De onderliggende stukken van deze vergadering zijn te vinden bij de agenda van de VV vergadering van 23 april 2008.
1. Opening
2. Verslag 27 februari 2008 en actiepuntenlijst
3. Mededelingen Stand van zaken onderzoek samenwerking Belastingen
4. Agendapunten VV 23 april 2008
8. Advies inzake voorschot schadevergoeding H.J. de Boer
10. Implementatie Wet modernisering waterschapsbestel: reikwijdte rechtmatigheid(scontrole)
11. Implementatie Wet modernisering waterschapsbestel: omzetting algemene en egalisatiereserves per 1 januari 2009
12. Implementatie Wet modernisering waterschapsbestel: bedrijfsbesturing en begroting
13. Overdragen oude gemalen "De Antagonist" en "De Vereeniging"
14. Vaststelling Verordening schadevergoeding 2008
18. Initiatiefvoorstel van de leden Oosterloo en Schouffoer over Jeugdparticipatie/WBP4
5. Rondvraag
Dhr. Van Velsen opent de vergadering en verexcuseert de voorzitter, de heer Doornbos die vanwege een begrafenis is verhinderd. De heer Groen zal vanaf circa 10.15 uur de vergadering bijwonen. Hij stelt dan ook voor de agendapunten waarvan de heer Groen dan wel de heer Doornbos portefeuillehouder zijn, op te schuiven en te beginnen met behandeling van de VV-agendapunten 10, 11 en 12.
Hij deelt mede dat bericht van verhindering is ontvangen van mw. Jong en mw. Goudswaard.
Tekstueel wordt het verslag vastgesteld. N.a.v. Rondvraag, parkeervoorzieningen, complimenteert mw. Oosterloo de organisatie met de snelle reactie door middel van het toezenden van toegangspasjes.
Actielijst: de actielijst wordt aangepast. Alle acties zijn afgerond.
Dhr. Van Velsen doet mondeling verslag van de stand van zaken rond het onderzoek rond samenwerking Belastingen. Het maatschappelijk belang van samenwerking is de verwachte lagere kosten en serviceverbetering voor de burger. Verwacht werd het onderzoek 31 maart jl. te kunnen afronden, doch dat is niet gelukt door enkele zeer principiële discussiepunten. Er zijn grotere en kleinere partijen bij betrokken. Opzetten van een nieuwe organisatie vraagt veel van de deelnemende 12 organisaties en alle partijen willen met een eenduidig en goed verhaal bij de achterban terugkomen. Zorgvuldigheid is, met name ook voor de betrokken personeelsleden, van belang. Inmiddels hebben zich al nieuwe partijen gemeld die zich aansluiten. Zij kunnen zich eventueel in een later stadium aansluiten; nu beperkt het onderzoek zich tot de twaalf organisaties.
Dhr. Van Velsen licht het agendapunt kort toe. Een belangrijk onderdeel van de Wet modernisering waterschapsbestel is financiële verantwoording en rechtmatigheid. Rechtmatigheid houdt in dat Rijnland moet voldoen aan externe en interne regelgeving. Deze zullen met ingang van 1.1.2009 mede door de externe accountant worden getoetst als onderdeel van de controle op de jaarrekening. De Unie van Waterschappen heeft de waterschappen een handreiking gegeven aan deze eisen te kunnen voldoen. De vraag die nu voorligt om aan te sluiten bij de handreiking van de Unie en rechtmatigheid te beperken tot financiële rechtmatigheid. Later dit jaar zal het normenkader, controleprotocol en toetsingskader aan de commissie worden voorgelegd.
De commissie heeft op zich geen probleem met het voorstel; we voldoen aan de wet, maar de doelstelling van Rijnland en verantwoording/rapportage aan en open en eerlijke controlemogelijkheid voor de burger wordt gemist. Vooral op het gebied van de uitvoering van onze watertaken. Ze vraagt zich af of Rijnlands ambitie niet hoger moet liggen dan de handreiking van de Unie en we de rechtmatigheid niet breder moeten trekken. Rijnland moet ervoor waken niet tot een administratieve organisatie te verworden, zeker nu we zo achterlopen met uitvoering van werken en bestedingen.
Dhr. Bol legt uit dat het een toevoeging op de huidige werkwijze betreft; een versterking op het gebied van de financiële verantwoording. Het is een extra controlemiddel voor de VV. Rechtmatigheid kan ook gebruikt worden voor andere doelen. Te allen tijde kan besloten worden rechtmatigheid uit te breiden naar andere gebieden. Dhr. Bongenaar voegt hieraan toe dat wij nu nog de vrijheid hebben dit te beperken tot financiële rechtmatigheid. Ook om extra werklast te voorkomen deze hiertoe te beperken. Natuurlijk moet je rechtmatigheid in de breedte willen controleren, maar de vraag is of je dat door de accountant wil laten doen. Het gevaar is dan groot dat accountantsgoedkeuring wordt onthouden, zoals bijvoorbeeld bij gemeenten het geval is geweest. Alvorens besloten wordt rechtmatigheid naar andere gebieden uit te breiden zal de interne regelgeving moeten worden opgeschoond.
