Verslag Gebiedscommissie Noord 1 maart 2005

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Home > Bestuur > Agenda´s en verslagen > Gebiedscommissie Noord > Verslag Gebiedscommissie Noord 1 maart 2005

Verslag Gebiedscommissie Noord 1 maart 2005

Agenda

1. Opening

2. Inspreekrecht

3. Vaststellen agenda

4. Werkwijze commissie

5. Bestuurlijke actualiteiten

6. Informatievoorziening door districtshoofd en hoofd Planvorming

7. Rondvraag

8. Sluiting

Verslag

1. Opening

De voorzitter opent de eerste vergadering van de gebiedscommissie, waarin vooral de werkwijze  en de ambities van de commissie aan de orde zullen komen.

2. Inspreekrecht

Van het inspreekrecht wordt geen gebruik gemaakt.

3. Vaststellen agenda

Ingelast wordt het punt “belastingveranderingen 2005”. Met die toevoeging wordt de agenda vastgesteld.

4. Werkwijze commissie

De voorzitter vraagt aan de commissieleden zich uit te spreken over het doel van de commissie en de verwachtingen die leven over het functioneren.

De heer Van Warmerdam beoordeelt het positief dat ook over passieve waterkwaliteit kan worden gesproken. Hij vraagt zich verder af in hoeverre er geen “conflict” zou kunnen ontstaan met de AV over gebiedsoverschrijdende onderwerpen. De voorzitter antwoordt dat hier juist een rol voor hem ligt; voor de gebiedscommissie gaat het met name om de gebiedsspecifieke zaken in het hele district-Noord.

Mevr. Oosterloo acht het wenselijk als de leden van de gebiedscommissie ook betrokken worden bij de schouwvoering. De voorzitter merkt op dat hierover een ambtelijke notitie is opgesteld, die voor de volgende vergadering van de drie gebiedscommissies geagendeerd kan worden.

De heer Thijssen zag graag een overzicht van de knelpunten in het gebied. De voorzitter gaat ervan uit dat de heer Moerkens bij agendapunt 6 meer duidelijkheid zal kunnen verschaffen.

De heer Van der Weijden  informeert of de jaarplannen voor de peilbesluiten en de investeringsprogramma’s ook in de gebieds­commissie aan de orde kunnen komen. De voorzitter  beantwoordt dit wat het eerste punt betreft bevestigend; investeringen kunnen alleen aan de orde komen als deze een uitvloeisel zijn van de peilbesluiten.

De voorzitter benadrukt nog de rol van de commissie als intermediair tussen de burgers uit het gebied en het college van dijkgraaf en hoogheemraden.

5. Bestuurlijke actualiteiten

a. verkiezingen

De heer Van Kampen geeft een korte toelichting op de stand van zaken rond de herverkiezing in district-Noord. Het wachten is op de uitspraak van de Raad van State op het beroep tegen de acceptatie van de kandidaatstelling van de leden Jong en Buijs.

b. belastingveranderingen 2005

Mevr. Ruinard geeft een toelichting op de veranderingen per 2005. Daarbij besteedt zij aandacht aan de oorzaken van de tariefswijzigingen, te weten het gelijktrekken van de tarieven en de nieuwe kostentoedeling. Verder gaat zij in op het communicatietraject van Rijnland vooraf en de reacties van de burgers naar aanleiding van de aanslagen ingezetenenomslag en verontreinigingsheffing. Rijnlands uitleg van te voren en die bij de aanslagbiljetten is blijkbaar niet voldoende geweest en daarom wordt nu extra aandacht aan de communicatie besteed.

In maart worden o.a. de aanslagen aan de huiseigenaren opgelegd. De bijsluiters worden aangepast en wordt extra aandacht geschonken aan te verwachten vragen in verband met de wijzigingen in de WOZ waarden. Rijnland heft op basis van de waarden die de gemeenten hebben bepaald. Indien de nieuwe waarde van de WOZ nog wijzigt, wordt het aanslagbedrag later verrekend. Verder wordt uitgelegd dat Rijnland niet wil profiteren van eventuele waardestijging in het kader van de WOZ; eventueel teveel ontvangen belastinggeld wordt in 2006 vereffend in de hoogte van het tarief.

Mevr. Jong refereert aan de uitgedeelde folder en meent dat deze wat betreft de financiële gevolgen voor de huiseigenaren in het boezemland een misleidend beeld geeft; voor hen stijgen de tarieven zeer sterk. Mevr. Ruinard zegt toe dat hier nog naar zal worden gekeken.

De heer Buijs meent dat onvoldoende over het voetlicht komt wat Rijnland zelf heeft bijgedragen aan de stijging van de tarieven; zijns inziens zijn niet alleen Rijk en Europa hieraan debet, maar bestaat de begroting ook voor 2/3 uit nieuw beleid.. De heer Van Velsen herinnert eraan dat de begroting 2005 in feite niet meer is dan een optelling van de beleidsvoornemens, waartoe de vier fusiepartners al hadden besloten. Van nieuw beleid is nog geen sprake.

