De onderliggende stukken van deze vergadering kunt u vinden bij de agenda van de VV van 4 juni 2008
Verslag commissie Bestuur en Concernzaken woensdag 21 mei 2008
2. Verslag 9 april 2008 en actiepuntenlijst
3. Mededelingen
a. Memo Verordening schadevergoeding
b. Brief Herinrichting Rijnlandshuis
c. Beschikbaar stellen geluidsopnamen VV op internet (mondeling)
4. Agendapunten VV 4 juni 2008
9. Uitgangspunten t.b.v. heldere en toekomstbestendige toedeling onderhoudsplicht overige oppervlaktewateren
18. Benoeming externe accountant
20b. Grenscorrectie AGV-Rijnland; sluiten overeenkomst
20c. Rechtspositie AB-leden
5. Rondvraag
De heer Doornbos opent de vergadering om 09.00 uur.
Hij deelt mee dat bericht van verhindering is ontvangen van mevrouw Van Proosdij. De heer Bol is wegens vakantie afwezig. Tevens wordt gemeld dat de heer Van der Hoeven vandaag aanwezig had willen zijn in verband met de behandeling van het voorstel over de Uitgangspunten onderhoudsplicht oppervlaktewateren. Deze laat zich verontschuldigen, omdat er een vergadering is bij de gemeente Leiden waarbij zijn aanwezigheid dringend is gewenst.
De secretaris verontschuldigt voor de onjuiste nummering van enkele agendapunten (18, 20b en 20c die respectievelijk 15, 17b en 17c moeten zijn).
Opgemerkt wordt door mevrouw Oosterloo dat verexcuseert (blz. 1) geen Nederlands woord is; dit moet zijn verontschuldigt of excuseert zich. Het verslag wordt met inachtneming van deze opmerking vastgesteld. Mevrouw Oosterloo vraagt naar de voortgang van agendapunt 18, Jeugdparticipatie. De secretaris deelt mee dat de offerte voor ondersteuning van het project Jeugdparticipatie onlangs is ontvangen en op korte termijn zal worden besproken met de initiatiefnemers. Ook vraagt mevrouw Oosterloo naar de voortgang van de punten 8 (kwestie De Boer) en 13 (overdragen van een 2-tal oude gemalen). De voorzitter meldt dat met betrekking tot punt 8 geen nadere ontwikkelingen zijn te melden en dat aan punt 13 wordt gewerkt. Er is nog even tijd nodig om de zaak nader te verkennen; in een later stadium zal hierop worden teruggekomen.
a. Memo Verordening schadevergoeding
Van de inhoud van de mededeling wordt kennis genomen.
b. Brief Herinrichting Rijnlandshuis
Van de inhoud van de brief wordt kennis genomen.
c. Beschikbaar stellen geluidsopnamen VV op internet
De voorzitter geeft een korte toelichting. Rijnland dient een transparante overheid te zijn. Daarom zijn VV- en commissievergaderingen openbaar, tenzij er om bepaalde redenen anders wordt besloten. Tegenwoordig worden steeds frequenter ook geluidsopnames van vergaderingen op internet beschikbaar gesteld. Een volgende stap is mogelijk ook beeldmateriaal op internet te plaatsen.
De heer Vegter stelt dat duidelijk neergezet moet worden waarom we de opnamen op internet willen zetten. Er moet goed over de randvoorwaarden en condities worden nagedacht. De heer Smulders (programmamanager E-overheid) legt uit dat we een directer, sneller en transparanter beeld van Rijnland richting naar de buitenwereld toe willen neerzetten. Dit zal fasegewijs moeten plaatsvinden en in het bredere verband van E-overheid moeten worden gezien.
De commissie vindt het over het algemeen wel een goed idee, maar een goede voorbereiding is vereist. De heer Thijssen is van mening dat eerst ook een aantal andere zaken op orde moeten zijn, o.a. de beschikbaarstelling van documenten op internet. De secretaris zegt dat dit voor openbare bestuursstukken al het geval is. Mevr. Oosterloo oordeelt positief over de website van Rijnland en zegt als bestuurslid ook graag toegang tot intranet te willen hebben om meer achtergrond-informatie te kunnen verkrijgen over bepaalde zaken.
De voorzitter is het met mevr. Oosterloo eens dat Rijnland een goede website heeft; toegang tot intranet is een andere discussie.
