Verslag gebiedscommissie Noord 14 juni 2005

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Home > Bestuur > Agenda´s en verslagen > Gebiedscommissie Noord > Verslag gebiedscommissie Noord 14 juni 2005

Verslag gebiedscommissie Noord 14 juni 2005

Agenda

1. Opening / mededelingen

2. Inspreekrecht

3. Vaststellen agenda

4. Vaststellen verslag 1 maart 2005

5. Peilbesluiten aanpak 2005    

6. Bestuurlijke actualiteiten

7. Operationele activiteiten / investeringswerken

8. Organiseren gebiedsexcursie

9. Rondvraag

10. Sluiting

Verslag

1. Opening

De voorzitter opent de bijeenkomst om 8.00 uur en meldt bericht van verhindering van de heer Van der Weijden.

2. Inspreekrecht

De voorzitter deelt mee dat in de bijeenkomst van de gebiedscommissie Midden door de heer H. Sleeuwe uit Bloemendaal gebruik is gemaakt van het inspreekrecht. Het betrof hier met name de problematiek van de door de heer Sleeuwe gewenste bouw van toiletfaciliteiten bij Parnassia, waarover de gemeente al een beslissing had genomen voordat daarover met Rijnland was overlegd. Uitbreiding van bebouwing in de kernzone van de duinen is strijdig met het beleid dat Rijnland al jaren voert. Dit onderwerp is in de gebiedscommissie Midden aan de orde gesteld, omdat de gehele kustzone onder district Midden is gebracht.

Mevr. Jong zou wel graag over de gang van zaken worden geïnformeerd.

Naar aanleiding hiervan zag de heer Thijssen graag uitgezocht of en zo ja, in welke mate, IJmuiden buiten het “veiligheidsgebied” van Rijnland valt.

3. Vaststellen agenda

De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

4. Verslag bijeenkomst 2 maart 2005

Onder “ aanwezigen” wordt aan het verslag toegevoegd: twee belangstellenden.

Voor het overige wordt het verslag ongewijzigd vastgesteld.

5. Peilbesluiten; aanpak 2005

Mevr. Van Geffen, teamleider peilbesluiten binnen de afdeling Planvorming, verzorgt een presentatie over de peilbesluiten en de aanpak voor 2005.

Naar aanleiding hiervan vraagt de heer Buijs wat de omvang van een peilgebied bepaalt. Mevr. Van Geffen antwoordt dat de insteek is dat het bij peilgebieden om een logische indeling moet gaan gelet op o.m. de functie van het gebied. Binnen een peilgebied kunnen overigens ook verschillende peilvakken bestaan.

Op een vraag van de heer Buijs of in het peilbesluit ook elementen van peilhandhaving worden opgenomen, antwoordt mevr. Van Geffen dat het handhaven van het peil een beheersaangelegenheid is, waarover niets in het peilbesluit zelf wordt opgenomen.

De heer Thijssen constateert dat het vaststellen van peilbesluiten, mede door de noodzakelijke zorgvuldigheid, een langdurig proces is en daardoor weinig dynamisch.

Hij vraagt zich af hoe een waterschap kan inspelen op nieuwe ontwikkelingen.

Mevr. Van Geffen wijst in reactie hierop dat de termijn van tien jaar, dat een peilbesluit geeldig is, niet betekent dat er voordien geen nieuwe besluit kan worden genomen als er significante wijzigingen noodzakelijk zijn.

De heer Van Warmerdam wijst op het feit dat het boezempeilbesluit, tweede fase, ook in gebied Noord speelt.

Mevr. Van Geffen beaamt dit.

Mevr. Oosterloo vraagt zich af waarom bij één peilbesluit twee data worden genoemd en of kwaliteitsaspecten ook in de belangenafweging kunnen worden meegenomen.

Mevr. Van Geffen beantwoordt de tweede vraag in die zin dat het hier gaat om een tweetal deel-besluiten.

De heer Steegh beantwoordt de tweede vraag bevestigend.

De heer Heijnis komt nog even terug op de vraag van de heer Buijs met betrekking tot het peilbeheer. Hij wijst op het feit dat in het besluit een vast peil wordt genoemd en dat daaraan zoveel mogelijk de hand wordt gehouden. Er kunnen echter bijzondere situaties zijn, zoals voorziene grote neerslaghoeveelheden, die ertoe nopen anticiperend te werken. Een en ander is niet in een besluit vast te leggen.

De heer Van Warmerdam informeert of het geautomatiseerde systeem BOSBO ook voor de poldergemalen operationeel is.

Mevr. Van Duin antwoordt dat BOSBO slechts registreert; de beheerders beslissen zelf over het aan- of uitzetten van de gemalen. Monitoring is naar haar oordeel belangrijk, omdat op deze wijze kan worden onderbouwd in hoeverre de inspanningsverplichting tot handhaving van het vastgestelde peil is/wordt nagekomen.

