4. Verslag vergadering d.d. 29 november 2005
Ingevoegd agendapunt: Excursie.
De voorzitter opent de vergadering om 20.05 uur en meldt afmeldingen van de heer Van der Weijden en van mevrouw Jong. De overige afwezigen hebben geen bericht van verhindering gestuurd.
Hiervoor heeft niemand zich gemeld.
De voorzitter stelt voor tussen de agendapunten 6 en 7 het punt: Excursie aan de agenda toe te voegen. De agenda wordt aldus gewijzigd vastgesteld.
De voorzitter meldt dat het verslag zo laat is aangeleverd door persoonlijke omstandigheden van de heer Van Kampen.
Tekstueel:
Een aantal tekstuele wijzigingen zullen worden doorgevoerd, waarna het definitieve verslag nogmaals aan de leden van de commissie zal worden toegezonden.
Met inachtneming van de wijzigingen wordt het verslag vastgesteld.
Naar aanleiding van:
Blz. 2, agendapunt 4 (n.a.v. verslag) 3e alinea: De heer Warmerdam vraagt naar de voortgang van het overleg met de gemeente Haarlemmermeer en of de politieke wijzigingen in het college daar nog tot wijziging van standpunten aanleiding zou kunnen zijn. De voorzitter meldt hierover dat Groot-Haarlemmermeer voor de fusie uit al uitvoerig overleg heeft gevoerd met de gemeente.
Op 12 februari jl. heeft bestuurlijk overleg plaatsgehad en naar verwachting zal de gemeente (B&W) deze maand over de besproken onderwerpen een standpunt innemen. Daarbij spitste het overleg zich toe op twee punten, te weten de claim van 10 miljoen op de gemeente en de overname van het stedelijk water door Rijnland. De package-deal die besproken is, is door D&H al akkoord bevonden.
Uiteindelijk zullen uiteraard de Raad en de Verenigde Vergadering daarover definitief moeten besluiten.
Blz. 2, laatste alinea:
De heer Warmerdam vraagt naar de toegezegde nadere informatie over de “gebiedsuitwerking Haarlemmermeer/Bollenstreek”, waarover hij al wel in de pers berichten heeft gelezen.
De voorzitter zegt toe, dat intern de vraag zal worden uitgezet de Verenigde Vergadering en de Gebiedscommissie nader te informeren over het betreffende rapport van de beide provincies aan Minister Dekker.
Op de vraag van de heer Buijs over de toekomst van de gebiedscommissies merkt de voorzitter op, dat de commissies reglementair niet kunnen worden opgeheven. Het reglement bepaalt dwingend dat Rijnland beschikt over deze commissies. De gedachte is dat door het bijeenkomen van de commissies de gebiedskennis kan worden vergroot. Ook peilbesluiten kunnen aanleiding zijn de commissie bijeen te roepen. De vergaderdata zouden dan ook gereserveerd moeten blijven.
De heer Warmerdam geeft aan ook verrast te zijn geweest over het afgelasten van de vorige vergadering.
De heer Thijssen vindt het storend dat er onduidelijkheid is over het in stand houden van de commissies. Hij denkt ook dat beter gebruik gemaakt kan worden van de gebiedskennis van de commissie-leden.
Het beeld van de heer Buijs dat het erop lijkt dat als de Commissie Noord doorgaat ook de andere gebiedscommissies doorgang vinden wordt niet door de voorzitter gedeeld.
Daarnaar gevraagd door de heer Warmerdam geeft de heer Moerkens aan dat in november de aanschrijvingen verzonden zijn en dat rond de jaarwisseling de herschouw heeft plaatsgevonden. Daarop zijn ook brieven uitgegaan. De schouw ligt op schema.
De voorzitter meldt dat het college binnenkort de nieuwe schouwkalender zal vaststellen.
Blz. 4:
Op een vraag van mevrouw Oosterloo over afkalving van de oever van de Ringvaart nabij de voormalige vuilstortplaats (District Midden) zegt de heer Moerkens toe bij District Midden navraag te doen.
Voorstel mbt verwijderen Grote Waternavel
De heer Thijssen kan zich er in vinden dat het voorstel op de gebruikelijke wijze door te gaan voor een aantal jaren aanvaardbaar is, maar zag graag dat dit probleem systematischer, ook samen met andere waterschappen, wordt aangepakt. Een idee zou ook kunnen zijn innovatief onderzoek naar mogelijkheden te stimuleren.