Mevr. Langeveld vraagt of ook de juridische gevolgen van het beschikbaar stellen van geluidsopnamen via internet zijn onderzocht. De heer Smulders antwoordt hierop bevestigend.
Mevr. Jong merkt nog op dat het bij het beschikbaar stellen van geluidsopnamen via internet wel om live opnames moet gaan, omdat het anders absoluut geen meerwaarde heeft voor belangstellende burgers. De heer Smulders zegt dat het de bedoeling is dat belangstellenden een bepaald punt op de site kunnen aanklikken en daarover dan kunnen horen wat over dat punt in een vergadering is gezegd.
De voorzitter concludeert dat de commissie een voorstander is van de in gang gezette ontwikkeling, maar dat een aantal aandachtspunten nader moet worden onderzocht. Afgesproken wordt dat er een notitie komt waarin de randvoorwaar-den zullen worden opgenomen, die vervolgens in de commissie zal worden behandeld.
VV-voorstellen:
De voorzitter licht het agendapunt toe. Dit voorstel is gedaan om te kijken of Rijnland, ten koste van een forse tariefstijging, zijn rol als waterautoriteit beter kan invullen met betrekking tot het onderhoud van alle oppervlaktewateren. Er is de laatste jaren veel veranderd waardoor er bepaalde inconsequenties zijn. Dit geldt voor zowel het stedelijk als landelijk gebied. De voorzitter gaat verder nog in op de behandeling van dit voorstel in commissie Waterbeheer. Duidelijk is geworden dat het voorstel niet rijp wordt bevonden om aan de VV te worden voorgelegd en dat het nu om een meer richtinggevende discussie gaat, zodat het college zich nader over de in het voorstel aangegeven problematiek kan beraden.
De heer De Groot voegt toe dat er eind dit jaar een nieuwe Legger en een nieuw baggerprogramma zullen worden voorgelegd, waardoor een relatie met dit voorstel kan worden gelegd. Het voorstel is dat Rijnland naast het “buitengewone” onderhoud ook het dagelijks onderhoud op zich gaat nemen. De voorzitter vraagt de commissie om haar mening.
Uit de reacties blijkt o.a. het volgende:
1. als Rijnland het onderhoud gaat uitvoeren, ontstaat er wellicht minder betrokkenheid bij het waterbeheer bij de ingelanden;
2. hoe ga je om met de eisen van ingelanden over de manier waarop het onderhoud wordt uitgevoerd?
3. Rijnland gaat kosten maken en die doorberekenen aan de ingelanden, terwijl de gemeenten hun OZB-tarieven niet zullen gaan verlagen, zodat de burger met extra lasten wordt geconfronteerd; zijn er in dat kader dwingende afspraken met gemeenten te maken?
4. zijn er ervaringen op dit punt bij andere waterschappen?
5. in landelijk gebied zal Rijnland de onderhoudswerkzaamheden niet efficiënter kunnen uitvoeren dan agrariërs; daarom zou gedacht kunnen worden aan het afsluiten van individuele contracten met aangelanden en zou Rijnland de kosten van het onderhoud kunnen vergoeden;
6. zorg voor voldoende draagvlak voor de manier waarop het onderhoudswerk, met name in het landelijk gebied, wordt uitgevoerd;
7. gemeenten en aangelanden hebben eveneens een verantwoordelijkheid op het gebied van het onderhoud van watergangen en dit is van belang voor hun betrokkenheid bij het waterbeheer;
8. onderscheid tussen stedelijk en landelijk gebied maken lijkt reëel, waarbij Rijnland in stedelijk gebied een meer actieve rol heeft dan in landelijk gebied;
9. het voorstel is van zodanige betekenis dat hier op interactieve wijze mee zou kunnen worden omgegaan, bijv. reacties van ingelanden via de website kenbaar laten maken; vervolgens beleid bepalen;
10. het imago van Rijnland als waterautoriteit wordt van groot belang geacht; in het voorstel zouden de randvoorwaarden beter tot uitdrukking moeten worden gebracht, bijv. volledige overname onderhoud stedelijk water door Rijnland, mits dat geldt voor alle gemeenten in het beheersgebied en evenredige aanpassing OZB-tarief door gemeenten.
De voorzitter bedankt de commissie voor de gemaakte opmerkingen en gedane suggesties. Het college zal zich hierover beraden en te gelegener tijd de VV over de verdere procedure informeren. Tevens is goede nota genomen van de opmerking over de interactieve beleidsvorming (discussie door middel van internet voeren); een goed onderwerp voor de komende verkiezingen.