Na deze discussie en uitleg gaat de commissie akkoord het voorstel als hamerstuk te agenderen.
In het kader van de Wet modernisering waterschapsbestel zal het heffingenstelsel worden vereenvoudigd en bestaan uit drie heffingen en uitgebreid met een nieuwe categorie natuurterreinen. Als gevolg hiervan moeten de saldi van de algemene taak- en egalisatiereserves worden omgezet naar het nieuwe stelsel. De overheveling van de reserves is de eigen bevoegdheid van de waterschappen. De commissie heeft vragen over de oppervlakteverdeling (per ha) voor vaststelling van het tarief nu de categorie natuurterreinen bijna niets meer opbrengt. Dhr. Bol wijst op laatste zinsnede onder “Oplossing” op blz.3 van het voorstel. Daarvan kan een berekening worden gegeven.
De commissie gaat akkoord het voorstel als hamerstuk te agenderen.
Met de invoering van de wet wordt de programmabegroting wettelijk verplicht. Dat betekent dat de activiteiten van Rijnland ook onder een programma geschaard moeten worden. Om aan deze wettelijke bepaling en de bepaling te kunnen voldoen, moet nu de programma-indeling worden vastgelegd. Het WBP3 en straks WBP4 worden ingericht volgens drie programma's: Veiligheid, Voldoende water en Gezond water. Voorgesteld wordt voor de begroting hier een vierde programma aan toe te voegen: “Bestuur, organisatie en dienstverlening”.
(dhr. Groen voegt zich om 10.00 uur in de vergadering)
Binnen de commissie zijn zowel voor- als tegenstanders voor het uitbreiden met een vierde programma te vinden en deze zelfs, volgens voorstel van mw. van Proosdij, mogelijk te splitsen in “Bestuur en organisatie” en “Communicatie en dienstverlening” Financiën en juridische zaken maken echter ook onderdeel uit van dienstverlening. Verschillende commissieleden uiten hun zorgen over de summiere en tegenstrijdige communicatie bij Rijnland. Deze zou integraal onderdeel moeten zijn in alles wat Rijnland doet. Mw. van Proosdij voegt hier nog aan toe dat naar haar mening de organisatie meer maatschappijgericht zou moeten zijn.
De commissie gaat akkoord het voorstel als hamerstuk te agenderen.
Mw. Veenhoven en dhr. Tamboer voegen zich voor dit agendapunt bij de vergadering.
Dhr. Van Velsen licht toe dat dit onderwerp in alle commissies wordt behandeld. De commissie wordt gevraagd het WBP4 met name op beleid, hoofdlijnen en procedures te beoordelen.
Mw. Veenhoven geeft aan behoefte te hebben om te horen wat leeft bij de commissieleden.
In algemene zin worden de volgende opmerkingen gemaakt. Het is een goed leesbaar en duidelijk plan en de eerste fase in het proces. Er is goed geluisterd naar de VV-klankbordgroep en haar opmerkingen zijn hierin verwerkt. Het achtergrondrapport is boeiend. De toekomstverkenningen zijn interessant om het werk en de positie van Rijnland in een breder kader te plaatsen. Het nieuwe bestuur zou hiermee zijn voordeel kunnen doen.
Er wordt een aantal kritische kanttekeningen geplaatst. Er is een hoog ambitieniveau, maar vanuit het WBP3 zijn er tot teleurstelling van de commissie nog achterstanden in de uitvoering. Rijnland kan zijn ambities tot op heden niet geheel waarmaken. Meer aandacht zal moeten worden besteed aan het oplossen van de huidige knelpunten. Nu lijkt de focus daarop onder te sneeuwen, omdat veel energie op de toekomst gericht is.
De commissie vraagt aandacht voor een aantal zaken:
Grondwaterproblematiek, verziltingsbestrijding (anticiperen op de toekomst i.v.m. kwetsbare tuinbouwgebieden), monitoring, duurzame oplossingen. Daarnaast zou Rijnland meer naar voren moeten komen als waterautoriteit.
Door mw. Oosterloo wordt een tegenstrijdigheid geconstateerd tussen de enerzijds gestelde ambitie (ambitienota blz. 22, duurzaam ondernemer) en anderzijds de verwachting dat WBP4 niet tot ingrijpende koerswijzigingen zal leiden.
De commissie verbaast zich over de onaardige zinsneden op blz. 37 en 38 ten aanzien van het bestuur. Dit is door D&H onderkend en afstand van genomen. Portefeuillehouder Van der Hoeven heeft hier in de cie Waterbeheer het volgende over gezegd: “In toekomstverkenningen staan de individuele meningen van experts. Er is hun gevraagd een spreekwoordelijke spiegel voor Rijnland te houden. Het antwoord van Rijnland op deze verkenningen is de ambitienota. Standpunt van de schrijver over beperkt inhoudelijke kennis bestuurders is ongelukkig geformuleerd. Hier neemt het college afstand van. Echter, zijn opmerking over het beter faciliteren van bestuurlijke organisaties blijft waardevol”.