Hij is voorts van mening dat het besteden van geld om erop te wijzen dat de plant niet mag worden ingevoerd niet aan Rijnland is en ook niet door Rijnland te handhaven valt.
De heer Buijs constateert dat al 7 jaren op deze wijze wordt gewerkt zonder dat er kennelijk een structureel effect is te bemerken. Hij vraagt zich daarom af of we over 7 jaar dan wel resultaat zullen bemerken. Daarom is hij het met de heer Thijssen eens dat een naar een structurele oplossing gezocht zou moeten worden.
Voor wat betreft het niet mogen invoeren van de plant wijst hij erop dat er ook een folder beschikbaar is die uiteraard wel door Rijnland verspreid zou kunnen worden.
Mevrouw Oosterloo vindt het een goede gedachte dat via regionale televisie aandacht aan het probleem wordt besteed zodat herkenning van het probleem kan worden gerealiseerd.
De heer Warmerdam vraagt zich af of het bedrag van € 300.000,-- nog realistisch is nu een vierde aannemer ingeschakeld zal worden.
De voorzitter merkt hierover op, dat de verwijdering door het inschakelen van een extra aannemer in kortere tijd kan plaatsvinden.
De heer Moerkens voegt hieraan toe, dat het verwijderen op een goede manier moet gebeuren, om snelle terugkeer te voorkomen. De aannemers gaan daarom een week na het verwijderen nog een keer terug om plantenresten/stekjes die achtergebleven zijn, alsnog weg te halen.
De voorzitter zegt toe de aangedragen argumenten bij de portefeuillehouder neer te zullen leggen. Het voorstel komt daarna ter behandeling in de Verenigde vergadering.
De voorzitter meldt dat ook het Beleid Eigendommenbeheer in de volgende Verenigde vergadering aan de orde zal komen.
In de VV van 24 mei zal ook een kredietvoorstel worden behandeld om olievervuiling in 2 tuinen van woningen bij het gemaal Halfweg te verwijderen. De provincie Noord-Holland eist deze verwijdering.
Eveneens behandeld zal dan worden de Evaluatie van het Collegebeleids-programma.
Ook zal het voorstel te komen tot een totale uniforme schouwaanpak aan de orde komen.
De heer Thijssen vraagt zich af of er met nieuwe beschikbare technieken (telemetrie) niet een manier is om de schouw te moderniseren, bijvoorbeeld door de diepte vanuit de lucht te meten.
Daarop wordt aangegeven dat dieptemetingen niet vanuit de lucht kunnen worden verricht.
De heer Moerkens geeft aan dat in de schouwkalender differentiatie per polder wordt toegepast. Afhankelijk van de gevoeligheid van gebieden vindt er in veel polders één schouw plaats, terwijl in twee andere polders twee schouwen (voorjaars en najaarsschouw) nodig zijn om een goede infrastructuur te kunnen waarborgen.
In sommige watergangen wordt ook (1x10jr) een diepteschouw gehouden, waarbij elke overige watergang wordt nagemeten. Voor hoofdwatergangen geldt een frequentie van 1x per 4 jaar.
Volgens de voorzitter is een punt van aandacht of er voldoende controle is op de diepteschouw en of deze goed wordt toegepast, bijvoorbeeld in samenhang tussen twee metingen.
Op basis van het NBW wordt in het onderzoek Waterbezwaar tweede fase op basis van nieuwe normen de te verwerken neerslag per polder berekend voor het totale gebied.
De vernatting van de duinen en de gevolgen daarvan voor het naastgelegen poldergebied is andere problematiek, aldus de voorzitter. In dat kader is in principe de gemeente (via waterplannen) de verantwoordelijke instantie. Rijnland kan daarin een rol hebben bij het meewerken aan het weer open krijgen van oorspronkelijke kreken e.d.
De vraag van de heer Thijssen over de problematiek rondom de Zilk en het betalen voor droge voeten zal door hem omgezet worden in een technische vraag die vervolgens kan worden beantwoord.
In dit verband zal verder ook het rapport Waterbezwaar 2e fase worden afgewacht.
