uur
De plv. voorzitter de heer Groen geeft een toelichting op dit voorstel. Mevrouw Jong is geïrriteerd dat dit de derde versie al is en meldt dat er ten opzichte van de eerste versie niets is veranderd. Zij vindt dat de dijkgraaf ontvangt waarop hij recht heeft, goed salaris en alle gedeclareerde onkosten. Zij gaat niet akkoord met het voorstel. Mevrouw Langeveld sluit zich aan bij de mening van mevrouw Jong. Zij vindt het spijtig dat tijdens de sollicitatieprocedure verwachtingen zijn gewekt. Ook mevrouw Oosterloo is het niet eens met het voorstel, sluit aan bij haar voorgangsters maar gaat wel in overleg met de categorie. De heer Van Leeuwen is vóór het voorstel. Dit hoort bij de functie van dijkgraaf, net als bij een burgemeestersfunctie.
De heer Nomen informeert de leden dat het in de toekomst, bij overgang van de rechtspositieregeling van het ministerie van V&W naar het ministerie van BZK een wettelijke regeling zal zijn en er dan geen discussie meer bij het waterschap nodig is.
Dit voorstel wordt nader besproken in de categorieën.
Om 12.05 uur wordt de vergadering gesloten