De commissie gaat akkoord met het agenderen van het voorstel voor de VV van 23 april 2008.
Hoewel in het verleden de zgn. Jeugdadviesraad niet goed bleek te functioneren, wordt nu, in de tijd van verkiezingen en WBP4, opnieuw aandacht gevraagd voor participatie door jongeren in de vorm van een rondetafelgesprek. De commissie is hier een groot voorstander van. De screening van scholieren zal door een extern bureau worden gedaan. Dhr. Tamboer stelt voor om eventueel het zogenaamde jongerennetwerk (werknemers uit de waterschapswereld jonger dan 35) hierbij te betrekken. Dit zou een meer inhoudelijke bijdrage kunnen leveren. De commissie stelt voor dit onderwerp in de informatieve VV aandacht te geven.
De commissie gaat akkoord het voorstel als hamerstuk te agenderen.
Door de onafhankelijke adviescommissie is voorgesteld onder voorwaarden tegemoet te komen aan de vraag van de heer H.J. de Boer tot voorschot op zijn verzoek om schadevergoeding, nu nog niet definitief kan worden beslist op het schadeverzoek omdat het weigeringsbesluit nog niet rechtens onaantastbaar is. In overleg met de voorzitter van de commissie zal door Rijnland een bemiddelingspoging worden gedaan om verdere schade te voorkomen.
Hoewel met het toekennen van het voorstel de kwestie niet is opgelost, is de commissie akkoord het voorstel als hamerstuk te agenderen en voegt eraan toe blij te zijn met de bemiddelende rol die de voorzitter van de schade adviescommissie wil spelen om uit de langdurige impasse te komen.
De commissieleden achten de restauratiekosten voor de twee gemalen - alvorens tot overdracht aan de Stibom zal worden overgegaan - veel te hoog. Dit in het besef dat er volgens het overzicht nog zoveel andere objecten komen. Zij verwachten dat de stichting het zelf goedkoper zou kunnen doen en meer subsidie kan verkrijgen dan Rijnland. Zij adviseren opnieuw te onderhandelen met de Stichting en te komen tot een constructie van een bruidsschat. De commissie is niet tegen overdragen van de gemalen, maar wel tegen de hoge kosten. Zij wil een overzicht van de financiële consequenties van het in 2006 vastgestelde beleid t.a.v. cultuurhistorisch erfgoed.
Na veel discussie adviseert de commissie D&H het voorstel terug te nemen en te onderzoeken wat efficiëntere oplossingen zijn.
Al eerder is dit onderwerp uitgebreid besproken. Geadviseerd wordt in de VV mondeling extra aandacht te geven aan de overdracht van bevoegdheid van VV naar D&H.
De commissie is akkoord het voorstel als hamerstuk te agenderen.
a. Dhr. Thijssen vraagt naar de stand van zaken rond het Biogas project. Dhr. Groen geeft aan dat aan dit project wordt gewerkt. Er ligt een nota en hopelijk kan voor de zomer een pilot worden gestart i.s.m. de gemeente Leiden en een taxibedrijf. Dan zullen negen auto’s (drie van Rijnland, drie van gem. Leiden en drie taxi’s) op biogas gaan rijden. Dhr. Bol voegt hieraan toe dat het Rijnlands laboratorium al een jaar volledig wordt verwarmd door biogas van de a.w.z.i. Zwembad De Vliet zelfs al 25 jaar. De uitvoerder zal beter worden geïnformeerd.
b. mw. Van Proosdij maakt zich zorgen over het vertrek van drie afdelingshoofden en geluiden uit de organisatie waaruit zou blijken dat niet alles zo goed verloopt. Dhr. Groen geeft aan dat hierover in D&H is gesproken. Dhr. Bol licht toe in welke fase na de reorganisatie we ons bevinden. Er zijn zeker nog de nodige knelpunten in de bedrijfsvoering en her en daar ook op het persoonlijke vlak. Het is logisch dat in een groot veranderproces soms onrust bestaat. En het is ook normaal dat na een reorganisatie het eerst slechter gaat en de organisatie in een “dip” komt. Inmiddels worden echter ook de eerste verbeteringen zichtbaar en is er meer rust en aandacht om verder aan de organisatie te bouwen.
c. Mw. Oosterloo uit nogmaals haar zorgen over de communicatie en tegenstrijdige berichten in de pers. Zo staat in het Haarlems Dagblad een artikel dat Schiphol nog steeds in procedure is tegen dwangsom van Rijnland (en zich hiermee formeel opstelt) en in een ander artikel leest ze dat Rijnland onlangs Schiphol heeft gewezen op een overtreding vanwege glycollozing door Schiphol maar deze onbestraft laat. Ze acht dit een verkeerd signaal.
Over dit laatste is een technische vraag gesteld door dhr. Buijs, die binnenkort wordt beantwoord.
d. Dhr. Thijssen uit zijn twijfel aan de tijd die door het management wordt besteed aan ambities, maar niet aan het werk “op de vloer”.
De heer Van Velsen sluit hierna de vergadering.