De heer Van Velsen geeft een korte toelichting op het voorstel en licht de gevolgde procedure toe met betrekking tot de selectie van de accountantskantoren.
Mevr. Jong vraagt of er met het huidige door Rijnland ingeschakelde accountants-kantoor Deloitte is gecommuniceerd over de voordracht voor een ander accountantskantoor. De heer Van Velsen antwoordt dat dit het geval is.
De heer Vegter is het volstrekt oneens met de gevolgde procedure. Hij merkt op dat de accountant door de VV wordt benoemd. In verband hiermee had de commissie Bestuur & Concernzaken eerder bij de procedure betrokken moeten worden en hadden bijv. de criteria op basis waarvan een accountantskantoor zou worden geselecteerd in de commissie besproken moeten worden. Ook hadden volgens spreker enkele commissieleden bij het selectieproces betrokken moeten worden. Het gaat immers om een vertrouwensrelatie tussen de VV en de accountant.
In reactie hierop zegt de heer Van Velsen dat in een eerder stadium aan de VV is verteld dat in de loop van het jaar 2008 een voorstel zou worden voorbereid om voor een nieuwe periode een accountantskantoor in te schakelen.
De secretaris merkt in dit verband nog op dat volgens de Waterschapswet het dagelijks bestuur belast is met de voorbereiding van zaken waarover het algemeen bestuur een beslissing moet nemen en in dat opzicht is het college van dijkgraaf en hoogheemraden aan de slag gegaan met het doen van een voorstel aan de VV over de accountantskeuze.
Mevr. Jong vraagt of de procedure van de controleverordening juist is toegepast. Eventueel zou de verordening kunnen worden gewijzigd zodat een meer prominente rol aan de VV bij de accountantskeuze wordt toegekend.
De heer Vegter persisteert bij zijn standpunt dat de VV c.q. commissie Bestuur & Concernzaken ook bij de procedure voor de nieuwe accountantskeuze had moeten worden betrokken en zegt zich daarom zeker niet met het voorstel te kunnen verenigen. Hij vindt dat dit voorstel niet in de VV-bijeenkomst van 4 juni behandeld kan worden.
Mevr. Jong is van mening dat, hoewel de procedure wellicht anders had moeten verlopen, uitstel van behandeling van het voorstel voor haar niet noodzakelijk is. Mevr. Oosterloo sluit zich hierbij aan.
De voorzitter concludeert dat de commissie van mening is dat de VV eerder bij de accountantskeuze betrokken had moeten worden en dat in de toekomst wellicht een andere procedure, die daarin voorziet, moet worden gevolgd.
Na enige discussie wordt besloten dat op 4 juni 2008, voorafgaande aan de vergadering van de VV, een extra vergadering van de commissie Bestuur & Concernzaken zal worden gehouden (van 08.30 tot 09.00 uur) om nader over de accountantskeuze van gedachten te wisselen. Het betreffende voorstel kan op de agenda voor de VV-bijeenkomst van 4 juni worden gehandhaafd. Tijdens de extra commissievergadering zal ook de matrix waarop de scores van de verschillende accountantskantoren zijn vermeld worden gepresenteerd. Tot slot wordt afgesproken dat in de commissievergadering Bestuur & Concernzaken van 2 juli een presentatie door het nieuwe accountantskantoor over de werkwijze e.d. van dat kantoor zal worden gegeven.
De voorzitter licht het voorstel toe. Met de komst van de Wet modernisering waterschapbestel moet de overlapping van de beheersgebieden van Rijnland en Amstel-Gooi en Vecht gecorrigeerd worden. De grenscorrectie is formeel in het kader van de Reglementswijziging in april 2008 door de provincie vastgesteld. De oplossing is een overdracht van een aantal gebieden over en weer. Hiervoor is een overeenkomst opgesteld waarin een aantal aandachtsvelden is opgenomen; waterstaatkundige gevolgen, grensoverschrijdend afvalwater en belastingtechnische wijzigingen.
De heer Vegter en mevrouw Oosterloo vragen of er gevolgen zijn voor de belastingplichtigen. De heer Van Velsen benadrukt dat door de nieuwe Waterschapwet dubbelbetaling is verboden. In welke mate AGV de tarieven zal aanpassen is hem niet bekend. De voorzitter vult aan dat er in de overeenkomst een eenvoudige formule is opgenomen voor de kostenverdeling tussen AGV en Rijnland.