De heer Van Velsen voegt daaraan toe dat dit laatste vooral van belang is wanneer er onverhoopt schade is ontstaan en Rijnland daarop wordt aangesproken.

De heer Steegh concludeert dat beheersprogramma’s geen onderwerp zijn die - ook niet als onderdeel van een peilbesluit - in de Algemene Vergadering aan de orde behoren te komen.

6. Bestuurlijke actualiteiten

De voorzitter wijst erop dat het baggerprogramma in Haarlem begin april officieel van start is gegaan.

Op desbetreffende vragen van de heer Buijs antwoordt de heer Heijnis dat Rijnland de opdracht heeft verleend, dat toezicht op de uitvoering namers Rijnland door een daartoe door Rijnland ingehuurd adviesbureau plaatsvindt en dat het risico voor evt. vertraging bij de uitvoerende partij ligt. Op dit moment ligt het werk op schema.

Vervolgens doet hij verslag van een voorlichtingsbijeenkomst met kwekers in Aalsmeer over bemesting en gewasbescherming; hopelijk zal handhaving hierop in de toekomst niet meer noodzakelijk zijn.

Het voorstel voor de uitwerking van het waterplan Haarlem is in concept gereed; wat betreft de kostenverdeling wordt gewerkt volgens de uitgangspunten uit het Nationaal Bestuursakkoord Water.

Tenslotte merkt hij op dat het overleg met de gemeente Haarlemmermeer over de overname van het stedelijk water in een afrondende fase is gekomen.

De heer Buijs informeert naar de stand van zaken met betrekking tot de andere waterplannen.

Mevr. Van Duin antwoordt dat er waterplannen voor de gemeenten Bloemendaal en Aalsmeer in voorbereiding zijn.

7. Operationele activiteiten

De heer Moerkens doet kort verslag van enkele operationele activiteiten:

  • het gemaal Halfweg is eind september weer volledig operationeel
  • alle droogtegevoelige kades zij geïnspecteerd door eigen medewerkers, die daartoe een speciale cursus hebben gevolgd; aan de westzijde van de ringvaart zijn enkele lage plekken geconstateerd en deze worden thans ingemeten.
  • de nieuwbouw van gemaal Lijnden ligt op schema; eind september zal ook dit gemaal operationeel zijn

De heer Bus vraagt hoe Rijnland kan bereiken dat kades, waarvan Rijnland niet het eigendom heeft, op hoogte worden gebracht.

De heer Steegh antwoordt dat daarvoor publiekrechtelijke middelen zijn om een en ander af te dwingen.

Mevr. Van Duin doet verslag van handhavingsacties in de sneeuwperiode begin maart op Schiphol.

8. Organiseren excursie

Afgesproken wordt dat de excursie op dinsdagmiddag 6 september a.s. zal worden gehouden; de commissievergadering zal dan diezelfde avond - zo nodig op een andere lokatie dan Hoofddorp - plaatsvinden.

Als suggesties worden gedaan:

  • baggerwerken Haarlem
  • ontwikkeling Haarlem-Schakwijk / waterplan

9. Rondvraag

Mevr. Oosterloo informeert naar de stand van zaken kopsloten Aalsmeer en of dit in het door de voorzitter genoemde overleg met kwekers ook aan de orde is geweest.

De heer Moerkens antwoordt dat dit niet in dit overleg is besproken, maar dat er wel ambtelijk overleg plaatsvindt.

Op de desbetreffende vraag van de heer Van Warmerdam antwoordt de heer Moerkens dat het hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden voornemens is groot onderhoud te plegen aan de Woerdense Sluis. Hij erkent dat het aan de burger moeilijk is uit te leggen dat deze sluis niet bij Rijnland in beheer is.

De voorzitter voegt daaraan toe dat Rijnland, als beheerder van de kering, wel bevoegd is maatregelen af te dwingen.

Wat betreft de grote sluis te Spaarndam, antwoordt de voorzitter op de vraag van de heer Van Warmerdam dat een AV binnenkort een voorstel voor een voorbereidingskrediet tegemoet kan zien.

De heer Bus heeft geconstateerd dat de AIVD een controle op het gebruik van gewas­beschermingsmiddelen heeft uitgevoerd en dat Rijnland daarbij aanwezig was; de slechte beeldvorming van de AIVD krijgt dan ook zijn weerslag op Rijnland.

De voorzitter antwoordt dat in het handhavingsoverleg bewust is afgesproken om zoveel mogelijk gezamenlijk op te treden.

Mevr. Jong informeert naar de stand van zaken waterplan Bloemendaal. Afgesproken wordt dat de betreffende informatie schriftelijk wordt verstrekt.

10. sluiting

De voorzitter sluit de vergadering om 22.00 uur.

Naar boven