De heer Thijssen vraagt zich af of de ingelanden niet veel eerder actief  hadden moeten worden geïnformeerd over de financiële consequenties van de fusie; nu worden zij door de belastingaanslag overvallen. Verder denkt hij dat Rijnland de gewekte verwachtingen (droge voeten) moeilijk zal kunnen waarmaken, maar dat hij daarop door zijn achterban, als de kelders weer eens onderlopen, wel wordt aangesproken.De voorzitter wijst op het feit dat voor de fusie al herhaaldelijk aandacht is besteed aan de gevolgen van de fusie voor de respectieve tarieven. Helaas heeft de pers dit niet of onvoldoende opgepakt en daar zal Rijnland lering uit moeten trekken. Grondwater - de oorzaak van onderlopende kelders - is echter geen taak van Rijnland.

Mevr. Oosterloo constateert dat mensen pas echt wakker worden als de rekening op de mat valt. Zij is verder tevreden met het feit dat de nadere uitleg kennelijk positief wordt beoordeeld.

Mevr. Jong voegt daaraan toe dat men rekening moet houden met het feit dat de burger reageert, zoals hij reageert.

6. Informatievoorziening districtshoofd Noord en directeur WPC

De heer Moerkens geeft in hoofdlijnen aan van de opbouw en de activiteiten van zijn afdeling en beantwoordt enkele specifieke vragen. De vraag van de heer Van Warmerdam naar de toestand van de vloeddeuren van de Grote sluis te Spaarndam, zal overigens schriftelijk worden beantwoordt. Verder geeft hij - dit in reactie op de eerdere vraag van de heer Thijssen - dat er binnen het gebied geen sprake is van echte knelpunten.

De voorzitter stelt dat de taak van de districten is het uitvoeren en instandhouden van wat goed is. Wel waren er de afgelopen tijd discussiepunten als de betrouwbaarheid van de kust en de Spaarn­dammerdijk en de bemalingscapaciteit van de Haarlemmermeerpolder. Daarnaast speelde de ruimtelijke claim voor water i.v.m. de klimaatswijzigingen. Hij zegt toe dat de notitie, die wat betreft dit laatste voor de provincie Noord-Holland is opgesteld, ter kennis van de commissie zal worden gebracht.

Mevr. Van Duin memoreert het feit dat hard gewerkt wordt aan het opstellen van een nieuw Waterbeheersplan. Dit plan is vooralsnog niet gebiedsgericht.

Verder meldt zij dat wordt gewerkt aan het opstellen van een werkwijze peilbesluiten, waarin ook de rol van de gebiedscommissie daarbij nader wordt uitgewerkt, en de jaarcyclus peilbesluiten, inclusief de prioritering. Beide stukken komen in de volgende vergadering aan de orde.

7. Rondvraag

De heer Van Eig (publieke tribune) merkt op dat de journalistiek de signalen van Rijnland over de tariefsverhogingen niet heeft opgepakt. Kennelijk is het pas interessant als de burgers de pers erover benadert.

Mevr. Oosterloo zag graag een overzicht van de bladen, waarin de Rijnlandse publicaties worden opgenomen, tegemoet. Verder spreekt zij haar waardering uit over de voortvarendheid waarmee het overleg met de Stichting Bovenlanden over de afslag van de Westeinder is opgepakt.

De heer Buijs vraagt of er aandacht is besteed aan het feit dat op 1 maart met het baggeren in Haarlem is begonnen. De heer Van Warmerdam  antwoordt dat daarover juist vandaag in het Haarlems Dagblad is geschreven.

Op een vraagt of Rijnland is betrokken bij de MER-procedure vernatting van de duinrand, antwoordt mevr. Van Duin dat Rijnland in een werkgroep participeert.

Tenslotte vraag hij naar de stand van zaken baggerdepot Meergrond. De heer Heijnis antwoordt dat het hier geen zaak van het district betreft; het college zal zich binnenkort over de toekomst beraden.

Op een vraag van de heer Bus over de overname van stedelijk water, antwoordt de heer Van Velsen dat dit project, dat wegens de fusie enige tijd stil heeft gelegen,  weer wordt opgepakt.

De heer Van der Weijden vraagt naar het beleid inzake breinlozingen. De voorzitter antwoordt dat het waterschap daar formeel niets mee te maken heeft, omdat het hier om grondwater gaat.

De heer Thijssen informeert vervolgens naar de verwerking van bagger.  De heer Heijnis antwoordt dat er wordt gewerkt aan een visie hoe om te gaan met de bagger. De AV zal hierover worden geïnformeerd.

De voorzitter deelt vervolgens mee dat de eerstvolgende vergadering, die voor 7 juni a.s. staat gepland, voor de leden van het college op problemen stuit. Besloten wordt de vergadering te verplaatsen naar dinsdag 14 juni a.s.

8. Sluiting

Onder dankzegging voor ieders inbreng sluit de voorzitter de bijeenkomst om 22.35 uur.

Naar boven