Desgevraagd deelt de heer De Groot nog mee dat een klein gedeelte van Amsterdam-West nog onder Rijnland blijft vallen, gelet op de waterstaatkundige aspecten.
De voorzitter geeft aan dat de brief van de Unie van Waterschappen een reactie is op de brief die namens de VV over de rechtspositie van de leden van het algemeen bestuur is verzonden. De Unie van Waterschappen is gevraagd hiernaar een onderzoek in te stellen, maar is niet bereid dit te doen.
Mevr. Jong wijst op het punt dat voor de zgn. ‘secundaire arbeidsvoorwaarden’ voor AB-leden inmiddels mogelijkheden zijn geschapen. Zij vindt dat deze voor de Rijnlandse bestuursleden met terugwerkende kracht moeten worden toegepast.
Vervolgens ontstaat discussie over de manier waarop de belangen van AB-leden door de Unie van Waterschappen worden behartigd. Hierover uiten verschillende commissieleden kritiek.
De voorzitter attendeert erop dat de mening van de leden van de Unie van Waterschappen over zaken nogal eens uiteenloopt en dat er daarom niet altijd sprake is van duidelijke beleidslijnen die de Unie moet uitwerken. Dit is ook het geval geweest met de rechtspositieregeling voor AB-leden van waterschappen. Bij de Unie wordt daarom gestreefd naar het vertolken van de opvatting van de meerderheid van de leden. Mogelijk dat de op te richten vereniging voor de belangenbehartiging van AB-leden in de toekomst tot successen kan leiden.
Vervolgens gaat de secretaris in op de mogelijkheden met betrekking tot ‘secundaire arbeidsvoorwaarden’ voor de VV-leden van Rijnland. Hij geeft aan dat voor het personeel van Rijnland geen regeling is vastgesteld voor vergoeding van telefoonkosten en verblijfskosten. Een dergelijke regeling zou nl. van toepassing moeten worden verklaard op vergoeding van onkosten voor VV-leden. Daarnaast stelt het college voor om voor het beschikbaar stellen van computerfaciliteiten in de loop van dit jaar een voorstel te doen; de betreffende regeling zou dan met ingang van de nieuwe bestuursperiode kunnen ingaan.
Mevr. Jong is van mening dat ook voor de huidige bestuursleden een dergelijke regeling zou moeten gaan gelden en waaraan bovendien terugwerkende kracht zou moeten worden gegeven. Deze opvatting wordt door een aantal andere commissieleden gedeeld.
Afgesproken wordt dit punt opnieuw te agenderen voor de commissievergadering van 10 september, waarbij gestreefd zal worden een ontwerp onkostenvergoedingsregeling te presenteren, bijv. naar analogie van een regeling die geldt voor raads- of staten-leden. Voor het overige kan de mededeling voor de VV-bijeenkomst van 4 juni worden geagendeerd.
Mevrouw Oosterloo vraagt waarom de al eerder verzochte “Knipselkrant” nog niet wordt toegezonden aan de bestuursleden. Hierop wordt uit de commissie gereageerd dat bij een eventuele digitale beschikbaarstelling van de knipselkrant de bestanden veel te zwaar zijn om digitaal te ontvangen. Er wordt daarom verzocht om deze in “hard-copy” te laten versturen.
De voorzitter is van mening dat er hele bruikbare informatie in staat en neemt dit verzoek in overweging en komt hierop terug.
De heer Vegter zegt onlangs in het Haarlems Dagblad te hebben gelezen dat gedacht wordt aan het openstellen van de oude sluis te Spaarndam (Kolksluis). Hij vraagt wat het standpunt van Rijnland hierover is.
De voorzitter deelt mee dat in het kader van de renovatie van de Grote Sluis te Spaarndam is gesproken met vertegenwoordigers de bewonersvereniging ter plaatse. Daarbij is vanuit deze vereniging de suggestie gedaan om de oude sluis weer open te stellen voor de scheepvaart. Punten van aandacht daarbij zijn o.a. de verziltingproble-matiek en de bediening van de sluis. Het is geen reële optie om dit laatste door medewerkers van Rijnland te laten verzorgen. De condities waaronder de sluis zou kunnen worden opengesteld worden momenteel, mede in overleg met derden (vrijwilligers), bezien.
De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering om
11.20 uur.