In de VV van 24 mei zal voor de opvolging van de heer Steegh een voordracht moeten worden opgesteld door de categorie ingezetenen. Deze zal op 17 mei bijeenkomen.
Bij voorkeur zal de voordracht één naam bevatten. Ter vergadering kunnen leden zichzelf ook nog kandidaat stellen (zonder ondersteuning).
Update peilbesluiten:
Stilgestaan wordt bij de gebieden van Mariënduin/Vogelenzang waarvoor geen peilbesluit bestaat. Wel doen zich daar wat problemen voor met verstopte duikers e.d.
De heer Thijssen waarschuwt dat naar zijn mening het gebied van de gemeente Velsen een probleem gaat worden als gevolg van het stopzetten van de waterwinning Kennemerland.
De heer Moerkens meldt dat er een evaluatie komt over de bemaling van een aantal meertjes in de gemeenten Velsen, Bloemendaal, Haarlem en Heemstede.
Rond oktober komt er ook een gebiedsinformatieavond over alle hooggelegen gebieden. De commissieleden ontvangen hiervoor een uitnodiging.
De voorzitter zegt toe dat de heer Moerkens met Directeur WPC zal opnemen dat de toegezegde korte notitie over de noodzaak van peilbesluiten voor de opmalings-gebieden en waterwinning Kennemerland, alsmede de problematiek Velsen in de Gebiedscommissie aan de orde kan komen.
De voorzitter memoreert dat landelijk uitgangspunt, zoals ook verwoord in een Unie/VNG nota, is dat de gemeente verantwoordelijk is voor de ontwatering van openbaar terrein, dat particulieren verantwoordelijk zijn voor de ontwatering van hun eigen percelen en dat Rijnland verantwoordelijk is voor de afwatering. De heer Thijssen meent dat het een goede zaak is dat de verantwoordelijkheidsverdeling tussen gemeenten, provincies en Rijnland duidelijk is.
De heer Warmerdam vraagt aandacht voor het betrekken van oa de gemeente Haarlem, het recreatiegebied Spaarnwoude en de Vereniging Hekslootpolder bij het peilbesluit van de Hekslootpolder, indien het opstellen van peilbesluiten gaat worden uitbesteed.
De heer Moerkens legt uit dat door een groot verloop bij het Team Peilbesluiten er vertraging is ontstaan bij het vervaardigen van peilbesluiten. Dit terwijl in het WBP als doelstelling is aangegeven dat in 2008 voor alle polders over een peilbesluit moet worden beschikt. Er is sprake van een inhaalslag.
Overigens zullen er bij het opstellen van peilbesluiten ook gebiedsavonden worden gehouden waarbij het gebied erbij betrokken wordt. Dit naast de formele inspraakmogelijkheden. Deze avonden zullen in naam van Rijnland en onder voorzitterschap van een hoogheemraad van Rijnland worden gehouden.
De heer Moerkens wijst er nog op, dat afhankelijk van het proces (sneller of langzamer) de genoemde peilbesluiten zullen kunnen worden vastgesteld. Deze hoeven derhalve niet in de volgorde van de update aan de orde te komen.
De heer Moerkens deelt mede dat – in navolging van de vorig jaar gehouden inspectie veenkaden - de waterkeringen zijn geïnspecteerd. Hieraan moet nog een afronding worden gemaakt, maar er zijn geen verontrustende zaken geconstateerd.
De bekende en nieuwe plekken zijn vastgelegd en deze zullen worden gemonitord.
Als gevolg van afslag door de scheepvaart bleek ook een aantal bomen langs de Ringvaart te zijn omgevallen.
De heer Thijssen vraagt of om deze reden ook in Bennebroek – in overleg met Rijnland? - bomen zijn gekapt en of hierbij sprake was van een kadeprobleem, terwijl de heer Buijs zich afvraagt of er enige tijd geleden een probleem was met de hoogte van een kade onder Heemstede en of daarmee iets is gedaan. Deze vragen worden door de heer Moerkens meegenomen ter beantwoording.
Bij de aanleg van het laatste stuk beschoeiing langs de Hoofdvaart en inspectie van beschoeiingen is door de medewerkers een dode man aangetroffen.
Geínventariseerd wordt waar natuurvriendelijke oevers kunnen worden aangelegd.
