4. Belastingveranderingen 2005
7. Informatievoorziening door districtshoofd en hoofd Planvorming
8. Sluiting
De voorzitter opent de eerste vergadering van de gebiedscommissie, waarin vooral de werkwijze en de ambities van de commissie aan de orde zullen komen.
Omdat er geen belangstellenden uit het gebied bij de vergadering zijn, wordt dit agendapunt gepasseerd.
Ingelast wordt het punt “belastingveranderingen 2005”. Met die toevoeging wordt de agenda vastgesteld.
Mevrouw Ruinard geeft een toelichting op de veranderingen per 2005. Daarbij besteedt zij aandacht aan de oorzaken van de tariefswijzigingen, te weten het gelijktrekken van de tarieven en de nieuwe kostentoedeling. Verder gaat zij in op het communicatietraject van Rijnland vooraf en de reacties van de burgers naar aanleiding van de aanslagen ingezetenenomslag en verontreinigingsheffing. Rijnlands uitleg van te voren en die bij de aanslagbiljetten is blijkbaar niet voldoende geweest en daarom wordt nu extra aandacht aan de communicatie besteed.
In maart worden o.a. de aanslagen aan de huiseigenaren opgelegd. De bijsluiters worden aangepast en wordt extra aandacht geschonken aan te verwachten vragen in verband met de wijzigingen in de WOZ waarden. Rijnland heft op basis van de waarden die de gemeenten hebben bepaald. Indien de nieuwe waarde van de WOZ nog wijzigt, wordt het aanslagbedrag later verrekend. Verder wordt uitgelegd dat Rijnland niet wil profiteren van eventuele waardestijging in het kader van de WOZ; eventueel teveel ontvangen belastinggeld wordt in 2006 vereffend in de hoogte van het tarief.
De voorzitter vraagt aan de commissieleden zich uit te spreken over het doel van de commissie en de verwachtingen die leven over het functioneren. Vervolgens spreken alle leden zich uit. Nadat over enige punten discussie is gevoerd, wordt afgesproken het resultaat van de discussie uit te schrijven in het verslag.
Het doel van de gebiedscommissie is vooral om de inbreng vanuit de verschillende achtergronden bij elkaar te brengen. Het product daarvan wordt als een mening of advies uitgebracht aan het college van dijkgraaf en hoogheemraden. De meerwaarde daarvan voor Rijnland is dat de besluitvormingsprocessen worden ondersteund.
De rol van de commissie is die van intermediair tussen de burgers uit het gebied en het college van dijkgraaf en hoogheemraden.
De commissieleden zijn representanten van hun achterban. De contacten met de achterban lopen via de individuele leden (en dus niet via de commissie). Met deze structuur wordt beoogd dat de commissie niet als spreekbuis gaat functioneren van belanghebbenden. Dat staat niet in de weg dat de commissievergaderingen een openbaar karakter hebben en belangstellenden gebruik kunnen maken van het inspreekrecht. De commissie neemt kennis van wat daarbij naar voren is gebracht en betrekt dat in haar oordeelsvorming.
De werkwijze van de commissie past in de door de Algemene Vergadering gekozen structuur. Daardoor wordt gewaarborgd dat er geen extra bestuurslaag in Rijnland wordt gevormd. In de werkwijze wordt het primaire besluitvormingsproces centraal gesteld. Dat betekent dat het commissiewerk dat primaire proces ondersteunt en voorkomen wordt dat er een vertragende factor optreedt.
Gelet op het doel van de commissie staan in de werkwijze verder voorop, naast de al genoemde representatie van de achterban, informatieverwerving vanuit verschillende bronnen, onderlinge communicatie en oordeelsvorming.
Nadat de commissie haar mening heeft geformuleerd, wordt deze schriftelijk vastgelegd en aan het college kenbaar gemaakt.
De commissie is van mening dat het succes afhangt van haar inbreng over gebiedsspecifieke zaken. Deze inbreng wordt vertaald in een advies als het gaat om een te nemen besluit.
Bij gebiedsspecifieke zaken wordt gedacht aan bijvoorbeeld de wijze van schouwvoering en de voorbereiding (in de fase waarin de uitgangspunten worden geformuleerd) van peilbesluiten.
De commissie ziet graag de volgende onderwerpen in het programma terugkeren.
De commissie neemt kennis van de volgende actualiteiten, die in hoofdlijnen de revue passeren.
De heer Westhoek en mevrouw Dreise geven in hoofdlijnen aan met welke activiteiten hun afdelingen bezig zijn. Verder wordt met kwantitatieve gegevens aangegeven waar de zorg van het district en over welke waterstaatswerken beheer en onderhoud wordt uitgeoefend. Tenslotte wordt aangegeven welke projecten er in uitvoering worden genomen.
Naar aanleiding van vragen wordt het volgende toegezegd.
Hoogheemraad Groen zal nagaan wordt of de kade langs de Elleboogse watering (uitstroom gemaal Palenstein Zoetermeer) op het verbeteringsprogramma is opgenomen.
Het college zal een uitspraak doen over de vraag of de grote waternavel door Rijnland of door de onderhoudsplichtigen verwijderd moet worden.
De voorzitter zal aangeven of voor de commissie een gebiedsexcursie wordt georganiseerd.
Ambtelijk wordt nagegaan of de kade van de Drooggemaakte Geer- en Kleine Blankaardpolder langs de Noord Aa lekkage vertoont.
Onder dankzegging voor ieders inbreng sluit de voorzitter de bijeenkomst om 22.15 uur