Daarbij lijkt de Houtrakpolder (bij golfbaan) een kansrijke plek. Overleg met de golfclub hierover is gaande. Deze club heeft grond nodig voor accidentering van het terrein, waarvoor de uitkomende grond tbv de oevers kan worden gebruikt.
Ook wordt noordelijker nog 13 ha watercompensatie gegraven waar ook natuurvriendelijke oevers zouden kunnen komen.
Ook meldt hij de stand van zaken rondom de problematiek van de-icing op Schiphol, waarbij de dwangsombeschikking wordt ingetrokken nu het zuurstofgehalte weer op orde is.
De heer Buijs vraagt aandacht voor het aanspreken van de provincie op haar verantwoordelijkheid vanuit de Wet Milieubeheer om eisen te stellen aan de hoeveelheden toe te passen glycol.
De voorzitter merkt op dat de provincie al intensief bij het proces betrokken is maar daarin een eigen verantwoordelijkheid heeft. De heer Moerkens zal de Directeur WPC vragen de commissie en de VV te informeren.
Bij verdere uitbreiding van Schiphol zal Rijnland alert moeten blijven en reageren met het oog op de verstoring of wijziging van het watersysteem en zijn eisen daarop aan moeten passen, aldus de voorzitter.
Met betrekking tot Schiphol wordt op dit moment ook een dossier samengesteld over de aanpak van de problematiek. Dit zal de VV ter informatie worden voorgelegd.
De heer Thijssen dringt erop aan uitvoerig met Schiphol in overleg te gaan over de toekomstige ontwikkelingen en de gevolgen daarvan voor het watersysteem.
Een kredietaanvraag ten behoeve van het voorfinancieren van een vakgemaal in Nieuw Vennip, die niet in de begroting was voorzien, is in voorbereiding. Dit kost Rijnland uiteindelijk derhalve geen geld.
Er vinden uitvoeringswerkzaamheden (aanleg parkje rondom) plaats bij gemaal De Lijnden, terwijl het bouwkundig in goede staat houden van het oude gemaal de aandacht heeft.
Overleg over dit laatste is gaande.
De buitenzijde van het gemaal Leeghwater is hersteld.
De voorzitter merkt desgevraagd op dat woningen bij installaties alleen verkocht kunnen worden als daarvoor geen geur- of geluidseisen gelden. Anders worden deze bij leegkomen gesloopt. Met name bij zuiveringen is daarvan sprake.
Voorgesteld wordt bij de gemeente Bloemendaal ter plaatse uitleg te krijgen over het waterplan van de gemeente. Daarbij kan o.a. de vernatting aan de orde komen. Het idee moet nog met de gemeente worden afgestemd. Daarna zal voor een zomeravond een datumbriefje worden rondgezonden.
De heer Warmerdam vraagt om als sprake is van een dinsdagavond het aanvangstijdstip na zeven uur te plaatsen.
De Directeur WPC zal gevraagd worden op 3 oktober de watersituatie in de kuststrook te presenteren.
Mevrouw Oosterloo vraagt aandacht voor de afslag in de Oosteinderpoel. Zij vindt dat de provincie hierin nogal afstandelijk opereert, nadat zij met mevrouw Louwe Kooimans vorig jaar overleg heeft gehad waarop geen vervolg is gekomen.
De voorzitter zegt toe de uitkomst van het overleg van de heer Van der Hoeven met de gemeente over deze problematiek ter informatie aan de commissie te doen toekomen. Tevens zal haar verzoek om aandacht worden doorgegeven.
De heer Buijs is benieuwd waar de uitkomende bagger uit Hoofddorp naartoe wordt afgevoerd. Ook vraagt hij zich af of Rijnland later ook kan beschikken over een baggerdepot, als in het overnametraject met de gemeente afspraken zijn gemaakt over het inrichten van een depot door de gemeente.
De heer Moerkens zal zorgdragen voor schriftelijke beantwoording van deze vraag.
Tot slot meldt de voorzitter desgevraagd dat het kantoor in Hoofddorp, als cultuurerfgoed, niet verkocht zal worden. Ongeacht de uitkomst van het doelmatigheidsonderzoek. Er wordt uiteraard gekeken naar een goede bestemming, maar eerst moet duidelijk zijn hoe de nieuwe organisatie er uit gaat zien.
De voorzitter sluit de vergadering om 22.05 uur.
